Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2022:1714

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-05-2022
Datum publicatie
09-06-2022
Zaaknummer
20-002735-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gepubliceerd in verband met cassatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002735-18

Uitspraak : 23 mei 2022

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zitting houdende te 's-Hertogenbosch, van 8 augustus 2018 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 01-024133-17 en 01-007058-18, 01-008285-18, 01-010331-18, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, parketnummers 01-080166-15 en 01-845917-15, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres 1]

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als

  • -

    ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd’ (parketnummer 01-024133-17 feit 1 en parketnummer 01-008285-18 feit 1);

  • -

    ‘poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd’ (parketnummer 01-024133-17 feit 2);

  • -

    ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking’ (parketnummer 01-010331-18 feit 1);

  • -

    ‘poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, meermalen gepleegd’ (parketnummer 01-010331-18 feiten 2 en 3 en parketnummer 01-008285-18 feit 3);

  • -

    ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking’ (parketnummer 01-010331-18 feiten 4 en 5);

  • -

    ‘diefstal’ (parketnummer 01-007058-18 en parketnummer 01-008285-18 feit 2);

  • -

    ‘diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, meermalen gepleegd’ (parketnummer 01-008285-18 feit 1);

de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van de straffen voor zover gewezen onder de parketnummers 01-845917-15 en 01-080166-15 te weten een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken. Tevens is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen. Voorts heeft de rechtbank bij oplegging van de straf rekening gehouden met één van de ad info feiten.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

De rechtbank heeft de vordering van de [benadeelde partij 3] toegewezen tot een bedrag van € 801,14 en de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft niet te kennen gegeven de vordering in volle omvang in hoger beroep te willen handhaven. Derhalve is de vordering, voor zover deze meer beloopt dan het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 801,14, thans niet aan de orde.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen.

Namens de verdachte is vrijspraak bepleit voor de feiten waarvoor geen verder steunbewijs aanwezig is alsmede de poging tot inbraak in de auto van de [benadeelde partij 5] . Voorts is een strafmaatverweer vervoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het bestreden vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 01-024133-17:

1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 december 2016 tot en met 25 december 2016 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) auto('s) heeft weggenomen een hoeveelheid kleingeld en/of drie, althans één of meer zonnebril(len) en/of een bluetooth headset met bijbehorende oplader en/of een afstandsbediening speedgate en/of een festool boormachine , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid kleingeld en/of drie, althans één of meer zonnebril(len) en/of bluetooth headset met bijbehorende oplader en/of afstandsbediening speedgate en/of festool boormachine onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 december 2016 tot en met 25 december te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] . ( [naam 1] ) en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] ( [naam 2] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, te weten door het inslaan van een (auto)ruit terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 01-008285-18 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 30 mei 2017 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de/een [parkeergarage 1] , gelegen aan de [straat 1] en/of [straat 2] , in/uit

- een auto (merk Toyota Yaris) een portemonnee met inhoud (ongeveer 15 euro), en/of

- een auto (merk Citroen) een geldbedrag (ongeveer 3 euro), en/of

- een auto (merk BMW) een geldbedrag (ongeveer 5 euro),

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft weggenomen, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen portemonnee (met inhoud) en/of geldbedrag(en) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.
hij op of omstreeks 30 mei 2017 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (met fietstas), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.
hij op of omstreeks 29 mei 2017 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening om in/uit één of meer (personen)auto's, staande in de/een [parkeergarage 1] , gelegen aan de [straat 1] en/of [straat 2] , geld en/of goederen van zijn, verdachtes, gading in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan (een) ander(en) toebehoorde(n), te weten aan [benadeelde partij 4] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [benadeelde partij 6] en/of [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een anderen dan aan verdachte, weg te nemen, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 01-010331-18 (gevoegd):

1.
hij op of omstreeks 9 februari 2017 te 's-Hertogenbosch in/uit een personenauto (merk Opel, type Corsa), staande in een parkeergarage, gelegen aan het [parkeergarage 2] , een TomTom (XXL), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 19] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen TomTom (XXL) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;


hij op of omstreeks 9 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, een goed te weten een TomTom (XXL) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.
hij op of omstreeks 9 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in / uit één of meer (personen)auto's, staande in een parkeergarage, gelegen aan het [parkeergarage 2] , geld en/of goederen van zijn, verdachtes, gading, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan (een) ander(en) toebehoorde(n), te weten aan [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [benadeelde partij 5] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld en/of goed(eren), onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door met voormeld oogmerk voornoemde parkeergarage binnen te gaan en/of een of meerdere portierruit(en) en/of een bestuurdersportier van de in die parkeergarage staande personenauto('s) te vernielen en/of te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.
hij op of omstreeks 9 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in / uit één of meer (personen)auto's, staande in een parkeergarage, gelegen aan de [straat 3] , geld en/of goederen van zijn, verdachtes, gading, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan (een) ander(en) toebehoorde(n), te weten aan [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] , weg te nemen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld en/of goed(eren), onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door met voormeld oogmerk een slot van de centrale toegangsdeur te forceren en/of voornoemde parkeergarage binnen te gaan en/of toen aldaar een of meerdere ruiten van voornoemde personenauto('s) te vernielen en/of te forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.
hij op of omstreeks 9 februari 2017 te 's-Hertogenbosch in/uit een personenauto (merk Mini, type Clubman Cooper)), staande in een parkeergarage, gelegen aan de [straat 3] , een tablet (merk Apple Ipad Air), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen tablet onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.
hij op of omstreeks 21 januari 2017 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, in/uit een personenauto (merk Volvo), staande in een (afgesloten) parkeergarage, gelegen aan [straat 4] , een autoradio, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 27] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen autoradio onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Zaak met parketnummer 01-007058-18 (gevoegd):

