Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:1987:AD0056

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-11-1987
Datum publicatie
06-05-2020
Zaaknummer
13023
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:1987:AD0056
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Intellectuele eigendom. Fotografisch reproduceren en verhandelen van een uitgave van een wettelijke regeling onrechtmatig? Terughoudende maatstaf; wetten mogen in beginsel vrij worden verspreid (vgl. art. 11 Aw).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 1988, 311 met annotatie van L. Wichers Hoeth
RvdW 1987, 219
AA19880869 met annotatie van H. Cohen Jehoram
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 november 1987
Eerste Kamer
Nr. 13.023
AT


Hoge Raad der Nederlanden


Arrest


in de zaak van:


DE STAAT DER NEDERLANDEN
waarvan de zetel is gevestigd te 's-Gravenhage,
EISER tot cassatie,

advocaat: Mr. J.L. de Wijkerslooth,

t e g e n

W.H. DEN OUDEN N.V. ,
gevestigd te Schiedam ,

VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: Mr. E.J. Dommering.

1. Het geding in feitelijke instanties

De Staat heeft bij exploot van 20 maart 1984 Den Ouden gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd, voor zover hier van belang en kort samengevat, Den Ouden te gebieden de vervaardiging en verhandeling te staken van de produktie en uitgave van haar boek "Binnenvaartpolitiereglement 1984", voor zover fotografisch overgenomen van de uitgave van het Binnenvaartpolitiereglement 1983 in de Staatsuitgeverij.

Nadat Den Ouden tegen die vordering verweer had gevoerd, heeft de President bij vonnis van 30 maart 1984 de vordering toegewezen.

Tegen dit vonnis heeft Den Ouden hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage.

Bij arrest van 31 december 1985 heeft het Hof het vonnis van de President vernietigd en de vordering alsnog afgewezen.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft de Staat beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Den Ouden heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de waarnemend-Advocaat- Generaal Asser strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan:

De Staat heeft zijn vordering gegrond op de stelling dat Den Ouden jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld. Het Hof heeft - in cassatie niet bestreden - voor de beoordeling van dit handelen onder meer de volgende feiten van belang geacht:

"a. Het Staatsdrukkerij- en -uitgeverijbedrijf vervaardigt het Staatsblad. Daartoe verricht het telkens het nodige zetwerk doordat het van de te publiceren tekst loodzetsels (litho's) maakt, met behulp waarvan het vervolgens op zijn drukpersen tot het drukken van de tekst overgaat.

b. Volgens deze werkwijze wordt in het Staatsblad 1983, nr. 682 afgedrukt het Binnenvaartpolitiereglement, behorend bij het Koninklijk Besluit van 26 oktober 1983, gepubliceerd in hetzelfde nummer.

c. De kosten van het samenstellen van de litho's, voorzover strekkende ten behoeve van dat reglement, bedragen ongeveer f. 60.000,--.

d. Met behulp van diezelfde litho's brengt genoemd bedrijf voorts afzonderlijk gebundelde edities van dat reglement tot stand voor commerciële doeleinden. Deze worden - één in losbladige vorm, één in de vorm van een ingenaaid boekwerk - in februari 1984 uitgegeven en op de markt gebracht onder de titel Binnenvaartpolitiereglement 1983. De door het publiek voor het boekwerk te betalen prijs is f. 19,50.


e. Met behulp van fotografische reproductietechnieken copieert Den Ouden de pagina's waarop dat reglement aldus is afgedrukt, waartoe zij gedeeltelijk gebruik maakt van pagina's uit een exemplaar van het desbetreffende Staatsbladnummer, gedeeltelijk van pagina's uit een exemplaar van de in boekvorm verschenen uitgave.

Zij stelt van de aldus verkregen copieën zelf een uitgave samen.

f. De kosten die voor Den Ouden met het maken van deze fotografische reproducties (inclusief aansluitende kosten tot aan het eigenlijke drukwerk) gemoeid zijn, bedragen f. 8.000,-- of daaromtrent.

g. Den Ouden brengt haar uitgave in maart 1984 op de markt in de vorm van een ingenaaid boek, onder de titel Binnenvaartpolitiereglement 1984, met verder vermelding van haar naam, haar merkaanduiding Vetus en een omcirkelde letter R. Zij biedt het op de Hiswa voor f. 6,90 en vervolgens, op de algemene markt, voor f. 7,90 aan.

