Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1997:AA3267

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-08-1997
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
32510
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet op de omzetbelasting 1968 6
Wet op de omzetbelasting 1968 11
Wet op de omzetbelasting 1968 11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 1997/397 met annotatie van M.E. van Hilten
FED 1997/766
FED 1997/639
WFR 1997/1318
V-N 1997/3459, 11 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de fiscale eenheid X B.V. c.s. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 juni 1996 betreffende na te melden naheffingsaanslag in de omzetbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 1988 tot en met 31 december 1991 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag ten bedrage van ƒ 654.296,--, zonder verhoging. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft vernietigd en de naheffingsaanslag heeft verminderd tot een bedrag van ƒ 493.307.--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.

3. Beoordeling van de middelen van cassatie 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan: Belanghebbende, de Nederlandse tak van het Franse verzekeringsconcern A te Parijs (hierna: A-Frankrijk), legt zich toe op het verzekeringsbedrijf in de ruimste zin van het woord. Gedurende de jaren 1988 tot en met 1991 werden de beleggingsportefeuilles van belanghebbende beheerd door A-Frankrijk. Een en ander geschiedde op grond van een "Convention de gestion des actifs". De door belanghebbende voor diensten met betrekking tot vermogen belegd in onder meer effecten te betalen vergoeding is gerelateerd aan de omvang van het beheerde vermogen. In het onderhavige tijdvak is aan belanghebbende in totaal ƒ 2.813.053,-- voor vorenomschreven diensten als beheersvergoeding in rekening gebracht. De Inspecteur heeft, zich op het standpunt stel lende dat op grond van artikel 6, lid 2, onderdeel d, 3°, jo. artikel 12, lid 2, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) over voormelde beheers vergoeding omzetbelasting verschuldigd is, te dier zake ƒ 530.331,-- in de onderwerpelijke naheffingsaanslag begrepen.

3.2. Het Hof heeft op grond van naam en inhoud van de "Convention de gestion des actifs" geoordeeld dat vorenomschreven door A-Frankrijk aan belanghebbende verrichte diensten aangemerkt moeten worden als advieswerkzaamheden op het gebied van beleggen van roerende zaken, met name effecten, en dat alsdan toepassing van artikel 11, lid 1, aanhef en onderdeel i, 2°, van de Wet niet aan de orde komt. Daartoe heeft het Hof eveneens overwogen dat het plaatsen van orders niet door A-Frankrijk wordt gedaan en de feite lijke handelingen inzake de effecten door de inge schakelde effectenmakelaars worden verricht en dat het geven van opdracht tot aan- en verkopen door A-Frankrijk slechts een uiting is van het advies. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste opvatting van het bepaalde in artikel 11, lid 1, aanhef en on derdeel i, 2°, van de Wet jo. artikel 13.B, aanhef en onderdeel d, 5°, van de Zesde Richtlijn en kan als verweven met waarderingen van feitelijke aard voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Daaraan doet niet af dat in de Resolutie van 25 juli 1979, nr. 279-12007, Vakstudie Nieuws 1979, blz. 1453, de toezegging is gedaan de vrijstel ling van toepassing te doen zijn op alle prestaties, andere dan bewaring en beheer, welke betrekking heb ben op effecten, een en ander met dien verstande dat de - veelal door banken - ter zake verleende bemidde lingsdiensten mede tot de vrijgestelde prestaties dienen te worden gerekend, nu in 's Hofs oordeel ligt besloten dat A-Frankrijk voornamelijk een adviserende functie had, en niet een bemiddelende. Opmerking verdient hierbij nog dat in de bijlage bij voormelde resolutie het verstrekken van adviezen op financieel gebied als belaste prestatie wordt aangemerkt. De in middel I vervatte stelling, dat de door A-Frankrijk verrichte prestaties als actief vermogensbeheer onder de vrijstelling van genoemde wetsbepaling dienen te worden gerangschikt, faalt op dezelfde grond.

3.3. Het Hof heeft tevens geoordeeld dat de onderwerpelijke diensten, waarbij het gaat om vermo gensbeheer met name uit te oefenen door het geven van adviezen, zowel onder 3° als 5°, van onderdeel d, lid 2, van artikel 6 van de Wet kunnen worden gerang schikt en heeft daarbij in het midden gelaten de stelling van belanghebbende dat de term "financiële verrichtingen" in 5° van voormeld onderdeel d alleen ziet op de op grond van artikel 11, lid 1, onderdeel i, 2°, van de Wet vrijgestelde prestaties. Voorzover middel II aanvoert dat het Hof niet in het midden had mogen laten of het gestelde onder 3° dan wel het gestelde onder 5° van voormeld onderdeel d van toe passing is, is het gegrond. Het middel kan echter niet tot cassatie leiden. Advieswerkzaamheden als de onderwerpelijke dienen te worden gerangschikt onder 3° van onderdeel d van lid 2 van artikel 6 van de Wet, hetgeen meebrengt dat de diensten worden verricht op de plaats waar belanghebbende is gevestigd.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in arti kel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belas tingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Van der Linde, De Moor, Van Brunschot en Meij, in tegenwoor digheid van de waarnemend griffier Van Hooff, in raadkamer van 20 augustus 1997 en in het openbaar uitgesproken.