Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:906

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-03-2021
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
20-000247-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Opruiing. Coronarellen. De verdachte heeft anderen aangezet tot het plegen van strafbare feiten en tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Daartoe heeft hij een bericht op Facebook geplaatst, waarin eenieder die tegen de avondklok is werd opgeroepen om nog vóór 21.00 uur te verzamelen op het plein in de wijk Tuinzigt in Breda. Daaraan is verder nog toegevoegd: ‘Weg met die avondklok, weg met Rutte’.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Parketnummer : 20-000247-21

Uitspraak : 24 maart 2021 (bij vervroeging)

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zitting houdende te Breda, van 27 januari 2021 in de strafzaak met parketnummer 02-021951-21 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum in het jaar] 1985,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zuid West –
De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘in het openbaar, bij geschrift tot enig strafbaar feit en geweld tegen het openbaar gezag opruien’ veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de politierechter bij vonnis de gevangenneming van de verdachte bevolen en het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan de duur van de opgelegde vrijheidsstraf.

Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds door hem ondergane voorarrest, in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsvrouwe van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair is een straftoemetingsverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het bestreden vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 24 januari 2021 te Bavel en/of te Breda, in elk geval in Nederland, in het openbaar mondeling, bij geschrift en/of bij afbeelding tot enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft hij, verdachte, middels social media, te weten middels een Facebookaccount, een bericht op Facebook geplaatst/gedeeld met de inhoud: ‘Wie tegen de avond klok is, vanavond verzamelen tuinzicht plein nog voor 9 uur.’ en/of ‘Weg met die avond klok, weg met rutte’.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 januari 2021 te Bavel in het openbaar bij geschrift tot enig strafbaar feit en tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, immers heeft hij, verdachte, middels social media, te weten middels een Facebookaccount, een bericht op Facebook geplaatst/gedeeld met de inhoud: ‘Wie tegen de avond klok is, vanavond verzamelen tuinzicht plein nog voor 9 uur.’ en ‘Weg met die avond klok, weg met rutte’.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie-eenheid Zeeland-West-Brabant, district De Baronie, basisteam Weerijs, op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie, registratienummer PL2000-2021021272, gesloten d.d. 26 januari 2021, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-75.

1.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2021, dossierpagina’s 4-7, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :

Op zondag 24 januari 2021, omstreeks 18.15 uur, werd ik (…) op de hoogte gebracht dat er een bericht op social media was gepost met de volgende tekst: ‘Wie tegen de avond klok is, vanavond verzamelen tuinzicht plein nog voor 9 uur. Weg met die avond klok, weg met rutte.’ Dit bericht werd gepost door [verdachte] .

Aangezien er eerder op de dag een hoop ongeregeldheden waren geweest in Eindhoven waarbij een grote groep personen in opstand was gekomen tegen de huidige coronaregels besloot ik, in overleg met collega [verbalisant 3] , om als wijkagent van Tuinzigt in dienst te komen om in de wijk aanwezig te zijn en te monitoren hoe dit verder zal verlopen. Als wijkagent is mij bekend dat het Tuinzigt-plein niet bestaat, maar dat hier hoogstwaarschijnlijk het Nelson Mandela-plein mee wordt bedoeld. Dit plein bevindt zich tussen de kruising van de Meidoornstraat en de Pijnboomstraat en de kruising van de Cypresstraat en de Clematisstraat te Breda, in de wijk Tuinzigt.

