Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1996:AA1811

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-03-1996
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
30096
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1996:AA1811
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Deelnemingsvrijstelling; samenwerkingsverband banken; verkoop deelneming tegen lagere koers dan goingconcern-waarde aandelen; onderbezettingsverlies; reorganisatievoorziening; schadevergoeding wegens beëindiging  afname diensten van deelneming aftrekbaar?

Wetsverwijzingen
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 13
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 13 (oud)
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 1996/366 met annotatie van A.H.M. Daniels
FED 1996/276
WFR 1996/429, 1
V-N 1996/1271, 20 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Hoge Raad der Nederlanden
derde kamer


nr. 30.096

13 maart 1996

PdM


ARREST

gewezen op het beroep in cassatie van de naamloze vennootschap [X] N.V. te [Z] tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 december 1994 betreffende de haar voor het jaar 1988 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Aanslag en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1988 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 68.284,50. Belanghebbende is tegen die aanslag, met schriftelijke toestemming van de Inspecteur op de voet van artikel 26, lid 3 (tekst vóór 1 januari 1994) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, rechtstreeks in beroep gekomen bij het Hof, dat deze aanslag heeft gehandhaafd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.

De Plaatsvervangend Procureur-Generaal Van Soest heeft op 16 juni 1995 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen van cassatie
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 13 maart 1996 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, De Moor en Van Brunschot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.