hij op of omstreeks 26 april 2017 te Vlijmen, gemeente Heusden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (dames)fiets (merk Trek), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-024133-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 01-007058-18 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij:

Zaak met parketnummer 01-024133-17:

1.
op tijdstippen in de periode van 24 december 2016 tot en met 25 december 2016 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit auto's heeft weggenomen drie zonnebrillen en een bluetooth headset met bijbehorende oplader en een afstandsbediening speedgate en een festool boormachine, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die drie zonnebrillen en bluetooth headset met bijbehorende oplader en afstandsbediening speedgate en festool boormachine onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

2.
op tijdstippen in de periode van 17 december 2016 tot en met 25 december te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen, toebehorende aan [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 1] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] ( [naam 1] ) en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] ( [naam 2] ), en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, (telkens) een autoruit heeft ingeslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 01-008285-18 (gevoegd):

1.
op 30 mei 2017 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in de [parkeergarage 1] , gelegen aan de [straat 1] en/of [straat 2] , in/uit

- een auto, Toyota Yaris, een portemonnee met inhoud, ongeveer 15 euro, en

- een auto, merk Citroen, een geldbedrag, ongeveer 3 euro, en

- een auto, merk BMW, een geldbedrag, ongeveer 5 euro,

toebehorende aan [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] , heeft weggenomen, waarbij verdachte zich telkens de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen portemonnee met inhoud en geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.
op 30 mei 2017 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets met fietstas, toebehorende aan [slachtoffer 16] ;

3.
omstreeks 29 mei 2017 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening om in/uit één of meer personenauto's, staande in de [parkeergarage 1] , gelegen aan de [straat 1] en/of [straat 2] , geld en/of goederen van zijn, verdachtes, dat/die aan anderen toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 4] en [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] en [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een anderen dan aan verdachte, weg te nemen, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 01-010331-18 (gevoegd):

1.primair
op of omstreeks 9 februari 2017 te ‘s-Hertogenbosch in/uit een personenauto, Opel, type Corsa, staande in een parkeergarage, gelegen aan het [parkeergarage 2] , een TomTom XXL, toebehorende aan [slachtoffer 19] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen TomTom XXL onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

2.
op of omstreeks 9 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in / uit personenauto's, staande in een parkeergarage, gelegen aan het [parkeergarage 2] , geld en/of goed(eren) van zijn, verdachtes, gading, dat/die aan anderen toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] en [benadeelde partij 5] , weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld en/of goed(eren), onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, door met voormeld oogmerk voornoemde parkeergarage binnen te gaan en ruiten en bestuurdersportier van de in die parkeergarage staande personenauto’s heeft vernield en/of geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.
op of omstreeks 9 februari 2017 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in / uit personenauto's, staande in een parkeergarage, gelegen aan de [straat 3] , geld en/of goederen van zijn, verdachtes, gading, dat/die toebehoorden aan [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] , weg te nemen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen geld en/of goed(eren), onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, met voormeld oogmerk een slot van de centrale toegangsdeur heeft geforceerd en voornoemde parkeergarage is binnen gegaan en toen aldaar ruiten van voornoemde personenauto’s heeft vernield en/of geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.
op of omstreeks 9 februari 2017 te ’s-Hertogenbosch in/uit een personenauto, Mini, type Clubman Cooper)), staande in een parkeergarage, gelegen aan de [straat 3] , een tablet (merk Apple Ipad Air), die aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen tablet onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

5.
op 21 januari 2017 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, in/uit een personenauto, merk Volvo, staande in een afgesloten parkeergarage, gelegen aan [straat 4] , een autoradio, die aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 27] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen autoradio onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Zaak met parketnummer 01-007058-18 (gevoegd):

op 26 april 2017 te Vlijmen, gemeente Heusden, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een damesfiets, merk Trek, toebehorende aan [slachtoffer 28] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Ten behoeve van de leesbaarheid van dit arrest zijn de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een bijlage bij dit arrest. Deze bijlage wordt aan het arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

I.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

II.

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van de feiten waarvoor geen steunbewijs aanwezig is alsmede het tenlastegelegde jegens [benadeelde partij 5] vrijspraak bepleit. Daartoe is – op gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – in de kern het volgende aangevoerd.

