Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:949

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-03-2021
Datum publicatie
29-03-2021
Zaaknummer
20-003113-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2018:4643, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

veroordeling tot 20 jaar gevangenisstraf ter zake van poging tot doodslag, poging tot moord, verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, opzettelijke wederrechtelijke vrijheidsberoving en verboden wapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2021-0292
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-003113-18

Uitspraak : 29 maart 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 24 september 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-865000-18 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

thans verblijvende in Vught PPC te Vught.

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de aan verdachte ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en zal kwalificeren overeenkomstig de beslissingen van de rechtbank en verdachte ter zake van deze feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 jaar, met aftrek van voorarrest. Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen heeft de advocaat-generaal eveneens gevorderd dat het hof de beslissingen zal overnemen van de rechtbank met dien verstande dat de mobiele telefoon van verdachte dient te worden onttrokken aan het verkeer in plaats van verbeurdverklaard. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof evenals de rechtbank de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder feit 1 (telkens impliciet primair) ten laste gelegde poging tot moord, de onder feit 2 ten laste gelegde verkrachting en de onder feit 4 ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving. De raadsman heeft te kennen gegeven dat het hof ten aanzien van de feiten 3 en 5 tot een bewezenverklaring kan komen.

Voorts heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd. De raadsman heeft het hof verzocht de vordering van de benadeelde partij ter zake van immateriële schade te matigen ingeval van vrijspraak van de hiervoor genoemde strafbare feiten, zoals door de verdediging bepleit.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:

1.
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 (op de [straatnaam] ) te Steenbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven,

- [het slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes, in het gezicht en/of de hals/keel en/of nek, althans in het lichaam, heeft gesneden en/of gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 (in de woning aan de [adres] ) te Steenbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven,

- [het slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes, in het gezicht en/of de hals/keel en/of nek, althans in het lichaam, heeft gesneden en/of gestoken,

- [het slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of (gedurende enige tijd) (met kracht) (in) die keel/hals heeft (dicht)geknepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door:

- [slachtoffer] van haar vrijheid te beroven door haar in zijn, verdachtes, woning, te houden met de deur (welke (verdere) vrije doorgang naar buiten de woning zou verschaffen) op slot, en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan op/tegen enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en/of

- het meermalen, althans eenmaal, knijpen in enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en/of

- [het slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, bij de keel/hals vast te pakken en/of (gedurende enige tijd) (met kracht) (in) die keel/hals te (dicht te) knijpen, en/of

- [het slachtoffer] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen, en/of

- [het slachtoffer] mondeling toe te voegen 'Schiet ik jou dood als het moet' en/of 'Ga je doen wat ik zeg, ja of nee, knipper maar met je ogen' en/of 'Pijpen' en/of 'Ik wil jouw kut' en/of 'Ik wil seksen' en/of 'Geen tegenstand', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- met verdachtes fysieke en/of psychische overwicht een voor [het slachtoffer] bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [het slachtoffer] , te weten het (telkens) duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of mond van [het slachtoffer] ;

3.
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten door:

- [slachtoffer] van haar vrijheid te beroven door haar in zijn, verdachtes, woning, te houden met de deur (welke (verdere) vrije doorgang naar buiten de woning zou verschaffen) op slot, en/of

- het meermalen, althans eenmaal, slaan op/tegen enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en/of

- het meermalen, althans eenmaal, knijpen in enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en/of

- [het slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, bij de keel/hals vast te pakken en/of (gedurende enige tijd) (met kracht) (in) die keel/hals te (dicht te) knijpen, en/of

- [het slachtoffer] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen, en/of

- [het slachtoffer] mondeling toe te voegen 'Schiet ik jou dood als het moet' en/of 'Ga je doen wat ik zeg, ja of nee, knipper maar met je ogen' en/of 'Geen tegenstand' en/of 'Vinger in je kut!' en/of 'Ik wil dat je je eigen vingert. Nu! Vingeren!', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- met verdachtes fysieke en/of psychische overwicht een voor [het slachtoffer] bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het (telkens) door [het slachtoffer] laten duwen/brengen van één of meer vinger(s) in de vagina van zichzelf, [slachtoffer] ;

4.
hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door [het slachtoffer] :

- op de bijrijdersstoel van haar eigen voertuig te duwen/plaatsen, althans plaats te laten nemen, en/of gedurende enig tijd in bovengenoemd voertuig te gaan rijden, en/of

- ( vervolgens) in zijn, verdachtes, garage (van waar uit de woning van verdachte direct te bereiken is) te trekken en/of duwen, althans te geleiden en/of gedurende enige tijd in die garage op te houden, en/of

- ( vervolgens) in zijn verdachtes slaapkamer te trekken en/of duwen, althans te geleiden en/of de deur van die slaapkamer, althans enige deur die een (verdere) vrije doorgang naar buiten de woning zou verschaffen, op slot te doen en/of gedurende enige tijd op slot te houden, en/of

- [het slachtoffer] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes te tonen, en/of

- [het slachtoffer] mondeling toe te voegen 'Schiet ik jou dood als het moet' en/of (nadat [het slachtoffer] aan verdachte vroeg of ze naar de wc mocht) 'Als je me dat nog één keer vraagt he, dan maak ik je af!', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- ( nadat [het slachtoffer] de woning was ontvlucht) [het slachtoffer] (onder bedreiging met een mes) terug in zijn, verdachtes, (afgesloten) woning te trekken en/of duwen, althans te geleiden en/of gedurende enige tijd in die (afgesloten) woning op te houden;

5.
hij op of omstreeks 02 september 2017 te Steenbergen een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat dit voor bedreiging of afdreiging geschikt was, voorhanden heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof acht, zoals hierna zal worden overwogen, evenals de advocaat-generaal en de verdediging, niet bewezen dat verdachte de onder 1 impliciet primair ten laste gelegde poging tot moord op [slachtoffer] op de [straatnaam] te Steenbergen, heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij op 2 september 2017 (op de [straatnaam] ) te Steenbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven,

- [het slachtoffer] meermalen met een mes in het gezicht en de hals heeft gesneden en/of gestoken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

hij op 2 september 2017 in de woning aan de [adres] te Steenbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven,

- [het slachtoffer] meermalen met een mes, in de hals/keel en nek heeft gesneden en/of gestoken,

- [het slachtoffer] meermalen bij de keel/hals heeft vastgepakt en gedurende enige tijd met kracht die keel/hals heeft dichtgeknepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.
hij op 2 september 2017 te Steenbergen (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld, te weten door:

- [slachtoffer] van haar vrijheid te beroven door haar in zijn, verdachtes, woning, te houden met de deur (welke (verdere) vrije doorgang naar buiten de woning zou verschaffen) op slot, en

- het slaan op/tegen enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en

- het knijpen in enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en

- [het slachtoffer] bij de keel/hals vast te pakken en gedurende enige tijd met kracht die keel/hals dicht te knijpen, en

- [het slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen, en

- [het slachtoffer] mondeling toe te voegen 'Schiet ik jou dood als het moet' en

'Ga je doen wat ik zeg, ja of nee, knipper maar met je ogen' en 'Pijpen' en 'Ik wil jouw kut' en 'Ik wil seksen' en 'Geen tegenstand', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en

- met verdachtes fysieke en psychische overwicht een voor [het slachtoffer] bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [het slachtoffer] , te weten het duwen/brengen van zijn, verdachtes, penis in de vagina en mond van [het slachtoffer] ;

3.
hij op 2 september 2017 te Steenbergen, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en bedreiging met geweld, te weten door:

- [slachtoffer] van haar vrijheid te beroven door haar in zijn, verdachtes, woning, te houden met de deur (welke (verdere) vrije doorgang naar buiten de woning zou verschaffen) op slot, en

- het slaan op/tegen enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en

- het knijpen in enig lichaamsdeel van [het slachtoffer] , en

- [het slachtoffer] bij de keel/hals vast te pakken en gedurende enige tijd met kracht die keel/hals dicht te knijpen, en

- [het slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen, en

- [het slachtoffer] mondeling toe te voegen 'Schiet ik jou dood als het moet' en 'Ga je doen wat ik zeg, ja of nee, knipper maar met je ogen' en 'Geen tegenstand' en 'Vinger in je kut!' en 'Ik wil dat je je eigen vingert. Nu! Vingeren!', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en

- met verdachtes fysieke en psychische overwicht een voor [het slachtoffer] bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, te weten het door [het slachtoffer] laten duwen/brengen van één of meer vinger(s) in de vagina van zichzelf, [slachtoffer] ;

4.
hij op 2 september 2017 te Steenbergen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door [het slachtoffer] :

- in zijn, verdachtes, garage (van waar uit de woning van verdachte direct te bereiken is) te trekken en gedurende enige tijd in die garage op te houden, en

- vervolgens in zijn verdachtes slaapkamer te geleiden en de deur die een (verdere) vrije doorgang naar buiten de woning zou verschaffen, op slot te doen en gedurende enige tijd op slot te houden, en

- [het slachtoffer] een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes te tonen, en

- [het slachtoffer] mondeling toe te voegen 'Schiet ik jou dood als het moet' en (nadat [het slachtoffer] aan verdachte vroeg of ze naar de wc mocht) 'Als je me dat nog één keer vraagt he, dan maak ik je af!', althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en

- [het slachtoffer] (onder bedreiging met een mes) terug in zijn, verdachtes, woning te geleiden en gedurende enige tijd in die afgesloten woning op te houden;

5.
hij op 2 september 2017 te Steenbergen een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat dit voor bedreiging of afdreiging geschikt was, voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen 1

1. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 4 september 2017 (dossierpagina’s 85-86), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 1] :

Op 2 september 2017 was ik om 06.00 uur opgestaan. Ik hoorde toen hard gegil van een vrouw. Het gegil ging door merg en been. Ik keek via mijn slaapkamerraam de [straatnaam] te Steenbergen in en zag dat een man een vrouw vast hield. De vrouw werd vastgehouden doordat de man zijn arm rond de borst van de vrouw hield. Dit deed hij met zijn linkerarm en met zijn rechterhand hield de man het haar van de vrouw vast. Ik hoorde de vrouw roepen/gillen: " [verdachte] laat los, stop, stop, stop, niet doen, kijk ik bloed, stop, stop, stop." (..) De man gaf geen reactie en de vrouw liep met de man mee omdat hij haar zo vast hield.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 september 2017 (dossierpagina’s 83-84), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 2] :

Op 2 september 2017 in de ochtend tussen 06.30 en 06.45 uur liep ik met mijn hond in de [straatnaam] in Steenbergen en zag ik op het midden van de weg een vuurwapen liggen. Ik heb het wapen opgepakt en mee naar huis genomen. Later hoorde ik sirenes van de ambulance en de politie. Ik zag in de [straatnaam] politie en heb gemeld dat ik een vuurwapen had gevonden en heb de plaats aangewezen waar ik het wapen had aangetroffen.

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 2 september 2017 (dossierpagina’s 81-82), voor zover inhoudende als verklaring van getuige [getuige 3] :

Ik lag te slapen en werd rond 06.30 uur wakker van een gillende vrouw. Ik hoorde dat er een man bij was, ik hoorde hem praten. Toen hoorde ik de vrouw gillen, echt heel hard. (..) Toen hoorde ik haar roepen "au au au [verdachte] ik bloed, ik bloed". Toen ben ik gaan kijken uit het raam en zag ik dat hij haar vast had. Ik denk met zijn linkerhand haar rechterarm en in zijn rechterhand had hij een mes vast. Toen zei hij "naar binnen jij, naar binnen jij". Ik zag dat zij tegenwerkte door haar gewicht naar achter te gooien. Zij gingen toen naar binnen en hij trok de deur dicht. Hij dirigeerde haar voor zich naar binnen. Om 06.34 uur heb ik 112 gebeld. Ik werd niet alleen wakker van gillen maar ik hoorde haar ook rennen. Ik weet zeker dat zij het was want het geluid van haar gillen verplaatste.

4. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2017, met foto’s (dossierpagina’s 28-40), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant

[verbalisant 1] :

(p. 28-29)

Op 2 september 2017, omstreeks 6.35 uur, kreeg ik de melding om te gaan naar Steenbergen. Aldaar zou een man achter een vrouw aan rennen op de [straatnaam] . De vrouw zou gillen en roepen " [verdachte] ik bloed, [verdachte] ik bloed". Omstreeks 6.50 uur was ik met collega [verbalisant 2] en collega [verbalisant 3] ter plaatse bij [huisnummer] . Ik opende de toegangsdeur in de garagedeur en had zicht in de garage, de daarachter gelegen tuin en het pand. Ik zag dat aan de rechterzijde van het pand een toegangsdeur zat. Deze deur was voorzien van een groot glas. Voor het betreden van de garage riep ik met luide stem "Politie maak u kenbaar". Direct daarop hoorde ik vanuit de woning een harde gil, het betrof een vrouwenstem. Ik hoorde een bepaalde paniek in haar stem. Ik had het gevoel dat zij uit angst gilde. Direct liep ik door naar de toegangsdeur van het pand. Ik voelde aan de toegangsdeur en voelde dat deze slotvast was afgesloten. Direct riep ik nogmaals "Politie maak u kenbaar". Hierna hoorde ik wederom dezelfde vrouwenstem gillen. Wederom bemerkte ik dezelfde paniek in haar stem. Ik hoorde dat het geluid vanaf de eerste verdieping kwam. Zowel collega [verbalisant 2] , [verbalisant 3] als ik riepen dat we van de politie waren en dat de deur geopend moest worden. Hierna hoorden we voor de derde maal een gil. Hierna werd het ineens stil. Daarop besloot ik om de ruit van de toegangsdeur in te slaan ten einde de toegang tot de woning te verschaffen. Door de ruit van de toegangsdeur had ik zicht op een steile trap richting de eerste verdieping. Ik zag een persoon boven aan de trap en riep naar deze persoon dat hij naar beneden moest komen lopen met zijn handen zichtbaar. Toen de man ongeveer halverwege de trap was riep de man uit eigen beweging "ik heb haar vermoord". Ik hoorde collega [verbalisant 3] roepen "Dat meen je niet, wat is er gebeurd". Ik hoorde de man zeggen "ik heb haar vermoord, we hadden ruzie". Ik hoorde dat de man sprak met een koele en emotieloze stem. Ik zag dat de handen van deze man bebloed waren. Ik zag dat er op de spijkerbroek bloedspetters zaten. Hierop deelde ik verdachte, [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats] , mede dat hij was aangehouden ter zake moord dan wel poging moord.

5. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 september 2017 (dossierpagina’s 71-72). Voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 3]:

Op 2 september 2017 omstreeks 6.45 uur kwam ik ter plaatse bij de [straatnaam] te Steenbergen. Ik keek samen met collega [verbalisant 1] naar boven. Ik zag een man boven aan de trap. Ik hoorde dat de man zei: "Ik heb haar vermoord". Ik ben de trap opgelopen en boven aan de trap trof ik het slachtoffer aan in een grote plas bloed. Ik vroeg het slachtoffer naar haar naam en zij antwoordde: " [slachtoffer] ". Ze zei : "Ik ben in mijn gezicht en nek gestoken". Ik zag vlak bij het slachtoffer een bebloed mes liggen. Ik zag dat het slachtoffer onder haar hoofd een witte handdoek had en dat deze rood van het bloed was. Ik zag bij het slachtoffer steekwonden in haar rug/schouders. Ik merkte dat mevrouw langzamer ging praten en dat zij verzwakte. Ik vroeg haar wat de man deed toen wij "Politie" riepen. Ik hoorde dat zij antwoordde met: "Mij aan het wurgen". Ik merkte dat de vrouw nog meer verzwakte.

6. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 september 2017 (dossierpagina’s 100-103), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer]:

(p. 100)

Ik heb sinds januari 2017 een relatie met [verdachte] , sinds ik ben gescheiden van mijn man [naam] . Ik en [verdachte] hebben via WhatsApp en in persoon contact gehad afgelopen week waarbij ik heb aangegeven een beetje ruimte nodig te hebben in onze relatie. [verdachte] was hier een beetje zuur over. [verdachte] accepteerde dit maar wilde er wel even gisteravond, vrijdagavond dus (hof: vrijdag 1 september 2017) over praten. Ik zou naar zijn woning gaan aan de [straatnaam] . [verdachte] zou koken. Ik kwam daar rond 19.00/19.15 uur aan. Ik heb mijn [merk auto] geparkeerd bij het oude postkantoor. [verdachte] had het eten voorbereid, we dronken een wijntje en gingen praten over de ruimte die ik nodig had in onze relatie. Ik heb [verdachte] verteld dat ik gelukkig ben, maar dat ik soms twijfel.

(p. 101)

[verdachte] vatte dit op als een beetje een afwijzing. (..) De sfeer was na het gesprek een beetje matjes. (..)

Ik ben rond 22.00/22.15 uur weg gegaan. Normaal loopt [verdachte] altijd even mee naar beneden als ik weg ga, [verdachte] bleef nu zitten op de bank. Toen dacht ik nog: "he dat is vreemd". Ik kwam, toen ik naar mijn auto liep, bekenden tegen en besloot met die vrienden iets te gaan drinken. Ik kreeg op een gegeven moment van [verdachte] een Whatsappje of ik thuis was. Ik gaf aan dat ik met vrienden op de hoek stond. [verdachte] besloot ook om te komen. We gingen met al die vrienden, [verdachte] en ik iets drinken op het terras van [café] in de winkelstraat, [locatie] . De sfeer was normaal. Het was gewoon gezellig. [verdachte] en ik besloten op een gegeven moment samen om weg te gaan. Ik weet niet meer hoe laat dit was. Ik had ongeveer 3 à 4 biertjes gedronken in de kroeg. [verdachte] dronk ook bier die avond maar ik weet niet hoeveel. We liepen samen naar de Markt om te kijken of er nog iets open was. [verdachte] en ik liepen terug naar mijn auto omdat ik thuis wilde slapen. Op een gegeven moment werd [verdachte] boos om iets dat ik zei. [verdachte] liep ineens boos weg en ik liep door naar mijn auto. Ik kwam bij mijn auto aan en zag dat [verdachte] bij mijn auto stond opeens. Ik vroeg nog wat hij daar deed. [verdachte] mompelde nog iets en ik klikte mijn auto open. Vanaf dat moment wordt het een beetje wazig voor me. Ik herinner me dat ik opeens op de bijrijdersstoel lag en [verdachte] ging rijden.

(p. 102)

Ik werd bang van [verdachte] in de auto want hij werd heel intimiderend. [verdachte] trok mij zijn garage in en ik moest daar mijn kleding en onderkleding uit doen. Ik was bang. Ik hield mijn shirt aan, verder was ik helemaal naakt. Ik moest onder dwang van [verdachte] zijn huis in lopen via de garage. [verdachte] dwong mij door mij vast te pakken en te bedreigen. We liepen de woning in en [verdachte] deed de achterdeur op slot. Ik realiseerde me toen dat ik mijn telefoon niet bij me had waardoor ik in paniek raakte.

Ik probeerde [verdachte] gerust te stellen, ik wilde de situatie doorbreken. [verdachte] werd gek zonder te schreeuwen. Ik mocht zelfs niet eens alleen naar de wc. [verdachte] ging toen ook mee, ik wilde gewoon weg uit die situatie, ik voelde dat het enorm fout zat.

Op een gegeven moment trok [verdachte] ook mijn shirt uit en ik was geheel naakt. [verdachte] wilde seks en hij zei dat ik aan mezelf moest zitten en met mezelf moest spelen. [verdachte] wilde alles opnemen met zijn telefoon. (..) Ik deed alles uit angst voor [verdachte] . [verdachte] was toen ook naakt, alles speelde in de slaapkamer, overloop en wc. Uiteindelijk, wilde ik mijn kids Whats-appen. Ik mocht dit niet van [verdachte] . Mijn telefoon lag nog in mijn auto, ik zei dit tegen [verdachte] , we lagen toen nog op bed maar ik wilde op zijn gevoel werken. Ik mocht van [verdachte] niet naar mijn auto want hij was bang dat ik naar de politie zou bellen. (..) Ik paaide [verdachte] om daar weg te komen door lief tegen hem te doen. Dit duurde wel één uur. Ik wilde naar mijn auto. Opeens mocht ik me aankleden, [verdachte] deed dit ook. Ik heb mijn shirt gepakt en wilde de rest van mijn kleding uit de garage pakken. Opeens zag ik [verdachte] met een pistool in zijn handen staan in de slaapkamer dat hij op mijn hoofd richtte, een zwart pistool was het. [verdachte] zei dat als ik geluid maakte of de politie zou roepen, ik mijn kinderen niet meer zou zien en hij me zou vermoorden. [verdachte] deed het pistool voor in zijn broeksband en we liepen naar de keuken. [verdachte] pakte een mes uit de keuken en zei "die nemen we ook nog even mee". (..) Uiteindelijk liepen we naar de garage waar ik de rest van mijn kleding aan deed. Ik wilde gewoon weg en zo snel mogelijk naar de auto. [verdachte] opende de garagedeur en keek of er nog mensen op straat liepen wat niet het geval was. Ik zag mijn auto slordig geparkeerd staan naast zijn woning. [verdachte] opende de auto en ik pakte mijn telefoon van de bijrijdersplek. Ik dacht "dit is mijn kans", ik rende richting [locatie] maar [verdachte] haalde me in. Ik viel voorover en gilde, [verdachte] trok me aan mijn haren omhoog en wilde mijn telefoon afpakken. We waren ongeveer 15 meter van de garagedeur af en in die 15 meter sneed [verdachte] mij met het mes in mijn gezicht onder mijn lip en in mijn hals. [verdachte] trok mij via de garagedeur de woning in tot aan de overloop. Ik mocht van [verdachte] mijn gezicht deppen in de badkamer om het bloeden te stelpen. (..) Ik vroeg aan [verdachte] om een dokter te bellen maar [verdachte] deed dit niet. Opeens lag ik op de grond op de overloop en kneep hij met twee handen mijn keel dicht. Volgens mij ben ik out geweest maar kwam bij toen [verdachte] aan mijn benen trok.(..) Ik hoorde opeens glasgerinkel en de politie binnen staan.

(p. 103)

[verdachte] liep naar de politie toe via de trap en riep dat hij me had vermoord. Ik riep toen dat ik nog leefde en dat hij een wapen had.

Ik doe aangifte van poging moord/doodslag. Alles vond plaats tegen mijn wil, ook als er seks heeft plaats gevonden.

7. Het proces-verbaal bevindingen telefoongesprek m.b.t. verstuurde app 03.22 uur (dossierpagina 259), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] :

Op 8 september 2017 werd ik, verbalisant [verbalisant 4] , gebeld door aangeefster [slachtoffer] . Zij vertelde mij dat zij na teruggave door de politie in haar telefoon gekeken had en had gezien dat zij op 2 september 2017 om 03.22 uur nog een appje had gestuurd naar haar zoon. (...) Zij vertelde mij dat ze dat appje heeft verstuurd toen zij in de toiletruimte van [café] was.

8. Het proces-verbaal aanvullende verklaring aangeefster [slachtoffer] , d.d. 5 september 2017 (dossierpagina’s 249-257), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster:

V: Vraag verbalisanten

A: Antwoord aangeefster

O: Opmerking verbalisanten

(p. 249-250)

V: We gaan eerst even terug naar jullie relatie. Hoe was de relatie met [verdachte] ?

A: Ik begon te merken dat hij (het hof begrijpt: verdachte [verdachte] ) de laatste tijd steeds vaker af wilde spreken. (..) Ik heb toen vorige week maandag (hof: maandag 28 augustus 2017) app-contact met hem gehad en hem aangegeven dat ik ruimte nodig had. Op dinsdag zag ik [verdachte] en hadden we ook contact. Ik had eerst aangegeven dat hij me moest appen of bellen of het uitkomt dat hij langskomt. En ineens stond hij in mijn tuin. (..) Ik heb toen gelijk aangegeven dat hij mij wat meer ruimte moest geven. Hij zei dat hij dan wel ging en verliet een beetje boos mijn woning. Hij zei dat hij er klaar mee was en liep weg zonder gedag te zeggen. (..)

Donderdag hebben we over de telefoon afgesproken om op vrijdag het er weer eens over te hebben. (..) Die vrijdag (hof: vrijdag 1 september 2017) ben ik naar [verdachte] zijn woning gegaan. (..)

(p. 251)

Vervolgens zaten we op de bank en begon [verdachte] lichamelijk te worden. Ik wilde dit eigenlijk niet. Toen deed hij weer een toenaderingspoging en gaf ik ook aan dat ik geen zin had in seks. (..)

(p. 252)

Het was tegen 22.00 uur en ik merkte dat ik moe was. Ik zei dat ik naar huis ging. Ik ben weggegaan.(..) Buiten zie ik wat vrienden staan. Ineens stond [verdachte] er ook weer.(..) We zijn daar allemaal een tijd blijven hangen. [verdachte] ook.(..) We zijn na verloop van tijd weggegaan. (..) [verdachte] en ik liepen al kletsend samen terug. Ineens slaat hij een straat eerder af dan hij normaal deed. Ik ben doorgelopen door de steeg zoals ik normaal loop en toen ik bij de auto aankwam stond hij ineens tegen mijn auto aangeleund. Ik zei: “wat ben jij allemaal aan het doen?” Ik was verbaasd dat hij zo raar deed. Ik klikte mijn auto open met de afstands- bediening.

(p. 253)

Toen heeft hij mijn sleutels gepakt en is op de bestuurdersstoel gaan zitten. En vanaf daar heb ik een probleem want ik weet niet hoe ik op de bijrijdersstoel ben gekomen. (..)

Ik voelde dat de auto bewoog. Uiteindelijk heeft hij me uit de auto getrokken. Ik moest mee naar binnen. Hij deed de witte garagedeur open (het hof begrijpt op 2 september 2017) en zei "Naar binnen. Denk er aan". Toen ik de garage binnenliep moest ik me gelijk uitkleden.(..) Ik weet dat ik mee moest lopen vanaf de auto naar de garage.(..) Het voelde zo niet goed. [verdachte] was ook heel anders. (..) Hij was heel dwingend, intimiderend. Hij pakte me ook heel hard vast. Ik wist wel dat ik niet zoveel in te brengen had.

(p. 254)

Zijn gezicht stond ook heel strak, heel strak. Zijn ogen keken ook heel eng. Ik weet dat ik mij moest uitkleden. Ik hield alleen mijn shirt aan. Ik weet nog dat hij mijn bh uitdeed onder mijn shirt vandaan.(..)

V: Waarom ging je de witte garage deur binnen?

A: Hij pakte me vast, hij zei dat het moest. Hij was zo eng. Ik wist al vrij snel dat ik niet weg kon.

V: Had je een keus?

A: Nee, als ik die had gehad… Je wint het nooit hè van een man. Het was gewoon eng.

V: Hoe maakte hij kenbaar dat je je kleren uit moest doen?

A: Dat zei hij en hij zei ook dat ik beter kon luisteren.

(..)

V: U moet dan mee naar boven. Wat gebeurt er dan?

A: Dan moet ik de slaapkamer in. Hij gooide me op bed. Hij wilde seks en dat soort dingen. Hij had zich ook uitgekleed.(..)

Ik wist dat de situatie niet oké was en dat ik rustig moest blijven, mee moest werken. (..) Ik weet dat hij de deur op slot deed. (..) Ik wilde weg. Ik heb hem geprobeerd te paaien. Dan ging ik praten en deed ik lief. Ik hoopte dat hij dan weer gewoon zou doen.

V: Hoe was zijn gedrag binnen?

A: Gemeen, eng intimiderend. Een andere [verdachte] , een hele andere [verdachte] . Hij keek ook eng. Zijn ogen stonden hard.

(p. 255)

Ik vroeg wat er was. Hij zei dan steeds: ”Nee, want jij bent slim. Dan komt de politie”.