Op zondag 24 januari 2021, omstreeks 20.20 uur zag ik dat er meerdere personen op het Nelson Mandela-plein stonden (…). Ik (...) hoorde dat deze personen zeiden dat zij hier kwamen in verband met de oproep op social media en dat zij er klaar mee waren dat zij aan de ketting gelegd werden door premier Rutte (…). Ik zag dat de weg ter hoogte van de Cypresstraat met de Clematisstraat was opengebroken. Ik zag dat er zich meerdere losse straatstenen en hekken op dit kruispunt bevonden. Al snel bevonden zich zeker 40 tot 50 personen in de omgeving van het Nelson Mandela-plein. Een aantal personen verzamelde zich op de hoek van de Meidoornstraat en de Pijnboomstraat, een aantal personen op de hoek van de Cypresstraat met de Pijnboomstraat en een aantal personen op het kruispunt van de Cypresstraat en de Clematisstraat waar zich de losse straatstenen en hekken bevonden. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , besprak de sfeer met mijn collega [verbalisant 4] . Wij voelden ons op dat moment veilig, maar hadden wel het gevoel dat wij scherp en op onze hoede moesten zijn. Vervolgens spraken wij met vier personen die zich verplaatsten ter hoogte van het Nelson Mandela-plein. Eén van deze personen herkende ik direct als [betrokkene 1] , de man die door ons eerder op de avond werd gecontroleerd (…). De vierde persoon die bij hen liep, betrof [verdachte] . Ik zag dat [verdachte] een grijskleurig petje droeg, een gecamoufleerde winterjas met bontkraag en een donkere spijkerbroek (…). Omdat de groep personen rondom het Nelson Mandela-plein was opgelopen tot zeker 60 personen werd besloten om [verdachte] niet direct aan te houden. Ik, verbalisant [verbalisant 2] , ging vervolgens in gesprek met [verdachte] . Tijdens het gesprek met [verdachte] hoorde ik dat hij zei dat hij een bericht op social media had geplaatst omdat hij klaar was met coronamaatregelen en dat hij voor zichzelf op wilde komen. Tijdens het gesprek zei ik, verbalisant [verbalisant 2] , dat ik kon begrijpen dat hij het niet eens was met de huidige maatregelen maar dat zijn post op Facebook wel kon zorgen voor ongeregeldheden (…).

Vervolgens vervolgden wij onze surveillance te voet en liepen richting de groep personen op de kruising met de Meidoornstraat en de Pijnboomstraat. Dit waren ongeveer 20 personen (...). Vervolgens verplaatsten wij ons naar de groepering die ter hoogte van de (het hof begrijpt: kruising van de) Cypresstraat met de Clematisstraat stond. Hier lagen ook de losse straatstenen. Het grootste gedeelte van deze groep droeg gezichtsbedekkende kleding. Deze groep met personen draaide harde muziek en stond er duidelijk niet voor open om door de politie aangesproken te worden.

Vervolgens stonden collega [verbalisant 4] en ik midden op het Nelson Mandela-plein. Uit meerdere hoeken werden er dingen geroepen. Ik hoorde dat er onder andere meerdere malen werd geroepen: "Kankerhomo’s" en dat er werd geroepen: "Politie, politie, de hoeren van justitie" (…). De sfeer werd grimmiger en gespannen. Wij hoorden dat de Mobiele Eenheid (ME) zich aan het verzamelen was en dat er opgetreden ging worden.
Op zondag 24 januari 2021, om 21.13 uur, werd er geschreeuwd vanuit de hoek van de Cypresstraat. Vervolgens zag ik dat er met stenen in onze richting werd gegooid. De afstand tussen ons en de persoon die de stenen gooide bedroeg ongeveer 30 meter. De gegooide stenen kwamen op een afstand van ongeveer 10 meter op de grond terecht (…). Op het moment dat wij onszelf hadden teruggetrokken naar de Tramsingel en een plan aan het maken waren om over te gaan tot actie hoorde ik dat er meerdere meldingen binnenkwamen die zich afspeelden in de omgeving van het Nelson Mandela-plein. Ik hoorde dat er brandjes werden gesticht, ruiten werden vernield van winkelpanden aan de Clematisstraat, hekken op de weg werden geplaatst, dat er hekken van een bouwterrein waren opengemaakt en dat hier spullen vanaf werden gehaald en dat er 20 personen de Jumbo aan het plunderen zouden zijn (…). Op zondag 24 januari 2021, omstreeks 22.35 uur, werd er overgegaan tot actie en werden meerdere eenheden van de politie ondersteund door de ME.

2.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 januari 2021, dossierpagina’s 40-41, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :

Op maandag 25 januari 2021, stelde ik, verbalisant [verbalisant 1] , een onderzoek in naar de inhoud van de inbeslaggenomen mobiele telefoon van verdachte [verdachte] . Ik zocht gericht naar informatie van betrokkenheid bij de opruiing/organisatie van een demonstratie op zondag 24 januari in de wijk Tuinzigt (…). Ik opende de applicatie ‘Whatsapp’. Ik trof hierin meerdere gesprekken aan, waarin verdachte [verdachte] aangaf dat hij de organisator was van de demonstratie. Tevens bleek uit sommige gesprekken dat hij voornemens was om ’s middags te gaan demonstreren in Eindhoven, echter hadden sommige vrienden afgezegd en had hij geen vervoer om daarheen te gaan. Hieronder zijn een aantal gesprekken uitgewerkt, waaruit blijkt dat hij betrokken was bij de organisatie van de demonstratie in Tuinzigt:

" [betrokkene 1] , [telefoonnummer 1] "
20-01-2021:
VE: Jo maat. Gade zondag (het hof begrijpt: zondag 24 januari) mee demonstreren?

