Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:60

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-01-2021
Datum publicatie
15-01-2021
Zaaknummer
20-002549-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2018:3494
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte voor - kort gezegd - poging tot deelneming aan een terroristische organisatie (IS/ISIL) tot een gevangenisstraf van 413 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002549-18

Uitspraak : 14 januari 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

‘s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 19 juli 2018 in de strafzaak met parketnummer 01-880392-16 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1983,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft – naar het hof begrijpt – gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en verdachte ter zake daarvan zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 413 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft zij verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging en meer subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis moet worden vernietigd, omdat het hof tot een bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

zij in of omstreeks de periode van 1 december 2015 tot en met 13 januari 2017, althans in de periode van 1 september 2016 tot en met 13 januari 2017, te Eindhoven, althans in Nederland, en/of op de weg van Nederland naar Turkije, en/of in Turkije,

ter uitvoering van het door haar, verdachte, voorgenomen misdrijf om deel te nemen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 Wetboek van Strafrecht, te weten:

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (telkens) (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of

- moord en/of doodslag, (telkens) (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,

- het radicaal extremistische gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk, zoals gevoerd wordt door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) danwel Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) danwel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of enige andere (terroristische) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, heeft bestudeerd en/of eigen gemaakt en/of

- de Arabische taal heeft (aan)geleerd en/of bestudeerd en/of

- zich in geschriften en/of op andere wijzen heeft geuit over haar wens zich te begeven naar Syrië teneinde zich aldaar te vestigen in het aldaar uitgeroepen kalifaat van en/of zich aan te sluiten bij Islamic State (IS) danwel Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) danwel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS), althans een (terroristische) organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, en/of

- daartoe meermalen, althans eenmaal geld/geldbedragen in contanten heeft opgenomen en/of voorhanden gehad en/of

- inlichtingen heeft ingewonnen en/of een navigatiesysteem heeft aangekocht teneinde de reisroute over de weg naar het strijdgebied in Syrië, althans de weg naar Syrië te kunnen volgen en/of

- ( vervolgens) met haar (een) (personen)auto van Nederland naar Turkije is gereden, en/of

- ( vervolgens) (door) is gereden naar het grensgebied tussen Turkije en Syrië en/of

- zich gedurende enige tijd heeft opgehouden en/of heeft rondgereisd in het grensgebied tussen Turkije en Syrië, en/of

- zich meermalen, althans eenmaal, heeft begeven naar, althans in de richting van de (lands)grens tussen Turkije en Syrië, en/of

- meermalen, althans eenmaal in het grensgebied tussen Turkije en Syrië (telkens) de Turkse grens althans de/een Turkse grenscontrolepost(en) is gepasseerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 1 september 2016 tot en met 20 december 2016, in Nederland, op de weg van Nederland naar Turkije en in Turkije,

ter uitvoering van het door haar, verdachte, voorgenomen misdrijf om deel te nemen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 83 Wetboek van Strafrecht, te weten:

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (telkens) (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of

- moord en/of doodslag, (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

ten behoeve van de gewapende Jihadstrijd, in welke strijd brandstichtingen, het teweeg brengen van ontploffingen, moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk,

- het radicaal extremistische gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk, zoals gevoerd wordt door de terroristische organisatie Islamic State (IS) danwel Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) danwel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of enige andere terroristische organisatie die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, heeft bestudeerd en/of eigen gemaakt en

- de Arabische taal heeft bestudeerd en

- zich in geschriften heeft geuit over haar wens zich te begeven naar Syrië teneinde zich aldaar te vestigen in het aldaar uitgeroepen kalifaat van en zich aan te sluiten bij Islamic State (IS) danwel Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en

- meermalen geldbedragen in contanten heeft opgenomen en/of voorhanden gehad en

- een navigatiesysteem heeft aangekocht teneinde de reisroute over de weg naar Syrië te kunnen volgen en

- met haar personenauto van Nederland naar Turkije is gereden en

- vervolgens door is gereden naar het grensgebied tussen Turkije en Syrië en

- zich gedurende enige tijd heeft opgehouden en/of heeft rondgereisd in het grensgebied tussen Turkije en Syrië en

- zich meermalen heeft begeven naar de (lands)grens tussen Turkije en Syrië en

- in het grensgebied tussen Turkije en Syrië de Turkse grens is gepasseerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen 1

Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan.

1. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] d.d. 1 november 2016 (politiedossier, pag. 60 – 61):

Op 15 september 2016 omstreeks 11.35 uur werden wij, verbalisanten, gestuurd naar het

adres [adres 2] [het hof begrijpt: te [adres 2] ] alwaar een jonge vrouw/moeder, betrokkene [verdachte] , uit 1983 werd vermist.

In de woning van de vermiste zou nu de ex-man, betrokkene [ex-partner verdachte] [het hof begrijpt: [ex-partner verdachte] ], aanwezig zijn met wie ze nog steeds goed contact had. Deze man was hevig ontdaan en we moesten maar snel komen.

Toen wij, verbalisanten, omstreeks 11.40 uur ter plaatse waren, troffen wij de melder, betrokkene [ex-partner verdachte] , aan. (…) Meteen werden wij, verbalisanten, door betrokkene [ex-partner verdachte] , naar de woonkamer begeleid. Op de tafel in de woonkamer lag een opengeslagen schrift met daarin handgeschreven teksten.

2. Een kopie van een brief van verdachte aan haar familie, met afgestempelde envelop d.d. 17 september 2016 in Antakya, provincie Hatay, Turkije (politiedossier, pag. 1025 – 1026):

Lieve familie,

Vandaag maak ik de oversteek naar een ver land, waar ik in sh’Allah, goede daden

kan verrichten. Het was niet het radicaal zijn, maar het geloof dat me heeft geroepen.

Ik hoop mooie dingen te verrichten, mensen te bemoedigen en daar te zijn waar ik

nodig ben.

In mijn huis kunnen jullie informatie vinden over mijn vertrek. Zorg goed voor elkaar.

Salaam Aleikum,

-x- [verdachte] Ik hou van jullie

3. Een passage uit het schrift van verdachte dat op donderdag 15 september 2016 in haar woning is aangetroffen (politiedossier, pag. 62 t/m 64):

Lieve familie,

Pap, [ex-partner verdachte] , mam, [dochter verdachte] , [zus verdachte] , [partner zus] , [kind zus] ,

Ik vertrek. Ik zeg zoals het is. Zonder woorden, zonder waarschuwing, zonder teken.

(...)

Ik heb niet getwijfeld. De pijn gevoeld, dat wel.

(...)

Verheugd ben ik niet op dit moment, wel voel ik dat diep van binnen zich iets roerde. Al meer dan 7 jaar heb ik geweten dat dit moment kwam.

Een roep, een stilte om me heen, een kalmte die me maant. Mijn tijd is nu. Zonder woorden

weet ik waar te gaan. Zonder haast, zonder zorgen en zonder grote woorden weet ik wat mij

te doen staat. Ik wist het. Ik begrijp.

(…)

Het woord is eruit, God Alom tegenwoordig, Almachtig, Alwijs, de hemel en de aarde, licht

en duisternis, verlossing en verschrikking. Het is hij die mij doet hemelen. Hij is het die mij

roept. Onbegrip, maar ik begrijp. Ik begrijp het dat hij mensen roept. Mensen zoals ik.

Sommigen verdwijnen, anderen zie je terug op het nieuws. Ik weet niet waar hij mij heen

roept. Maar ik volg.

Ik begrijp het nieuws, de dingen die ik zie. Ik begrijp de weg die velen voor mij kozen, ik

begrijp waar het ze brengt. Ik begrijp de roeping, het vertrouwen en de keuze. Hij is

Almachtig, Alwijs. Zonder bestraffing wanneer je volgt, Barmhartig bovenal. Wanneer je Hem waarachtig leert kennen, is het pad, de weg duidelijk.

Waar het me heen brengt, is mij niet duidelijk. Waarom hij mij koos, is mij ook niet

duidelijk. De woorden die ik heb geschreven, weerspiegelen mijn binnenkant, zijn wat ik heb gevoeld en gezien. Wat ik onmogelijk nog kan ontkennen. De verschrikking, de vreugde. De keuze werd mij voorgelegd en ik zei ja.

Ik hoop dat het voorgaande jullie duidelijk maakt dat mijn leven, hoe mooi, hoe fijn, hoe

voldoenend, hoe gezellig, hoe liefdevol ook, niet meer paste bij mijn binnenkant. Mijn geloof bleef roepen, met de kracht van een orkaan, een onweersbui, een brand. Mijn leven paste niet meer bij mijn geloof. Ik weet nu, of denk te weten, wat een roeping is. Ik ben geroepen.

En ik vertrek. Het brand van binnen, het verteert me, het laat me niet los. Ik ga, verlaat mijn

huis, mijn leven, om te onderzoeken, te ervaren, te beleven, wat het is dat mij roept. En ik

hoop dat het me bij God, bij Allah brengt.

Mijn hart, mijn gedachten, zullen de komende tijd bij hem zijn. Dat doet mij zeer en ik zal

knielen voor mijn verdriet. Het verdriet wat ik voel, evenals de vreugde, de verwondering,

de angst en de verschrikking vind je terug in de Bijbel, de heilige Koran. Het boek heeft mij

geroepen, vanaf het eerste moment dat ik het las. Mijn geloof is vast, in de Enige, de Alwijze en de Alomtegenwoordige. Mijn ziel, mijn wezen, mijn lichaam volgt wat Hij me opdraagt. In nederigheid geroepen, heb ik zijn roep vernomen en zal ik doen wat Hij me vraagt.

In de goede hoop en het vertrouwen, dat wij elkaar wederzien, vertrek ik, in liefde voor God

en voor jullie.

[verdachte] .

4. Een passage uit het schrift van verdachte dat op donderdag 15 september 2016 in haar woning is aangetroffen (politiedossier pag. 65 t/m 68, 70 – 71 en

75 – 76):

De praktische kant:

Ik weet niet of ik terugkom. Het is ongewis, maar ik hoop van wel. Als ik binnen drie maanden niets laat horen, dan denk ik dat ik niet snel daarna terugkom. Dan staat het jullie

vrij met mijn bezittingen te doen wat jullie willen.

(…)

In mijn testament staat de afhandeling van al het andere. Ik hoop dat jullie het geloof in

mijn leven erkennen en het ook daar laten zijn.

Het moeilijkste.

Het moeilijkste om te vertellen, is dat ik al 7 jaar visioenen heb. Van de wereld, het Geloof,

de Machten, wereldleiders, oorlogen, aanslagen. De visioenen zijn grootst, Hemelhoog en zeer duidelijk. De kracht die mij de visoenen laat zien, is de kracht die mij nu roept. Om mijn schuld in te lossen. De roeping die ik voel, komt voort uit de grootsheid van de visoenen. Erover spreken kan ik niet, de deur naar wijsheid was nog niet open. Alles wat ik zeg en zie, vinden jullie terug in de boeken. De wijsheid van Jezus Sirach, Elia, de Soera’s, de Donder (Al-Ra’d), de teksten van Johannes. Wat ik las, herleefd voor mijn ogen, om mij heen en zijn aanwezigheid (…) [opmerking hof: passage tussen haken is niet leesbaar].