Van het onder d bedoelde ingenaaide boek welks kaft aan de voorzijde in twee tinten blauw gekleurd is en aan de achterzijde wit, verschilt het verder in zoverre dat het kleiner van formaat is en een omslag heeft dat aan beide zijden grotendeels oranje en overigens in twee tinten blauw gekleurd is, terwijl ook de titelpagina's verschillen. Den Ouden heeft een bedrijf dat zich toelegt op scheepvaart- en watersportartikelen."

3.2 Het Hof heeft in het licht van de voormelde feiten geoordeeld dat Den Ouden door te handelen als voormeld niet in strijd is gekomen met de haar jegens de Staat in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid. Het middel valt - kort samengevat - dit oordeel met een aantal rechts- en motiveringsklachten aan.

3.3 Het middel wordt tevergeefs voorgesteld.

Uitgangspunt dient te zijn dat de omstandigheden dat Den Ouden profiteert van de inspanning, het inzicht en de kennis waarmee de voormelde litho's en uitgave van het Staatsdrukkerij- en -uitgeverijbedrijf zijn tot stand gebracht, en dat Den Ouden de Staat aldus nadeel toebrengt, niet meebrengen dat Den Ouden als concurrent van de Staat bij het op de markt brengen van het Binnenvaartpolitiereglement in strijd handelt met de haar jegens de Staat in het maatschappelijk verkeer betamende zorgvuldigheid. Het is weliswaar niet uitgesloten dat bijkomende omstandigheden een dergelijk profiteren onrechtmatig maken, doch bij het aannemen daarvan dient terughoudendheid te worden betracht zowel op de algemene grond, aangegeven in HR 27 mei 1986, NJ 1987, 191, rechtsoverweging 4.2, als in het onderhavige geval in verband met art. 11 Auteurswet, dat onder meer bepaalt dat op wetten, besluiten en verordeningen geen auteursrecht bestaat en waaraan de gedachte ten grondslag ligt dat de teksten daarvan gemeengoed behoren te zijn en dat daarom in beginsel vrijheid dient te bestaan ter zake van aktiviteiten ter verspreiding van die teksten onder het publiek.

Ten betoge dat hier niettemin onrechtmatigheid moet worden aanvaard heeft de Staat zich in cassatie in het bijzonder op drie omstandigheden beroepen, te weten:

a. dat tussen de uitgaven van de Staat en van Den Ouden "volkomen gelijkheid" bestaat als gevolg van het door Den Ouden toegepaste fotografische procédé;

b. dat Den Ouden deze gelijkenis nodeloos heeft doen ontstaan;

c. dat Den Ouden door het toepassen van het voormelde fotografische procédé haar uitgave op de markt heeft kunnen brengen tegen een aanzienlijk lagere prijs dan die van de uitgave van de Staat.

Deze omstandigheden kunnen echter, ook als zij worden beschouwd in verband met de andere door de Staat in de gedingstukken aangevoerde omstandigheden waarnaar het middel in algemene bewoordingen verwijst, niet tot de slotsom leiden dat de voormelde handelingen van Den Ouden daardoor jegens de Staat onrechtmatig worden.

Daarbij verdient nog aantekening dat de Staat in onderdeel 4 van het middel heeft aangevoerd dat de tekst van voormeld reglement ook door de wijze waarop daaraan door het Staatsdrukkerij- en -uitgeverijbedrijf vorm is gegeven, "een onderscheidend vermogen kan hebben". Deze klacht mist echter belang, nu zij zich niet mede richt tegen 's Hofs vaststelling dat de Staat niet enig gevaar voor verwarring heeft gesteld en de Staat in de feitelijke instanties trouwens ook niets omtrent de vormgeving van de voormelde tekst heeft aangevoerd.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Den Ouden begroot op f. 456,30 aan verschotten en f. 2.500,-- voor salaris.


Dit arrest is gewezen door de vice-president Snijders als voorzitter, en de raadsheren Van den Blink, De Groot, Bloembergen en Haak, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Hartens op 20 november 1987.