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte niets meer weet van de tenlastegelegde feiten vanwege zijn mentale gesteldheid en de invloed van cocaïne in die periode. De verdediging stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van de tenlastegelegde feiten in zijn algemeenheid de verdachte dient te worden vrijgesproken ten aanzien van de feiten waarvan er geen direct bewijs voorhanden is. De betreffende modus operandi is volgens de verdediging niet dusdanig uniek dat gesteld kan worden dat alleen de verdachte gebruik maakt van deze modus operandi. Sterker nog, het is volgens de verdediging de meest voorkomende wijze om in een auto in te breken. Bij de inbraak in de auto van [benadeelde partij 5] is er sprake van een andere modus operandi. De enkele aanwezigheid van de verdachte in de nabije omgeving van de auto van [benadeelde partij 5] is volgens de verdediging onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

Juridisch kader

Artikel 358 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering verplicht de strafrechter – kortgezegd – te reageren op door of namens de verdachte uitdrukkelijk voorgedragen verweren en daarop in de uitspraak ex artikel 359 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering gemotiveerd te beslissen. In de rechtspraak is uitgemaakt dat wil het ingenomen standpunt de verplichting tot beantwoording scheppen, het standpunt duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie ten overstaan van de rechter naar voren dient te worden gebracht.

In onderhavige zaak wordt de verdachte verweten zich aan 10 voltooide auto-inbraken, 21 pogingen daartoe en 2 fietsendiefstallen te hebben schuldig gemaakt. De tenlastegelegde feiten zijn verdeeld over 4 dagvaardingen, 5 data en 5 verschillende parkeergarages. De verdachte heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat hij zich van de feiten nagenoeg niets meer kan herinneren en dat het meeste ervan wel kan kloppen. De raadsvrouw van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de tenlastegelegde feiten in zijn algemeenheid de verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten waarvoor geen direct bewijs voorhanden is. Desgevraagd heeft de raadsvrouw geantwoord niet te kunnen aangeven op welke van de 33 tenlastegelegde feiten dit verweer specifiek ziet. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat dit namens de verdachte naar voren gebrachte verweer niet als een uitdrukkelijk voorgedragen verweer ex artikel 358 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering kan worden aangemerkt en zal het hof dit verweer mitsdien voor het overige onbesproken laten.

Modus operandi

Ten aanzien van het verweer dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de poging in te breken in het voertuig van [benadeelde partij 5] vanwege de bij die inbraak in het voertuig gehanteerde methode, overweegt het hof het volgende. De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij bij het inbreken in voertuigen over het algemeen gebruik maakte van een schroevendraaier dan wel zijn eigen vuist. Tijdens de aanhouding van de verdachte op 9 februari 2017 werd onder hem een schroevendraaier in beslag genomen. Naar het oordeel van het hof staat als een kenmerkend onderdeel van de werkwijze van de verdachte vast dat hij steeds ingebroken heeft in voertuigen die gestald waren in diverse privé parkeergarages in Den Bosch. Vast staat ook dat gepoogd is om in te breken in het voertuig van [benadeelde partij 5] door de voordeur open te wrikken. Nu vaststaat dat de verdachte die nacht d.d. 9 februari 2017 in de [parkeergarage 2] te ‘s-Hertogenbosch, waar ook de auto van [benadeelde partij 5] stond geparkeerd, in meerdere voertuigen heeft opgebroken, dan wel heeft getracht in te breken, acht het hof de bij het voertuig van [benadeelde partij 5] gehanteerde inbraakmethode niet zodanig afwijkend dat op grond daarvan geoordeeld moet worden het een ander dan de verdachte is geweest die hiervoor verantwoordelijk is. Hetgeen de raadsvrouw heeft gesteld, te weten dat gelet op het moment van constatering d.d. 10 februari 2017 van de schade op een andere plek in de auto kan zijn ingebroken, schuift het hof als niet aannemelijk ter zijde, nu er geen enkel aanknopingspunt voor deze stelling in het dossier aanwezig is. Het verweer wordt in zijn geheel verworpen.

Overwegingen

De rechtbank heeft in het vonnis ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten het volgende overwogen (pagina 6 – 10):

Op meerdere momenten is ingebroken in een groot aantal auto’s die in afgesloten privé parkeergarages van appartementencomplexen stonden, te weten:

  • -

    in de nacht van 24 december 2016 op 25 december 2016 in de parkeergarage aan de [straat 8] en in de parkeergarage aan de [straat 5] / [straat 6] / [straat 7] , beide in ‘s-Hertogenbosch;

  • -

    op 21 januari 2017 in de parkeergarage van het appartementencomplex [straat 4] in Rosmalen;

  • -

    in de nacht van 8 februari 2017 op 9 februari 2017 in de parkeergarage aan [parkeergarage 2] en in de parkeergarage aan de [straat 3] , beide in ‘s-Hertogenbosch en

- in de nacht van 29 mei 2017 op 30 mei 2017 in de [parkeergarage 1] gelegen aan de [straat 1] / [straat 2] in ‘s-Hertogenbosch.