De werelden die ik mag aanschouwen zijn voor een mensenleven te groot. Ik zocht

metgezellen en heb ze gevonden. Mijn keuze voor het geloof is een keuze voor een bepaalde tijd, een keuze voor het Nu. De Eeuwige leidt mij en Hij bepaalt de duur. Een van mijn

metgezellen is opgeroepen voor de strijd en hij heeft gevochten. Ook ik ben opgeroepen

voor de strijd. De strijd die al gaande is en waarvoor velen in het vuur zijn afgedaald. Ik hoop er God te vinden, de Barmhartige.

Hij roept jullie tot zich, dappere mannen, fiere vrouwen. Nietsontziend, alomtegenwoordig en Hij ziet allen. Jullie krachten, jullie keuzes, jullie heldenmoed. Voor jullie deel uitmaakten van zijn Strijd zag hij jullie al. En is Zijn wilskracht die jullie geroepen heeft. Zijn strijd, die jullie strijden. (…) Geëerd worden jullie in de Geschriften. Verguisd worden jullie, door diegenen die de Schrift niet kennen. (…) Kransen zouden er voor jullie gelegd mogen worden, want jullie hebben je schuld ingelost. Jullie hebben gestreden voor het geloof met Allah aan je zijde. En de strijd was oneerlijk. God zegene jullie, jullie vrouwen en kinderen en jullie familie. (…)

Dat God mijn hand en mijn hart moge leiden en mij tot zijn werktuig maakt.

(…)

En wat hoort erbij, wat moet gezegd worden voor jullie die achterblijven. Mijn visioenen

zijn niet iets van de laatste tijd. Sinds 2008, 2009, 2011, 2013, ieder jaar opnieuw. Sinds

2015 bijna altijd aanwezig. Groots, hemelhoog, onbegrijpelijk tot ik later begrip krijg voor

wat ik zie. Sommige van mijn visioenen heb ik opgetekend, terwijl dit eigenlijk tegen de

regels is. Huizenhoog, voorspellers van grootste dingen, die kort daarna in het nieuws zijn.

De aanslagen in Parijs en Brussel, Nice, deze zijn voorzien door mij. In de dood ben ik

vrienden tegengekomen, die ik al lange tijd gekend heb, in mijn gedachten, sinds mijn zicht

geopend werd. Ik herken ze nu ook van televisiebeelden. Hun namen zijn genoemd in de

berichten over de aanslagen, maar ik zag ze al daarvoor.

In Parijs heb ik dezelfde route gevolgd en het zag eruit zoals in mijn visioenen. Mijn hand

die het geweer leidde, de beelden voor mijn ogen. Ze kwamen overeen met wat ik zag. Voor

mijn gevoel ben ik er bij geweest, op dat moment en achteraf. De overledenen van daar zie

ik ook.

Ik moet mijn visioenen volgen, uit nieuwsgierigheid, schuld, boete, vreugde, erkenning.

Maar vooral omdat de aanwezigheid van God zo onomstotelijk in mijn leven aanwezig is en

is geweest de afgelopen 5 jaar. Het moet en de tijd is nu.

(...)

De Jihad is nu. De Almachtige roept ons. Hij heeft mij geroepen in 2015, in 2014, gesterkt

in de Gaza-oorlog. Hij riep mij eind 2014 en begin 2015. Het geld was een reden om mij

tegen te houden. Nu is de tijd gekomen om te gaan. Hij, de Almachtige, Hij is Almachtig,

Alwijs, riep mij op.

Ik begrijp waarom sommige aanslagen gepleegd worden, met nadruk noem ik de aanslagen

in Parijs en Brussel. Zij zijn gepleegd door soldaten, geroepen door Allah. De vergelding

voor de vele bombardementen noodzakelijk om het Westen te leren dat er niet zovele bommen op onschuldige slachtoffers kunnen vallen, zonder dat daar iets tegenover staat. De vele moslims, gelovigen, die zijn omgekomen zijn dappere mannen, vrouwen, kinderen,

martelaren voor het geloof. Mijn hart rust in vrede als mijn lot daaraan gelijk zou zijn.

(…)

De keus voor geweld is inmiddels niet meer anders te maken. De broeders van Parijs en

Brussel hebben een statement gemaakt, wat hopelijk zorgt dat de ogen van het Westen, van

Europa, geopend worden.

De reden dat ik afreis, naar het kalifaat, (op hoop van de zegen van Allah) is dat daar

handen nodig zijn. Om te verdedigen, te helen, te helpen. Het geloof te bewaren. De

gewonden te ondersteunen, de doden de laatste eer te bewijzen.

(…)

Ik hoop dat Hij mij roept om de strijd te steunen en de moedigen te helpen. (…) Nu roept God, roept Allah mij en ik hoop dat ik mag helpen. (…) Ik hoop dat ik daar geraak waar ik de gelovigen kan ondersteunen. Zo helpe God mij, de Almachtige, de Alomtegenwoordige.

5. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 31 januari 2017 (politiedossier, pag. 474 t/m 476):

Op 30 januari 2017 heb ik, verbalisant, de gsm welke onder verdachte [verdachte] in beslag genomen werd fysiek bekeken.

In de map ‘Calendar’ zag ik het volgende:

  • -

    02-09-2016 17.24.06 u: ‘Allah heeft mijn lot getrokken’

  • -

    05-09-2016 17:24:06 u: ‘Ik heb gebeden en een offer gemaakt en Allah zei kom, op

de 5e dag’

  • -

    07-06-2016 [het hof begrijpt: 07-09-2016] 17:24:06 u: ‘Offer gemaakt, bij dit derde offer werd mijn vertrek definitief’

  • -

    08-09-2016 17:24:06 u: ‘Zoveel mogelijk geregeld, werk afgemeld, afscheid genomen van familie en ingepakt, en gebeden en geofferd’

  • -

    09-09-2016 17:24:06 u: ‘In de vroege nacht vertrokken, in de richting die aangegeven werd’

  • -

    10-09-2016 17:24:06 u: ‘Het punt bereikt waar ik heen geleid werd, een offer

gebracht’

11-09-2016 17:24:06 u: ‘Het arabische land bereikt, om exact middernacht

bereikten we de hoofdstad. Boven de haven was een wolk in de vorm van een engel

(gezicht en vleugels)’

  • -

    15-09-2016 17:24:06 u: ‘Gevangen en weer los’

  • -

    20-09-2016 17:24:06 u: ‘De eerste grens over en terug’

  • -

    11-10-2016, 17:24:06 u: ‘Tekenen in Hassa de ingestorte minaret en stroomstoring’

  • -

    26-10-2016 17:24:06 u: ‘De aangewezen route, de heilige karper’.

6. Een ‘Europol Siena Information Exchange message’, verzonden 21 december 2016 (politiedossier, pag. 1035 t/m 1038):

Subject: return of [verdachte]

(…)

Based on your report the cross check of the mentioned l/p number [kenteken] was carried out against automatic camera scanning system. It was found out that the mentioned license-plate number was recorded three times on 9/9/2016 around 4 pm in Prague.

7. Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] d.d. 3 oktober 2016 (politiedossier, pag. 330):

Op donderdag 15 september 2016, omstreeks 20.30 uur, kreeg ik, verbalisant, telefonisch bericht vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken met als inhoud dat [verdachte] inmiddels zou zijn aangehouden in Turkije. Zij zou aldaar in een soort Vreemdelingenbewaring zijn gesteld. Dit als gevolg van het feit dat zij in een berggebied nabij de grens met Syrië werd aangetroffen door de Gendarma (Turkse politie).

Op vrijdag 16 september 2016 werd dit bericht gerectificeerd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het bericht was dat [verdachte] na haar tijdelijke oponthoud door de Turkse autoriteiten weer was heengezonden en zodoende haar weg had kunnen vervolgen.

8. Een kopie van een brief van verdachte aan haar ouders, opgenomen in dezelfde envelop als de hiervoor onder 2 genoemde brief (politiedossier, pag. 1027):

Lieve pap en mam,

Zoals jullie nu zullen weten, ben ik thuis vertrokken.

Ik ben bezig met mijn energetisch werk, in mijn andere wereld. Ik had niet verwacht dat

ik werkelijk mijn leven (huis, werk, jullie) zou moeten verlaten, maar ik heb de oproep gekregen.

Het spijt me om zo halsoverkop vertrokken te zijn, maar het is de juiste keuze.

Ik weet niet of en wanneer ik terugkom, maar dit behoort bij mijn keuze voor mijn leven en mijn werk voor IS.

Het is op dit moment moeilijk voor mij om op de normale manier (telefoon/WhatsApp) contact op te nemen, vooral in verband met mijn eigen veiligheid en vragen die gesteld kunnen worden.

Mocht er vanuit het buitenland gebeld worden, vertel dan dat ik een reiziger ben.

Maak jullie niet teveel zorgen ik word beschermd door Allah. (...) En bij IS zitten

veel lievere mensen dan jullie denken.

Bij deze brief zit een Turks politierapport, ik ben even ondervraagd en een nachtje

vastgehouden, maar kon daarna mijn reis voortzetten.

Laat mij alsjeblieft mijn gang gaan, heb vertrouwen en ik neem contact op zodra dit

mogelijk is.

-x- [verdachte]

9. Een schriftelijk bescheid, te weten een vertaling van een proces-verbaal van verhoor van verdachte door de Turkse politie d.d. 14 september 2016 (politiedossier, pag. 338 – 339):

Op 14-09-2016 om ongeveer 14:00 uur ben ik hier in het district Erzin aangekomen.

(…)

VRAAG:

Onze provincie grenst aan Syrië en in Syrië heerst oorlog. Bent u hiervan op de hoogte en heeft u rekening gehouden met de risico’s?

ANTWOORD:

Ja, ik ben daarvan op de hoogte. (…) Ik ben vrij om landen te bezoeken die ik wens te bezoeken. Ik neem de risico’s.

10. Een schriftelijk bescheid, overgelegd door verdachte voorafgaand aan de terechtzitting in eerste aanleg, genaamd ‘Overzicht reizen en verblijfplaatsen Hayat’, aangevuld met Google Maps kaarten (als los stuk opgenomen in het dossier):

Hieruit volgt dat verdachte in de vroege nacht van 9 september 2016 vanuit Nederland is

vertrokken. Op 10 september 2016 is ze in Tsjechië, Slowakije en Oekraïne geweest. Vervolgens, op 11 september 2016, is verdachte via Slowakije, Hongarije, Servië en

Bulgarije naar Turkije gereisd en gearriveerd. Op 14 september 2016 bevond verdachte zich

in Gaziantep. Op 17 september 2016 bevond verdachte zich in Hatay.

11. Een schriftelijk bescheid, overgelegd door verdachte voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep, genaamd ‘Reis in het land van Allah, [verdachte] ’ (als los stuk opgenomen in het dossier):

In de nacht van 9 september [het hof begrijpt: 2016] vertrek ik vanuit mijn appartement in Eindhoven, tijdens de dagen van de heilige pelgrimsmaand Hadj.

(...)

Onderweg slaap ik in mijn auto, op parkeerplaatsen langs de weg.

(...)