Ik moest op een gegeven moment naar het toilet. Dat mocht eerst niet. Uiteindelijk mocht het wel, maar niet alleen. (..)Hij ging voor de deur staan en naar me kijken toen ik ging plassen. Hoe vernederend is dat.

Hij had de deuren op slot gedaan en zei ook "zo dan weet je nu dat je niet meer wegkomt". (..) Ik wist dat ik was opgesloten.

V: Wat voor gevoel had je daar bij?

A: Angst. Ik vond het eng. Ik had zoveel paniek in mijn lijf en ben blij dat ik dat heb weten te onderdrukken. Ik wilde alleen maar naar huis naar mijn kinderen. Ik ben alleen maar aardig en lief tegen hem geweest om de situatie rustig te houden. Dat was mijn enige kans om te overleven. Het enige in de slaapkamer dat ik in het verzet kwam was omdat hij dingen van mij wilde filmen. Toen had ik een oergevoel en heb geprobeerd de telefoon af te pakken. (..)

Hij bleef volharden. Ik moest luisteren. Hij bleef bij het aspect seks. Hij bleef dwingend. Als ik aardig deed dan keek hij soms even opzij en zei dan" nee dat doen we niet". Hij bleef ook maar zeggen dat ik mijn kinderen nooit meer ging zien. Ik zei dat ik ze wilde bellen. (..) Hij zei dan nee en dat de politie dan voor de deur zou staan. Ik vroeg of het met zijn telefoon mocht. Nee zei hij dan en weer dat dan de politie zou komen. Hij zei dan: “Nee, jij bent slim.” Ik probeerde op hem in te praten maar steeds keek hij dan even raar en zei: Nee, dat gaan we niet doen”. (..)

V: Wat gebeurt er dan?

A: (..) Ik mocht niet met zijn telefoon bellen en moesten we mijn telefoon zoeken. Ik mocht in de auto gaan zoeken. Ineens pakte hij een pistool achter de slaapkamerdeur vandaan. Hij richtte het pistool op mijn hoofd en zei vervolgens "Daar is niet zo moeilijk om aan te komen hoor. Of zal ik eerst [naam] (het hof begrijpt: de ex-echtgenoot van aangeefster ) doodschieten. Kun je ook verder met je leven."

(p. 256)

V: Wat gebeurde er toen?

A: (..) Ik had toen net toestemming om in de auto mijn telefoon te zoeken. Ik mocht van hem niet alleen naar de auto. Hij zei: Nee, dat ga je niet doen. Je gaat dan naar de politie. Je gaat je kinderen niet meer zien. (..) Ik zag dat hij toen het wapen voor bij zijn shirt in zijn broek deed. Hij zei ook "je weet het he anders ben je eraan". (..)

Ik zag hem terugkomen met een groot mes. Hij zei "Kijk die doen we hier". Hij deed hem achter zijn rug in zijn broek. Vervolgens zei hij "Dan weet je het". Dit hier en dat daar". Hij wees naar het pistool en het mes.(..) Ik had bovenaan de trap mijn autosleutels vast. Die had ik op de grond gevonden. We zijn toen naar beneden gelopen. In de garage heb ik me aangekleed. Ik heb daar mijn onderbroek, broek en schoenen aangedaan. Mijn bh en tas had ik mee gepakt. Hij pakte de autosleutels van mij af. We liepen naar de auto en hij klikte de auto open. Ik heb bij het zoeken naar mijn telefoon mijn tas en bh in de auto gelegd.

(..)

V: Wat gebeurde er bij de auto?

A: Hij staat daar. Ik weet dat hij dat mes heeft en het vuurwapen. Ik was buiten. Ik had mijn doel bereikt. Wegrijden kon ik niet. Ik zag mijn telefoon liggen tussen de deur en stoel aan de bijrijderszijde. (..)

Ik heb toen mijn telefoon gepakt. Ik wist dat ik weer terug naar binnen moest. Ik had maar één kans. Ik heb zo hard gegild en gerend. Ik liep richting [naam winkel] . Hij haalde me daar in. Ik viel op mijn knieën. Hij trok me aan mijn haren omhoog. Hij wilde daar mijn telefoon afpakken. Hij had me nog steeds aan mijn haren vast. Ik heb daar zo gevochten met hem om mijn telefoon te pakken. Hij had me vast aan mijn haren en hij stak me in mijn gezicht en in mijn nek. Ik weet nog dat ik de telefoon in mijn broekzak heb weten te stoppen. Hij sleurde me mee. Ik zag dat het bloed sijpelde. Ik weet niet hoe groot de wond was maar het bloedde hevig. Ik ben gaan gillen. (..). Ik was voorover gevallen en na de worsteling om de telefoon trok hij met één hand aan mijn haren. Ik zat met mijn rug naar hem toe. Hij stak met zijn hand met daarin het mes in mijn gezicht en rechts in mijn nek. Hij zei dat ik het verpest had. En meekomen. Voor ik het wist had hij me weer meegetrokken de garage in.

(p. 257)

Ik zei steeds dat ik gestoken was. Ik smeekte dat hij de dokter moest bellen. Uiteindelijk mocht ik in de badkamer even kijken. Ik keek in de spiegel en schrok enorm. Mijn gezicht was gehavend. Ik smeekte dat hij de dokter of 112 belde. Hij zei gewoon keihard nee. Hij zei dat we dat niet meer gaan doen. Hij zei "Ik moet je nu wel vermoorden. Het wordt nu afgemaakt (..) Ik smeekte hem weer om 112 te bellen. Weer zei hij "Nee dan komt de politie". Toen was ik zo bang, zo bang. Ik dacht echt dat ik dood zou gaan. Toen heeft hij me gewurgd een paar keer. Gewoon mijn strot dicht gedaan. Dat is heel eng hoor. Met dat mes ging heel snel maar dat wurgen niet. Dat maak je mee. Dat duurt zo lang.

V: Waar was je toen?

A: Op de overloop. Daar ben ik ook nooit meer vanaf gekomen. Die andere messteken heb ik niet gemerkt. Misschien heeft hij dat gedaan tijdens het wurgen.

V: Hoe is dat wurgen gegaan?

A: Hij pakte met 2 handen op mijn keel en kneep. Eerst stond ik nog. Hij stond toen voor me toen hij me vast pakte. Vanaf dan is het wazig. Ik weet nog dat ik eerst bleef praten maar dat lukte daarna niet meer. Ik voelde me gewoon wegglijden. Ik weet nog dat ik naar de

muur keek en in een keer was het klaar. Het voelde zo eng en zo benauwd in mijn hoofd. Hij bleef zelf zo kalm, zo berekenend. Op een gegeven moment kwam ik bij met mijn gezicht in een plas met bloed. Ik voelde dat hij aan mijn benen zat en mijn benen bewoog. Toen

hoorde ik "politie politie" en glasgerinkel. Ik lag nog op de grond en vanaf de zijkant voelde ik dat hij mij weer met 2 handen rond mijn nek vastpakte en hard kneep. Ik had geen kracht meer en was op. Ik hoorde de politie roepen of er een vrouw boven was. Ik hoorde dat hij zei "Ja die heb ik vermoord". Ik zag dat hij toen naar beneden liep. (..) Het is geen opwelling geweest van [verdachte] . Het duurde zo lang allemaal. Hij had gewoon kunnen stoppen en heeft het niet gedaan.

9. Het proces-verbaal van bevindingen (informatief gesprek zeden) d.d. 13 september 2017 (dossierpagina’s 261-264), voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :

(p. 261)

Het seksuele gedeelte in het geheel is voor mij het gedeelte van de overlevingsmodus. Direct achter de garagedeur moest ik me uitkleden. Dat heb ik gedaan. Ik was totaal overrompeld en angstig. Hij heeft me toen via de binnenplaats mee naar boven genomen. Dit is de enige ingang tot zijn appartement. Beneden deed ik mijn schoenen, broek en ondergoed uit. Ik droeg alleen een shirt. Dat shirt moest ik in het appartement uit doen. Toen werd ik in de slaapkamer gezet. (..) Toen wilde [verdachte] seks.

Hij was zo anders. (..) Ik kon totaal niet inschatten wat hij deed. De verwarring en de angst was ongelooflijk.

(p. 262)

[verdachte] had zich inmiddels ook uitgekleed. (..) Toen heeft hij de deur zichtbaar voor mij op slot gedaan. Hij is terug gegaan om de sleutel van de deur van de sleutelbos af te halen en te verstoppen. Toen wist ik dat ik niet weg kon komen. De angst was heel groot. Hij wilde seks. De seks is heel kort, heel even gebeurd. Hij zei alleen "vieze seks". Toen wilde ik naar het toilet. Hij zei dat ik niet mocht gaan plassen en anders ging hij mee. Hij ging toen mee, hij stond naakt tegen de deurpost aangeleund. Dat was heel denigrerend. Ik heb het wel gedaan. Ik wilde geen escalatie. (..) Hij wilde dat ik met mijn mond aan zijn geslachtsdeel zat. Dat heb ik gedaan.(..) Op een gegeven moment moest ik op bed gaan liggen en met mezelf gaan spelen. Ik vroeg hem waarom? Toen pakte hij zijn telefoon en wilde het gaan filmen. Daartegen ben ik in verweer gekomen. Toen heb ik zijn telefoon weggeslagen en vroeg waar hij mee bezig was en dat we dat niet gingen doen. Toen moest ik weer gaan liggen en mezelf vingeren. Toen probeerde hij weer te filmen. [verdachte] zei dat hij vieze seks wilde. Hij zat aan me.(..)

Met seks bedoel ik daadwerkelijk penetratie. Hij ging met zijn geslachtsdeel in mijn geslachtsdeel. Dat was kort.

(p. 263)

Als ik met mezelf moest spelen dan moest ik me vingeren. Hij deed heel eng. Onvoorspelbaar. Ik kon alleen controle houden op de situatie door rustig te blijven.

10. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 6 november 2017 (dossierpagina’s 267-274), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [slachtoffer]:

(p. 267)

Ik heb het verslag van het informatieve gesprek doorgelezen en er mist alleen dat hij vooraf mij heeft getracht te wurgen,

Ik wil aangifte doen van verkrachting, gepleegd door [verdachte] op 2 september 2017 in zijn woning aan de [adres] te Steenbergen.

(p. 269)

V: Als we naar de wettelijke omschrijving van verkrachting kijken, dan staat daarbij dat er seksueel wordt binnengedrongen met gebruikmaking van geweld.

A: Dat klopt, maar daar dragen de foto’s van mij, inclusief de blauwe plekken en zo, wel aan bij. Natuurlijk was het met geweld.

Wat ik ook eng vond was dat hij heel rustig, en bijna bedacht, alles deed. Het draaide om hem, wat hij wilde. Hij benoemde ook wel wat hij ging doen. En wat er zou gebeuren als hij die dingen met mij zou doen. Hij was daarover aan het nadenken, heel bedachtzaam, heel eng. Ook zijn manier van kijken en praten, op die toon, dat was heel “scary”.

(p. 270)

Er was ook veel geweld toen ik de auto uit moest gaan en zo. Vervolgens ben ik naar binnen gegaan en daar heeft hij me gedwongen me uit te kleden, in de garage. Daarna gingen we naar boven en kort daarna is het wurgen begonnen.

(p.271)

En hij heeft natuurlijk wel een aantal momenten gehad dat hij er mee had kunnen stoppen. Ik heb hem echt wel gesmeekt. Ik was natuurlijk al gewond in mijn nek en in mijn gezicht. Ik heb hem toen al gesmeekt. Toen zag ik hem zo kijken en toen zei hij ook: "Nee, nee dat kan niet". Later zei hij ook nog: "Ik heb je nu ook al verminkt, dus ik kan nu ook niet meer terug".

V: Het gaat er meer om dat jij je beseft dat hij de kansen en mogelijkheden heeft gehad om te stoppen?

A: Meerdere malen, absoluut. Hij kon dat gewoon aan en uit zetten. Hij had ook een moment dat hij zielig was en deed. Hij ging zelfs huilen. maar van het ene op het andere moment kon hij schakelen. Zo bizar.(..)

Op het moment dat we naar beneden zouden gaan om mijn telefoon uit de auto te halen, toen ging hij zich heel erg op zijn gemak aankleden. Hij ging toen ook in alle rust een mes uit de keuken halen. Het was een heel groot mes. Hij vertelde mij dat hij dat mes had en liet het mij ook zien. Hij vertelde, terwijl hij aan mij liet zien dat hij nu een vuurwapen had en een mes, dat ik niet weg mocht lopen of gillen, want dan wist ik wel wat er zou gebeuren.

11. Het proces-verbaal bevindingen videobeelden telefoon verdachte, opgemaakt op 12 oktober 2017 door verbalisant [verbalisant 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (dossierpagina’s 280-292):

De telefoon van verdachte, een Apple Iphone 7, werd inbeslaggenomen en veiliggesteld.

Er werden onder meer 4 video-opnames aangetroffen, bestaande uit beeld en geluid, met startdatum 2 september 2017. De tijd kwam overeen met de werkelijke tijd. Hieronder zijn de beelden van de tweede en derde opname omschreven en is de gesproken tekst letterlijk uitgewerkt.

Opmerking hof: in het navolgende worden de volgende afkortingen gebruikt (zie voor de betekenis van deze afkortingen dossierpagina 300):

NNM: Nomen Nomini Man

NNV: Nomen Nomini Vrouw

NTV: Niet te verstaan.

(p. 281)

2. Opname [nummer] . starttijd 04.23 uur, duur 3 minuten en 14 seconden.

Bij 00.01 is het licht aan. De houten laminaatvloer is te zien en vervolgens een paar blote

voeten. NNM zegt ‘vingeren”. Vervolgens gaat het beeld naar het bed en is een naakte

vrouw te zien. De vrouw ligt op haar rug met haar benen wijd en wrijft met haar handen over haar vagina en been. Ik herken de vrouw aan haar gezicht als aangeefster [slachtoffer] .