In totaal is in 31 auto’s ingebroken dan wel geprobeerd in te breken. Telkens – met uitzondering van de inbraak in de auto van [benadeelde partij 5] (01/010331-18 feit 2) – was sprake van eenzelfde werkwijze; een of meerdere zijruiten van de desbetreffende auto werd(en) ingetikt, waarna toegang tot de auto kon worden verkregen. Een aantal keren werd vervolgens via het kapotte raam de deur van binnenuit geopend. In 10 gevallen zijn daadwerkelijk goederen weggenomen; 21 keer is het bij een poging tot diefstal gebleven.

Verdachte heeft verklaard dat hij in parkeergarages in auto’s heeft ingebroken. In welke auto’s precies en wanneer dat was, weet hij niet meer. Hij heeft verklaard dat hij inbrak door met een schroevendraaier het raam kapot te maken; of door zijn vuist te gebruiken. Deze modus operandi is dezelfde als die bij de auto-inbraken of pogingen daartoe is gebruikt. In alle zaken is hiervan aangifte gedaan. Met betrekking tot het als proces verbaal van aangifte van [slachtoffer 27] (01/010331-18 feit 5,) in het dossier opgenomen stuk zal de rechtbank hierna nog aanvullend overwegen.

Daarnaast bevindt zich – kort samengevat – het volgende in de dossiers. Voor een volledige weergave wordt verwezen naar de bewijsbijlage.

* parkeergarage [straat 8] ‘s-Hertogenbosch (01/024133-17)

In de parkeergarage hingen camera’s. Verbalisanten hebben de camerabeelden bekeken die zijn gemaakt in de nacht van de auto-inbraken en hebben beschreven wat daarop te zien is. Op de beelden is een man te zien. Deze man is door verbalisanten herkend als verdachte. Verdachte kijkt bij meerdere auto’s naar binnen en te zien is dat hij in de auto van [slachtoffer 1] inbreekt.

* parkeergarage [straat 5] / [straat 6] / [straat 7] te ‘s-Hertogenbosch (01/024133-17)

In dezelfde nacht als waarin de inbraken in auto’s in de parkeergarage aan de [straat 8] plaatsvonden, is in deze parkeergarage in meerdere auto’s ingebroken. Ook in deze parkeergarage hingen camera’s. Op de beelden is te zien dat een man de parkeergarage in komt lopen. Verdachte heeft verklaard dat hij degene is die op de beelden te zien is. Te zien is dat verdachte naar een auto loopt, naar binnen kijkt en weer verder loopt, waarna hij uit beeld verdwijnt. Enkele minuten later is te zien dat de alarmlichten van een personenauto knipperen en kort daarna komt verdachte uit de richting van die auto lopen. Al lopend maakt verdachte een beweging alsof hij iets in zijn mouw stopt.

Enkele dagen eerder, op 18 december 2016, is ook in een auto in die parkeergarage ingebroken. Ook van die datum zijn camerabeelden. Ook op die beelden is een man te zien, die door verbalisanten wordt herkend als verdachte; verdachte heeft verklaard dat hij degene is die op de beelden te zien is. Te zien is dat verdachte de parkeergarage betreedt. Hij legt vervolgens een mat tussen de deur om te voorkomen dat de toegangsdeur dicht valt. Verdachte loopt vervolgens tussen de auto’s door en verdwijnt uit beeld. Te zien is dat hij tien minuten later de parkeergarage verlaat. Weer tien minuten later betreedt hij opnieuw de parkeergarage. Hij loopt weer richting de geparkeerde auto’s, verdwijnt uit beeld en komt later weer tussen de geparkeerde auto’s - om zich heen kijkend - in beeld, waarna hij wederom de parkeergarage verlaat. Verdachte heeft verklaard dat hij twee keer in die parkeergarage heeft ingebroken.

* parkeergarage van appartementencomplex [straat 4] Rosmalen (01/010331-18 feit 5)

Van deze parkeergarage zijn geen camerabeelden beschikbaar; wel zijn beelden beschikbaar van camera’s die bij de toegangsdeur van het appartementencomplex hingen. Op die beelden is - blijkens de omschrijving - te zien dat op 21 januari 2017 om 01.17 uur een man naar de toegangsdeur loopt en vervolgens enige tijd met het slot van die deur bezig is. Verdachte heeft bekend dat hij dit was en dat hij het slot van deze deur heeft geforceerd. Te zien is dat verdachte vervolgens het gebouw betreedt en via de trap naar beneden - naar de parkeergarage - gaat. Na ongeveer tien minuten komt verdachte de trap weer opgelopen en lijkt het alsof hij iets onder zijn jas heeft verstopt; zijn jas steekt namelijk verder naar voren uit dan daarvoor. In die parkeergarage is in die nacht ingebroken in de auto van [slachtoffer 27] , waarbij zijn autoradio is gestolen.

