Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2022:3003

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-08-2022
Datum publicatie
01-09-2022
Zaaknummer
200.277.318_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het onvoldoende aandraaien van een carterplug van een auto die op grond van een koopovereenkomst aan de koper is geleverd, kan worden aangemerkt als een non-conformiteit. De verkoper is niet aansprakelijk voor de schade omdat het intreden van de schade een gevolg is van eigen schuld van de koper die meebrengt dat de vergoedingsplicht geheel vervalt (art. 6:101 BW).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6 101
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.277.318/01

arrest van 30 augustus 2022

in de zaak van

New Ways B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als New Ways,

advocaat: mr. F.A.J.H. de Lugt,

tegen

Autobedrijf [[X]] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. S.G.J. Habets,

op het bij exploot van dagvaarding van 14 april 2020 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 15 januari 2020, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen New Ways als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/264361 / HA ZA 19-250)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:

- de appeldagvaarding;

- de memorie van grieven, met producties 1 tot en met 3;

- de memorie van antwoord, met productie 1;

- de brief d.d. 1 maart 2022 van [geïntimeerde] met aanvullende producties 2 tot en met 5;

- de bij H12-formulier van 16 juni 2022 door New Ways aan de griffie van het hof toegezonden productie 4;

- de mondelinge behandeling d.d. 21 juni 2022, waarbij beide partijen pleitaantekeningen hebben overgelegd.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3. De beoordeling

De feiten

3.1

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

( a) New Ways drijft een groothandel in bovenkleding en tabaksproducten. De bestuurder en enig aandeelhouder van New Ways is [persoon A] (hierna: “ [persoon A] ”).

( b) [geïntimeerde] exploiteert een automobielbedrijf.

( c) Op 7 september 2017 heeft [geïntimeerde] een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een BMW, [type] , met [kenteken] , voor een koopsom van € 92.500,00 (hierna: “de auto”). Op die datum bedroeg de kilometerstand 31.147.

( d) In de koopovereenkomst is (onder meer) vermeld:

“Gegevens cliënt

Naam: [persoon A]

[adres] ,

[postcode]

[plaats]

[geboortedatum]

E-mail: [e-mailadres] ”

( e) [geïntimeerde] heeft met betrekking tot de auto een factuur, gedateerd 22 september 2017, verzonden aan New Ways.

( f) Medio maart heeft [persoon B] van New Ways op verzoek van [persoon A] met [geïntimeerde] gebeld in verband met een melding betreffende de motorolie die op het dashboard was verschenen. Op 8 april 2018 is de motor van de BMW vastgelopen.

( g) Als het oliepeil in de motor onder het minimum komt, dan verschijnt er een foutmelding op het dashboard van de auto. Dit betreft de foutmelding 212. De omschrijving in het display van de auto die blijkens de rapportage van BMW [plaats] van 8 april 2018 (derde pagina) bij die melding hoort is als volgt:

“Oliedruk te laag. Voorzichtig. Stoppen en de motor afzetten. Doorrijden kan motorschade veroorzaken. BMW-hulpdienst opbellen.”

( h) Het systeem van de auto biedt de mogelijkheid dat foutmeldingen die in het dashboard zijn verschenen, achteraf door de dealer via de sleutel worden uitgelezen.

( i) In opdracht van de verzekeraar van New Ways heeft [persoon C] van Expertise Pool Nederland B.V. (hierna: “Exponed”) een rapportage opgesteld, gedateerd 30 juli 2018, waarin onder meer is vermeld:

“Doordat de carterstop niet goed is aangedraaid, is deze op langere termijn vanzelf uitgedraaid en is hierdoor spontaan de motorolie uit het carter gelopen. Doordat de carterstop los zat – maar nog wel gemonteerd – heeft verzekerde bij de eerste foutmelding nog wel kunnen reageren d.m.v. het bijvullen van de motorolie, maar mogelijk door het spontaan uitvallen van de carterstop in tweede instantie kon verzekerde niet meer alert reageren en was de schade aan de motor een feit.”

( j) New Ways houdt [geïntimeerde] aansprakelijk voor de kosten van herstel van de auto.

[geïntimeerde] heeft aansprakelijkheid afgewezen.

De procedure bij de rechtbank

3.2

In de procedure bij de rechtbank vorderde New Ways, na vermeerdering van eis, om [geïntimeerde] te veroordelen tot (primair) betaling van een bedrag van € 34.110,58, althans (subsidiair) een bedrag van € 23.979,66 te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en proceskosten.