00:07 de vrouw (aangeefster [slachtoffer] ) komt omhoog en zegt ‘Nee ik wil niet gefilmd

worden. Nee dat wil ik niet. Kom”. Ik herken ook de stem van de vrouw als de stem van

aangeefster [slachtoffer] . Daar waar ik aangeefster [slachtoffer] hoor praten of in beeld

zie geef ik haar weer als “ [slachtoffer] ”.

00:11 [slachtoffer] komt weer voor een deel in beeld en zegt “Nee dat moeten we niet doen.” Te

horen is dat NNM zwaar ademt. [slachtoffer] zegt :“Dat moeten we niet doen”.

00:16 NNM fluistert 5, 4, 3, 2, 1. [slachtoffer] fluistert intussen “Nee, nee”. [slachtoffer] zegt “auw”.

00:23 beeld beweegt en gaat op zwart. Geluid blijft te horen.

NNM zegt: “Vinger je klaar. Ik heb genoeg”

Gerommel/geritsel te horen.

NNM fluistert “geen tegenstand”.

[slachtoffer] zegt “niet doen”.

NNM zegt: “geen tegenstand.

[slachtoffer] zegt “NTV, leg het me dan uit, waarom ik moet doen”.

[slachtoffer] zegt: “Zeg het dan NTV waarom doe je nou NTV.”

00:46 Geritsel en gerommel te horen.

00:49 [slachtoffer] zegt NTV

NNM zegt “Dan plasje maar in je broek”.

[slachtoffer] zegt “Nee joh dat kan toch niet”

NNM zegt” Interesseert me geen zak! Interesseert me geen zak!”

[slachtoffer] zegt “Doe’s normaal”

(..)

NNM zegt “plas hier maar”.

[slachtoffer] zegt zacht “nee”

NNM zegt “Plas hier maar”.

[slachtoffer] fluistert “NTV op de wc”

NNM zegt “Nee”.

[slachtoffer] fluistert “Jawel”

NNM zegt “Nee”.

[slachtoffer] zegt “Jawel”

NNM zegt “Nee”

[slachtoffer] zegt “Jawel”

NNM zegt “Nee”

01:06 NNM zegt “Hou je me in de maling?”

[slachtoffer] zegt krampachtig “Nee”

Gerommel te horen.

01:14 NNM zegt “Hou je me in de maling?”

[slachtoffer] zegt met een krampachtige stem “Nee”.

NNM zegt “Ga je doen wat ik zeg, ja of nee?”

Heel zacht kreuntjes te horen.

NNM zegt “Ga je doen wat ik zeg, ja of nee? Knipper maar met je ogen!”

01:24 [slachtoffer] maakt een krampachtig kreunend geluid klinkend als “archh” en daarna is zwaar gehijg te horen.

01:30 NNM zegt “Vinger jezelf klaar. Desnoods pis je maar in je broek. Interesseert me

geen zak.”

(p. 282)

01:52 Twee keer kletsend geluid te horen. Eerste keer wat zachter dan de tweede keer.

(klinkt alsof er iemand met bijvoorbeeld een vlakke hand geslagen wordt).

NNM zegt intussen “lekker ding”.

(..)

02:19 NNM zegt “doe je eigen eens lekker vingeren. Vinger je eigen maar klaar. Doe maar.

Doe maar lekker klaar dan”

02:29 NNM zegt “hmmmm”

02:34 NNM zegt “Kun je niet een kusje geven dan? He, geef eens een kusje.”

02:44 NNM zegt “als je geen kusje geeft dan maak ik je af. Dus vijf..” Intussen geritsel/gerommel te horen.

[slachtoffer] zegt “Nou”

NNM praat met een hoge stem en zegt NTV

[slachtoffer] zegt “mag ik dan even naar de wc?”

NNM zegt “Nee” Hard kletsend geluid te horen. [slachtoffer] zegt “auw”

NNM zegt “Als je dat nog een keer vraagt he...

[slachtoffer] zegt “Ja?”

NNM zegt “dan maak ik je af

[slachtoffer] zegt “waarom dan?”

NNM zegt “Als je dat nog een keer vraagt dan maak ik je af.”

[slachtoffer] zegt “oké”

NNM zegt: “Vraagt dat niet meer!”

03:07 Gerommel en geritsel te horen.

NNM zegt intussen “Ik wil dat je je eigen vingert. Nu!...Vingeren!”

03:14 einde beeld- en geluidfragment.

3. Opname [nummer] . starttijd 04.27 uur, duur 43 minuten en 24 seconden.

00:00 Een vagina en een klein deel van de bovenbenen zijn in beeld. Een vrouwenhand

wrijft over de clitoris. Het beeld gaat vervolgens van de vagina naar het bovenlijf.

NNM zegt “Zeg dat je het geil vindt”

Als het beeld bijna bij het gezicht is wordt de camera/telefoon weggeduwd door de

linkerarm van de vrouw.(..)

[slachtoffer] zegt “niet doen”

NNM zegt “zeg, zeg dat je het geil vindt”

[slachtoffer] zegt “ik vind het raar wat je doet. Je doet heel raar”.

(p. 283)

00:19 [slachtoffer] zegt “Waarom dreig je zo? Zo was je toch nooit. Zo was je nooit [verdachte] .”

00:28 het beeld blijft nu stil en staat gericht op links de laminaatvloer en rechts de groene

muur. [slachtoffer] zegt “Je was altijd zo lief.”

NNM zegt “Je hebt me kapot gemaakt deze week.”

[slachtoffer] zegt “nee”

(..)

NNM zegt ‘Nie... neem me niet in de zeik! Neem me niet in de zeik.”

[slachtoffer] zegt zacht “dat doe ik toch nie”.

NNM zegt “Ze hebben me ooit al een keer een oor aangenaaid.”

[slachtoffer] zegt “Wie? Ik niet.”

(.,)

NNM zegt “Je gaat me nu weer geen oor aan naaien.”

[slachtoffer] zegt “Ik heb je nooit een oor aangenaaid toch? Ik niet he [verdachte] ? Ik ben eerlijk...”

NNM zegt “Ze hebben me ooit al misbruikt ja”

[slachtoffer] zegt “Ikke niet he [verdachte] ”

(..)

01:29 NNM zegt emotioneel “iedereen misbruikt me.”

[slachtoffer] zegt emotioneel en paniekerig “Ik niet he [verdachte] ?”

NNM zegt “iedereen misbruikt me”

[slachtoffer] zegt “ik niet het [verdachte] ?”

NNM hijgt/ademt zwaar

[slachtoffer] zegt “ik niet he?”(..

NNM zegt: “is wel waar”

(p. 286)

[slachtoffer] “Waarom heb je...waarom heb je me willen wurgen [verdachte] ?”

[slachtoffer] zegt “ [verdachte] geef eens antwoord!”

(..)

[slachtoffer] zegt “ [verdachte] , je hebt me pijn gedaan he”

(..)

[slachtoffer] zegt ‘Maar waarom ben je nu zo boos op mij?”

NNM haalt zijn neus op en zegt “Je houdt niet van mij”

[slachtoffer] zegt: “He?”

NNM zegt: “Laat me toch, je gaat me toch laten vallen”

[slachtoffer] zegt: ”Wat?”

NNM zegt: “je laat me in de steek. Echt wel”

[slachtoffer] zegt “maar [verdachte] waarom ben je zo boos op mij?”

[slachtoffer] zegt “Waarom wil je me zoveel aandoen? Dat verdien ik toch niet?”

05:46 NNM ademt wat zwaar en zegt “Ga liggen”

[slachtoffer] zegt: “huh?”

(..)

NNM huilt niet meer en zegt met een rustigere stem “neem me niet in de zeik”

[slachtoffer] zegt: “Ik neem je niet in de zeik”

05.50

NNM zegt: “je neemt me echt in de zeik”

[slachtoffer] zegt: “nee”

NNM zegt: “Ik ben niet gek”

(..)

NNM praat nu op een wat rustigere toon en zegt “Ik wil dat je je vingert”

NNM haalt zijn neus op en zegt “Vinger jezelf klaar”

[slachtoffer] zegt: “Kom eens even”.

NNM zegt: “Nee, schiet op”.

[slachtoffer] zegt “Kijk eens naar mij, kijk eens naar mij?”

NNM zegt “Doe jezelf klaar vingeren”

[slachtoffer] zegt “ [verdachte] kijk eens naar mij”

NNM zegt “Doe je vingeren”

[slachtoffer] zegt: Kijk eens..”

NNM zegt “Doe je vingeren”

[slachtoffer] zegt “ [verdachte] !

NNM zegt “Doe je vingeren”

(p. 288)

NNM zegt “Op het moment dat jij buiten bent dan bel je naar de politie”

[slachtoffer] zegt “Maar waarom moet ik de politie bellen voor jou?”

NNM zegt “nou ja waarom denk je. . omdat ik je heb geprobeerd te wurgen!”

(..)

NNM zegt “en daarbij trouwens zelfs als je dat doet, dan ontken ik alles”

09.28

[slachtoffer] zegt ‘au, wacht even... [verdachte] ... [verdachte] ... [verdachte] ?”

(..)

[slachtoffer] zegt “Ik wil met je praten”

NNM zegt “Doe eens vingeren”

[slachtoffer] zegt “nee”

NNM zegt Douw eens effe je vinger in je kut”

[slachtoffer] zegt “Nee even.., eerst even wachten”

NNM zegt: “nee, dat meen ik serieus. Doe je vinger in je kut”

(p. 289)

[slachtoffer] zegt “kijk me eens aan. Kijk me eens aan”

NNM zegt: “Douw je vinger in je kut”

[slachtoffer] zegt: “Nee eerst even kijken naar mij”

Geluid van het geven van een kus te horen

NNM zegt: “Douw je vinger in je kut!’

[slachtoffer] zegt: “eerst kijken”.

NNM zegt: “Douw je vinger in je kut!’

[slachtoffer] zegt: “eerst kijken naar mij”.

NNM zegt:“Douw je vinger in je kut!’

[slachtoffer] zegt: “eerst kijken naar mij”.

10.09

NNM zegt: “Vijf…vier”

[slachtoffer] zegt: ”Niet zo doen”

NNM zegt: “drie..twee”

(..)

NNM ademt zwaar.

[slachtoffer] zegt “Doe eens niet zo raar”

NNM zegt “Pijp me dan... huhhh”

[slachtoffer] zegt “kijk me eens aan. Kijk me eens!”

(p. 290)

[slachtoffer] zegt nu hard “Kijk me eens aan [verdachte] !!

Intussen ademt NNM zwaar.

(..)

NNM zegt “neuken dan?”

(..)

NNM ademt zwaar.

[slachtoffer] zegt “kijk mij eens aan... kijk mij eens aan”

12:08 NNM zegt “Wil je vingeren?”

[slachtoffer] zegt “ik wil jou niet pijn doen en jij wil mij niet pijn doen”

NNM zegt “Doe je eigen eens vingeren”

[slachtoffer] zegt “nee”

[slachtoffer] zegt “Ik wil met je praten”

NNM zegt” Als je niet NTV vingert...”

[slachtoffer] zegt “ik weet dat jij gewoon heel anders bent [verdachte] ”

NNM zegt “moet je pijpen”

[slachtoffer] zegt “nee. Ik wil gewoon met je praten”

NNM zegt “pijp me”

[slachtoffer] zegt “Ik wil weten wat er met je is”

NNM zegt “nee pijp me”

(p. 291)

NNM zegt “Is fijn”

“Lekker” Dit is wel heel erg goed” “Ik wil in je mondje klaar komen mag dat?” “ohhhh”

“Pijpen” ‘ahhh” en “ohhh Fuck it’

14:42 NNM zegt meerdere keren ‘Pijpen “Ja, Ja “Pijp eens” Niet te verstaan wat [slachtoffer]

zegt.

NNM zegt “Nee eerst pijpen”

[slachtoffer] zegt “nee NTV

NNM zegt “Pijp me”

14:52 [slachtoffer] zegt meerdere keren “Kijk eens naar me”

15:04 een harde bonk te horen. [slachtoffer] zegt “waarom doe je zo... Kom maar... niet knijpen”

Gerommel en gebonk te horen.

15:13 Gerommel en deuren openen en dicht doen te horen. Niet te verstaan wat NNM en

[slachtoffer] zeggen.

15:18 geluid van open en dichtdoen van een lade te horen.

NNM en [slachtoffer] praten intussen, niet geheel te verstaan wat er gezegd wordt.

15:35 [slachtoffer] zegt “waarom NTV?

NNM zegt “Dit is 45 NTV. Schiet ik jou dood als het moet”

[slachtoffer] zegt “Fuck it’

NNM zegt “Zo simpel is het”

15:45 NNM zegt “Voel maar zelf. Hij is echt NTV”

15:52 NNM zegt “NTV... kan je exen mee af schieten”

16:03 NNM zegt “Als het moet schiet ik iedereen af...

(..)

Te horen dat NNM zegt “NTV schieten.. .je denkt dat het nep is he... NTV schieten?”

16:26 harde plotselinge knal te horen.

17:14 [slachtoffer] zegt “waarom dan?”

NNM zegt “omdat het een echte is”

(p. 292)

18:30 NNM zegt “doe eens pijpen

[slachtoffer] zegt NTV

NNM zegt “ga je me pijpen?”

18:58 [slachtoffer] zegt een paar keer “Doe eens normaal”

(..)

21:09 NNM verandert plotseling van stem. Zijn stem klinkt nu koel en zegt “Hehe denk je

dat ik gek ben ofzo”

(p. 293)

NNM zegt “Zal ik een mes pakken? Ik pak een mes.

(..)

NNM zegt “zullen we neuken dan lekker?”

23:20 NNM zegt “Ik wil in jouw kutje”

[slachtoffer] zegt “huh?”

NNM zegt “Ik wil in jouw kut”

(p. 294)

[slachtoffer] zegt “Doe normaal! Doe eens normaal. Je bent zo raar”

NNM zegt “Doe eens eerst even pijpen”

[slachtoffer] zegt “Nee eerst kroelen”

24.17

gerommel te horen en vervolgens komt er een deel van een stijve penis in beeld.