Eindelijk, na uren en uren op snelwegen, vele grensovergangen en een magnifieke wisseling van landschap en cultuur, kom ik twee dagen later, op 11 september en de dag van het Offerfeest (Eid-al-Adha) Turkije binnen.

12. Een schriftelijke bescheid, te weten een geschrift van verdachte met de titel 'Uitleg bezoek aan de Syrische grens' als bijlage 7 gevoegd bij de brief van de raadsvrouw aan het hof van 25 september 2020, kenmerk D180383 (als los stuk opgenomen in het dossier):

Tijdens mijn reis ben ik een aantal keer bij de grens van Syrië geweest.

(...)

Ter verduidelijking leg ik het hier nogmaals uit.

11 september 2016: ik kom Turkije binnen op de Dag van het Offerfeest.

12 september 2016: ik rij door tot aan de regio waar ik heen wil. (...) Op de weg die ik neem kom ik tot aan de Syrische grens, bij Reyhanli. De bewaker die er staat zegt me dat ivm het Offerfeest de grens dicht is.

13 september 2016: nadat ik door de bergen heb gereden, kom ik in Kilis weer langs een grenspost. Ook daar informeert de douanier me dat de grens dicht is, vermoedelijk ook vanwege het Offerfeest.

20 september 2016: inmiddels ben ik wat meer bekend in de regio. Als ik vanuit Antiochië (Hatay) terug naar het noorden ga, neem ik een andere route. Die komt vlak langs de grens. Omdat ik zie dat er nu wel verkeer rijdt, in tegenstelling tot eerder, rij ik naar de grens om te zien of deze open is.

(…)

13. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 14 januari 2017 (politiedossier, pag. 221 – 222):

Ik, verbalisant, heb op woensdag 9 november 2016 samen met collega [verbalisant 3] een bezoek gebracht aan de zus van verdachte, genaamd [zus verdachte] . De ouders van verdachte, [vader verdachte] en [moeder verdachte] hadden ons laten weten dat hun dochter [zus verdachte] een brief en kaart van verdachte had ontvangen.

Ik, verbalisant, zie dat de envelop gericht is aan: [zus verdachte] en [partner zus] / [kind zus] (noot verbalisant: [partner zus] is de partner van [zus verdachte] , [kind zus] is hun dochter). Ik zie dat de envelop op 21 oktober 2016 is afgestempeld in Sahinbey, Gaziantep (Turkije).

Ik zie dat de losse brief gericht is aan [zus verdachte] en [partner zus] . Letterlijk weergegeven schrijft zij [het hof begrijpt: verdachte] het volgende aan hen:

Hoi [zus verdachte] en [partner zus] (en [kind zus] !),

Hoe is het met jullie? En met [kind zus] ? Ik neem aan dat jullie inmiddels weten dat ik

vertrokken ben. Het was voor mij een hele duidelijke keuze, een die voor mij is gemaakt met mijn instemming. Ik heb hiermee voor de roep van mijn geloof gekozen, de ware religie, het ware geloof.

Sinds ik hier ben heb ik al veel meegemaakt veel geleerd en ben ik mijzelf grondig

aan het verdiepen in de Islam. Dat is voor mij een openbaring, het vele bidden en

het bestuderen van de Wijsheid van de Koran geeft mij rust en blijdschap. Ook krijg

ik geregeld inzichten, deze komen tot mij. Hier ben ik erg dankbaar voor.

Op dit moment is mijn leven erg fijn hier met vriendelijke mensen en een warme en

Fijne omgeving. Gezien mijn situatie is het mogelijk dat dit zal veranderen en dat ik een tijd lang niet in contact met jullie kan treden. Vandaar ook deze brief. Allah zal mij leiden.

Ik hoop dat pap en mam eerlijk zijn geweest over mijn beweegredenen en mijn vertrek tegen jullie want zoals ik het beschreef is het ook echt. Ik heb mijn keuze gemaakt om de redenen die ik beschreef. (...) De totale veroordeling van alle landen, door middel van de media gevoed, en het enorme sektarische geweld tegen leden van deze groep hun structuren, huizen en leefgebieden maakt dat er een nieuwe genocide plaatsvindt. Het is een race tegen de klok om alle gelovige mannen, vrouwen en kinderen die zich destijds en nu ook nog, naar het beloofde land hebben gespoed, te ondersteunen op de juiste wijze. In sha’Allah mag ik daar aan bijdragen.

Weet dat wij de weg en de leiding van Allah volgen, niet afgaand op advies en raad van ongelovigen.

Jullie begrijpen dat ik zeer voorzichtig moet zijn in wat ik vertel, en dat bij terugkomst ik waarschijnlijk voor langere tijd niet beschikbaar ben. Ook bestaat de mogelijkheid dat ik niet terugkeer of niet in de gelegenheid ben om terug te keren. Voor nu zegt het mij dat ik niet terugkeer.

Ik heb de dingen in de korte tijd tussen oproep en mijn vertrek zo goed mogelijk proberen te regelen maar niet alles is gelukt. Bepaalde rekeningen heb ik opgezegd maar dit heeft niet gewerkt. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat ik onvoldoende financiën heb achtergelaten. Dit vind ik erg vervelend. Ik heb geprobeerd contact te hebben met pap en mam maar helaas zijn zij niet in staat gebleken de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen, waardoor ik het contact heb verbroken. Mijn beste vriend, die jullie ook kennen, is hier veel beter in. Wellicht is het verstandig eens met hem te praten, over de mogelijkheden. Mijn sleutels heb ik bijgevoegd, ik hoop dat jullie met [ex-partner verdachte] ( [dochter verdachte] vader) een manier vinden om mijn huis te verkopen of verhuren om jullie niet met kosten op te zadelen. En wees asjeblieft voorzichtig met wat jullie tegen anderen zeggen. Nu ben ik nog redelijk veilig hier, met teveel bekendheid kan dat anders zijn. Het boekenleggertje is voor [dochter verdachte] ! De sleutels komen apart met de post. Ps. Graag de envelop wegdoen!

[dochter verdachte] mis ik heel erg al geeft Allah mij de rust en de kracht om mijn keuze te volharden. Het is nu zo. Ik hoop dat wanneer ik voor langere tijd wegblijf (hier of bij terugkomst) jullie [dochter verdachte] als een zusje van [kind zus] zien. Het is zowat de enige familie die ze heeft en jullie zijn goed voor haar. Het is mijn diepste wens dat ze gelukkig is, gelovig blijft en een familie heeft die haar als persoon (als bijna puber) kan zien. Ik hou heel veel van haar en wil zo graag dat ze veel van jullie en [kind zus] leert houden. Met alleen een bezoekje in de vakanties lukt dat niet. Als ik dat van jullie mag vragen, ben ik zeer dankbaar. Mijn papier is op, dus ik wens jullie, in je nieuwe gezin, het allerbeste.

In sha’Allah hebben wij weer contact.

-x- [verdachte]

14 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] d.d.

29 september 2016 (politiedossier, pag. 136):

Op 29 september 2016 werden door mij, verbalisant, de historische bankgegevens geanalyseerd van de bankrekeningnummers [bankekening] (spaarrekening) en [bankekening] (lopende rekening) op naam van verdachte [verdachte] . Het gaat hier om de financiële gegevens over de periode 01-03-2016 tot en met 22-09-2016.

Gebleken is dat er verschillende (periodieke) betalingen plaatsvinden. Daarnaast kwamen een aantal incidentele transacties naar voren [opmerking hof: de navolgende transacties zijn door het hof ten behoeve van de leesbaarheid op chronologische volgorde gezet]:

(…)

- Op 08-09-2016 een storting van 1300 euro van de spaarrekening naar de betaalrekening;

- Op 08-09-2016 07.40 uur een opname 1000 euro in Nederland;

- Op 09-09-2016 02.28 uur een opname 500 euro in Nederland;

(…)

- Op 21-09-2016 14.40 uur een opname van 167,73 euro in Adana (Turkije);

- Op 21-09-2016 14.42 uur een opname van 167,69 euro Adana (Turkije);

Hieruit kan geconcludeerd worden dat [verdachte] zich op 21 september 2016 in Turkije bevond.

15. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] d.d. 3 oktober 2016 (politiedossier, pag. 137):

Op 3 oktober 2016 werden door mij, verbalisant, de bankgegevens geanalyseerd van de

bankrekeningnummers [bankekening] (lopende rekening) op naam van verdachte [verdachte] . Het gaat hier om de financiële gegevens over de periode 23-09-2016 tot en met 29-09-2016.

Gebleken is dat er verschillende (periodieke) betalingen plaatsvinden. Daarnaast kwam een

opvallende, incidentele, transactie naar voren:

Op 26-09-2016 14.36 uur een opname van 459,15 euro (1500 Turkse Lira) in Gaziantep

(Turkije).

Hieruit kan geconcludeerd worden dat [verdachte] zich op 26 september 2016 in Turkije bevond.

16. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] d.d. 5 oktober 2016 (politiedossier, pag. 138):

Ik, verbalisant, ontving op dinsdag 4 oktober 2016 een e-mail van de contactpersoon van de Triodos bank. In opvolging van het bevel verstrekking toekomstige gegevens dat aan de Triodos bank is gegeven, worden transacties die plaatsvinden op de bankrekeningen van verdachte, aan mij, verbalisant, kenbaar gemaakt.

Ik, verbalisant, zag dat de e-mail een lijst bevatte van alle transacties van 29 september 2016 tot 4 oktober 2016. Dit betroffen alle transacties op de Internet Betaalrekening op naam van de verdachte, met nummer [bankekening] .

Op deze lijst zag ik, verbalisant, dat de gebruiker van de rekening op 29 september 2016 om

14:11 uur 152,79 euro heeft gepind in Hassa/Hatay. (…)

Bij het raadplegen van Wikipedia blijkt dat Hassa een district betreft in de provincie Hatay, in Turkije. De hoofdstad van het district heet eveneens Hassa.

17. Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 5] d.d. 3 oktober 2016 (politiedossier, pag. 142 – 143):

Op donderdag 29 september 2016 werd ik, verbalisant, gebeld door de vader van verdachte, [vader verdachte] . Ik hoorde hem zeggen dat zijn vrouw, [moeder verdachte] op haar

e-mailadres een e-mail van hun dochter, tevens verdachte, had ontvangen, Ik verzocht hem hierop deze e-mail mij door te mailen, waarna [vader verdachte] dit direct heeft gedaan.

(…) Ik, verbalisant, zag dat de originele e-mail was verzonden van het e-mailadres [e-mailadres verdachte] ’ (…). Het eerstgenoemde e-mailadres betreft een e-mailadres dat

bij de ouders bekend is als een e-mailadres dat in gebruik is bij verdachte, hun dochter. (…)

Daarnaast zag ik dat het onderwerp van de originele e-mail ‘Ha’ betreft en dat de e-mail was verzonden op woensdag 28 september 2016 om 18:43 uur.

Letterlijk geciteerd bevat de e-mail de volgende inhoud:

‘Hallo pap en mam,

Ik wil jullie laten weten dat alles goed met mij is. Op dit moment zit ik op een veilige plek. De mensen om mij heen zijn erg vriendelijk.

Om hen en mezelf te beschermen kan ik verder niet teveel zeggen. De mensen hier weten niet wie ik ben. Ook kan ik niet vaak contact opnemen, maar ik wilde even zeggen dat ik veilig ben.