* [parkeergarage 2] en [straat 3] ‘s-Hertogenbosch (01/010331-18)

Hiervan zijn geen camerabeelden. Echter, de toegang tot de privé parkeergarage van het [parkeergarage 2] is op dezelfde wijze verschaft als bij de parkeergarage in Rosmalen; namelijk middels het forceren van het slot van de toegangsdeur van het appartementencomplex, waarna via het appartementencomplex de toegang tot de parkeergarage kon worden verkregen. Een verbalisant heeft de schade aan de toegangsdeur bekeken en zag duidelijk dat deze met een schroevendraaier met een platte kop was veroorzaakt. Verdachte is die nacht van de inbraken aangetroffen op de [straat 3] , in de buurt van voornoemde parkeergarages. Hij was in het bezit van de TomTom die in de parkeergarage aan het [parkeergarage 2] uit een auto was gestolen. Ook was verdachte in het bezit van een schroevendraaier met een platte kop; een voorwerp waarmee het slot van de parkeergarage aan het [parkeergarage 2] was geforceerd, én een voorwerp dat verdachte blijkens zijn verklaring ter terechtzitting in algemene zin gebruikt als inbrekerswerktuig. Onder de schoenen van verdachte werden bovendien glassplinters aangetroffen. Verbalisanten hebben vervolgens stukjes glas veiliggesteld van kapotte ruiten van een aantal auto’s waarin was ingebroken in de parkeergarages aan het [parkeergarage 2] en de [straat 3] te ‘s-Hertogenbosch. Het NFI heeft het glas dat onder schoenen van verdachte zat vergeleken met het glas van die kapotte autoruiten. Het NFI heeft geconcludeerd dat het extreem veel waarschijnlijker is dat het glas dat onder de schoenen van verdachte zat afkomstig was van die autoruiten dan dat het afkomstig was van willekeurig ander glas.

* [parkeergarage 1] , aan de [straat 1] / [straat 2] (01/008285-18)

In deze parkeergarage hingen wel camera’s. Deze beelden zijn door een verbalisant beschreven en bekeken. Beschreven is dat de toegangsdeur naar de garage wordt geopend. Dit gaat niet op een normale manier, maar niet de nodige haperingen. Net voordat de deur geheel opendraait is een voorwerp te zien dat op een schroevendraaier of priem lijkt. Vervolgens komt een man de parkeergarage binnen, die door verbalisant wordt herkend als verdachte. Verdachte kijkt rond. Hij gaat naar een auto en rommelt wat bij deze auto. Daarna neemt hij plaats in deze auto. Deze auto blijkt de auto van [benadeelde partij 3] te zijn. Daarna is verdachte bij de auto van [slachtoffer 14] te zien. Deze auto wordt met een aantal duwbewegingen achteruit gerold. Vervolgens gaat verdachte weer naar een andere auto, doet hij wat bij die auto en gaat hij in die auto zitten.

Op enig moment komt verdachte met een fiets in beeld - de fiets van [slachtoffer 16] (feit 2) - en verlaat hij de parkeergarage.

De rechtbank acht alle ten laste gelegde auto-inbraken, zowel de voltooide als de pogingen. wettig en overtuigend bewezen. Dus ook de inbraken die niet op beeld zijn vastgelegd of waarvan geen glas van de autoruit onder de schoenen van verdachte is aangetroffen en waar geen direct bewijs tegen verdachte is. Verdachte is namelijk wel bij al die feiten omstreeks het tijdstip waarop de inbraken telkens in de desbetreffende parkeergarage hebben plaatsgevonden, op basis van camerabeelden of technisch bewijs (glasonderzoek) te plaatsen op de plaats van het delict: de privé parkeergarages. waar verdachte niets te zoeken had.

Bovendien is bij alle inbraken - op één na. die in de auto van [benadeelde partij 5] (01/010331-18 feit 2) - sprake van eenzelfde modus operandi.

Aan een aantal inbraken is verdachte direct, door camerabeelden of het glas onder zijn schoenen, te linken. Gelet op het directe bewijs voor die inbraken, het geheel en de samenhang van de feiten, alsmede gezien het feit dat telkens sprake is van dezelfde modus operandi - die ook nog eens verdachtes modus operandi is - alsmede de verklaring van verdachte dat hij in die tijd geld nodig had, heeft ingebroken in auto’s en in parkeergarages is geweest, acht de rechtbank alle ten laste gelegde auto-inbraken en pogingen daartoe bewezen. Slechts bij de poging tot inbraak in de auto van [benadeelde partij 5] is sprake van een andere modus operandi. Echter, gezien het feit dat verdachte wel ten tijde van de inbraak in de onmiddellijke nabijheid van de plaats delict is te plaatsen, acht de rechtbank ook die inbraak bewezen. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte alle in de tenlastelegging genoemde goederen heeft gestolen, niet uitzondering van het kleingeld genoemd in de tenlastelegging van 0 1-024133-17, feit 1 met betrekking tot de zaken van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] . [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . Dat verdachte heeft verklaard dat hij enkel wat kleingeld uit auto’s wegnam maar geen andere goederen, leidt naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de auto’s van voornoemde personen niet tot een bewezenverklaring op dit onderdeel, nu zij geen aangifte hebben gedaan van diefstal van kleingeld uit hun respectievelijke auto’s. De rechtbank heeft deze verklaring van verdachte in zoverre opgevat als een verklaring in meer algemene zin dat hij uit auto’s daadwerkelijk heeft gestolen. Een aantal aspecten - al dan niet in het licht van de gevoerde verweren - vragen om een nadere overweging, die de rechtbank hierna zal geven.