NNM zegt “eerst pijpen”

[slachtoffer] zegt “Nee... nee... nee”

24.24

[slachtoffer] zegt “ik wil mijn [verdachte] ntv. Ik wil mijn [verdachte] . Mijn [verdachte] ”

NNM zucht.

[slachtoffer] zegt “waar ik gek op was en ben.”

NNM haalt zijn neus op.

[slachtoffer] zegt “waar ik verliefd op ben geworden. Die [verdachte] wil ik”

26:30 NNM zegt: “Je deed ineens zo anders tegen me. Jij gebruikte me”

(p. 295)

NNM zegt “Stop je vinger in je kut. Stop je vinger in je kut”

[slachtoffer] zegt “ [verdachte] ?”

NNM zegt “Nu! anders word ik heel erg boos”

[slachtoffer] zegt “nee”

NNM zegt “anders word ik heel erg boos’

(p. 296)

31:22 NNM zegt “je bent niet aan het vingeren.... nee vingeren. . . vingeren”

32:03 op achtergrond klinkt 5 maal het luiden van kerkklokken.

Intussen zegt [slachtoffer] “nee nee nee nee. Wat doe je nou?”

NNM zegt “Nee. Ga je me pijpen dan?”

[slachtoffer] zegt zacht “waarom”

NNM zegt “ik wil in je mond klaarkomen. Ik wil je mond volspuiten”

[slachtoffer] en NNM praten hierna maar zijn niet verstaanbaar.

32:29 Vanaf hier wordt er niet gesproken.

32:43 NNM haalt zijn neus een paar keer op en gerommel te horen.

Vanaf dan af en toe “hmm” van [slachtoffer] te horen en gehijg te horen.

NNM zegt “uh Fuck. Ben je geil?”

Geluiden zoals o.a. kreunen, gehijg en “hm” en “ah” te horen.

34.29: NNM zegt: “ NTV anders als anders”

[slachtoffer] zegt: “nee lekker”

NNM zegt: nee is niet waar”

(..)

NNM zegt: Nee, je kijkt anders.

(..)

NNM zegt: “NTV volspuiten dan of niet”

(..)

NNM hijgt en [slachtoffer] kreunt.

(p. 297)

NNM zegt ‘denk je dat ik gek ben”

(p. 298)

NNM zegt: Ik weet als ik je laat gaan… dat er dan hierzo politie staat

(..)

NNM haalt zijn neus op en zegt: “ik wil dat je me nu pijpt”.

[slachtoffer] zegt “Neehee”

NNM zegt “pijpen”

(p. 299)

(..)

NNM zegt “ik wil dat je me pijpt”

42.55: gerommel en gekraak te horen.

43.07: het beeld gaat van zwart af. Eerst komt een deel van een stijve penis in beeld. (…) Het beeld draait dan naar het bed. Op bed is [slachtoffer] naakt te zien.

12. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 januari 2018 (dossierpagina 322), voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] :

Op 11 en 12 december 2017 hoorde ik [verdachte] in de verhoorstudio te Breda. In

dit onderzoek heb ik tevens een viertal beeld- en geluidsopnames woordelijk uitgewerkt.

Op deze opnames zijn een manspersoon en een vrouwpersoon te zien en te horen.

De vrouwpersoon herkende ik als de mij ambtshalve bekende [slachtoffer] .

De manspersoon herkende ik tijdens het uitwerken van de opnames niet en heb ik

weergegeven als NNM. Tijdens de verhoren op 11 en 12 december 2017 herkende ik direct

[verdachte] aan zijn stem als zijnde de manspersoon, weergegeven als NNM

op de opnames. In mijn opgemaakte proces-verbaal van bevindingen nummer 23 (hof: dossierpagina 280- 299) betreft de door mij weergegeven NNM dus [verdachte] .

13. Een rapportage letselomschrijving met foto’s (dossierpagina’s 119-134), opgemaakt door [naam] , Forensisch arts GGD West-Brabant, op 1 februari 2018, voor zover inhoudende, als zijn/haar bevindingen:

Informatie vooraf door [naam] , FO:

[slachtoffer] is voor medische hulpverlening op 2 september 2017 gezien op de

spoedeisende hulp van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, waarna zij opgenomen is

geweest tot 3 september 2017 op de afdeling Traumachirurgie. Reden van opname: opname ter observatie in verband met multipele steekverwondingen in de hals beiderzijds (nog bloedend bij binnenkomst) en in het gelaat. Alle steekwonden zijn gehecht en met pleisters afgeplakt. Er is een CT scan van hoofd, nek en bovenzijde van de romp gemaakt. Binnen de schedel werd wat bloed links bij de hersenen gevonden.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 6 september 2017.

p. 121/122 Foto’s tonen verschillende soorten letsels in het gezicht, hals rechts en schouder

rechts: vooral bloeduitstortingen en steek-/snijwonden. Al deze letsels zijn zeer recent en

hooguit enkele dagen oud en zeer waarschijnlijk ontstaan ten gevolge van inwerking van

toegebracht uitwendig geweld, dit geldt met zekerheid voor de steek-/snijwonden.

Accidenteel geweld als oorzaak is zeer onwaarschijnlijk en geldt met zekerheid niet voor de

steek-/snijwonden.

p. 124 In het gezicht zijn diverse bloeduitstortingen te zien, van verschillende kleur (rood,

blauw en paars) en van hooguit enkele dagen oud.

In beide ogen is er een roodverkleuring van het oogwit, dit zijn bloedingen in het

hoornvlies, ontstaan ten gevolge van drukverhoging (zoals bij verwurging).

Aan de bovenste en onderste oogleden zijn bloeduitstortingen te zien (brilhematoom),

uitgezakt naar onder de onderste oogleden, ontstaan ten gevolge van inwerking van stomp

uitwendig geweld.

Aan de kin, onder de onderlip en meer opzij naar rechts, zijn steek-/snijwonden zichtbaar,

ontstaan ten gevolge van inwerking van scherp uitwendig geweld.

Aan de rechter kaak is een zwelling zichtbaar.

Links op het achterhoofd is een zwelling zichtbaar en voelbaar, ontstaan ten gevolge van

inwerking van stomp uitwendig geweld, daarnaast enkele oppervlakkige krasverwondingen,

ontstaan ten gevolge van inwerking van scherp uitwendig geweld.

p. 125 Rechts in de hals is een gehechte steek-/snijwond aanwezig, ontstaan ten gevolge van

inwerking van scherp uitwendig geweld.

p. 126 Links in de nek zijn gehechte steek-/snijwonden aanwezig, ontstaan ten gevolge van

inwerking van scherp uitwendig geweld.

Ook op de rechter schouder is een gehechte steek-/snijwond aanwezig, ontstaan ten gevolge

van inwerking van scherp uitwendig geweld.

p. 127 In de hals zijn naast huidplooien ook enkele horizontaal parallel halfcirulair (lees:

halfcirculair) lopende rode streepvormige sporen zichtbaar, ontstaan door inwerking van

uitwendig geweld. Door de aard en het verloop van deze sporen zouden deze kunnen passen

bij (een poging tot) verwurging.

p. 130 Aan de strekzijde van beide onderarmen, aan beide ellebogen en bij beide polsen zijn

zwellingen en bloeduitstortingen zichtbaar. Aan beide ellebogen en in de handpalm van de

linkerhand zijn oppervlakkige schaafwonden met korstvorming zichtbaar, die kunnen passen

bij afweren van geweld, maar ook bij opvangen van een val voorover.

p. 132 In de handpalm van de rechterhand is een snij-/kraswond aanwezig, van duim naar

pink, van dieper naar oppervlakkig, ontstaan ten gevolge van inwerking van scherp

uitwendig geweld en passend bij afweer hiertegen.

p. 134 Aan de voorzijde van beide knieën zijn zwellingen en bloeduitstortingen zichtbaar,

ontstaan ten gevolge van inwerking van stomp uitwendig geweld en passend bij een val

voorover.

14. Het relaas proces-verbaal Forensische Opsporing, d.d. 18 september 2017 (dossierpagina’s 137-140), voor zover inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] :

Op 2 september 2017 omstreeks 09.30 uur vond een forensisch onderzoek plaats op de

plaats delict aan de [straatnaam] te Steenbergen. Hierbij werd op de openbare weg een

bloedspoortraject aangetroffen op het wegdek van de [straatnaam] dat was te volgen via de

garage van [adres] en de bijbehorende achterplaats, de trapopgang naar de boven

woning tot aan een bloedpoel boven aan de trap waar het slachtoffer werd aangetroffen.

Op de vloer van de badkamer naast het slachtoffer werd een bebloed vleesmes aangetroffen en veiliggesteld. Verder werden in de woning een koffertje van een wapen en munitiebolletjes voor een gasdruk-pistool aangetroffen. Het op het wegdek door

een passant aangetroffen gasdrukpistool was geladen met soortgelijke munitiebolletjes als in

de woning aangetroffen.

Het mes betrof een vleesmes met een lemmet met een lengte van 20 cm. Het lemmet had

één snijkant en was vanaf de punt tot het heft uitlopend tot 3 cm breed. Het heft had een

lengte van 14,5 cm. Op het lemmet was over de gehele lengte bloed aanwezig.

15. Het proces-verbaal betreffende onderzoek aan wapen d.d. 20 september 2017 (dossierpagina’s 276-277), voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] :

Het inbeslaggenomen voorwerp betreft een op een pistool gelijkend voorwerp en lijkt

sprekend op een pistool van het merk Sig Sauer P226 MK 25 Marine. Derhalve is dit

voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie 1 onder sub 7 van de WWM.

16. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris in de rechtbank Breda) op 5 september 2017 (dossierpagina’s 514-515), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte.

Mij wordt gevraagd of ik haar bij de keel/hals heb gepakt. Ja, dat heb ik. Het klopt dat we naar huis zijn gegaan en dat ik de deur op slot heb gedaan.

Ik heb haar tijdens de worsteling bedreigd. Uiteindelijk heb ik een mes uit de keuken gepakt en ben ik naar buiten gegaan.

17. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 1 maart 2021, inhoudende:

Ik erken dat ik op 2 september 2017 in mijn woning aan de [adres] te Steenbergen een wapen voorhanden heb gehad. Ik heb dit wapen ruim voordat ik [slachtoffer] leerde kennen in Duitsland op een parkeerplaats van een collega gekocht.

Ik denk dat ik vanaf 4.00 uur die nacht samen met [slachtoffer] in mijn woning was. Ik was die nacht inderdaad alleen met [slachtoffer] in de woning en het is inderdaad zo dat de stem die te horen is op de geluidsopname mijn stem is. Het klopt dat mijn roepnaam [verdachte] is.

Ik moet degene zijn geweest die de telefoon gebruikt heeft. Er was niemand anders die dat gedaan kan hebben. Ik ben de enige die mijn telefoon kan openen. U, voorzitter, vraagt mij of het zou kunnen dat ik filmpjes gemaakt heb of gepoogd te maken. Ja, dat zou wel kunnen.

Ik weet dat ik in [café] ben geweest. [slachtoffer] was daar al toen ik daar kwam. Ik ben inderdaad samen met [slachtoffer] vertrokken uit [café] . We zijn naar de parkeerplaats gelopen waar de [merk auto] van [slachtoffer] stond.

U, voorzitter, houdt mij voor dat een getuige verklaard heeft dat ik [slachtoffer] omklemd had en dat ik een mes in mijn hand had. Ik heb haar inderdaad bij haar arm vastgepakt en had daar een mes. Toen we tussen 4.00 uur en 5.00 uur in de woning waren hebben [slachtoffer] en ik seks gehad. Ik ben boos geworden. Er was sprake van vrijen en orale seks. Op het moment dat zij zich tegen het filmen verzette heb ik haar bij de keel gepakt.

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord in de kern aangevoerd dat wegens ontoereikend bewijs van voorbedachte raad vrijspraak dient te volgen van de impliciet primair ten laste gelegde poging tot moord op [slachtoffer] in de woning van verdachte aan de [adres] te Steenbergen. Voorts heeft de raadsman bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van verkrachting en van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] in de woning van verdachte.

Het hof overweegt als volgt.

De betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster [slachtoffer]

Op 2 september 2017 heeft [slachtoffer] bij de politie aangifte gedaan tegen verdachte. Op 5 september 2017 heeft zij bij de politie een aanvullende verklaring afgelegd en uitvoerig beschreven wat haar die bewuste nacht is overkomen. Op 13 september 2017 vond met aangeefster een informatief gesprek zeden plaats waarna zij op 6 november 2017 aangifte heeft gedaan van verkrachting. Op 26 mei 2020 heeft aangeefster bij de raadsheer-commissaris in dit hof een aantal vragen van de verdediging beantwoord.

Het hof stelt vast dat aangeefster steeds in de kern consistent en gedetailleerd heeft verklaard over hetgeen er die betreffende nacht is gebeurd.

De verklaring van aangeefster wordt ook ondersteund door de hiervoor bij de door het hof gebezigde bewijsmiddelen weergegeven video/geluidsopnames uit de telefoon van verdachte. Naar het oordeel van het hof staat vast dat deze opnames door verdachte zijn gemaakt op 2 september 2017 tussen 4.20 uur en 5.10 uur en dat zowel aangeefster als verdachte daarop is te horen en te zien. Dat deze opnames op essentiële punten overeenkomen met en aansluiten bij de verklaring van aangeefster maakt dat haar verklaring naar het oordeel van het hof als betrouwbaar en geloofwaardig mag worden beschouwd. Haar verklaring vindt op onderdelen eveneens bevestiging in de verklaringen van de getuigen [getuige 3] en [getuige 1] , in het aantreffen van het wapen in de vorm van een pistool op de [straatnaam] , in de letselbeschrijving en in de bevindingen van het bloedsporenonderzoek op de [straatnaam] , in de garage van de woning en in de woning van verdachte.

