Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1998:AA2516

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-05-1998
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
33165
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 1 (oud), geldigheid: 1998-05-20
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 13, geldigheid: 1998-05-20
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 14, geldigheid: 1998-05-20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 1998/247
V-N 1998/28.19

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 6 februari 1997 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto's en motorrijwielen opgelegd ten bedrage van f 44.807,-- aan enkelvoudige belasting en f 22.403,-- aan verhoging, welke aanslag, na daarte gen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep ge komen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financi├źn heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.

3. Beoordeling van het middel van cassatie CONVGEGEVENS Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks be hoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (HR 29 januari 1997, nummer 31592, BNB 1997/102).

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een ver oordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 20 mei 1998 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Bellaart, De Moor, Van der Putt-Lauwers en Van Vliet, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.