3.3

Aan die vordering legde New Ways, zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag. Omdat de carterplug voorafgaand aan de levering van de auto niet goed was aangedraaid, is deze losgedraaid en uiteindelijk geheel uitgedraaid en uit het carter gevallen. Hierdoor is de motorolie uit het carter gestroomd en heeft de motor schade opgelopen. Het voorgaande betekent dat de auto niet de eigenschappen had die voor een normaal gebruik nodig zijn, zodat deze niet aan de overeenkomst beantwoordde. [geïntimeerde] is derhalve op grond van wanprestatie aansprakelijk. Daarnaast stelt New Ways dat [geïntimeerde] uit hoofde van de garantie gehouden is om de schade te vergoeden.

3.4

[geïntimeerde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van New Ways in de kosten. Daartoe heeft zij, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd (cva, 3.4). Nadat de auto aan New Ways was geleverd is er 7621 kilometer met de auto gereden voordat de onherstelbare schade aan de motor is ontstaan. Uit de informatie in de boordcomputer van de auto, die via de sleutel kan worden uitgelezen, blijkt dat op het dashboard elf keer een waarschuwingsmelding is gegeven dat de oliedruk te laag is en dat de auto moet worden gestopt. Het had op de weg van New Ways gelegen om navraag te doen bij de garage omtrent de oorzaak van die meldingen. Als New Ways de meldingen aldus serieus had genomen, dan was de schade aan de motor niet ontstaan. De schade is dan ook toe te rekenen aan het feit dat de waarschuwingsmeldingen zijn genegeerd, zodat het causaal verband tussen het handelen van [geïntimeerde] en in het intreden van de schade ontbreekt. Bovendien is niet gebleken dat de auto niet voldeed aan hetgeen New Ways ervan mocht verwachten.

3.5

De rechtbank heeft de vorderingen van New Ways afgewezen, met veroordeling van New Ways in de proceskosten op de wijze als in het vonnis beslist.

De procedure in hoger beroep

3.6

New Ways heeft tegen het vonnis drie grieven aangevoerd, genummerd I tot en met III. Op de onderbouwing door New Ways van haar grieven en haar vorderingen zal hierna worden terug gekomen voor zover dat voor de beoordeling in hoger beroep van belang is.

3.7

[geïntimeerde] heeft de grieven van New Ways bestreden. Op hetgeen [geïntimeerde] in dat verband heeft aangevoerd, zal hierna worden ingegaan voor zover dat voor de beoordeling in hoger beroep van belang is. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het hoger beroep van New Ways en tot afwijzing van de vorderingen, onder bekrachtiging van het bestreden vonnis en met veroordeling van New Ways in de proceskosten.

De grieven van New Ways

3.8

Volgens New Ways heeft de rechtbank (in r.o. 4.3) ten onrechte geoordeeld dat New Ways het causaal verband tussen het onvoldoende aandraaien van de carterstop en het intreden van de schade onvoldoende heeft onderbouwd. Tegen dat oordeel richt zich grief II. Grief I richt zich tegen het daaraan voorafgaande oordeel van de rechtbank dat tussen partijen vaststaat dat in de door BMW [plaats] opgestelde rapportage is vermeld dat voorafgaand aan het intreden van de schade aan de motor elf keer de foutmelding 212 op het dashboard van de auto is verschenen. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke behandeling.

3.9

Voorafgaand aan de beoordeling van de grieven is het volgende nog van belang. Door [geïntimeerde] is er, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, op gewezen dat er bij het sluiten van de koopovereenkomst feitelijk is gehandeld door [persoon A] . Deze heeft op dat moment niet kenbaar gemaakt dat hij optrad in zijn hoedanigheid van directeur van New Ways, aldus [geïntimeerde] . Op de schriftelijke koopovereenkomst d.d. 7 september 2017 die door [geïntimeerde] is opgesteld, is daarom de naam van [persoon A] als contractspartij vermeld. Na het sluiten van de koopovereenkomst heeft [persoon A] contact opgenomen met [geïntimeerde] met de mededeling dat de factuur op naam moest worden gesteld van New Ways. Feitelijk is de overeenkomst, aldus [geïntimeerde] , tot stand gekomen tussen [geïntimeerde] en [persoon A] , waarbij het voor [geïntimeerde] op dat moment niet duidelijk was dat [persoon A] optrad in zijn hoedanigheid van bestuurder van New Ways.