Wanneer je een anonieme tel kaart koopt en mij het nummer emailt (zet steeds een woord tussen de cijfers, zodat het nr niet uitgelezen kan worden), kunnen we misschien in bedekte taal appen. Gelieve het nr aan niemand door te geven. Als je dat niet prettig vindt, dan kunnen we beter niet appen. Bedankt voor jullie vertrouwen.

Ik hoop dat ik hiermee een stuk ongerustheid weg kan nemen. En geef de twee kleintjes maar een grote knuffel van mij.

Kus.’

18. Het relaas eindproces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 7 september 2017 (politiedossier, pag. 43):

ONDERZOEK MASTGEGEVENS UIT GSM [verdachte] :

Tussen maandag 24 juli 2017 en woensdag 2 augustus 2017 werd een onderzoek ingesteld naar de inhoud van de inbeslaggenomen Archos gsm van verdachte [verdachte] . Hierbij is gekeken naar de mastgegevens welke uit deze telefoon afkomstig zijn. Deze gegevens hebben betrekking op de periode 19 september 2016 tot en met 19 oktober 2016. Hieruit is gebleken dat de inbeslaggenomen Archos gsm van verdachte [verdachte] :

• Op 19 september 2016 verbinding maakt met zendmasten in de stad Hatay;

• Op 20 september 2016 verbinding maakt met zendmasten in de stad Hatay, zich vervolgens verplaatst naar de omgeving van het stadje Ceyhan en daarna weer verplaatst naar het plaatsje Yumurtalik;

• Op 21 september 2016 eerst verbinding maakt met zendmasten nabij het plaatsje Yumurtalik en later nabij het plaatsje Dokuztekne Om weer later verbinding te maken met zendmasten in de stad Gaziantep;

• Van 22 september 2016 tot en met 10 oktober 2016 dagelijks verbinding te maken met zendmasten in de stad Gaziantep;

• Op 11 oktober 2016 eerst verbinding te maken met zendmasten in de stad Gaziantep en later die dag verbinding te maken met zendmasten ten oosten van de stad Kilis, en

• Van 12 oktober 2016 tot en met 19 oktober 2016 dagelijks verbinding te maken met zendmasten in de stad Gaziantep.

Vanaf de zendmasten ten oosten van de stad Kilis, waar op 11 oktober 2016 verbinding mee wordt gemaakt, is het ongeveer 7 kilometer rijden tot aan de Turks – Syrische grens en 17 kilometer tot de grensovergang ten zuiden van Kilis.

De kortste reisafstand vanaf deze zendmasten naar de grens met het zelfverklaarde kalifaat,

Islamitische Staat, (alwaar verdachte [verdachte] , volgens haar afscheidsbrief naar af zou reizen) lag op dat moment naar alle waarschijnlijkheid tussen de 28 en 60 kilometer, waarvan 17 kilometer over Turks grondgebied.

19. Passages uit geschriften van verdachte, gericht aan Allah (de situatie beschouwend) (politiedossier, pag. 255 t/m 265):

(Pag. 256)

Heer, de onherroepelijkheid van mijn vertrek begint door te dringen. ( ...) Wanneer ik terug zou keren, wacht mij waarschijnlijk een gevangenisstraf. Gerechtvaardigd ook gezien de dingen waar ik bij betrokken ben. Of in mijn geval niet gerechtvaardigd (evenals de anderen die hun straf uitzitten, voor het pad wat zij van u hebben gekregen) maar conform de huidige door ongelovigen opgestelde regels. Mijn dochter maak ik mij het meeste zorgen over. Zij zal haar moeder gedurende langere tijd, misschien wel voor altijd, als u me hier houdt of laat sterven, moeten missen. Zij wordt dan door ongelovigen opgevoed en zal hierdoor misschien nooit begrijpen waarom haar moeder

is vertrokken. Ik vertrouw mijn dochter aan u toe. (...)

(...)

Uw wens voor mij is, naast de andere dingen die ik doe, mijzelf vol overgave op het Ware geloof richten en andere Gelovigen bijstaan tegen de ongelovigen. Dit doe ik met innige liefde. Laat mij alstublieft in contact komen met diegenen waarvoor ik kwam zodat ik mijn

werk kan verrichten. (...)

(Pag. 257)

Heer u heeft mij geroepen en ik kwam. (...) Helaas heb ik (nog) niet mijn uiteindelijke doel bereikt, het gebied en de mensen waar ik heen wil. Ik ondervind hier moeite mee. U heeft mij in plaats daarvan de rust en de veiligheid van een ruimte gegeven, waar ik aan mijn andere werk kan werken. Ik heb reeds enige successen bereikt, waar ik erg trots op ben. U bent Almachtig, Heer, Alwijs en Alwetend. U weet van mijn succes, mijn falen en mijn pad. Waar ik mij door bezwaard voel, is het lot van mijn dochter. Zij is in het huis van haar vader, en hij en mijn familie heeft ervoor gekozen om mijn redenen van vertrek te verbloemen. Niet uit bescherming voor mij, laat dat duidelijk zijn, zij zijn hier niet bij betrokken geweest maar als een soort deken van verbloeming, er is niets aan de hand. Zelfs mijn eigen zus hebben zij niet de reden van vertrek doorgegeven. (...) Zij (mijn moeder) praat enkel over alledaagse dingen, daarmee totaal voorbij gaand aan het feit dat ik ieder moment een oproep kan krijgen, kan verdwijnen of kan sterven. Ieder contact houdt een risico in. (...)

(Pag. 262)

Allah U riep mij en ik kwam. U heeft mij tot de strijd geroepen en ik ben gekomen. De grote oorlog omwille van het geloof vraagt om volharding, doorzettingsvermogen en vasthoudendheid. (...) U heeft mij geroepen en ik ben gekomen. Laat mijn strijd, omwille van het geloof met Uw goedvinden en Uw leiden, in deze situatie voortgezet worden. Leidt mijn hand en mijn hart en maak mij gereed voor de strijd. De Jihad, de strijd omwille van het geloof, vraagt om volharding en doorzettingsvermogen, geloof en geduld. Maak mij weerbaar en strijdbaar en maak dat ik Uw wil doe. Laat mij een strijder zijn Heer, van binnen en van buiten, en niet zwichten voor de genietingen van het Wereldse leven. Maak mij één van uw strijders, omwille van het geloof Heer, die voor U Uw dienaar is. (...) Nu zal de volgende beproeving beginnen, de tijd waarop ik door U met ongelovigen omringd zal zijn, die mij zullen bevragen, veroordelen en bestraffen voor het werk dat ik heb verricht. (...)

(Pag. 263)

(...) De voorbije maanden heb ik voor U geleefd in woord en daad. Uw raad volgend. Veel

hebt u mij laten zien en meemaken, mijn geloof in U beproevend en Uw wijsheid mocht ik

aanschouwen. Ik wilde dat ik meer voor U had kunnen betekenen. Nu is de laatste dag van

mijn buitenlandse reis aangebroken. De afgelopen drie weken heb ik in detentie doorgebracht, in Sh’Allah word ik vandaag naar Nederland teruggebracht. (...)

(Pag. 264)

Mijn Jihad, mijn strijd voor het Ware Geloof is gericht tegen de machthebbers, de brengers van het kwaad in de wereld. (…) Gezien de huidige wereldsituatie en de voortdurende overheersing van de ongelovigen (in macht en middelen zowel sociaal, politiek als economisch), ben ook ik bereid te strijden. Zowel in woorden, als in daden. In sha’Allah.

Oog om oog, tand om tand.

Doel: Vergelding

Doelwit: Bij iedere coalitie-aanval een vergelijkbaar doelwit aanvallen maar met minder slachtoffers. Iedere keer media-aandacht.

Resultaat: Angst voor vergelding, meer bewustheid van de consequenties van de deelname aan moordende coalitie + bewustheid slachtoffers binnen het kalifaat, onze vrouwen, mannen en kinderen.

(Pag. 265)

Het tijdperk van terreur in Europa is verdiend en gerechtvaardigd. De Westerse levensstijl

en agressief buitenlandbeleid maakt dat de aanvallen op Europese normen, waarden en

doelwitten onvermijdelijk zijn. Het is de massale overheersing van Westerse culturele

maatstaven die andere uitingen en culturele vormen afkeurt, ontmoedigt en zelfs verbiedt.

(...) Gekoppeld aan het zeer agressieve, dominante oorlogsbeleid, waarbij grootschalige

vernietiging van Islamitische groeperingen als hoofddoel gesteld wordt, leidt dit ertoe dat

terreuraanslagen verdiend gerechtvaardigd en onvermijdelijk zijn. De islamitische soldaat

staat niet tegenover een Nederlandse soldaat waarbij één van de twee het leven laat, maar

wordt geconfronteerd met een Nederlandse F-16 die haar bommen afwerpt en levens,

infrastructuur, hulpbronnen en leiders vernietigd. De tijd is nu gekomen dat de Islamitische

soldaten vergelijkbare doelwitten gaan zoeken en vinden, daar waar zij, conform de norm

van Allah een leven met een leven kunnen vergelden. In mijn ogen is dit verdiend en

gerechtvaardigd. Allah is de Almachtige leidt de soldaat zijn hand en zijn wapen opdat

datgene getroffen wordt wat Allah wil dat getroffen wordt.

20. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 19 oktober 2016 (politiedossier, pag. 145 – 146):

Op vrijdag 14 oktober 2016 ontving ik, verbalisant, twee mailtjes van de vader van verdachte, te weten [vader verdachte] . Dit betroffen naar mij doorgestuurde e-mails die hij had ontvangen van zijn dochter, verdachte in dit onderzoek. Letterlijk overgenomen bevatten de e-mails die hij had ontvangen van zijn dochter de volgende inhoud:

Mail 1:

[link naar Google Drive-map]

Hier zie je de link met de eerste versie van het boek. Dit is het waaraan ik al heel lang heb gewerkt. Allah is groot en Almachtig, dit werk behoort aan Hem. (...)

Al hetgeen in het boek staat is waar ik heb dit niet verzonnen. Alle lof is voor de Heer.

(...)

De rest vinden jullie terug in mijn notities, bewaar deze AJB goed (alle notitieboekjes en losse vellen).

Allah is Almachtig, Alwetend, Alwijs, Hij heeft mij geroepen, aan Hem is het Oordeel.

21. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 13 januari 2017 (politiedossier, pag. 169 t/m 175):

Het onderzoeksteam heeft gedurende het onderzoek Brunsbuttel de beschikking gekregen over drie links naar drie online Google Drive mappen, in beheer bij verdachte [verdachte] . Deze online mappen bevatten foto’s van geschriften opgesteld door de verdachte. Ik, verbalisant, zie dat verdachte onder andere heeft geschreven over haar visioenen, haar beweegredenen en haar geloof. Tevens zie ik dat verdachte verschillende gefotografeerde brieven heeft geplaatst, gericht aan haar familieleden en ex-partner.

(…)

Ik, verbalisant, zie dat de drie mappen in totaal enkele honderden geüploade foto’s bevatten van losse pagina’s geschreven tekst. De afbeeldingen hebben verschillende titels en subtitels, zoals Visioenen – werknotities’, ‘Visioenen – beweegredenen’ en ‘Het Boek van Allah’. Verder zie ik dat verdachte verschillende brieven heeft geüpload, gericht aan haar familie en haar ex-partner.

