Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1995:AA3024

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-02-1995
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
30155
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet verontreiniging oppervlaktewateren 18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 1995/5326 met annotatie van W. de Wit
Belastingblad 1995/202 met annotatie van Redactie
BNB 1995/92
FED 1995/283 met annotatie van Redactie
FED 1995/129
WFR 1995/261, 1
V-N 1995/1137, 30 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 4 maart 1994 betreffende na te melden aan hem voor het jaar 1991 opgelegde aanslag in de verontreinigingsheffing oppervlaktewateren van de provincie Groningen.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1991 een aanslag in de verontreinigingsheffing oppervlaktewateren van de provincie Groningen opgelegd ten bedrage van ƒ 975,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van Gedeputeerde Staten (hierna: GS) is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. GS hebben een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klacht 3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende verhuurde in 1991 een perceel aan vijf studenten, die keuken, w.c. en/of douche gemeenschappelijk gebruikten. Belanghebbende is ter zake van dat perceel aangeslagen in de verontreinigingsheffing oppervlaktewateren van de provincie Groningen voor een aantal van 13 vervuilingseenheden. Dit aantal is overeenkomstig de bij de Verordening zuiveringsbeheer (hierna: de Verordening) behorende tabel afvalwatercoefficienten berekend door vermenigvuldiging van de gebruikte hoeveelheid kubieke meters water met een factor 0,023. 3.2. Het Hof heeft terecht vooropgesteld dat het onderhavige perceel voor de toepassing van de Verordening niet is een "woonruimte" (arrest van de Raad van 23 juli 1984, nr. 22.178, BNB 1984/282). 3.3. Indien de klacht inhoudt dat het op studentenhuizen betrekking hebbende nummer 44 van de bij de Verordening behorende tabel afvalwatercoefficienten ook bij een normaal watergebruik tot een te hoge vervuilingswaarde leidt, faalt de klacht wegens gemis aan feitelijke grondslag. 3.4. Indien de klacht inhoudt dat op grond van de door belanghebbende voor het Hof aangevoerde omstandigheid dat in 1991 als gevolg van een lekkende stortbak sprake is van een (te) hoog watergebruik, bij de berekening van het aantal vervuilingseenheden niet had mogen worden uitgegaan van de verbruikte hoeveelheid, faalt de klacht omdat die enkele omstandigheid daartoe geen grond heeft.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 8 februari 1995 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Zuurmond, Herrmann en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Loen, en op die datum in het openbaar uitgesproken.