Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1994:AA2950

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26-10-1994
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
29136
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BNB 1994/338
FED 1994/684
FED 1994/741
WFR 1994/1665
V-N 1994/3588, 14

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 28 augustus 1992 betreffende de na te melden beschikking voor het jaar 1986.

1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof De Inspecteur heeft bij beschikking van 26 augustus 1991 het besluit genomen om voor het jaar 1986 aan belanghebbende geen aanslag in de inkomstenbelasting op te leggen en verrekening van voorheffingen achterwege te laten. Belanghebbende heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt. Op dit bezwaar is de beschikking bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd. Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.

3. Beoordeling van de klachten In cassatie is onbestreden, dat belanghebbende noch op grond van de wettelijke bepalingen, noch op grond van de resolutie van de Staatssecretaris van Financiën van 25 maart 1991, nr. DB91/72, BNB 1991/143, bij welke resolutie de door belanghebbende vermelde resolutie van 9 april 1979, nr. 279-4590, BNB 1980/112 is vervangen, in aanmerking komt voor een aanslag tot teruggaaf van voorheffingen. Belanghebbende meent echter toch voor een dergelijke aanslag in aanmerking te komen omdat de resolutie van 25 maart 1991, voor zover daarin is goedgekeurd dat de termijn voor het indienen van een verzoek om een aanslag tot teruggaaf van voorheffingen verlengd wordt indien het terug te geven bedrag - in afwijking van het wettelijke drempelbedrag van f 200,-- - f 1.000,-- of meer per jaar bedraagt, in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel, althans met de billijkheid. Dit standpunt is onjuist nu de gevallen waarin een wettelijke termijn in acht is genomen en die waarin dat is nagelaten niet als gelijke gevallen kunnen worden aangemerkt, is van schending van het gelijkheidsbeginsel geen sprake. Evenmin kan worden gezegd dat aan de door de Staatssecretaris vastgestelde drempel van f 1.000,-- een willekeurige of onredelijke belangenafweging ten grondslag ligt. Voor een verdergaande toetsing van die drempel is geen plaats. De klachten falen mitsdien.

4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep en bepaalt dat door de Griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende wordt terugbetaald het ter zake van de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof gestorte bedrag van f 150,--.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Zuurmond en Fleers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van der Vegt, in raadkamer van 26 oktober 1994.