Ik, verbalisant, heb alle stukken gelezen en voor dit onderzoek relevante passages uitgetypt en in een overzicht uiteengezet. Passages heb ik van belang geacht wanneer deze informatie/aanwijzingen bevatten over het strafbare feit waarvan zij verdacht wordt, maar ook passages die meer zicht geven in de denk- en belevingswereld van verdachte. Ik, verbalisant, heb passages overgenomen wanneer deze informatie bevatten over de volgende thema’s (de passages zijn derhalve ook in het overzicht ingedeeld in deze thema’s):

- Locatie en bezigheden

- Visioenen – algemeen

- Visioenen – inhoud

- Geloof/Allah

- Persoonlijke gedachten en gevoelens

- IS/terrorisme – gedachten

- IS/terrorisme – (voorgenomen) taak/rol/handelingen verdachte

Dit uitgebreide overzicht met alle relevante passages is als bijlage 24 bij dit proces-verbaal gevoegd.

Teneinde een beeld te schetsen van hetgeen verdachte heeft geschreven, zijn enkele, in mijn ogen, belangrijke passages, hieronder woordelijk weergegeven. De originele pagina’s waarop deze passages staan, zijn allen als bijlage bijgevoegd:

Ik probeer ook een beetje de taal te leren en Arabisch te leren, maar dat is best moeilijk!... Ik bid vooral thuis, want voor een vrouw alleen is het niet de bedoeling dat je in je eentje naar de moskee gaat. Maar thuis is het ook fijn om te bidden. Je bidt in het Arabisch (daarom leer ik nu ook Arabisch) en waar wij in de kerk alleen zaten met onze handen gevouwen, buig en kniel je nu ook tijdens het gebed.

(…)

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 25 oktober 2016, in bijlage 1).

(…)

Op Zijn aanwijzing ben ik gekomen en ben ik eerst naar Oost-Europa geroepen. Vervolgens vertrok ik in de richting van het Kalifaat om mij bij de strijders te voegen, om medicijnen te brengen, mijn medische basiskennis, mijn auto en wat geld en voedsel om de strijders, maar vooral ook de vrouwen en de kinderen daar te ondersteunen. In Sha’Allah bestaat mijn bijdrage op het pad van Allah uit de strijd. In Dresden heb ik een nieuwe Tom Tom gekocht, om mijn weg te wijzen. (…)

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 15 november 2016, in bijlage 3).

Eerst bracht u mij naar de Oekraine, dit wist ik van te voren. Wat daar gebeurde is mij niet duidelijk, maar ik hoop dat ik uw taak heb volbracht. Daarna ben ik door andere landen verder gereisd tot ik uiteindelijk hier, tot stilstand ben gekomen.

Mijn uiteindelijke bestemming heb ik nog niet bereikt. Ik heb een aantal pogingen ondernomen, ben regelmatig gecontroleerd door de politie en heb zelfs een nacht vastgezeten op een basis van de gendarmerie. Toch mocht ik iedere keer weer gaan. Helaas is de laatste grens voor mij nog niet bereikt...

Dus nu zit ik hier, op een plek niet ver van waar ik heen wil... Zoals zovelen tegenwoordig, leef ik op de vlucht; ver weg van waar ik geboren ben, zonder te weten waar ik heen ga en zonder dat mijn familie weet waar ik ben. Alleen vlucht ik de andere kant op, naar het geweld toe, want daar ligt mijn taak.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 4 oktober 2016, in bijlage 4).

Tekenen bij de grens:

1. Ik kan helemaal tot de grens rijden zonder problemen, er staat een... (?). Ik rijd naar de bewaker, hij zegt dat de grens gesloten is i.v.m. het offerfeest.

2. Na de reis door de heilige berg van... (noot verbalisant: onleesbaar) naar Hassa, pak ik nog wat water bij de bron in Hassa en rijd ik naar Kilis. Daar kan ik ook doorrijden tot aan de grens. Deze is ook dicht. De soldaat die de grens bewaakt, attendeert mij er vriendelijk op dat ik eruitzie als een terrorist en dat normaal gesproken alleen terroristen de grenzen proberen over te steken. Ik geef aan dat ik graag bij de White Helmets wil horen en mag gewoon wegrijden. Wat later wordt ik in Kilis wel aangehouden, maar na een korte onderbreking en verhoor mag ik verder rijden.

3. Bij een klein stadje probeer ik via een landweg de grens over te komen. De weg loopt echter dood en bij een uitgebrande loods, vlakbij een schoot; staar ik naar de grens. Ik bid daar draai weer om.

4. Nogmaals rij ik naar de grens die eerder dicht was i.v.m. het offerfeest. Deze is nu wel open. Ik mag de grens met Turkije passeren, maar dan wordt gezegd dat zonder Syrisch paspoort, ik Syrië niet in mag. Bij het middengedeelte, het stukje niemandsland tussen Turkije en Syrië, draai ik om. Weer mag ik zo wegrijden.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 15 november 2016, in bijlage 5).

Nu de Heer mij heeft geroepen en ik mij dicht bij het Beloofde Land of zelfs in het Beloofde Land, probeer te vestigen, overtreed ik daarmee de huidige wereldlijke wetten van de Ongelovigen, die zij onlangs hebben ingelast. Dit heeft mij niet tegengehouden. Noch zal mij dit in de toekomst tegenhouden in mijn pogingen daarheen te gaan, waarnaar de Heer mij roept. Ik wens mij aan te sluiten bij diegenen die de strijd voor het Geloof voeren en hen daarbij te ondersteunen. Daar ben ik van dienst voor hen, de soldaten en de Gelovigen, mannen, vrouwen en kinderen, daar kan ik mijn helend werk verrichten. Ook kan ik daar mijn raadgevingen en waarschuwingen afkomstig van de Heer, van Allah, uiten. Daar waar zij gehoord moeten worden, temidden van de Gelovigen.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 6 oktober 2016, in bijlage 6).

Gezien mijn werk, mijn huidige verblijfplaats en mijn rol bij bepaalde gebeurtenissen in het verleden, is het waarschijnlijk dat ik binnenkort (in het licht van de manier waarop velen naar de Heilige Oorlog kijken) in de gevangenis belandt.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 6 oktober 2016, in bijlage 6).

(…)

U, Heer, heeft mij geroepen. Ter verduidelijking wil ik hier stellen dat geen van wat ik hier beschrijf uit mijn eigen gedachten komt. Dit is geen verzinsel of boek ter vermaak, omdat deze tekenen tot mij komen uit de bron van Allah. (…)
Ik ben de Heer onwaardig om mijn laak uit te voeren maar Hij heeft mij geroepen, dus ik kwam. Wat Hij me opdraagt, zal ik doen.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 12 oktober 2016, in bijlage 8).

Ik ben strikt in mijn geloof, veel strikter dan de meeste mensen en heb mij daarom meer thuis gevoeld bij de ideologie van het Salafisme, of het Koranisme.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 25 oktober 2016, in bijlage 14).

Heer ik heb een vraag, Ik ben nu enige tijd hier, en heb mij verdiept in de Islam. Ik bid veel en U gaf mij veel inzichten. Ook probeer ik contact te leggen met diegenen waarvoor ik hier gekomen ben. Op dit moment is het me nog niet gelukt, ondanks een aantal pogingen om de oversteek te maken. Ik heb nog een aantal opties over, maar deze zijn behoorlijk gevaarlijk.

U bent de Almachtige, de Alwetende. U bent degene die leidt. Kunt u mij aangeven, in een teken, of het geschrift, wat U van mij wilt.

Wilt u dat ik actiever ben? Meer actie ga ondernemen? Vaker een poging doe tot de oversteek? Ik doe dit wanneer Uw tekenen hierheen leiden, mijn twijfel bestaat er vooral uit dat iedere poging geld kost en mijn financiën niet erg ruim zijn. Ook is de pakkans steeds groter gezien het feit dat ik nu (waarschijnlijk) gesignaleerd ben.

Wilt U dat ik mij meer terugtrek, misschien zelfs een nog veiligere locatie opzoek? De kans dat ik gepakt word is dan (iets) minder groot, maar het vermindert ook de kans dat ik U van nut kan zijn op de organisatie waar ik bij hoor. Of vindt U het werken op afstand voldoende? U bent Barmhartig, Alwetend, geef mij dit dan duidelijk door, opdat ik het vertrouwen heb dat ik naar volle inzet gewerkt en gestreden heb op Uw pad, met mijn leven en bezittingen.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 15 november 2016, in bijlage 15).

(…)

Maar ook zie ik dat ik weinig energie over heb door het weinige eten en door de inspanning die de visioenen mij kosten. Mijn geld is bijna op en het gebrek aan contact met mijn familie en dochter (zij reageren niet op mijn berichten) trekt zwaar aan mij. Ook heb ik pijn aan mijn hart. De wetenschap dat op zo’n korte afstand, zo veel mensen sterven, ondanks onze inspanningen de bommen blijven vallen en de twee hoofdsteden in zowel Irak als Syrië nu bestookt worden (terwijl Allah steeds om vrede vraagt) en de mensen de spullen in de oorlog, de boodschap en waarschuwingen, de tekenen van Allah negeren, maakt dat mijn energie, mijn leven wegvloeit. Ik volg Uw leiding, maar ben steeds moeier. Wat wilt U dat ik nog doe, Heer? Allah, ik ben U zeer dankbaar voor mijn leiding maar ik had graag meer gedaan, de medicijnen af willen leveren, de steden willen bereiken, de mensen van IS bij willen staan en wellicht voor sommige hun terugkeer willen bewerkstelligen.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 23 november 2016, in bijlage 17).

(…)

In september 2016 heb ik mijn spullen gepakt en ben ik vertrokken naar Syrië, om mij in Raqqa aan te sluiten bij IS, met medeneming van spullen (gebruiksvoorwerpen), medicijnen, mijn auto en geld, om deze te schenken aan de strijders van ISIL. Mijn leven wil ik inzetten om de gewonden die gevallen zijn door het vele geweld, gericht tegen IS, te verzorgen, de getraumatiseerden bij te staan, de moeders te helpen met kun kinderen en hulp te verlenen waar nodig. Ook ben ik bereid een bijdrage te leveren aan de gewapende strijd in de vorm van het inzetten van mijn intelligentie waar gevraagd, om een tactische bijdrage te leveren. Of anders wanneer gevraagd.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 15 november 2016, in bijlage 22).

Indien Allah mij weg leidt van de strijd, hoop ik mijn bijdrage te leveren, in Sha Allah, in het evacueren van gelovigen (de gewonden, vrouwen en kinderen) uit het KaIifaat naar veiliger gebied, om vanuit daar verzorgd te worden. In Sha Allah laat Allah mij mijn bijdrage leveren. Hij leidt mij op het rechte pad.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 15 november 2016, in bijlage 22).