[betrokkene 1] : Demonstreren voor?

[betrokkene 1] : Of bedoel je politie pesten?

VE: Dat kan ook nog. Dat verdienen die helden nu wel.

[betrokkene 1] : En flink ook. Amsterdam of?

VE: Tegen al die corona shit. Nee Eindhoven.

[betrokkene 1] : Bivak mee dus?

" [betrokkene 2] , [telefoonnummer 2] "

14.56

[betrokkene 2] : Maat. Ga de nog vandaag (het hof begrijpt: zondag 24 januari)? Of bende al op pad?

14.57

VE: Naar Eindhoven?

14.57

[betrokkene 2] : Ja of Amsterdam

14.57

VE: Nee, heb geen vervoer

14.58

VE: Mensen waar ik mee wilde gaan hebben als schaapjes afgezegd

14.58

[betrokkene 2] : Serieus

14.58

VE: Ja had graag nu een paar bakstenen naar dat kk ME willen smijten

"Onbekend 4, [telefoonnummer 3] "

21.13

Onbekend 4: Waar ben je?

21.13

VE: Die kanker wouten zoeken me

21.13

VE: Stonden ook al met twee bussen voor de deur van m'n ouders

21.14

Onbekend 4: Sta er nog

21.14

Onbekend 4: Zijn weg

21.14

VE: Ik moest vluchten. Ze stonden zelfs bij m'n ouders voor de deur. En binnen

21.33

Onbekend 4: *stuurt een foto van een hekwerk op de Meidoornlaan en een winkelwagentje*

21.34

VE: Hebben de wouten dat gedaan?

21.40

Onbekend 4: Wij

21.40

Onbekend 4: *stuurt een filmpje van de wegblokkade en een verkeersbord wat op de openbare weg ligt*

21.41

VE: Trots op jullie zo hoort het

22.05

Onbekend 4: *stuurt een foto van een omgevallen pallet met piepschuim*

22.08

VE: Gaan ze dat in de fik zetten?

22.10 Onbekend 4: *stuurt een foto van de omgevallen pallet met piepschuim, welke in brand staat*

22.10 VE: Emoticon van spierballen

22.10 VE: Is er politie?

22.11

Onbekend 4: Nog niet

22.11

VE: Hahaha dat komt zo wel. De politie komt nog wel een· keer terug aan m'n deur

22.34 Onbekend 4: Niks gezien. 2 helies en iedereen pleite, stond ik daar alleen. Ben pleite gegaan.

22.34 VE: Haha lekker gedaan jongens. We hebben even laten zien dat we het niet meer pikken, dat recht hebben we als burger.

22.51

Onbekend 4: *stuurt foto's en filmpjes van de politie inzet in de wijk

Tuinzigt*

22.54

VE: Loopt goed uit de hand.

" [betrokkene 3] , [telefoonnummer 4] "

22.09

VE: *stuurt foto's door van de vernielingen in de wijk Tuinzigt*

22.15

[betrokkene 3] : Was er geen politie?

22.16

VE: Nu niet meer, zelf moeten vluchten omdat ze me wilde pakken omdat ik dat bericht had geplaatst op Facebook.

22.16

[betrokkene 3] : Hahahah

22.16

VE: Hahahah ze hebben de boel in de fik gezet nu

22.16

[betrokkene 3] : Waren er veel mensen?

22.16

VE: Zijn er nog steeds meer als 100

22.17

[betrokkene 3] : Oke

22.17

VE: Goede opkomst

22.17

[betrokkene 3] : Wat staat er in de fik?

22.17

VE: Denk dat de politie wel weer terug aan m'n deur komt door die brand.

" [betrokkene 4] , [telefoonnummer 5] "

22.55

VE: De schuld van mij

22.55

VE: *stuurt foto's van de vernielingen en politie inzet in de wijk Tuinzigt*

22.55

VE: Dat krijgt nog een staartje voor mij (...)

3.

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 januari 2021 met bijlagen, dossierpagina’s 60-70, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :

Vraag verbalisanten: Tot hoe laat wilde je demonstreren?

Antwoord verdachte: Tot 22 uur, half elf (…).

