Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1995:AA1590

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-05-1995
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
30159
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 270 (oud), geldigheid: 1995-05-03
Gemeentewet 277 (oud), geldigheid: 1995-05-03
Gemeentewet 279 (oud), geldigheid: 1995-05-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 1995/488
BNB 1995/226
FED 1995/420
FED 1995/396
WFR 1995/708, 1

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 februari 1994 betreffende na te melden aan haar voor het jaar 1990 opgelegde aanslag in het aansluitrecht riolering van de gemeente Amsterdam.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1990 als zakelijk gerechtigde tot een op de gemeentelijke riolering aangesloten onroerende zaak een aanslag in het aansluitrecht riolering van de gemeente Amsterdam opgelegd ten bedrage van ƒ 52,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur der Gemeentebelastingen is gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten 3.1. Het Hof heeft met betrekking tot de vraag of artikel 279 van de gemeentewet is geschonden geoordeeld dat de Inspecteur in zijn tot de gedingstukken behorende brief van 30 juni 1993 en vervolgens ter zitting van 3 december 1993 aannemelijk heeft gemaakt dat de geraamde opbrengst van het onderhavige rioolaansluitingsrecht niet uitgaat boven de geraamde gemeentelijke uitgaven ter zake. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat belanghebbende voor het Hof niet erover heeft geklaagd en de stukken van het geding niet dwingen tot de veronderstelling dat de Verordening ertoe zou leiden dat het rioolaansluitingsrecht strekt tot dekking van andere kosten dan die welke verband houden met de aanwezigheid van de aansluiting op de gemeentelijke riolering (Hoge Raad 12 januari 1994, nr. 29 579, BNB 1994/84). In zoverre falen de klachten. 3.2. De klachten falen ook voor het overige. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 3 mei 1995 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Herrmann en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Den Ouden, en op die datum in het openbaar uitgesproken.