Heer, U riep mij en ik kwam. Al meer dan twee en een halve maand ben ik nu hier, vlakbij de plaatsen waar ik heen wilde, om medicijnen te brengen, gewonden te helpen en mensen te ondersteunen. Op het moment dat ik vertrok, was er een wapenstilstand, maar vanwege het Offerfeest waren de grenzen gesloten. Toen, vlak hierna, zijn de bombardementen weer opgevoerd en de grenzen bleven gesloten. Ik heb mijn doel niet bereikt en de medicijnen zitten nog steeds in mijn tas, mijn geld is bijna op, mijn auto nog steeds in mijn bezit en buiten die keer dat ik vluchtelingen naar het ziekenhuis heb gebracht, heb ik aan de strijd wel mijn leven en bezitten gegeven, maar (naar mijn mening) niet ingezet. Ik had graag meer willen doen, meer willen bereiken, meer inzet willen tonen.

(noot verbalisant: originele pagina, welke is geüpload op 23 november 2016, in bijlage 23).

22. Bijlage 24 bij het hiervoor onder 21 vermelde proces-verbaal, zijnde door verbalisant [verbalisant 5] uitgetypte passages uit door verdachte handgeschreven teksten, van welke teksten foto’s zijn geüpload op drie Google Drive-mappen die in beheer waren bij verdachte (politiedossier, pag. 201 t/m 219):

1. Locatie en bezigheden

(…)

(Pag. 202)

Toen ik onderweg was naar de grens met Syrië, dacht ik een kortere route gevonden te

hebben, de weg tussen Dortyol en Hassa... Allah heeft mij geleid op zijn pad. Het was

een Heilige reis, die eindigde in het Heilige land in Hassa.

Allah leidde mij Erzin binnen… Ik reed met mijn auto een klein dorpje Baslamis in.

Soms was ik wel bang, maar in gedachten waren mijn metgezellen T, D en A bij mij.

(noot verbalisant: in de volgende passage beschrijft verdachte de aanhouding in Turkije).

(…)

(Pag. 203)

Op de vraag of ik naar het Kalifaat wilde, zei ik: ‘In Sha Allah’. Dit werd duidelijk

gehoord en herhaald voor alle aanwezigen. (...)

Gisteren (en vorige week ook al) gaf U mij aan dat ik het beste kon verhuizen. Ik keek op de

kaart en net zoals eerder toonde U mij de locatie. Deze plaats is erg dicht bij de grens, maar

u beschermt mij en U leidt mij. Ik reed naar het punt wat U mij toonde en heb de locatie bekeken. Ondanks de oorlog die zich op nog geen 10 km afspeelt, en de verschrikkelijke

dagelijkse berichten uit een stad die nog geen 40 km verderop ligt, lijkt het een oase van

vrede te zijn, met zonlicht, schitterende...(?) met stromend water en palmbomen. Te midden

van de bergen ligt deze plaats.

(…)

(Pag. 213)

Nu lijkt het alsof u mij roept, niet alleen om te komen om IS bij te staan (de kinderen, gewonden en zieken), maar ook om te vertellen wat ik meemaak.

5. IS/terrorisme

5.1

IS/terrorisme – gedachten

(…)

(Pag. 216)

De situatie in Syrië en Irak ben ik al die tijd blijven volgen, en iedere keer als er

bombardementen vielen op moslims (IS-leden, maar ook burgers en rebellen), groeide mijn

woede. Ik wilde meer doen, meer betekenen, in de strijd waar door een coalitie van macht

misbruikende ongelovige en onwetende machthebbers en landen in hel zoveelste

moslimland, vele doden en verwoestingen veroorzaakt werden. De op sharia gebaseerde

straffen van IS vond ik bij lange na niet zo erg als al die bombardementen, door Nederland,

Amerika, Frankrijk, Jordanië, Israël, Iran, Italië en Duitsland. Dit mede omdat ik weet hoe

vreselijk eenzijdig de berichtgeving is en hoe weinig dit te maken heeft met de redenen en

oprechte motivatie waarmee veel Syriëgangers, waaronder ook nu ik, zijn vertrokken. De

motivatie en daarmee samenhangende bevlogenheid in hel oprichten van een Islamitische

Staat, waar geleefd kan en mag worden conform de sharia, waar kinderen geboren en

opgevoed kunnen worden, vrij van de verderfelijkheid van de Westerse maatschappij, met al

zijn satanische invloeden.

(…)

De aanslagen in Parijs, in november, kan ik dan ook geheel begrijpen. De massale vernietiging, door zovele landen en de continue bommen en bombardementen op Syrië, Irak

en ISIL, rechtvaardigen in mijn ogen geheel deze actie. Oog om oog, tand om tand, zoals in

de Bijbel en de Koran staat beschreven. Een onschuldig leven om een onschuldig leven, een

buitenlandse commando actie, tegenover een buitenlandse legeractie. Er zijn vele

onschuldigen omgekomen, maar dit geldt evenzeer voor de strijders en hun familieleden en

overige burgers in Syrië en Irak. Die tegenactie was nodig om dit op de kaart te zetten, maar ook als vergelding. Hetzelfde geldt voor de actie in Brussel, de strijders daar zijn als

martelaren gestorven. Hoe spijtig en verdrietig ook voor de mensen die bij de aanslagen

zijn omgekomen en hun familieleden. Het was nodig om de vergelijking te maken met de

hoeveelheid bommen in Syrië en Irak (door de coalitie waar ook Nederland, Frankrijk en

België deel van uitmaken) en als vergelding. Het geeft een idee van de massale vernietiging

die in het buitenland ver weg van media-aandacht wordt aangericht door onze overheden.

De acties in Parijs en Brussel zijn daarmee in vergelijking slechts een druppel op een

gloeiende plaat, maar zij waren nodig om de inwoners van de landen die deelnemen aan de

coalitie te wijten op de wandaden van de coalitie in Syrië...(?), en eveneens in landen als

Afghanistan, Jemen, Libië, etc. De strijders zijn als martelaren gestorven.

(…)

(Pag. 218)

5.2

IS/terrorisme – (voorgenomen) taak/rol/handelingen verdachte

(…)

(Pag. 219)

In december 2015, heb ik gekozen voor IS, mede door de aanslagen in Parijs en de grove wijze waarop daarna over de broeders en zusters die door Allah geroepen worden ter dood

worden gebracht door de coalitie van ongelovigen samen. Het is een strijd van de duivel tegen het geloof in binnenland en buitenland, en alle moslims worden door ongelovigen bevraagd met als doel hun geloof af te leggen en de weg van Allah te verlaten. Mijn strijd ligt in het verlengde van IS, het bereiken van een plaats waar het gelovigen vrij staat te leven, zoals de Heilige boeken het voorschrijven. Ook ik voelde me daarin thuis als Mensen van het Boek beschreven in de Koran. Het Ware Geloof volgde ik al, ik was alleen nog geen moslima.

(…)

In de zomer van 2016 heb ik mij laten bekeren, ben ik een hoofddoek gaan dragen. En korte tijd later kreeg ik het gevoel dat mijn aanwezigheid gevraagd werd, in Syrië, dat mij gevraagd werd deel te nemen aan de Jihad Niet alleen in woord en gebaar, maar ook met leven en bezittingen.

23. Het relaas eindproces-verbaal van verbalisant [verbalisant 3] d.d. 7 september 2017 (politiedossier, pag. 36 – 37):

Op donderdag 22 december 2016 werd een bericht van bureau Sirene ontvangen dat [verdachte] [het hof begrijpt: verdachte] op woensdag 21 december 2016 omstreeks 22.00 uur was aangehouden door de Bulgaarse autoriteiten bij een grenscontrole op de Bulgaars – Turkse grens. Zij zat als bestuurster in haar gesignaleerde personenauto welke ook in het bezit zou zijn van de Bulgaarse autoriteiten.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] d.d.

19 oktober 2016 (politiedossier, pag. 130 – 131):

Op woensdag 5 oktober 2016 stuurde ik, verbalisant, [werkgever verdachte] een vordering

verstrekking gevoelige gegevens. Op vrijdag 7 oktober 2016 ontving ik, verbalisant, van

[werkgever verdachte] , de gevorderde gegevens.

[werkgever verdachte] betreft de laatste werkgever van verdachte [verdachte] , waar zij tot vlak voor haar vertrek naar het buitenland werkzaam was. Aangezien het niet ondenkbaar was dat verdachte op haar werk op de computer activiteiten had ondernomen die gelinkt zouden kunnen worden aan het strafbare feit waarvan zij verdacht wordt, werden deze gegevens gevorderd. Gegevens over haar activiteiten op het internet, mailverkeer en opgemaakte documenten, van 1 mei 2016 tot 9 september2016, werden gevorderd.

Op 5 oktober 2016 sprak ik, verbalisant, een contactpersoon van [werkgever verdachte] . Ik hoorde hem zeggen dat hij zelf had vastgesteld dat de e-mails van verdachte slechts betrekking hadden op werkgerelateerde zaken en hij zodoende alleen een Excel-lijst zou sturen van de websites die door verdachte waren bezocht in de gevraagde periode. Op vrijdag 7 oktober 2016 ontving ik deze lijst.

Deze gegevens heb ik, verbalisant, geanalyseerd met behulp van een door het onderzoeksteam opgestelde lijst met zoektermen. Daarnaast heb ik, verbalisant, handmatig de lijst gescand op opvallende termen of websites.

Uit dit onderzoek blijkt dat de volgende websites zijn bezocht, welke mogelijk in verband staan met het vertrek van verdachte. Tussen haakjes wordt de datum vermeld waarop de website is bezocht:

• Nu.nl: Terreurgroep Al Nusra ontvoert leider gematigde rebellen Syrië (artikel) (4 juli 2016)

(…)

• Ed.nl: Familie terreurverdachte: terreurafdeling breekt ons ook (artikel) (14 juli 2016)

• Ed.nl: Ruim vijftig kinderen in ziekenhuis na aanslag Nice (artikel) (15juli 2016)

• Ed.nl: Dader Nice labiele eenling of toch soldaat van het Kalifaat? (artikel) (18 juli 2016)

• Nos.nl: Soms willen eenzame eenlingen gewoon een soldaat van IS zijn (artikel) (19 juli

2016)

• Ed.nl: Politieactie in Brussel: verdachte persoon opgepakt (artikel) (20 juli 2016)

(…)

25. De verklaring van verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg (proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 5 juli 2018):

Ik weet dat IS geassocieerd wordt met aanslagen. Mijn familie kon de reden van mijn vertrek afleiden uit de schriftjes die ik in de woonkamer had neergelegd. Ik heb op

9 september 2016 Nederland verlaten en ben (uiteindelijk) naar de Turks-Syrische grens, meer bepaald Antiochië, gereden. De eerste keer was die gesloten en de tweede keer zeiden ze bij de douanepost: ‘Je komt de grens niet over want je hebt een Nederlands paspoort’. Na de derde keer, heb ik geen poging meer ondernomen om de grens over te steken.

Ik kan mijn nog de gruwelijke mediabeelden herinneren van het geweld dat IS heeft

gebruikt tegen (onder andere) de Yezidi vrouwen op de berg in het Iraakse Sinjar en de

standrechtelijke executie van de man in het oranje pak.

