Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1998:AA2292

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-06-1998
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
33683
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 1998/248
FED 1998/359
WFR 1998/883, 1
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 29 augustus 1997 betreffende de aan X te Z voor het jaar 1994 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van f 75.144,--. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van f 74.607,--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Geding in cassatie.

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende lijdt aan progressieve spierdystrofie Kugelberg-Welander. Deze ziekte brengt met zich dat belanghebbendes lichaam een slechte bloedcirculatie en daarmee samenhangend een slechte warmteregulatie heeft. Belanghebbende is daarom door een arts geadviseerd zijn omgevingstemperatuur (huis) op 24- 25°C te houden. Bij zijn aangifte heeft belanghebbende een bedrag van f 537,-- ter zake van extra stookkosten als buitengewone last in mindering op zijn inkomen gebracht. De Inspecteur heeft deze kosten niet in aftrek toegestaan. 3.2. Het Hof heeft geoordeeld dat als het menselijk lichaam zelf niet in staat is de voor zijn normaal functioneren benodigde warmte te produceren zodat die warmte van buitenaf moet worden toegevoerd - zoals te dezen het geval is -, de kosten verbonden aan de daarvoor nodige extra warmteproductie (waaraan gezonde mensen geen behoefte hebben) als uitgaven voor hulpmiddelen in de zin van artikel 46, lid 1, letter b, in verbinding met lid 3, letter a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) moeten worden aangemerkt. Naar 's Hofs oordeel moet de gevraagde aftrek van f 537,-- ter zake van de extra stookkosten dus worden verleend. Tegen dit oordeel keert zich het middel. 3.3. Het middel wordt terecht voorgesteld. Slechts een stoffelijk voorwerp kan een hulpmiddel in de zin van artikel 46, lid 3, letter a, van de Wet zijn. De extra stookkosten die noodzakelijk zijn om een hogere dan gebruikelijke omgevingstemperatuur in stand te houden, vormen dan ook naar hun aard geen uitgaven voor hulpmiddelen in evenvermelde zin. 's Hofs uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen. De uitspraak van de Inspecteur moet worden bevestigd.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht, en - bevestigt de uitspraak van de Inspecteur.

Dit arrest is op 3 juni 1998 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Pos, Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Boorsma, en op die datum in het openbaar uitgesproken. Door de Griffier van de Hoge Raad zal aan de Staatssecretaris van Financiën worden terugbetaald het ter zake van de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof gestorte bedrag van f 150,--.