3.10

Aan deze stelling heeft [geïntimeerde] geen procesrechtelijke gevolgtrekkingen verbonden. In het bijzonder heeft zij niet gesteld dat niet New Ways, maar [persoon A] als procespartij had moeten optreden in een procedure tegen [geïntimeerde] . Het hof begrijpt de stellingen van [geïntimeerde] dan ook aldus, dat [geïntimeerde] erkent dat [persoon A] tijdens het sluiten van de koopovereenkomst niet voor zichzelf handelde maar in zijn hoedanigheid van bestuurder van New Ways, waardoor er een koopovereenkomst met New Ways tot stand is gekomen. Dat oordeel impliceert bovendien dat de koopovereenkomst geen consumentenkoop is in de zin van artikel 7:5 lid 1 BW en dat de artikelen 7:5 BW en volgende betreffende de consumentenkoop niet dwingendrechtelijk op haar van toepassing zijn.

3.11

De rechtbank is er in haar beoordeling vanuit gegaan dat ten tijde van de levering van de auto aan New Ways de carterplug onvoldoende was aangedraaid. In de procedure in hoger beroep heeft [geïntimeerde] , in aanvulling op haar verweren in de procedure in eerste aanleg, betwist dat de carterplug op het moment dat de auto aan New Ways werd geleverd, onvoldoende was aangedraaid (mva, 2.10; pleitaantekeningen, 3.4). Volgens [geïntimeerde] volgt dit uit de vaststaande feiten. Toen medio maart 2018 de eerste melding op het dashboard werd gedaan omtrent een te laag oliepeil, was er door New Ways inmiddels ruim 7000 kilometer met de auto gereden. Als de carterplug reeds tijdens de levering van de auto niet goed was aangedraaid, en het lekken van olie dus ook toen al was begonnen, dan was er met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid al eerder een melding gegeven dat het oliepeil te laag was, aldus [geïntimeerde] (pleitaantekeningen, 3.4). Ook was in dat geval de carterplug al veel eerder volledig los gekomen en uitgedraaid (pleitaantekeningen, 3.5). Er moet dus, zo heeft [geïntimeerde] daar ter zitting aan toegevoegd, een andere oorzaak zijn voor het volledig losdraaien van de carterplug die zich pas na de levering heeft voorgedaan.

3.12

Het hof verwerpt dit verweer van [geïntimeerde] , waartoe het als volgt overweegt. Tussen partijen staat vast dat in de weken voorafgaand aan 8 april 2018 sprake was van olielekkage en dat de olie tijdens de laatste rit met de auto op 8 april 2018 volledig uit de motor is gelopen, omdat de carterplug volledig was losgeraakt en uit het carter is gevallen. [geïntimeerde] heeft niet de bevindingen van Exponed betwist dat het schroefdraad in het carter niet was beschadigd, zodat het hof ook dat als vaststaand aanneemt. Onder verwijzing naar het rapport van Exponed heeft New Ways gesteld dat het volledig losdraaien van de carterplug tijdens het rijden alleen kan zijn gebeurd doordat tijdens de laatste onderhoudsbeurt de plug niet goed was vastgedraaid. Het verweer van [geïntimeerde] , inhoudende dat het technisch onmogelijk is dat een carterplug die niet volledig is vastgedraaid pas na 7000 kilometer zodanig losdraait dat er olielekkage gaat optreden en vervolgens geheel uitdraait, heeft zij niet (door bijvoorbeeld het overleggen van een eigen deskundigenrapport) onderbouwd. Ook haar (door New Ways betwiste) stelling dat een derde na de levering de carterplug heeft losgedraaid en daarna niet goed heeft vastgedraaid, heeft zij verder niet concreet onderbouwd. Dat een derde onderhoud aan de auto zou hebben gepleegd, is in het geheel niet gebleken. Dat is overigens gelet op de leeftijd van de auto, de sinds de aankoop verstreken tijd en de nog geldende garantie ook niet aannemelijk. Daarmee heeft [geïntimeerde] de gemotiveerde stellingen van New Ways op dit punt onvoldoende betwist. Aan bewijslevering behoeft niet te worden toegekomen. Het hof neemt dan ook als vaststaand aan dat de carterplug na de levering van de auto geheel kon losdraaien en uit het carter kon vallen, omdat deze op het moment van de levering van de auto niet goed was aangedraaid. Dat betekent dat de auto tijdens de levering niet de eigenschappen bezat die New Ways op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Nu [geïntimeerde] niet heeft gesteld dat de tekortkoming niet aan haar kan worden toegerekend zoals bedoeld in artikel 6:75 BW, neemt het hof aan dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming.

3.13

Het weglekken van alle olie uit de motor doordat tijdens het rijden de carterplug volledig kon losdraaien, alsmede de schade die aldus door het ontbreken van voldoende smering aan de motor is ontstaan, staat in zodanig verband met het niet goed aangedraaid zijn van de plug ten tijde van de levering, dat deze schade als een gevolg van die tekortkoming daaraan kan worden toegerekend. Grief II, die is gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat causaal verband tussen het onvoldoende aandraaien van de carterplug en de gestelde schade niet is komen vast te staan, slaagt derhalve.