26 De verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d.

10 december 2020:

U houdt mij voor dat op pagina 171 van het dossier een citaat is opgenomen uit een schrift van mij, waarin ik vier momenten beschrijf waarop ik bij de Turks-Syrische grens ben en dat ik volgens dat citaat de derde keer heb geprobeerd de grens over te steken, maar dat dat niet lukte omdat de weg doodliep en dat ik de vierde keer de grens van Turkije ben gepasseerd maar dat ik zonder Syrisch paspoort Syrië niet in mocht. Ik weet niet meer dat ik dat geschreven heb. Ik sluit niet uit dat het is gebeurd.

(…)

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Standpunt van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal acht overeenkomstig zijn ter terechtzitting overgelegd schriftelijk requisitoir bewezen dat verdachte heeft gepoogd om deel te nemen aan de terroristische organisatie IS/ISIL. Volgens de advocaat-generaal blijkt uit de brieven en geschriften van verdachte dat zij zich wilde aansluiten bij IS/ISIL in het kalifaat.

Uit die brieven en geschriften blijkt voorts dat verdachte met dat voornemen naar Turkije is gereden en daar een aantal maanden heeft verbleven in Gaziantep, dé doorvoerhaven voor IS-strijders, in het gebied aan de grens met Syrië. In die periode heeft zij meermalen geprobeerd die grens over te steken. Ten minste eenmaal is het haar gelukt om de Turkse grenspost te passeren, maar werd zij tegengehouden bij de Syrische kant van de grens. De advocaat-generaal baseert zijn standpunt mede op de wijze waarop verdachte haar woning heeft achtergelaten, de geldopnames van haar bankrekening en de gegevens van haar mobiele telefoon.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft overeenkomstig een door haar ter terechtzitting overgelegde pleitnota (primair) vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe – kort samengevat – het volgende aangevoerd.

In de eerste plaats had verdachte geen opzet op deelname aan een terroristische organisatie.

Het is juist dat zij met haar auto van Nederland naar Turkije is gereden, dat zij ten behoeve van die reis geld heeft opgenomen, dat zij zich heeft opgehouden en heeft rondgereisd in het grensgebied met Syrië, dat zij zich heeft begeven naar de grens tussen Turkije en Syrië en dat zij eenmaal de Turkse grenspost is gepasseerd om haar auto te keren.

Zij had echter niet de intentie om zich aan te sluiten bij IS/ISIL. Haar voornaamste reden om deze reis te ondernemen was een religieuze; het was een ontdekkingstocht naar haar geloof. Daarnaast speelde mee dat zij in Nederland vastliep door een burn-out, dat zij altijd interesse heeft gehad in het Midden-Oosten en dat zij zich betrokken voelde bij het conflict in Syrië.

Verdachte heeft inderdaad drie maanden in Gaziantep gewoond. Dat was voor haar geen doorvoerhaven naar het kalifaat, maar een vaste basis van waaruit zij kon schrijven aan haar boek, waarin zij de belevingswereld van een uitreiziger probeert weer te geven.

De brieven en de geschriften die zij in deze periode heeft geschreven, zijn een weergave van alle gedachtes, ideeën en verhalen in haar hoofd. Zowel het Openbaar Ministerie als de rechtbank hebben passages uit die teksten uit hun context gehaald en leiden daaruit ten onrechte af dat het doel van verdachte was om af te reizen naar het Kalifaat en zich aan te sluiten bij IS/ISIL.

In de tweede plaats is geen sprake geweest van een begin van uitvoering. Om je te kunnen aansluiten bij IS heb je een persoon nodig die garant voor je staat ( tazkiya ). Verdachte had geen contacten met personen in Syrië of met personen die zich hadden aangesloten bij IS. Zonder contact met een smokkelaar, zou verdachte als Nederlandse vrouw bovendien nooit de Syrische grens kunnen oversteken, aldus de verdediging. Het handelen van verdachte ligt nog zo ver in de voorfase van het daadwerkelijk deelnemen aan IS, dat deze gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet kunnen worden beschouwd als te zijn gericht op voltooiing van het misdrijf.

Oordeel van het hof

Het hof komt, evenals de rechtbank, tot een bewezenverklaring van hetgeen ten laste is gelegd. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd poging tot deelneming aan een terroristische organisatie.

Het hof stelt het volgende voorop.

Wettelijk kader

De relevante wetsartikelen luiden – voor zover hier relevant – als volgt.

Art. 140a Sr:

1. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

(…)

3. Het vierde lid van artikel 140 is van overeenkomstige toepassing.

Art. 140 Sr:

(…)

4. Onder deelneming als omschreven in het eerste lid wordt mede begrepen het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun aan alsmede het werven van gelden of personen ten behoeve van de daar omschreven organisatie.

Art. 83a Sr:

Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

Art. 45 Sr:

1. Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.

(…)

Uit bestendige rechtspraak van de Hoge Raad over deelneming aan een organisatie als bedoeld in de art. 140 en 140a Sr volgt dat daarvan slechts dan sprake kan zijn, indien aan de volgende twee vereisten is voldaan:

1. de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband;

2. de betrokkene heeft een aandeel in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in die artikelen bedoelde oogmerk.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het eerste vereiste (het behoren tot het samenwerkingsverband) ook geldt voor de in art. 140 lid 4 Sr en art. 140a lid 3 Sr omschreven gedraging van het verlenen van geldelijke steun. De opvatting dat reeds het verlenen van geldelijke steun aan een organisatie als bedoeld in art. 140 en 140a Sr deelneming aan die organisatie oplevert, is derhalve onjuist. Nu het bij de invoering van

art. 140 lid 4 en art. 140a lid 3 Sr vooral ging om de verduidelijking van de rechtspraak ten aanzien van twee specifieke handelingen, volgt daar redelijkerwijs uit dat die verduidelijking betrekking heeft op het tweede vereiste in de rechtspraak over deelneming aan een organisatie als bedoeld in art. 140 en 140a Sr (het vereiste van een aandeel in of het ondersteunen van bepaalde gedragingen) welk vereiste immers de handelingen betreft.

Het eerste vereiste, te weten het behoren tot het samenwerkingsverband, geldt daarnaast derhalve onverkort.

Het hierboven overwogene geldt – op grond van een wetssystematische uitleg – ook voor de overige in art. 140, vierde lid Sr en art. 140a, derde lid Sr genoemde handelingen, te weten het verlenen van stoffelijke steun aan alsmede het werven van gelden of personen ten behoeve van een organisatie als bedoeld in voornoemde bepalingen.

Met betrekking tot het tweede vereiste kan elke bijdrage aan de bedoelde organisatie strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van het enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken.

Voor deelneming aan vorenbedoelde organisatie dient de verdachte in zijn algemeenheid te weten (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Daarbij is echter niet vereist dat de verdachte wetenschap of enige vorm van opzet heeft gehad ten aanzien van één of meerdere door de organisatie beoogde concrete misdrijven of dat hij heeft deelgenomen aan (reeds binnen de organisatie door andere deelnemers gepleegde) misdrijven. Een persoon is strafbaar vanwege alleen maar zijn deelneming aan voornoemde organisatie.

Hieraan vooraf gaat vanzelfsprekend dat sprake dient te zijn van een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.

Een poging tot misdrijf is slechts dan strafbaar wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard (art. 45 Sr). Van een dergelijk begin van uitvoering is sprake indien de bewezen verklaarde feitelijke handelingen kunnen worden beschouwd als gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf. Relevante factoren zijn daarbij onder meer de aard van de delictsomschrijving en de afstand van het handelen van de verdachte tot de voltooiing van het misdrijf.

Bij de beoordeling of de gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het misdrijf zullen de gedragingen in hun onderlinge samenhang moeten worden bezien.

Achtergrond

Het is een feit van algemene bekendheid, zoals daarvan (tevens) blijkt uit de door het hof geraadpleegde – en voor een deel zonder noemenswaardige moeite op internet te

raadplegen – algemeen toegankelijke bronnen, dat in het voorjaar van 2011 een groot deel van de bevolking van Syrië in verzet kwam tegen het regime van president Bashar al-Assad. Het (alawitisch-sjiitische) regime probeerde de roep om hervormingen met geweld de kop in te drukken, maar dit bracht het verzet niet tot zwijgen. In reactie op de gewelddadigheden van het regime tegen de (overwegend soennitische) bevolking begon de oppositie zich aan het eind van het jaar 2011 meer en meer gewapenderhand te verzetten. Wat begon als een vreedzaam protest ontwikkelde zich tot een burgeroorlog.

Naarmate de burgeroorlog vorderde werd deze steeds meer ‘gejihadiseerd’. Tal van jihadistische groeperingen mengden zich steeds meer en nadrukkelijker als oppositie in de strijd. Hun doel was niet alleen het ten val brengen van het regime van Bashar al-Assad, maar ook – of vooral – de vestiging van een streng islamitische staat op het grondgebied van Syrië en de terugkeer naar de ‘zuivere islam’. Dit werd onder meer gerechtvaardigd vanuit de ideologie van het salafisme.2 Binnen het hedendaagse salafisme is er een gewelddadige fundamentalistische stroming die de gewapende strijd (de ‘jihad’ of heilige oorlog) tegen alle ongelovigen heeft afgekondigd.3 Geweld, vooral strijden en sterven voor het geloof, is een belangrijke component van deze jihadistische ideologie.4 De jihadistische beweging vormde de motor achter de wereldwijde terroristische golf die vervolgens werd uitgevoerd onder het mom van een religieus gewapende strijd, de jihad. Men verkondigt de boodschap via het internet en doet een beroep op alle ‘ware’ gelovigen; in het jihadistische gedachtengoed staat het concept van de umma, de wereldwijde moslimgemeenschap, centraal. Omdat er een band bestaat tussen alle moslims, is ieder conflict waarbij moslims zijn betrokken, van belang voor hun broeders en zusters elders in de wereld. Dit schept in principe de plicht voor alle moslims, ook in Nederland, deel te nemen aan de strijd die bijdraagt aan de bevrijding van andere broeders en zusters. Door extreem-fundamentalistische strijdgroepen in Syrië was de jihad uitgeroepen tot een individuele verplichting voor iedere moslim behoudens bepaalde uitzonderingen. Aanvankelijk kwamen veel jihadistische opstandelingen uit Syrië zelf, maar al gauw werd het land een bestemming voor niet-Syrische jihadisten. Buitenlandse strijders, eerst voornamelijk uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Azië, later ook uit Europa, zijn naar Syrië gereisd om zich te mengen in de strijd. Daaronder waren ook Nederlandse jongeren.5 In de loop van 2012 wordt duidelijk dat jihadistische strijdgroepen, met zowel lokale als buitenlandse strijders in hun gelederen, in toenemende mate betrokken zijn bij de opstand in Syrië tegen het regime van president Bashar al-Assad. De inmenging van buitenlandse jihadisten in de strijd wordt onder andere duidelijk uit berichtgeving op jihadistische fora, die regelmatig melding maken van gesneuvelden in het contingent van deze zogenaamde ‘foreign fighters’ in Syrië.6 De toestroom van buitenlandse strijders is mogelijk gevoed door een verzoek van Al-Qa`ida’s leider Ayman al-Zawahiri. Hij deed in februari 2012, in een videoboodschap, een oproep aan militanten in Irak, Jordanië, Libanon en Turkije om in actie te komen en de ‘broeders in Syrië’ te ondersteunen.