Daar komt bij dat de verdachte eerder verklaringen heeft afgelegd die hij ter terechtzitting in hoger beroep heeft herroepen, zoals ten aanzien van de herkomst van het wapen, en dat hij pas in hoger beroep heeft willen erkennen dat hij degene is die op de geluidsopnames te horen is en dat hij deze opnames heeft gemaakt.

Gelet op al het voorgaande ziet het hof evenals de rechtbank geen enkele reden om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster [slachtoffer] te twijfelen en neemt deze dan ook tot uitgangspunt.

Vaststelling feiten en omstandigheden

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.

Aangeefster [slachtoffer] en verdachte hadden sinds januari 2017 een relatie met elkaar. Aangeefster had in de week voorafgaand aan de incidenten op 2 september 2017 aan verdachte te kennen gegeven dat zij meer ruimte wilde in de relatie. Op 1 september 2017 hebben zij en verdachte samen gegeten in de woning van verdachte, gelegen aan de [adres] te Steenbergen en gesproken over hun relatie. Aangeefster is rond 22.00/22.15 uur uit de woning van verdachte vertrokken. Toen zij naar haar auto liep kwam zij bekenden tegen waarmee zij iets in [café] is gaan drinken. Verdachte heeft [slachtoffer] om 22.28 uur een Whatsapp-bericht gestuurd met de vraag of zij al thuis was. Aangeefster liet toen weten dat zij nog even op de hoek van de straat stond te praten met wat vrienden Vervolgens is verdachte ook die kant uitgegaan en heeft hij zich bij het gezelschap gevoegd. Op enig moment zijn aangeefster en verdachte richting de auto van aangeefster gelopen. Gelet op de verklaring van aangeefster dat zij om 3.22 uur nog vanuit [café] een berichtje heeft gestuurd aan haar zoon zullen zij en verdachte na dit tijdstip bij de auto van aangeefster zijn aangekomen.

Vast staat dat verdachte in de auto van aangeefster is gestapt en met aangeefster op de bijrijdersstoel naast zich, naar zijn woning aan de [adres] te Steenbergen is gereden.

Bij de woning aangekomen heeft verdachte aangeefster uit de auto en in de garage getrokken waarna verdachte de garagedeur sloot en tegen aangeefster heeft gezegd dat zij zich moest uitkleden. Verdachte pakte aangeefster vast en dwong aangeefster zijn woning in te gaan. Vervolgens heeft verdachte de deur op slot gedaan.

Uit de door verdachte gemaakte geluidsopnames volgt dat er in ieder geval tussen 4.20 uur en 5.10 uur seksuele en ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden, waarbij verdachte zich dwingend en dreigend heeft opgesteld. Toen aangeefster zich verzette tegen het filmen door verdachte met zijn telefoon, werd verdachte boos en heeft hij haar, zo heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep verklaard, bij de keel gegrepen. Op de geluidsopname is te horen dat de verdachte bang is dat aangeefster naar de politie zal gaan omdat hij haar heeft geprobeerd te wurgen. Verdachte heeft aangeefster ook een pistool getoond, gezegd dat het een echt wapen was en haar daarmee met de dood bedreigd.

Op enig moment (na 5.10 uur) kreeg aangeefster toestemming van verdachte om naar buiten te gaan om haar telefoon uit haar auto te halen. Alvorens zij naar buiten gingen heeft verdachte een mes gepakt en dat samen met het wapen bij zich gestoken, waarbij hij aangeefster duidelijk maakte dat het de bedoeling was dat ze na het ophalen van de telefoon weer terug de woning in zouden gaan. Verdachte pakte op weg naar buiten de autosleutels van aangeefster, die zij op de grond had gevonden, af en klikte buiten de auto open. Nadat aangeefster haar telefoon uit de auto had gepakt zag zij haar kans te ontsnappen en is zij gaan rennen om aan verdachte te ontkomen. Ze is daarbij op haar knieën ten val gekomen waarna verdachte haar aan haar haren omhoog heeft getrokken. Verdachte heeft aangeefster vervolgens met het mes in haar gezicht en rechts in haar nek (hals) gestoken/gesneden. Getuigen [getuige 1] en [getuige 3] hebben tussen 6.00 uur en 6.30 uur waargenomen dat aangeefster door verdachte onder dwang werd teruggevoerd naar de garage terwijl zij riep dat zij bloedde en dat hij haar los moest laten. Getuige [getuige 3] heeft daarbij waargenomen dat verdachte in zijn rechterhand een mes vasthield. Het wapen van verdachte, een gasdrukpistool gelijkend op een pistool van het merk Sig Sauer P226 MK 25 Marine, wordt tussen 6.30 uur en 6.45 uur door een voorbijganger op het midden van de weg in de [straatnaam] aangetroffen.

Eenmaal terug in de woning van verdachte is aangeefster in de badkamer haar gezicht gaan deppen om het bloed te stelpen. Aangeefster heeft verdachte gesmeekt om een dokter of 112 te bellen. Verdachte heeft dat geweigerd en tegen aangeefster gezegd dat hij haar nu wel moest vermoorden. Op de overloop heeft verdachte haar weer een aantal keren met beide handen om de keel gepakt en haar keel dichtgeknepen. Ook heeft verdachte aangeefster nog een aantal keren met het mes gestoken/gesneden. Op een gegeven moment kwam zij bij met haar gezicht in een plas met bloed. Terwijl aangeefster de politie hoorde roepen heeft verdachte haar op de grond vanaf de zijkant weer met twee handen rond haar nek vastgepakt en hard geknepen. Verbalisanten hoorden een vrouw in paniek gillen en hebben de ruit van de deur in moeten slaan om zich toegang tot de woning te verschaffen. Zij zagen verdachte boven aan de trap staan, met bebloede handen en bloedspetters op zijn kleding, en hebben hem gesommeerd naar beneden te komen. Verdachte heeft toen uit eigen beweging en zoals de verbalisanten relateren met een koele en emotieloze stem gezegd dat hij en aangeefster ruzie hadden gehad en dat hij haar had vermoord. De verbalisanten troffen bovenaan de trap op de overloop aangeefster aan, gelegen in een grote plas bloed, met daarbij een, over de gehele lengte bebloed, mes. Het mes betrof een vleesmes waarvan het lemmet een lengte van 20 cm had, vanaf de punt tot het heft uitlopend tot 3 cm breed.

Op de spoedeisende hulp van het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam wordt op 2 september 2017 vastgesteld dat aangeefster multipele steekverwondingen aan beide zijden van de hals (nog bloedend bij binnenkomst) en in het gezicht heeft. Uit het rapport Letselbeschrijving van forensisch arts [naam] volgt dat aangeefster verschillende soorten letsels had, waaronder steek/snijwonden in het gezicht, rechts in de hals, links in de nek en op de rechterschouder. Tevens is sprake van bloedingen in het hoornvlies van beide ogen, ontstaan ten gevolge van drukverhoging, zoals bij verwurging, en horizontaal parallel halfcirculair rode streepvormige sporen in de hals die gelet op de aard en het verloop kunnen passen bij een poging tot verwurging.

Feit 1 Poging tot doodslag/poging tot moord

Aan verdachte is tenlastegelegd de poging tot moord c.q. doodslag op [slachtoffer] op de [straatnaam] te Steenbergen en/of in de woning van verdachte aan de [adres] te Steenbergen.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van hetgeen hiervoor ten aanzien van het letsel is beschreven staat vast dat verdachte aangeefster meermalen met een mes in het gezicht, haar hals, nek en schouder heeft gestoken/gesneden en haar meermalen heeft gepoogd te wurgen, hetgeen bij aangeefster tot ernstig letsel heeft geleid. Het hof gaat er, gelet op de verklaring van aangeefster dat verdachte haar buiten op de [straatnaam] met het mes in haar gezicht en rechts in haar nek/hals heeft gestoken/gesneden, van uit dat verdachte aangeefster de andere steek/snijwonden heeft toegebracht in zijn woning.

a. Het steekincident op de [straatnaam] te Steenbergen (feit 1)

Het hof ziet zich vooraleerst voor de vraag gesteld of het (voorwaardelijk) opzet van verdachte er op gericht was om aangeefster op de [straatnaam] van het leven te beroven door haar met een mes in het gezicht en in haar hals te steken/snijden. Hoewel uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte, vóórdat hij en aangeefster de woning verlieten om haar telefoon te halen, haar reeds een aantal malen in de woning had bedreigd met de dood, blijkt uit de verklaring van aangeefster dat het voor haar duidelijk was dat zij weer met verdachte terug de woning in moest. Het hof leidt hier uit af dat verdachte op dat moment niet het boos opzet had om aangeefster op straat te doden.

Van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is sprake indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan een dergelijke kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop heeft toegenomen).

Het hof is van oordeel dat de verdachte door het steken/snijden met een scherp en puntig voorwerp, in de hals van aangeefster, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij aangeefster hierdoor dodelijk zou verwonden. Het hof overweegt in dit verband dat, zoals algemeen bekend kan worden verondersteld, zich in de hals kwetsbare vitale delen zoals slagaders en de luchtpijp bevinden. Indien met een mes in de halsstreek van het slachtoffer gestoken/snijden wordt, is de kans groot dat bijvoorbeeld een halsslagader geraakt wordt, hetgeen tot de dood kan leiden.

Naar het oordeel van het hof kan de bewezen verklaarde gedraging van de verdachte naar haar uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer te zijn gericht op de dood van aangeefster dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte ook bewust de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel voorbedachte raad moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Gelet op de situatie waarin het op de [straatnaam] is gekomen tot het daadwerkelijk steken/snijden van aangeefster, namelijk een situatie waarin aangeefster rennend is gevlucht en waarbij verdachte haar in haar vlucht heeft weten te achterhalen en haar vervolgens in bedwang heeft gehouden, acht het hof niet bewezen dat verdachte voorafgaand aan zijn stekend/snijdend handelen gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en gevolgen van het voorgenomen steken/snijden en zich daarvan rekenschap heeft gegeven. Ook overigens heeft het hof geen bewijsmiddel aangetroffen dat erop duidt dat er ten aanzien van het steken door verdachte op de [straatnaam] sprake was van voorbedachte raad.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat, nu het bestanddeel voorbedachte raad niet bewezen kan worden verklaard, verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder feit 1 (impliciet primair) ten laste gelegde poging tot moord op de [straatnaam] te Steenbergen.

Evenals de advocaat-generaal acht het hof op grond van het voorgaande wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich op 2 september 2017 op de [straatnaam] te Steenbergen schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag op [slachtoffer] .

De gebeurtenissen in de woning aan de [adres] te Steenbergen

Ook ten aanzien van de geweldshandelingen in de woning van verdachte ziet het hof zich voor de vraag gesteld of verdachte heeft getracht aangeefster opzettelijk en met voorbedachte raad te doden.

Voor de bewezenverklaring van het bestanddeel voorbedachte raad acht het hof in het bijzonder de volgende feiten en omstandigheden redengevend.

Uit de verklaring van aangeefster en de geluidsopnames volgt dat, voordat aangeefster en verdachte op de [straatnaam] naar de auto van aangeefster zijn gelopen, verdachte al de keel van aangeefster heeft dichtgeknepen en heeft overwogen aangeefster om het leven te brengen. Na het steek/snij-incident op straat heeft verdachte aangeefster (omstreeks 6.30 uur) weer zijn woning in gedirigeerd. Verdachte hield haar vast en heeft haar met het mes in zijn hand gedwongen de garage en zijn woning in te gaan. Getuige het bloedspoortraject dat van de straat tot in de woning liep, bloedde aangeefster toen hevig. Aangeefster heeft getracht haar wonden in de badkamer te verzorgen en verdachte gesmeekt om een dokter of 112 te bellen. Dit werd echter door verdachte geweigerd. Aangeefster heeft daarover verklaard: “hij zei gewoon keihard nee. Hij zei dat we dat niet meer gingen doen. Hij zei: ik moet je nu wel vermoorden. Het wordt nu afgemaakt.” Verdachte heeft haar daarna nog een aantal keren proberen te wurgen. De eerste keer toen zij nog rechtop stond en verdachte voor haar ging staan en haar keel met zijn handen dicht kneep. Aangeefster heeft verklaard dat zij zich toen voelde wegglijden en dat verdachte kalm en berekenend bleef. Daarna, toen zij op de grond in een plas bloed bijkwam, voelde zij dat verdachte haar vanaf de zijkant met twee handen om haar nek vastpakte en wederom hard kneep. Op hetzelfde moment hoorde zij de politie roepen en glasgerinkel. Op de vraag van verbalisant [verbalisant 3] bij aankomst (omstreeks 6.50/6.55 uur) wat verdachte deed toen zij “politie’ riepen, wist aangeefster nog uit te brengen dat verdachte haar toen aan het wurgen was.

Naar het oordeel van het hof was er voor verdachte voldoende tijd waarin hij de gelegenheid heeft gehad zich te beraden op het genomen besluit of het te nemen besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en gevolgen van zijn voorgenomen daad en om zich daarvan rekenschap te geven. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat verdachte al voordat hij en aangeefster vanuit de woning van verdachte naar de auto zijn gelopen, de keel van aangeefster heeft dichtgeknepen en haar heeft gezegd dat zij haar kinderen nooit meer zal zien, dat hij zich ervan rekenschap heeft gegeven dat aangeefster mogelijk de politie zou waarschuwen en dat hij dit wilde voorkomen, dat hij zich voorzien heeft van wapens, waaronder een mes, om een eventuele vluchtpoging van aangeefster te beletten, dat, toen aangeefster trachtte te vluchten, hij dit heeft belet en haar heeft gedwongen weer zijn woning in te gaan, dat aangeefster nog in de badkamer bezig is geweest om haar wonden te verzorgen en dat zij nog heeft gevraagd om medische hulp, daarmee verdachte expliciet de mogelijkheid biedend om alsnog te kiezen voor haar welzijn en gezondheid, dat verdachte er desondanks toe is overgegaan aangeefster wederom te steken/snijden en te wurgen en dat hij nogmaals haar keel dichtkneep toen de politie-ambtenaren hun aanwezigheid al kenbaar hadden gemaakt.