3.14

Het hof begrijpt het verweer van [geïntimeerde] , dat de schade is toe te rekenen aan het meerdere malen negeren van de waarschuwingsmeldingen op het dashboard, aldus dat [geïntimeerde] van oordeel is dat de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan New Ways kan worden toegerekend en dat vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten de vergoedingsplicht op de voet van artikel 6:101 BW geheel vervalt. Op dit punt oordeelt het hof als volgt.

3.15

Volgens [geïntimeerde] volgt uit de sleutelgegevens dat er in de weken voorafgaand aan 8 april 2018 elf keer de melding met code 212 op het dashboard is verschenen. Deze melding houdt in dat (i) de oliedruk te laag is, dat (ii) het voertuig moet worden gestopt en de motor moet worden afgezet alsmede dat (iii) doorrijden tot schade aan de motor kan leiden. Daarnaast, zo blijkt volgens [geïntimeerde] uit de sleutelgegevens, is ook meerdere keren de melding met code 917 verschenen. Deze melding houdt in dat het oliepeil onder het minimum staat en dat er onmiddellijk moet worden bijgevuld. Van de zijde van New Ways is gesteld dat deze sleutelgegevens niet juist zijn en dat de betreffende meldingen niet in de door [geïntimeerde] gestelde frequentie op het dashboard zijn verschenen.

3.16

Naar het oordeel van het hof is beantwoording van de vraag of de door [geïntimeerde] gestelde meldingen zich in de door haar gestelde frequentie al dan niet hebben voorgedaan, voor de beantwoording van het geschil niet relevant. Om die reden heeft New Ways ook geen belang bij de behandeling van grief I, die zich richt zich tegen het door de rechtbank in r.o. 2.8 vastgesteld feit dat in de door BMW [plaats] opgestelde rapportage is vermeld dat de foutmelding 212 elf keer is verschenen. Daartoe geldt het volgende.

3.17.1

Door New Ways is in de nummers 3.9 tot en met 3.13 van de memorie van grieven het volgende gesteld omtrent meldingen op het dashboard en op welke wijze daarop is gereageerd.

3.17.2

Medio maart 2018 zag [persoon A] een symbool betreffende motorolie op het dashboard verschijnen (melding 1). [persoon B] van New Ways heeft toen met [geïntimeerde] gebeld. Hem werd verteld dat er olie moest worden bijgevuld en dat de melding dan behoorde te verdwijnen. Als de melding zou terugkomen, dan zou New Ways met de auto naar een BMW dealer in [plaats] moeten gaan.

3.17.3

Op 3 april 2018 verscheen opnieuw het symbool betreffende motorolie op het dashboard (melding 2). [persoon A] heeft toen 1 liter olie bijgevuld.

3.17.4

Ongeveer drie dagen later, omstreeks 6 april 2018, verscheen het symbool opnieuw (melding 3). Omdat [persoon A] dacht dat hij wellicht te weinig olie had bijgevuld, heeft hij 3 tot 4 liter motorolie gekocht. Een deel heeft hij gebruikt om bij te vullen en de niet gebruikte olie heeft hij in de auto bewaard voor het geval hij opnieuw olie zou moeten bijvullen.

3.17.5

Op 8 april 2018 reed [persoon A] over de snelweg en kreeg hij opnieuw een melding dat het oliepeil te laag was (melding 4). Bij de eerst mogelijke gelegenheid, na 1 à 2 kilometer rijden, heeft hij de auto gestopt en heeft hij motorolie bijgevuld.

3.17.6

Nadat [persoon A] weer een aantal kilometers had gereden, verscheen opnieuw een melding betreffende de motorolie (melding 5). Pas na 1 à 2 kilometer was hij in de gelegenheid om de auto te stoppen. Nadat hij olie had bijgevuld, kon hij de auto niet meer starten vanwege de schade die aan de motor was ontstaan.

