Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1997:AA2153

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-06-1997
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
32158
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 25 (oud), geldigheid: 1997-06-11
Algemene wet inzake rijksbelastingen 26, geldigheid: 1997-06-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 1997/243
FED 1997/442
WFR 1997/908, 1
V-N 1997/2374, 9

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 1996 betreffende na te melden schriftelijke weigering van de Inspecteur.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1981 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 5.677.840,--. Het tegen deze aanslag gemaakte bezwaar is door belanghebbende ingetrokken. Belanghebbende heeft deze intrekking herroepen en de Inspecteur verzocht alsnog uitspraak te doen op het bezwaar. De Inspecteur heeft schriftelijk geweigerd hieraan te voldoen. Belanghebbende is van die schriftelijke weigering in beroep gekomen bij het Hof, dat het beroep ongegrond heeft verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.

3. Beoordeling van de middelen van cassatie Daargelaten of het beroep voor het Hof tegen de weigering van de Inspecteur om uitspraak op het - ingetrokken - bezwaar te doen, ontvankelijk was, heeft de Inspecteur terecht geweigerd alsnog een uitspraak te doen op het ingetrokken bezwaar. Het Hof heeft derhalve - wat er zij van de door het Hof aan zijn beslissing ten grondslag gelegde overwegingen - terecht het beroep ongegrond verklaard. De middelen kunnen mitsdien niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtsraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 11 juni 1997 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, De Moor en Van Brunschot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.