Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1995:AA1507

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-11-1995
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
30813
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Gemeentewet 276a (oud), geldigheid: 1995-11-08
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 1999/370
BNB 1999/190

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 september 1994 betreffende na te melden aan haar opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is ter zake van het parkeren op 18 november 1992 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Zandvoort opgelegd ten bedrage van f 67,-- bestaande uit f 2,-- aan enkelvoudige belasting en f 65,-- aan kosten. De aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zandvoort gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van Burgemeester en Wethouders in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd. Burgemeester en Wethouders hebben afgezien van het indienen van een vertoogschrift.

3. Beoordeling van de klacht De klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep en bepaalt dat door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende wordt terugbetaald het ter zake van de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof gestorte bedrag van f 150,--.

Dit arrest is op 8 november 1995 vastgesteld door de raadsheer Herrmann als voorzitter, en de raadsheren C.H.M. Jansen en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Reijngoud en op die datum in het openbaar uitgesproken.