* Diefstal of heling van de Tomtom? (01/010331-18 feit 1)

Met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 01/01033 1-18 onder 1 ten laste gelegde overweegt de rechtbank voorts nog liet volgende. Verdachte is - zoals eerder weergegeven - niet een uit de auto van [slachtoffer 19] gestolen Tomtom en voedingskabel voor die Tomtom, alsmede met een steun voor een gsm en voedingskabel voor een gsm aangetroffen. Verdachte heeft een verklaring daarover afgelegd. Bij zijn staande houding heeft hij verklaard dat het zijn eigen navigatiesysteem de rechtbank begrijpt: Tomtom betrof, en dat dit kapot was, het niet meer deed. Al direct (na aansluiting in de politieauto) bleek vervolgens dat de Tomtom gewoon opstartte, met als openingsscherm de naam van de eigenaar, [slachtoffer 19] . Daarna verklaarde verdachte op 9 februari 2017 dat hij het navigatiesysteem de nacht ervoor na 01:00 uur had geleend van een kennis van wie hij de naam niet wil noemen; die kennis had hem opgehaald, hij is bij die kennis op bezoek geweest en toen heeft hij dat navigatiesysteem geleend. Bij de rechter-commissaris verklaarde verdachte vervolgens op 10 februari 201 7 dat hij dat systeem heeft overgenomen van iemand, die Vito heet, en die hij al een tijdje niet gezien had. Hij had nog € 75 van Vito tegoed en heeft in plaats daarvan het navigatiesysteem gekregen. Daarna verklaarde verdachte op 11 februari 2017 dat hij het navigatiesysteem heeft afgepakt van een jongen die [naam 3] of [naam 4] heet, omdat hij nog € 75 tegoed had, Hij had dat gedaan bij de [tankstation], en was daarna doorgefietst. De rechtbank acht deze zeer wisselende verklaringen ongeloofwaardig en schuift deze terzijde. De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte om 04.3 0 uur, kort na de inbraak in de auto van [slachtoffer 19] , is aangetroffen met alle goederen die uit die auto waren gestolen. in de nabijheid van de parkeergarage waar die auto stond. De rechtbank merkt hierbij nog op - afgezet tegen de verklaringen van verdachte - dat verdachte het steeds had over een navigatiesysteem, terwijl hij tevens een gsm steun en gsm voedingskabel bij zich had, zaken die op zich niets van doen hebben met een Tomtom. Gelet hierop. in combinatie met hetgeen eerder over de modus operandi en de samenhang met de andere auto-inbraken is overwogen, acht de rechtbank bewezen dat het verdachte was die de spullen kort daarvoor uit de auto van [slachtoffer 19] heeft gestolen. De rechtbank acht het primair ten laste gelegde dan ook bewezen.

* ‘Aangifte’ van [slachtoffer 27] (01/010331-18)

In het dossier bevindt zich een ‘afschrift van aangifte’ van [slachtoffer 27] . Deze is echter niet door een verbalisant gedateerd en ondertekend. Het betreft dan ook geen in wettige vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte; het is een schriftelijk bescheid. De rechtbank ziet echter geen enkele aanleiding om aan de inhoud van dit schriftelijk bescheid te twijfelen en zal dit schriftelijk bescheid dan ook bezigen voor het bewijs. Op grond van dit stuk, alsmede gelet op alle overige bewijsmiddelen en de overwegingen van de rechtbank hieromtrent, acht de rechtbank voldoende bewijs aanwezig om tot een bewezenverklaring van de voltooide inbraak in de auto van [slachtoffer 27] te komen.

* Twee feitendiefstallen (01/007058-18 en 01/008285-18 feit 2)

Op grond van de in de bewijsbijlage weergegeven bewijsmiddelen, acht de rechtbank deze twee fietsendiefstallen ook wettig en overtuigend bewezen.

Het hof neemt deze overwegingen over en maakt deze tot de zijne en acht het tenlastegelegde bewezen. In hetgeen in hoger beroep door de raadsvrouw is aangevoerd ziet het hof geen reden om tot een ander oordeel te komen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 01-024133-17 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 01-024133-17 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 1 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Het in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 3 bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming.

Het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 2 bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en of verbreking, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 3 bewezenverklaarde levert op:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, meermalen gepleegd.

