Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1999:AA2735

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21-04-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
34280
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op belastingen van rechtsverkeer 9
Wet op belastingen van rechtsverkeer 15
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de coöperatie X B.A. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 10 maart 1998 betreffende na te melden aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.

1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is terzake van de verkrijging van een onroerende zaak een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd ten bedrage van f 81.711,--, zonder verhoging - 's Hofs vaststelling dat de voormelde naheffingsaanslag is gehandhaafd op f 81.877,-- aan belasting berust op een kennelijke vergissing - welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel Het Hof heeft, uitgaande van de aan hem voorbehouden uitleg van de bepalingen in de notariële akten van 5 oktober 1994 en 8 juli 1996, op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het middel faalt derhalve.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 21 april 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Fleers, Beukenhorst en Monné, in tegen- woordigheid van de waarnemend griffier Bolle, en op die datum in het openbaar uitgesproken.