Vraag verbalisanten: Eerder op de dag waren er flinke rellen in Eindhoven. Wat kan je daarover verklaren?
Antwoord verdachte: Dat heb ik op tv gezien in de middag.

Bijlage 3, opgenomen achter het proces-verbaal van het verhoor van de verdachte, opgenomen op dossierpagina 70 van het eindproces-verbaal, inhoudende dat de verdachte op Facebook berichten heeft geplaatst met de volgende inhoud, waarbij de schermafdruk weergeeft dat deze is gemaakt om 19.24 uur en de verdachte een uur daarvoor het volgende bericht had geplaatst:

(…) ‘Vanavond tuinzicht plein is beter dan Makro.’

4.

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, zesentwintigste meervoudige kamer voor strafzaken, van 12 maart 2021, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte [verdachte] :

Het klopt dat ik op 24 januari 2021 het bericht dat in de tenlastelegging is genoemd heb geplaatst op Facebook. Ik heb dat bericht thuis in [woonplaats] via mijn telefoon op Facebook geplaatst. Het idee was om aanvankelijk bij de Makro te verzamelen, maar ik heb de locatie op een later moment gewijzigd naar het Tuinzigt-plein in Breda.

Ik wist wat er allemaal eerder was gebeurd in Eindhoven en Amsterdam. Daar waren rellen tegen de avondklok.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouwe van de verdachte heeft ter terechtzitting vrijspraak bepleit van opruiing, zoals aan de verdachte ten laste is gelegd. Daartoe is in de kern aangevoerd dat enerzijds niet kan worden bewezen dat de verdachte met het plaatsen van het Facebook-bericht anderen heeft aangezet om iets ongeoorloofds te doen en anderzijds dat niet kan worden bewezen dat de verdachte met opzet heeft gehandeld. Het door de verdachte geplaatste bericht roept in de visie van de verdediging slechts op tot een demonstratie tegen de avondklok en wel nog vóór 21.00 uur. Op grond van artikel 10 van het EVRM heeft de verdachte het recht om een demonstratie te organiseren. Het bewijs schiet ervoor tekort dat de verdachte door aldus te handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat personen zouden gaan rellen in de wijk Tuinzigt te Breda, aldus de verdediging.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Opruiing houdt in het aanzetten tot strafbare feiten en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Bij de beoordeling of de door een verdachte gedane uitingen aansporen tot enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag en dus ‘opruiend’ zijn in de zin van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht, komt betekenis toe aan de inhoud en de strekking van de gedane uitingen in hun onderlinge samenhang bezien, alsmede de context waarin deze uitingen aan het publiek zijn geopenbaard.

In het delict opruiing ligt het opzet van de opruier op het aanzetten tot strafbare feiten en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag besloten. Ook degene die met zijn uitlating willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn uitlating derden zou kunnen bewegen tot het plegen van een strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag, handelt opzettelijk en wel in de vorm van voorwaardelijk opzet.

Het belang van strafbaarstelling van opruiing is, blijkens opname van het desbetreffende artikel in Titel V van het Wetboek van Strafrecht, gelegen in de bescherming van de openbare orde.

De opruiing dient in het openbaar plaats te vinden op mondelinge wijze, bij afbeelding of bij geschrift. Het internet kan worden aangemerkt als een openbare plaats, mits het publiek toegang heeft tot de internetpagina waarop de teksten zijn weergegeven. Door het plaatsen van uitlatingen op voor het publiek toegankelijke sociale media, zoals in het onderhavige geval, worden deze in de openbaarheid gebracht.

Het strafbare feit waartoe wordt opgeruid, moet rechtstreeks in het geschrift zijn aangeduid, maar daarbij hoeven niet de woorden van de strafwet te zijn gebruikt. Een herkenbare omschrijving van het feit waartoe wordt opgeruid volstaat. Daarbij kan worden gekeken naar de gehele inhoud van het geschrift en de strekking daarvan. Uit de omschrijving van de handelingen in de tenlastelegging moet voldoende blijken dat de handelingen waartoe is opgeroepen, indien zij waren uitgevoerd, een strafbaar feit zouden opleveren. Om tot een bewezenverklaring van opruiing te komen, is niet vereist dat de opruiing enig gevolg heeft gehad. Ook is niet vereist dat vast komt te staan dat redelijkerwijs waarschijnlijk is te achten dat het strafbare feit, waartoe is opgeruid, zal plaatsvinden.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat de verdachte op 24 januari 2021 een bericht op Facebook heeft geplaatst, waarin eenieder die tegen de avondklok is werd opgeroepen om nog vóór 21.00 uur te verzamelen op het plein in de wijk Tuinzigt. Daaraan is verder nog toegevoegd: ‘Weg met die avondklok, weg met Rutte’. Uit de bewijsmiddelen volgt dat het de bedoeling van de verdachte was om tot omstreeks 22.00 tot 22.30 uur te demonsteren. Die avond hebben relschoppers een spoor van vernieling achtergelaten in de wijk Tuinzigt. Puien van winkels zijn ingegooid, de politie werd met stenen bekogeld, er werden branden gesticht en uiteindelijk moest de Mobiele Eenheid er aan te pas komen om de openbare orde te herstellen. Uit bewijsmiddel 2 blijkt dat het gebruikte geweld de goedkeuring van de verdachte heeft en dat hij dit geweld heeft verheerlijkt.