Het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 4 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 5 bewezenverklaarde levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Het in de zaak met parketnummer 01-007058-18 bewezenverklaarde levert op:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Door de verdediging is bepleit aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf al dan niet in combinatie met een taakstraf van maximaal 240 uren op te leggen gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en in verband met de gewijzigde wetgeving in het kader van de wet straffen en beschermen.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich in een periode van een half jaar schuldig gemaakt aan 10 voltooide auto-inbraken, 21 pogingen daartoe en 2 fietsendiefstallen. Door aldus te handelen heeft de verdachte telkens inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van anderen en heeft hij veel slachtoffers gemaakt. De door de verdachte gepleegde misdrijven zijn ernstige feiten die voor veel overlast zorgen bij de benadeelde partijen.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof gelet op de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 18 februari 2022 waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor onder meer vermogensdelicten en dat sprake is van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Door en namens de verdachte is aangevoerd dat de verdachte in de afgelopen vijf jaar zijn leven heeft gebeterd, hij is afgekickt en voor zijn vrouw en kinderen zorgt. De verdachte heeft samen met zijn vrouw een grote schuld openstaan en is middels bewindvoering bezig om dit af te lossen.

Ondanks het feit dat het hof oog heeft voor de gewijzigde persoonlijke omstandigheden bij de verdachte en de goede weg die hij is opgeslagen, acht het hof gelet op de veelheid van strafbare feiten de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Redelijke termijn

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn bij de behandeling in eerste aanleg niet is overschreden.

De aanvang van de termijn in hoger beroep stelt het hof vast op de datum waarop namens verdachte hoger beroep is ingesteld, te weten 21 augustus 2018. Het einde van de termijn stelt het hof op 23 mei 2022, de datum waarop het hof arrest zal wijzen. Daarmee is de redelijke termijn in hoger beroep, die voor deze fase doorgaans op twee jaren wordt gesteld, overschreden.

Zonder schending van de redelijke termijn zou een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn is geschonden, zal worden volstaan met het opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 17 maanden met aftrek van voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vorderingen tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie te Oost-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, opgelegd bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 15 juni 2016 onder 01-845917-15. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Voorts heeft de officier van justitie te Oost-Brabant de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, opgelegd bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juli 2015 onder 01-080166-15. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De verdediging heeft bepleit om de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen gelet op de gewijzigde omstandigheden van de verdachte en het gegeven dat hij nadien niet meer voor soortgelijke delicten in aanraking is gekomen met politie en justitie.

Het hof is ten aanzien van de vorderingen tot tenuitvoerlegging van oordeel dat, nu gebleken is dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan meerdere strafbare feiten schuldig heeft gemaakt, de tenuitvoerleggingen van de voorwaardelijk opgelegde straffen dient te worden gelast. Een voorwaardelijke straf geldt als een waarschuwing om een verdachte te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten. Verdachte heeft die waarschuwing niet opgevolgd en zal dus nu ook de consequenties daarvan moeten ondergaan.

Vorderingen van de [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 4] en [benadeelde partij 5]

Algemene overwegingen

Wettelijke rente

Het hof van oordeel dat de door de benadeelde partijen gevorderde wettelijke rente toegewezen dient te worden. De toe te wijzen wettelijke rente (bij de vordering en/of de schadevergoedingsmaatregel) zal telkens nader worden vermeld in het dictum en niet bij de bespreking van de vorderingen van de benadeelde partijen aan de orde worden gesteld.

Veroordeling proceskosten

Het hof zal, voor zover de vorderingen toewijsbaar zijn, de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt (en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken), tot op heden begroot op nihil.

Vordering van de [benadeelde partij 1]

De [benadeelde partij 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 321,69 bestaande uit de kosten voor de vervanging van de kapotgeslagen autoruit.

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

De verdediging heeft bepleit dat onduidelijk of deze kosten reeds door de verzekering zijn vergoed. De verdediging is van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd en dat de vordering dient te worden gematigd naar een bedrag van €75,00 en de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de [benadeelde partij 1] als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Als bewijsstuk voor deze schade heeft de benadeelde partij een factuur op naam van [benadeelde partij 1] voor de auto met het [kenteken] overgelegd ter hoogte van €321,69. Daarmee is naar het oordeel van het hof vast komen te staan dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden. Het is vervolgens aan de benadeelde partij zelf om de schade al dan niet te laten vergoeden door de verzekeraar. Nu uit de stukken niet volgt dat het bedrag reeds door de verzekering is vergoed, gaat het hof ervan uit dat de benadeelde partij zelf heeft opgedraaid voor de kosten. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Vordering van de [benadeelde partij 2]

De [benadeelde partij 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 75,00 aan eigen risico.

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden voor een bedrag van € 75,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Vordering van de [benadeelde partij 3]

De [benadeelde partij 3] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.602,28. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 801,14 bestaande uit reparatiekosten. In het overige deel is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering waardoor slechts het toegewezen deel van rechtswege aan het oordeel van het hof voorligt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de [benadeelde partij 3] als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot voormeld bedrag van € 801,14. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Vordering van de [benadeelde partij 4]

De [benadeelde partij 4] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 75,00 aan eigen risico.