Aldus staat voor het hof vast dat verdachte meer dan voldoende tijd heeft gehad zich te kunnen beraden op het te nemen of genomen besluit om aangeefster om het leven te brengen en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Het hof acht voorts geen contra-indicaties aannemelijk geworden die het aannemen van voorbedachte raad in de weg staan. Dat verdachte seksuele handelingen met aangeefster wilde verrichten staat aan het voorgaande niet in de weg. Hij heeft haar toen al gezegd dat zij haar kinderen nooit meer zal zien, waaruit is af te leiden dat hij haar om het leven wilde brengen. Ook de omstandigheid dat verdachte op enkele momenten kennelijk emotioneel is geweest en aan aangeefster heeft gezegd dat zij hem maar moest doden, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de bewijsmiddelen blijkt afdoende dat verdachte berekenend te werk is gegaan en de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Hij heeft zich aan de smeek-bedes van aangeefster niets gelegen laten liggen en is, toen de politie bij zijn woning kwam, zelfs doorgegaan met het trachten aangeefster van het leven te beroven door haar te wurgen.

Gelet op het vorenstaande en de gebezigde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien acht het hof dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gepoogd heeft om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachte raad van het leven te beroven door haar in de woning aan de [adres] te Steenbergen te steken/snijden met een mes en door haar meermalen te wurgen.

Feiten 2 en 3 Verkrachting en het dwingen tot ontuchtige handelingen

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder feit 2 aan verdachte ten laste gelegde verkrachting van [slachtoffer] . De raadsman heeft daartoe - kort gezegd - aangevoerd dat er op zijn minst redelijke twijfel bestaat over de vraag of het voor verdachte kenbaar was dat aangeefster [slachtoffer] geen seks met hem wilde. De raadsman wijst in dat verband op de verklaring van aangeefster dat zij op het gevoel van verdachte wilde spelen, zich niet tegen de seks heeft verzet en verdachte juist heeft willen paaien.

Het hof overweegt als volgt.

Zoals reeds eerder is overwogen heeft het hof geen twijfel over de juistheid van de voor het bewijs gebruikte verklaringen van aangeefster [slachtoffer] .

Om tot een bewezenverklaring van de onder feit 2 ten laste gelegde verkrachting te komen moet worden vastgesteld dat de verdachte door geweld of een andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, in dit geval door het duwen/brengen van verdachtes penis in de vagina en/of mond van aangeefster.

Naar het oordeel van het hof kan op basis van de geluidsopnames en de verklaring van aangeefster alsmede de verklaring van verdachte dat er orale seks heeft plaatsgevonden, wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het lichaam van aangeefster seksueel is binnengedrongen door het duwen/brengen van verdachtes penis in de vagina en mond van aangeefster.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt voorts dat verdachte die betreffende nacht een voor aangeefster bijzonder dreigende situatie heeft gecreëerd. Hij had de deur van de woning op slot gedaan en aangeefster gedwongen zich uit te kleden. Op de geluidsfragmenten is te horen dat verdachte heel dwingend is naar aangeefster en haar opdrachten geeft tot het verrichten van seksuele handelingen. Zo moest ze hem pijpen, zichzelf vingeren, wilde hij seks met haar en wilde hij in haar (klaar) komen. Als ze daaraan geen gevolg wil geven zegt verdachte dat ze geen weerstand mag bieden. Ondanks het feit dat aangeefster vele malen ‘nee’ zegt en protesteert, blijft verdachte zijn opdrachten steeds herhalen en telt hij zelfs meerdere malen af van 5 tot 1 om haar aan te sporen gehoor te geven aan zijn eisen.

Te horen is dat aangeefster wordt geslagen en dat zij daarop ‘au’ roept. Ook kan worden waargenomen dat verdachte aangeefster verbiedt naar de wc te gaan. Verdachte bedreigt aangeefster met de dood, knijpt haar keel dicht en heeft haar een wapen getoond. Hij zegt ook dat zij haar kinderen nooit meer zal zien. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte erkend dat hij boos werd toen aangeefster zich verzette tegen het filmen met zijn telefoon en dat hij haar toen bij de keel heeft gepakt.

Naar het oordeel van het hof is gelet op de reacties/gedragingen van verdachte op het verzet en de weigeringen van aangeefster voldoende vast komen te staan dat hij moet hebben geweten dat zij de seksuele handelingen niet wenste.

Op de geluidsopnames is ook te horen dat de stemming van verdachte wisselt en dat hij zich onberekenbaar/onvoorspelbaar gedraagt. Hoewel hij op het ene moment huilt, zegt dat hij haar pijn heeft gedaan en zegt dat ze maar naar huis moet gaan (p. 292), slaat zijn gedrag het volgende moment volledig om en zegt hij op koele toon: “Hehe denk je dat ik gek ben of zo”. Gezien de omstandigheden waaronder hij aangeefster heeft gebracht - het afsluiten van de woning zodat zij niet weg kon, het haar dwingen zich uit te kleden, het haar op bed gooien, het geven van bevelen aan haar, het tonen van een wapen, het voorkomen dat zij de politie zou bellen - kan het niet anders zijn dan dat verdachte heeft geweten dat hij voor aangeefster een zeer bedreigende situatie heeft gecreëerd waarin voor aangeefster geen enkele keuze meer bestond. Dat aangeefster zich genoodzaakt zag om zich lief en aardig op te stellen om de situatie niet te laten escaleren is dan ook geen omstandigheid waaruit verdachte had kunnen en mogen afleiden dat zij toestemming gaf tot het verrichten van de seksuele handelingen. Ook uit de opnames blijkt dat verdachte zich dit terdege heeft gerealiseerd. Zo zegt verdachte op enig moment: “je neemt me echt in de zeik”, “Ik ben niet gek”.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan en het verrichten van seksuele handelingen en dat bij verdachte sprake was van opzet.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Op grond van het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 2 september 2017 te Steenbergen schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van [slachtoffer] en het haar dwingen tot het plegen van ontuchtige handelingen.

Feit 4 Wederrechtelijke vrijheidsberoving

In de onder feit 4 aan de verdachte ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving is een onderscheid te maken tussen enerzijds de verweten vrijheidsberoving van aangeefster in haar eigen auto terwijl verdachte de auto bestuurde, en anderzijds de vrijheidsberoving van aangeefster in de woning van verdachte.

Evenals de rechtbank en met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof van oordeel dat voor een bewezenverklaring van de wederrechtelijke vrijheidsberoving in de auto onvoldoende bewijs voorhanden is. Verdachte zal in zoverre van dit feit worden vrijgesproken.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte ook dient te worden vrijgesproken van de vrijheidsberoving in de woning van verdachte, nu aan het opzet op de wederrechtelijkheid op zijn minst dient te worden getwijfeld.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de verklaring van aangeefster die wordt ondersteund door de eerder genoemde geluidsfragmenten volgt dat verdachte de woning had afgesloten, de sleutel van de sleutelbos heeft gehaald en aangeefster heeft gezegd dat zij zo niet meer kon wegkomen. Vervolgens heeft verdachte door geweld en bedreigingen met geweld een situatie gecreëerd waaraan aangeefster zich niet kon onttrekken. Verdachte is in de woning de hele tijd in de nabijheid van aangeefster gebleven en heeft haar - toen hij haar uiteindelijk toestond haar telefoon uit de auto te gaan halen - naar buiten begeleid, waarbij hij een mes en wapen heeft meegenomen om te voorkomen dat zij zou ontvluchten.

Op straat heeft aangeefster weten te ontvluchten maar is zij al snel door verdachte ingehaald. Uit de gebezigde bewijsmiddelen waaronder de verklaring van aangeefster en de waarnemingen van getuigen [getuige 3] en [getuige 1] , blijkt dat verdachte daarna aangeefster terwijl hij haar vasthield, met een mes in zijn rechterhand terug de woning in heeft gedwongen en haar enige tijd, tot de komst van de politie in de (afgesloten) woning heeft opgehouden.

Het hof ziet gelet op het voorgaande geen reden om te twijfelen aan het opzet van verdachte om aangeefster van haar vrijheid te beroven en beroofd te houden. Hij is weliswaar op enig moment met aangeefster naar haar auto gelopen, maar heeft zich, zichtbaar voor aangeefster en onder dreigende woorden, voorzien van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes om te voorkomen dat aangeefster zou ontsnappen. Verdachte heeft wel degelijk geweten dat hij aangeefster - tegen haar wil - van haar vrijheid beroofde en beroofd hield. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 2 september 2017 te Steenbergen opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van haar

vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De verdediging heeft betoogd dat bij bewezenverklaring van de aan verdachte ten laste gelegde feiten sprake is van eendaadse samenloop, althans, naar het hof begrijpt, een voortgezette handeling. Het hof volgt de verdediging hierin niet. Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat sprake is van meerdere ongeoorloofde wilsbesluiten van verdachte.

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

poging tot doodslag.

en

poging tot moord.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

verkrachting.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden.

Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 21 jaar, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft - op gronden als verwoord in de pleitnota - bepleit dat het hof niet over zal gaan tot oplegging van een tbs-maatregel met dwangverpleging maar een gevangenisstraf zal opleggen van niet langer dan 5 jaar teneinde oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden mogelijk te maken.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot doodslag door het slachtoffer op straat met een mes meerdere malen in het gezicht en de hals te steken/snijden. Tevens heeft hij zich schuldig gemaakt aan poging tot moord door haar in de woning met een mes in de

hals/keel en nek/schouder te snijden/steken en meermalen de keel/hals van het slachtoffer dicht te knijpen. Verdachte heeft door zijn gedragingen welbewust een zeer groot en levensbedreigend gevaar voor het slachtoffer in het leven geroepen en heeft zich niets aangetrokken van haar waardigheid als mens. Dat zij niet is komen te overlijden is een omstandigheid die geenszins aan verdachte te danken is. Zelfs toen de politie ter plaatse kwam heeft verdachte nog getracht het slachtoffer te wurgen. Deze door verdachte gepleegde feiten behoren tot de zwaarste vergrijpen die het Wetboek van Strafrecht kent.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige zedenmisdrijven, te weten verkrachting van het slachtoffer en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Zedenmisdrijven zijn ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft ook door het plegen van deze feiten een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer.

De omstandigheid dat verdachte zich kennelijk geen enkele rekenschap heeft gegeven van de gevoelens van het slachtoffer en zich slechts heeft laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en mogelijk frustratie in zijn relatie met aangeefster, rekent het hof hem bijzonder zwaar aan. Ook heeft verdachte het slachtoffer een tijdlang in zijn woning van haar vrijheid beroofd. Verdachte heeft door zijn gedrag een zeer onveilige en beangstigende situatie voor het slachtoffer gecreëerd. Het slachtoffer werd geconfronteerd met een partner die zich voor haar volstrekt onberekenbaar en onvoorspelbaar gedroeg. Zij heeft enorme doodsangsten uitgestaan en was bang haar kinderen nooit meer te zien.

Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Zeker wanneer - zoals in de onderhavige zaak - gedurende een aantal uren bovenstaande delicten gecombineerd worden begaan kan het een verwoestende uitwerking hebben op iemands leven. Het handelen van verdachte die nacht heeft een enorme impact op het slachtoffer gehad, zoals ook blijkt uit de door haar ter terechtzitting in hoger beroep uitgesproken slachtofferverklaring. Tot op de dag van vandaag ondervindt zij van het handelen door verdachte nog de fysieke en psychische gevolgen. Uit de slachtofferverklaring blijkt voorts dat de bewezen verklaarde feiten ook bij de kinderen van het slachtoffer diepe sporen hebben achtergelaten.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een wapen.

Verdachte heeft het slachtoffer met dit wapen bedreigd. Om een dergelijk handelen in te dammen dient ten aanzien van verboden wapenbezit stevig te worden opgetreden.

Het hof heeft rekening gehouden met de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Het hof heeft met betrekking tot de persoon van verdachte voorts kennisgenomen van de rapporten die zijn uitgebracht over de persoon van de verdachte:

 Pro Justitia rapportage van de deskundigen L.J.H. Kuipers, psychiater en A.J. de Groot, psycholoog d.d. 20 april 2018;

 een reclasseringsadvies d.d. 16 augustus 2018;

 Pro Justitia rapportage van de deskundigen R.J.P. Rijnders, psychiater en T.W. van de Kant, klinisch psycholoog d.d. 18 augustus 2020;

 de brief van de deskundigen Rijnders en Van de Kant aan de advocaat-generaal d.d. 17 februari 2021;

 een reclasseringsadvies d.d. 18 februari 2021.

De verdachte is gedurende zes weken ter observatie opgenomen in het Pieter Baan Centrum (hierna PBC) en is onderzocht door L.J.H. Kuipers, psychiater en A.J. de Groot, psycholoog, beiden verbonden aan het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum. Uit de door hen opgemaakte rapportage d.d. 20 april 2018 blijkt dat verdachte in het PBC niet zijn volledige medewerking aan het onderzoek heeft verleend waardoor de onderzoekers onvoldoende onderzoek konden verrichten naar de geestvermogens van verdachte om tot een volledige beantwoording van de vraagstelling te kunnen komen.

In hoger beroep heeft de verdachte te kennen gegeven een nieuw onderzoek te wensen en daar wel volledig aan mee te zullen werken. Het hof heeft deze wens gehonoreerd, hetgeen heeft geresulteerd in de Pro Justitia rapportage d.d. 18 augustus 2020, opgesteld door de deskundigen Rijnders (psychiater) en Van de Kant (klinisch psycholoog), beiden verbonden aan het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum.