3.18

Indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de juistheid van deze stellingen (die gedeeltelijk door [geïntimeerde] zijn betwist) dan volgt aldus uit deze eigen weergave van de feiten door New Ways dat [persoon A] na de eerste melding medio maart 2018 nog drie meldingen heeft gekregen betreffende een te laag oliepeil en dat hij op grond van die meldingen drie keer motorolie heeft bijgevuld, voordat er bij de vijfde melding onherstelbare schade aan de motor werd toegebracht. Tijdens de mondelinge behandeling ten overstaan van het hof heeft [persoon A] desgevraagd verklaard dat de meldingen op het dashboard na het bijvullen met olie telkens waren verdwenen. [persoon A] kon er aldus vanuit gaan dat de motor na het bijvullen telkens voldoende motorolie bevatte. De omstandigheid dat er na het bijvullen iedere keer toch weer een nieuwe melding verscheen omtrent het oliepeil, had voor [persoon A] - zo niet na de tweede melding op 3 april 2018 dan toch wel na de derde melding op 6 april 2018 - een duidelijke aanwijzing behoren te zijn dat er mogelijk een gebrek was aan de motor, waardoor motorolie uit het systeem lekte en het oliepeil telkens onder het minimumniveau zakte. Het is (voor bestuurders van auto’s) een feit van algemene bekendheid dat voldoende motorolie van essentieel belang is voor het probleemloos functioneren van de motor en dat een te laag oliepeil een aanzienlijk risico meebrengt op (ernstige) schade aan de motor. De omstandigheid dat New Ways naar aanleiding van de eerste melding omtrent het oliepeil medio maart 2018 naar [geïntimeerde] heeft gebeld, duidt er ook op dat New Ways zich ervan bewust was dat een melding omtrent een te laag oliepeil niet zomaar genegeerd kan worden. Vervolgens heeft de medewerker van [geïntimeerde] volgens New Ways in dat telefoongesprek medegedeeld dat de auto naar een BMW dealer in [plaats] moest worden gebracht, indien de melding na het bijvullen met motorolie weer zou terug komen (volgens [geïntimeerde] is medegedeeld dat de auto direct naar de dealer moest worden gebracht voor controle). Ook op grond van die mededeling behoorde New Ways zich te realiseren dat het terugkeren van de melding betreffende het oliepeil kon duiden op een serieus probleem dat nader onderzoek van de motor bij de dealer vereiste. Dit temeer nu er toen de tweede melding verscheen relatief weinig tijd was verstreken sinds het telefoongesprek in maart 2018. Dat die mededeling van [geïntimeerde] intern door New Ways wellicht niet goed is doorgegeven aan [persoon A] is een omstandigheid die voor risico van New Ways komt.

3.19

Gezien de frequentie waarmee de meldingen terugkwamen, de ernst van de melding en de risico’s die zijn verbonden aan het rijden met een te laag oliepeil, had het op de weg van New Ways gelegen om de auto na de tweede melding betreffende het oliepeil op 3 april 2018 dan wel in ieder geval na de derde melding op 6 april 2018 voor onderzoek naar de dealer te brengen. Nu het los zitten van de carterplug een relatief makkelijk te ontdekken gebrek is, mag er vanuit worden gegaan dat de oorzaak van het telkens teruglopen van het motoroliepeil in dat geval door de dealer zou zijn gevonden en verholpen, zoals [geïntimeerde] onweersproken heeft gesteld (bijv 3.10 mva). In dat geval was de schade aan de motor niet ingetreden. De omstandigheid dat de loszittende carterplug op of omstreeks 8 april 2018 uiteindelijk volledig uit het carter is gedraaid, waardoor de aanwezige olie in korte tijd volledig uit de motor is weggelekt en de motor vervolgens ernstig is beschadigd, is daarom niet alleen een gevolg van het feit dat de carterplug ten tijde van de levering van de auto aan New Ways niet volledig was aangedraaid, maar ook van het feit dat New Ways niet adequaat op de meldingen betreffende het oliepeil heeft gereageerd. Gezien de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten en de omstandigheid dat bij een adequate reactie van New Ways de schade in het geheel niet zou zijn ingetreden, vervalt de vergoedingsplicht van [geïntimeerde] geheel.

3.20

Uit het voorgaande volgt derhalve dat het verweer van [geïntimeerde] slaagt en dat ook in hoger beroep de vorderingen van New Ways zullen worden afgewezen. Dat brengt mee dat ook grief III, die ziet op de proceskostenveroordeling in eerste aanleg, faalt. Het hof zal de beslissing van de rechtbank, onder verbetering van gronden, bekrachtigen. New Ways zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die aan de zijde van [geïntimeerde] worden begroot op € 2.071,00 aan griffierecht en op € 2.884,00 aan salaris van de advocaat.

4 De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond van 15 januari 2020 onder verbetering van gronden;

veroordeelt New Ways in de kosten van de procedure in hoger beroep die aan de zijde van [geïntimeerde] worden begroot op € 2.071,00 aan griffierecht en op € 2.884,00 aan salaris van de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. J.J. Verhoeven, J.J.M. van Lanen en J.G.J Rinkes en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 augustus 2022.

griffier rolraadsheer