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de [benadeelde partij 4] als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden voor een bedrag van € 75,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Vordering van de [benadeelde partij 5]

De [benadeelde partij 5] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 1.072,20.

Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

De verdediging heeft bepleit dat de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu de vordering onvoldoende is onderbouwd. De benadeelde partij heeft weliswaar een pro forma factuur overgelegd ter onderbouwing van de schade, doch is niet duidelijk of de benadeelde partij deze schade daadwerkelijk tegen deze kosten heeft laten repareren en of een deel van de gemaakte kosten is vergoed door de verzekering. Subsidiair is verzocht om de vordering te matigen tot een bedrag van € 75,00 en de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de [benadeelde partij 5] als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Dat de benadeelde partij ter onderbouwing een pro formafactuur heeft overgelegd maakt naar het oordeel van het hof niet dat de vordering daardoor onvoldoende is onderbouwd. Door het schadebedrijf is namelijk de schade vastgesteld op een bedrag van € 1.072,20. Dit is dan ook de schade die de benadeelde partij heeft geleden. Het is vervolgens aan de benadeelde partij zelf om de schade al dan niet te laten vergoeden door de verzekeraar of daadwerkelijk te doen herstellen. Nu uit de stukken niet volgt dat het bedrag reeds door de verzekering is vergoed, gaat het hof ervan uit dat de benadeelde partij zelf heeft opgedraaid voor de kosten. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Schadevergoedingsmaatregelen

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde partij 1] is toegebracht tot een bedrag van € 321,69. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde partij 2] is toegebracht tot een bedrag van € 75,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde partij 3] is toegebracht tot een bedrag van € 801,14. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde partij 4] is toegebracht tot een bedrag van € 75,00. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde partij 5] is toegebracht tot een bedrag van € 1.072,20. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte maatregelen tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormelde bedragen, vermeerderd telkens met de wettelijke rente vanaf 30 december 2016 ([benadeelde partij 1]), 28 december 2016 ([benadeelde partij 2]), 6 juni 2017 ([benadeelde partij 3] )[benadeelde partij 3] 7 juni 2017 (De [benadeelde partij 4]en 16 februari 2017 (Verkaart)[benadeelde partij 5]tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoedingen aan de slachtoffers bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Vordering van de benadeelde [benadeelde partij 6]

benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 350,00 voor de aanschaf van een Batavus fiets. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit de aangifte van T.[benadeelde partij 6] dat Soeters [benadeelde partij 6] de eigenaar is van de auto waarin de verdachte heeft getracht in te breken door het inslaan van een ruitje. Nu de auto toebehoort aan de moeder van de vriendin van Soeters [benadeelde partij 6] kan Soeters [benadeelde partij 6] niet redelijkerwijs als belanghebbende worden aangemerkt. Voorts is het hof van oordeel dat uit de stukken onvoldoende blijkt wat het causale verband is tussen de aanschaf van een Batavus fiets en het bewezenverklaarde feit, te weten een poging tot inbraak in een auto.

Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 01-024133-17 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 en in de zaak met parketnummer 01-007058-18 tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 (zeventien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juli 2015, parketnummer 01-080166-15, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 15 juni 2016, parketnummer 01-845917-15, te weten van: gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde partij 1].[benadeelde partij 1] zake van het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 321,69 (driehonderdeenentwintig euro en negenenzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2016 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd M.[benadeelde partij 1] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 2 bewezenverklaarde, een bedrag te betalen van € 321,69 (driehonderdeenentwintig euro en negenenzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2016 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 6 (zes) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde partij 2].[benadeelde partij 2] zake van het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 75,00 (vijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2016 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd J.[benadeelde partij 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 2 bewezenverklaarde, een bedrag te betalen van € 75,00 (vijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2016 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 1 (één) dag kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde partij 3].[benadeelde partij 3] zake van het in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 801,14 (achthonderdéén euro en veertien cent) ter zake van materiële schade;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd F.[benadeelde partij 3] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 3 bewezenverklaarde, een bedrag te betalen van € 801,14 (achthonderdéén euro en veertien cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2017 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 16 (zestien) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde partij 4].[benadeelde partij 4] zake van het in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 75,00 (vijfenzeventig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2017 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd P.[benadeelde partij 4] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-008285-18 onder 3 bewezenverklaarde, een bedrag te betalen van € 75,00 (vijfenzeventig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2017 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 1 (één) dag kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde partij 5].[benadeelde partij 5] zake van het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.072,20 (duizend tweeënzeventig euro en twintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2017 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd N.[benadeelde partij 5] ter zake van het in de zaak met parketnummer 01-010331-18 onder 2 bewezenverklaarde, een bedrag te betalen van € 1.072,20 (duizend tweeënzeventig euro en twintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2017 tot aan de dag der voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 20 (twintig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

verklaart de benadeelde [benadeelde partij 6].[benadeelde partij 6]-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door:

mr. R. Lonterman, voorzitter,

mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. B. Stapert, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,

en op 23 mei 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.