De deskundigen Rijnders en Van de Kant rapporteren omtrent het al dan niet bestaan van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bij de verdachte ten tijde van het begaan van het bewezen verklaarde het volgende:

(p. 59 e.v)

Ondergetekenden concluderen dat betrokkene niet voldoet aan de kenmerken van een separate persoonlijkheidsstoornis. Hij heeft geen a priori antisociale attitude en voldoet evenmin aan de criteria van psychopathie. Wel menen ondergetekenden - op grond van psychologisch testonderzoek, dossierinformatie en hetgeen betrokkene over zichzelf in relatie tot partners vertelt - dat er bij hem sprake is van afhankelijke persoonlijkheidskenmerken alsmede (lichte) narcistische trekken. Betrokkenes afhankelijkheidsproblematiek is in het verleden vastgesteld en gold als onderdeel van zijn tbr-behandeling. In het dagelijks leven wordt deze afhankelijkheidsproblematiek, die hand in hand gaat met betrokkenes inferioriteits-gevoelens, overdekt door narcistische dynamiek, zoals die naar voren komt in zijn façade-gedrag opdat hij daarmee de afhankelijke kanten van zijn persoonlijkheid kan verhullen en de 'schone schijn' kan ophouden. Betrokkenes afhankelijkheidsdynamiek komt logischerwijze vooral naar voren als zijn partnerrelatie tot een einde komt c.q. dreigt te komen, bovenal in relaties waarin hij meent veel te hebben geïnvesteerd en die hij niet wenst te verbreken. Hij vertelt hierover "zó [z]ijn best" te hebben gedaan teneinde het de ander naar haar zin te maken in de hoop de relatie te bestendigen. Betrokkene voelt zich in een fase waarin de relatie eindigt of dreigt te eindigen, dan ook onrustig en wordt getriggerd in zijn insufficiëntiegevoelens en verlatingsangsten, kortom: zijn afhankelijkheidsdynamiek. Daadwerkelijke verlating of de dreiging ervan kan dan narcistische dynamiek activeren, waarin krenkbaarheid en zijn deels gebrekkige empathische vermogens door zijn façadegedrag ('hij, de onafhankelijke man') heen breken, waardoor woedegevoelens ontstaan. Hierna kan hij bijvoorbeeld financiële eisen stellen ter compensatie van 'geleden schade', maar, zoals in het verleden is gebleken, betrokkene kan ook overgaan tot interpersoonlijk agressief gedrag, zoals mishandeling en verkrachting. Aangaande deze seksuele delicten menen ondergetekenden - gelijk voorgaande rapporteurs pro Justitia - dat deze niet voortvloeien vanuit een parafilie, hyperseksualiteit of verkrachtingsfantasieën, maar kunnen worden gezien als een agressieve handeling ter ultieme vernedering van zijn vertrekkende partners, maar wellicht ook om controle te behouden en de ander te dwingen niet los te laten en het weer goed te maken.

Ondergetekenden menen dat betrokkenes - in het verleden vastgestelde ernstige -persoonlijkheidsstoornis thans niet meer kan worden gediagnosticeerd, en wel omdat hij in de laatste jaren op meerdere levensterreinen voldoende adequaat lijkt te functioneren. Alhoewel de controle op zijn gedragingen vergeleken met het verleden duidelijk beter lijkt, blijkt uit psychologisch testonderzoek wel degelijk nog sprake van overgecompenseerde vijandigheid en agressie. Zijn persoonlijkheid gerelateerde problematiek wordt bovenal geactiveerd als hij op zijn meest kwetsbare plek (i.c. afhankelijkheid van een intieme partner) wordt geraakt, en wel op het moment dat verlies van deze relatie dreigt.(..)

Op grond van bovenstaande overwegingen stellen ondergetekenden dat er bij betrokkene weliswaar geen sprake is van een onderscheidenlijke persoonlijkheidsstoornis, maar dat wel een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens kan worden vastgesteld. Deze gebrekkigheid openbaart zich met name in zijn partnerrelaties; op andere levensterreinen heeft betrokkene manieren gevonden om met de kwetsbaarheden van zijn persoonlijkheid om te gaan, zodat hij niet voldoet aan de diagnostische criteria van een persoonlijkheidsstoornis.

Genoemde gebrekkige ontwikkeling was aanwezig in de aanloop tot en ten tijde van het ten laste gelegde.

(..)

Nu afzonderlijke analyse van de verschillende ten laste gelegde feiten (indien bewezen) niet mogelijk is, beschouwen ondergetekenden het geheel als één feitencomplex. In hun overwegingen gaan zij uit van een opbouw van betrokkenes ongerustheid sinds de dinsdag vóór de zaterdag waarop het ten laste gelegde plaatsvindt. Die ongerustheid komt naar voren in WhatsApp-berichten aan zijn partner in de tussenliggende dagen, waarin hij blijft aandringen dat hij van haar houdt en dat hij haar veel te bieden heeft.

Er lijken verschillende dynamieken aanwezig in de uren waarin diverse ten laste gelegde handelingen plaatsvinden (indien bewezen): betrokkene uit zich zowel handelend als verbaal agressief naar aangeefster, verkracht haar alsmede vernedert haar in seksuele zin door opdrachten te geven, en toont zich achterdochtig met betrekking tot haar intenties jegens hem en andere mannen, om dan vervolgens zelfopofferend haar te smeken hem te doden.

(..)

Ondergetekenden menen dat betrokkenes gebrekkige ontwikkeling in het ten laste gelegde (indien bewezen) op sommige momenten in sterke mate heeft doorgewerkt, maar zien ook dat er in de urenlange periode talloze momenten zijn geweest c.q. moeten zijn geweest waarop betrokkene handelingsalternatieven kon hebben aangewend - en de invloed van de gebrekkige ontwikkeling minder ver moet hebben gereikt. Op grond hiervan adviseren zij Uw College betrokkene de ten laste gelegde feiten in (hooguit) verminderde mate toe te rekenen. Zij kunnen op grond van de beschikbare gegevens geen advies geven betrokkene de ten laste gelegde feiten geheel niet of sterk verminderd toe te rekenen.”

Het hof volgt de conclusie van de deskundigen en komt derhalve tot het oordeel dat het bewezen verklaarde aan de verdachte in (hooguit) verminderde mate kan worden toegerekend. Dit heeft een matigend effect op de hoogte van de op te leggen gevangenis-straf.

Opleggen tbs-maatregel?

De deskundigen Rijnders en Van de Kant concluderen in hun rapport d.d. 18 augustus 2020 (pagina 65) ten aanzien van de eventuele oplegging van een tbs-maatregel met bevel tot dwangverpleging dat:

“ een verblijf in een tbs-kliniek niet noodzakelijk is voor de behandeling van betrokkenes gebrekkige ontwikkeling, het gaat immers om problematiek die zich openbaart in een intieme partnerrelatie die ten einde loopt. Betrokkene is een man die niet afwijzend tegenover therapie staat, het recidivegevaar van zowel agressie als zeden is niet acuut verhoogd: zo dit gevaar opspeelt betreft het de laatste fase van een relatie. Verder is betrokkene geen man met primair antisociale attitudes, noch met een separate impuls- of agressieregulatiestoornis.”

Het hof ziet in het rapport van de deskundigen Van de Kant en Rijnders onvoldoende aanknopingspunten om naast oplegging van een gevangenisstraf een tbs-maatregel met dwangverpleging te bevelen.

Gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten acht het hof de door de raadsman bepleite oplegging van een gevangenisstraf van ten hoogste 5 jaren niet passend, hetgeen betekent dat oplegging van een tbs-maatregel met voorwaarden in de onderhavige zaak niet tot de wettelijke mogelijkheden behoort.

Redelijke termijn

Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in hoger beroep in deze zaak ambtshalve het volgende.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin de verdachte in verband met het bewezenverklaarde in voorlopige hechtenis verkeert, te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen 16 maanden nadat hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak of de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop.

Namens verdachte is op 26 september 2018 hoger beroep ingesteld, terwijl het hof op 29 maart 2021 - en derhalve niet binnen 16 maanden na het instellen van het hoger beroep - arrest wijst.

De verdediging heeft eerst op de terechtzitting van 2 december 2019, geruime tijd na aanvang van de procedure in hoger beroep, verzocht (wederom) een psychologisch/

psychiatrisch onderzoek naar de geestesvermogens van verdachte in het PBC te gelasten. Het hof heeft deze wens gehonoreerd, verdachte is opgenomen geweest in het PBC van 4 juni 2020 tot 17 juli 2020 en het rapport is op 18 augustus 2020 opgeleverd.

Het hof is, gelet op de bijzondere omstandigheid in deze zaak, te weten de vertraging die in het onderzoek ter terechtzitting is opgetreden als gevolg van voormeld late verzoek van de verdediging en het vervolgens verrichte onderzoek, van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn in de fase van hoger beroep niet tot strafvermindering dient te leiden.

Concluderend:

Met de rechtbank en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat, gelet op het zeer gewelddadige en vernederende karakter van het complex van door verdachte jegens het slachtoffer gepleegde feiten en de verwoestende gevolgen van die feiten voor het slachtoffer, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 jaar, met aftrek van voorarrest, een passende straf is. Het hof zal de omstandigheid dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd, verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof de op te leggen gevangenisstraf zal matigen met 1 jaar.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren met aftrek van voorarrest.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven Apple-telefoon, toebehorende aan verdachte, is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp is met behulp waarvan de feiten zijn begaan. Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurd verklaren. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De hierna in het dictum nader te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, waaronder een op een Sig Sauer P226 gelijkend voorwerp en een mes, toebehorende aan de verdachte, met behulp waarvan de bewezen verklaarde feiten zijn begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Het hof zal voorts de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte respectievelijk [slachtoffer] , nu naar het oordeel van het hof het belang van de strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van deze voorwerpen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 62.185,95, bestaande uit € 2.185,95 ter zake van materiële schade en € 60.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De rechtbank heeft bij het vonnis waarvan beroep de vordering geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.

De verdediging heeft de vordering ter terechtzitting in hoger beroep niet inhoudelijk betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van verdachtes onder de feiten 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden ter zake van immateriële schade ad € 60.000,00.

Nu het hof evenals de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder feit 1 ten laste gelegde poging tot moord en poging tot doodslag, de verkrachting (feit 2) en de wederrechtelijke vrijheidsberoving in de woning van verdachte (feit 4), bestaat er geen aanleiding om, zoals door de raadsman bepleit, om de vordering met betrekking tot immateriële schade te matigen.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.

Tevens is het hof van oordeel dat ook de door de benadeelde partij gevorderde materiële schade ad € 2.185,95 (onder meer medische kosten, huishoudelijke zorg, reiskosten, parkeer-en verblijfkosten en kleding) rechtstreekse schade vormt, veroorzaakt door verdachtes onder de feiten 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde handelen. Nu deze vordering door de verdediging niet is betwist ligt de vordering voor toewijzing gereed.

Met betrekking tot de gevorderde reiskosten verband houdende met het bijwonen van een aantal terechtzittingen in eerste aanleg overweegt het hof dat deze reiskosten ad € 239,46 dienen te worden aangemerkt als proceskosten en derhalve in mindering moeten worden gebracht op het toe te wijzen bedrag aan materiële schadevergoeding. Het hof zal derhalve de vordering ter zake van materiële schade toewijzen tot een bedrag van € 1.946,49.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente, telkens tot aan de dag der algehele voldoening. Meer specifiek zal de wettelijke rente over het bedrag aan materiële schadevergoeding van €1.946,49 vanwege de veelheid aan schadeposten om redenen van efficiëntie worden toegewezen vanaf 10 september 2018, zijnde de datum van de terechtzitting bij de rechtbank, op welke zitting de vordering is overgelegd en toegelicht.

De ingangsdatum van de wettelijke rente over het bedrag aan immateriële schadevergoeding zal het hof bepalen op 2 september 2017, zijnde de datum waarop de feiten zijn gepleegd en de schade is ontstaan.

Het hof zal de verdachte, die als de in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

239,46.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer

[slachtoffer] is toegebracht tot een bedrag van € 61.946,49, bestaande uit € 1.946,49 materiële schade en € 60.000,00 immateriële schade. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2017 ter zake van de immateriële schade en vanaf 10 september 2018 ten aanzien van de materiële schade tot aan de dag der algehele voldoening, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 242, 246, 282, 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en

munitie, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1. telefoontoestel, Apple, G1770780.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. wapen, kleur zwart, Sig Sauer P226, G1770585/G1770809;

munitie (betreft een potje met metalen balletjes), G1770799;

1. gaspatroon, kleur zilver, G1770811;

1. vleesmes, kleur zwart, G1770798;

1. wapen)koffer, kleur zwart, G1770803.

Gelast de teruggave aan [slachtoffer] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

ondergoed, G1770650.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

2 schoenen, kleur zwart, Van Bommel G1770441;

1. broek, kleur blauw, Tommy Hilfiger G1770452;

1. T-shirt, kleur zwart, Michael Kors, G1770455;

ondergoed, kleur blauw, Petrol G1770869;

1. ceintuur, kleur blauw, G1770799;

beddengoed, kleur grijs, G1770805;

1. hoeslaken, kleur grijs, G1770806.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1, 2, 3, en 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 61.946,49 (eenenzestigduizend negenhonderdzesenveertig euro en negenenveertig cent) bestaande uit € 1.946,49 (duizend negenhonderdzesenveertig euro en negenenveertig cent) materiële schade en € 60.000,00 (zestigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op

€ 239,46 (tweehonderdnegenendertig euro en zesenveertig cent).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1, 2, 3, 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 61.946,49 (eenenzestigduizend negenhonderdzesenveertig euro en negenenveertig cent) bestaande uit € 1.946,49 (duizend negenhonderdzesenveertig euro en negenenveertig cent) materiële schade en € 60.000,00 (zestigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 324 (driehonderdvierentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan éénvan beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op

10 september 2018

en voor de immateriële schade op

2 september 2017.

Aldus gewezen door:

mr. N.J.L.M. Tuijn, voorzitter,

mr. M.J.H.J. de Vries-Leemans en mr. Y.G.M. Baaijens-van Geloven, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.R.G.H. van Outheusden, griffier,

en op 29 maart 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. Tuijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar paginanummers van het politiedossier van de politie-eenheid Zeeland- West-Brabant, Districtsrecherche De Markiezaten, Onderzoek Pinarello, onderzoeksnummer ZB2R017107, gesloten op 1 maart 2018, bestaande uit wettig opgemaakte processen-verbaal en andere geschriften (doorgenummerde pagina’s 1-660).