Het hof is van oordeel dat de verdachte met de door hem gestuurde tekst anderen heeft aangespoord om de avondklok te overtreden. Dat is een strafbaar feit. Handelen in strijd met het verbod om tussen 21.00 uur en 4.30 uur in de open lucht te vertoeven, is immers handelen in strijd met een beperking of verbod als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Overtreding van dit artikel is strafbaar gesteld bij artikel 30, eerste lid, onder b, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag met een strafmaximum van hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie.

Het hof is tevens van oordeel dat de verdachte met het vorenbedoelde bericht anderen heeft aangespoord tot geweld tegen het openbaar gezag. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte wist dat er sprake was van een avondklok en dat de protesten daartegen eerder op de dag van 24 januari 2021, onder andere in Eindhoven en Amsterdam, zijn uitgelopen op rellen, waarbij onder meer de politie ernstig werd belaagd en diverse vernielingen werden gepleegd. Tegen deze achtergrond moet het plaatsen van het door de verdachte geplaatste bericht op Facebook worden gezien. Blijkens de bevindingen van de politie naar aanleiding van het onderzoek naar de gespreksgeschiedenis in de telefoon van de verdachte kon de verdachte zich kennelijk verenigen met de gewelddadigheden die volgden op de protesten tegen de avondklok. Maar ook voorafgaand aan de door hem geplaatste oproep om nog voor 21.00 uur te verzamelen geven de bewijsmiddelen 2 (de app-gesprekken met [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ) en 3 in hun onderlinge samenhang blijk van de gewelddadige intenties van de verdachte.

Door onder voormelde omstandigheden een opruiend openbaar bericht op Facebook te plaatsen heeft de verdachte naar het oordeel van het hof bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat derden zouden worden aangespoord tot het plegen van een strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. De verdachte wist immers dat de demonstraties in Eindhoven en Amsterdam eerder die dag ernstig uit de hand waren gelopen en hij kon dus minst genomen bevroeden dat de door hem georganiseerde demonstratie in de Bredase wijk Tuinzigt ook zou (kunnen) eindigen in gewelddadigheden. Verder heeft de verdachte moeten weten, gelet op het feit dat zijn intentie was om tot omstreeks 22.00 tot 22.30 uur te demonsteren, dat de door hem tot de demonstratie opgeroepen personen de avondklok zouden overtreden. De verdachte heeft ook in het geheel niets ondernomen om ongeregeldheden te voorkomen of te doen stoppen.

De verdediging heeft ten slotte nog aangevoerd dat de verdachte het recht heeft om een demonstratie te organiseren. Hoewel de verdachte op grond van het bepaalde in artikel 10, eerste lid, van het EVRM inderdaad het recht op vrijheid van meningsuiting heeft en hij zijn meningsuiting door middel van een demonstratie mag ventileren, is dat recht niet onbeperkt. Aangezien de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij volgens het tweede lid van voormeld artikel worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen. Een beperking van de vrijheid van meningsuiting (ook in het publieke debat) kan naar het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gerechtvaardigd zijn wanneer (I) de uitlatingen zijn gedaan tegen de achtergrond van politieke en of sociale onrust; (II) de gebruikte bewoordingen kunnen worden gezien als directe of indirecte oproep tot het plegen van geweld en (III) de uitlatingen tot ‘schadelijke gevolgen’ kunnen leiden. Het hof is van oordeel dat het opruiende bericht van de verdachte, als deze al is geuit ten behoeve van het publieke debat, tegen de hiervoor geschetste achtergrond van dien aard is dat een veroordeling ter zake van artikel 131 van het Wetboek van Strafrecht geen ontoelaatbare beperking oplevert van het in artikel 10 van het EVRM neergelegde recht.

Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging in al zijn onderdelen.

Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

in het openbaar, bij geschrift, opruien tot enig strafbaar feit en tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing. De verdachte heeft anderen aangezet tot het plegen van strafbare feiten en tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag. Daartoe heeft hij een bericht op Facebook geplaatst, waarin eenieder die tegen de avondklok is werd opgeroepen om nog vóór 21.00 uur te verzamelen op het plein in de wijk Tuinzigt in Breda. Daaraan is verder nog toegevoegd: ‘Weg met die avondklok, weg met Rutte’.

De regering heeft ter bestrijding van de coronapandemie ingrijpende maatregelen moeten treffen om te trachten de oplopende besmettingen een halt toe te roepen en de ziekenhuizen te ontlasten. In dat kader is ook het ingrijpende middel van de avondklok aangewend, waardoor eenieder, behoudens bij wet geregelde uitzonderingsgevallen, zich vanaf 21.00 uur niet meer op straat mag begeven. Naar aanleiding van de instelling van deze avondklok zijn in Nederland grootschalige rellen uitgebroken, die menig burger grote angst hebben ingeboezemd. Ook in de avond van 24 januari 2021 hebben relschoppers een spoor van vernieling achtergelaten in de Bredase wijk Tuinzigt. Puien van winkels zijn ingegooid, de politie werd met stenen bekogeld, er werden branden gesticht en uiteindelijk moest de Mobiele Eenheid er aan te pas komen om de openbare orde te herstellen. Mensen moesten machteloos toekijken hoe hun eigendommen en woonomgeving genadeloos werden vernield, terwijl veel burgers in deze tijden om uiteenlopende redenen al zwaar te lijden hebben onder de genomen maatregelen. Deze pure vernielzucht kent geen enkele rechtvaardiging.


Het abjecte gedrag van de verdachte is volstrekt onacceptabel en dient naar het oordeel van het hof met name uit het oogpunt van generale preventie en vergelding streng te worden bestraft, opdat de samenleving daartegen wordt beschermd.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 25 februari 2021, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij thans werkloos is, een Wajong-uitkering geniet, voorheen loodgieter was, dat hij onder bewind staat en in dat kader een conflict had met zijn bewindvoerder. De raadsvrouwe van de verdachte heeft daaraan toegevoegd dat de verdachte licht verstandelijk beperkt is en begeleid woont.

Het hof is van oordeel, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, dat in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, in verband met een juiste normhandhaving en uit een oogpunt van generale preventie en vergelding, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Hoewel de politierechter en de advocaat-generaal zulks eveneens hebben onderkend, zou met oplegging van dezelfde straf als door de politierechter is gevonnist en de door de advocaat-generaal geformuleerde eis, naar ’s hofs oordeel onvoldoende recht worden gedaan aan de ernst van het bewezenverklaarde feit. Voorts zou daarvan jegens potentiële opruiers in onvoldoende mate een afschrikwekkend effect uitgaan. Het hof zal derhalve overgaan tot oplegging van een gevangenisstraf van langere duur.

Het feit dat eenieder in Nederland zich thans door de uitbraak van het coronavirus in een uitzonderlijke situatie bevindt en het handelen van de verdachte op die situatie betrekking heeft, maakt dat de binnen de staande magistratuur ontwikkelde richtlijnen, dienende als indicatie voor een gebruikelijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van opruiing, niet op de onderhavige situatie van toepassing zijn. Deze richtlijnen zijn immers niet voor deze uitzonderlijke situatie geschreven, temeer nu ten tijde van het opstellen daarvan de aard en omvang van deze coronapandemie niet kon worden voorzien.

Het hof is van oordeel dat voor doorsnee gevallen van opruiing, indien alleen wordt opgeruid tot enig strafbaar feit, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 1 tot 3 maanden op zijn plaats is. Indien sprake is van opruiing, uitsluitend tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag, acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 3 tot 6 maanden passend.

Alles afwegende acht het hof in deze zaak oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden. Met oplegging van deze gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf, die met name is ingegeven door de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, wordt tevens enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 131 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. drs. K.J. van Dijk, voorzitter,

mr. drs. J. Nederlof en mr. C.P.J. Scheele, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. lic. J.N. van Veen, griffier,

en op 24 maart 2021 bij vervroeging ter openbare terechtzitting uitgesproken.