Aan het eind van 2012 lijken de islamitische en jihadistische groeperingen de overhand te hebben gekregen ten koste van het Vrije Syrische Leger. Met deze veranderende machtsverhoudingen binnen de gewapende oppositie lijken ook de doelstellingen van de opstand te zijn veranderd. Ideologische verschillen hebben in de loop van het conflict zelfs geleid tot gewelddadige interne conflicten onder de opstandelingen. Zoals een adviseur van Amnesty International het in april 2013 verwoordt: ‘No end to the violence seems in sight, and sectarian, ethnic, ideological and religious tensions have become more entranched.’7

Jabhat al-Nusra wordt begin januari 2012 in de media omschreven als één van de meest invloedrijke jihadi-salafistische organisaties in Syrië. De groep zou door de meerderheid van de jihadi-salafisten worden gezien als ‘hun’ groep in Syrië en actief worden gepromoot door de grote jihadistische internetfora.

Jabhat al-Nusra, voluit Jabhat al-Nusra li-ahl al-Sham min mujahidin al-Sham fi sahat al-jihad, (Hulpfront voor het Syrische Volk van(uit) de Mujahideen van (Groot-) Syrië in de jihad arena’s), liet voor het eerst van zich horen op 24 januari 2012. In een videoboodschap die werd gepost op de jihadistische website Shumukh al-Islam maakte zij toen haar oprichting bekend.8 Daarna zocht het front steeds meer de publiciteit door middel van verklaringen waarmee het aanvallen claimt en videoproducties die via het internet worden verspreid. In het rapport van de VN commissie IICISAR d.d. 18 juli 2013, wordt gesteld dat Jabhat al-Nusra: ‘has been part of, and occasionally co-leads, most major operations conducted by anti-government armed groups given its better organization and discipline, greater operational efficiency and access to external support.’9

In de strijd tegen het regime van Assad had zich ook een (voorheen) aan Al-Qa’ida gelieerde groep gemengd die eerder actief was in Irak. Het gaat hierbij om de islamitische Staat in Irak en al-Sham (ISIS, ook wel bekend als IS, ISIL of DAESH). ISIS stond onder leiding van de Irakees Abu Bakr al-Baghdadi en heeft zich later omgedoopt tot de islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL) onder andere om de uitbreiding van haar activiteiten naar Syrië te benadrukken.

Op 29 juni 2014 heeft ISIS het door haar verklaarde kalifaat uitgeroepen en is ISIL omgedoopt in de Islamitische Staat (IS). Als ‘kalifaat’ claimt IS het religieus, politiek en militair gezag over alle moslims over de gehele wereld. Abu Bakr al-Baghdadi, de emir van de organisatie, wordt aangesteld als ‘kalief’ van IS. Alle moslims ter wereld worden vervolgens opgeroepen de eed van trouw af te leggen aan de zelf gekroonde ‘kalief’ Abu Bakr al-Baghdadi en zich in IS-gebied te vestigen.

Het hof acht het een feit van algemene bekendheid dat geweld inherent is aan IS. Dit komt naar voren uit tal van zeer simpel te raadplegen internetbronnen. Het geweld werd dagelijks gebruikt, verheerlijkt en gepredikt. Met name de in hun ogen ongelovigen (kuffar) zijn het slachtoffer van door IS toegepast of opgeëist extreem geweld geworden. Tijdens militaire operaties en het uitoefenen van de macht in de door hen veroverde gebieden in Syrië en Irak bediende IS zich (onder meer) van (zelf)moordaanslagen, executies, mishandeling, verkrachting, gijzelingen en martelingen, dit alles met een terroristisch oogmerk (‘to spread terror among civilians’). In september 2014 riep IS alle aanhangers die niet kunnen uitreizen naar IS-gebieden op om aanslagen te plegen in landen die deel uitmaken van de anti-IS-coalitie. Een oproep die ook daadwerkelijk gevolgen heeft gehad.10 IS wordt door de VN en een groot aantal daarvan deel uitmakende landen, waaronder de Europese Unie, inmiddels gezien als een terroristische organisatie.11

Relevante feiten en omstandigheden

Het hof overweegt voorts – grotendeels overeenkomstig de rechtbank – het volgende.

Verdachte heeft op verschillende momenten en in verschillende geschriften beschreven hoe ze zich (heeft) verdiept in de Islam. Ze heeft gedachten over IS/ISIS en de Jihad op papier

gezet en verslag gedaan van haar reis naar en in Turkije en haar voornemen om naar het

kalifaat te gaan. Bij de zeer uitgebreide verhoren die door de politie zijn afgenomen heeft verdachte met name willen spreken over haar geloofsbeleving, maar niet inhoudelijk over haar reis, noch de plaatsen waar ze heeft verbleven dan wel personen waarmee ze contact heeft gehad. Ze beriep zich dienaangaande op haar zwijgrecht.

Verdachte erkend vanuit Nederland naar het grensgebied van Turkije en Syrië te zijn gereisd. Dit wordt ook ondersteund door (locatie)gegevens van door verdachte gedane geldopnames en mastgegevens met betrekking tot een door haar gebruikte mobiele telefoon. Verdachte heeft het verloop van haar reis nauwgezet bijgehouden in dagboekachtige aantekeningen. Uit reisgegevens, de verklaring van verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg en verdachtes geschriften, volgt dat zij op 9 september 2016 vanuit Nederland naar Turkije is gereisd, waar zij op 12 september 2016 (wat verdachte aanduidt als) Antiochië heeft bereikt. Zij heeft daarbij onder meer de provincie Hatay en de steden Gaziantep, Kilis en Adana aangedaan. Voor wat betreft Gaziantep merkt het hof op dat het een feit van algemene bekendheid is dat deze stad destijds bekend stond als doorvoerhaven van en naar het door IS/ISIL gedomineerde gebied in Syrië. Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt ook dat verdachte bezig is geweest om het Arabisch te leren.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte voorts verklaard een drietal pogingen te hebben ondernomen om de grens met Syrië ook daadwerkelijk over te steken. Verdachte zegt daarin niet te zijn geslaagd. Eenmaal was de grensovergang gesloten vanwege het offerfeest. Bij Kilis bleek de grensovergang ook dicht te zijn. Bij een kleine stad probeerde verdachte via een landweg over de grens te komen, maar die weg liep dood. Later is verdachte nog een keer naar de grensovergang gegaan, die eerder was gesloten vanwege het offerfeest. Toen werd verdachte bij de Turkse douanepost doorgelaten, maar werd ze niet toegelaten tot Syrië omdat ze niet over een Syrisch paspoort beschikte. Op dat moment heeft ze zich korte tijd in het stukje niemandsland gelegen tussen Turkije en Syrië bevonden.

Beweegredenen van verdachtes reis

In een brief aan haar ouders, afgestempeld op 17 september 2016 in Antakya, provincie Hatay, Turkije, schrijft verdachte dat haar familie informatie over haar vertrek kan vinden in haar huis. Verdachte heeft daar bij haar vertrek een schrift achtergelaten. Dit op de tafel in haar appartement gevonden schrift lag open op een pagina met de navolgende tekst

‘Lieve familie,

Ik vertrek. Ik zeg zoals het is. Zonder woorden, zonder waarschuwing, zonder teken.

(…)

Het woord is eruit, God Alom tegenwoordig, Almachtig, Alwijs, de hemel en de aarde, licht

en duisternis, verlossing en verschrikking. Het is hij die mij doet hemelen. Hij is het die mij

roept. Onbegrip, maar ik begrijp. Ik begrijp het dat hij mensen roept. Mensen zoals ik.

Sommigen verdwijnen, anderen zie je terug op het nieuws. Ik weet niet waar hij mij heen

roept. Maar ik volg.

Ik begrijp het nieuws, de dingen die ik zie. Ik begrijp de weg die velen voor mij kozen, ik

begrijp waar het ze brengt. Ik begrijp de roeping, het vertrouwen en de keuze. (…)

De keuze werd mij voorgelegd en ik zei ja.

(…)

Mijn geloof is vast, in de Enige, de Alwijze en de Alomtegenwoordige. (…)

In de goede hoop en het vertrouwen, dat wij elkaar wederzien, vertrek ik, in liefde voor God

en voor jullie.

[verdachte] .’

Verdachte heeft in dat schrift voorts onder meer de volgende passages geschreven:

‘De praktische kant:

Ik weet niet of ik terugkom. Het is ongewis, maar ik hoop van wel. Als ik binnen drie

maanden niets laat horen, dan denk ik dat ik niet snel daarna terugkom. Dan staat het jullie

vrij met mijn bezittingen te doen wat jullie willen.

In mijn testament staat de afhandeling van al het andere. (…)

Een van mijn metgezellen is opgeroepen voor de strijd en hij heeft gevochten. Ook ik ben opgeroepen voor de strijd. De strijd die al gaande is en waarvoor velen het vuur zijn afgedaald. Ik hoop er god te vinden, de barmhartige.

(…)

Ik begrijp waarom sommige aanslagen gepleegd worden, met nadruk noem ik de aanslagen

in Parijs en Brussel. Zij zijn gepleegd door soldaten, geroepen door Allah. De vergelding

voor de vele bombardementen noodzakelijk in het Westen te leren dat er niet zovele bommen op onschuldige slachtoffers kunnen vallen, zonder dat daar iets tegenover staat. De vele moslims, gelovigen, die zijn omgekomen zijn dappere mannen, vrouwen, kinderen,

martelaren voor het geloof. Mijn hart rust in vrede als mijn lot daaraan gelijk zou zijn.

(…)

De keus voor geweld is inmiddels niet meer anders te maken. De broeders van Parijs en

Brussel hebben een statement gemaakt, wat hopelijk zorgt dat de ogen van het Westen, van

Europa, geopend worden.

De reden dat ik afreis, naar het kalifaat, (op hoop van de zegen van Allah) is dat daar

handen nodig zijn. Om te verdedigen, te helen, te helpen. Het geloof te bewaren. De

gewonden te ondersteunen, de doden de laatste eer te bewijzen.

(…)

Ik hoop dat Hij mij roept om de strijd te steunen en de moedigen te helpen. (…)’

Verdachte heeft deze teksten geschreven in een schrift, dat zij in haar woning opengeslagen had achtergelaten, waarna zij is vertrokken. In de teksten richt zij zich uitdrukkelijk tot haar familie. Naar het oordeel van het hof kunnen deze citaten niet anders worden begrepen dan als een uitleg van verdachte aan haar familie van de reden van haar onverwachte vertrek. Als doel van haar reis noemt verdachte het kalifaat, om ‘te verdedigen, te helen, te helpen. Het geloof te bewaren. De gewonden te ondersteunen, de doden de laatste eer te bewijzen’. Ook blijkt ze er rekening mee houdt dat ze niet (spoedig) terug zal keren, gezien de verwijzing naar haar testament. Tevens plaatst de passage over de aanslagen in Brussel en Parijs de strijd waarover verdachte spreekt minst genomen in een bepaalde context. Deze context volgt ook uit meerdere andere in de bewijsmiddelen opgenomen passages.

Voorts is van belang dat verdachte ook later vanuit Turkije in brieven aan haar ouders en

zus, haar beweegredenen om af te reizen, herhaalt.

In een brief aan haar ouders, gedagtekend 17 september 2016, schrijft zij het volgende:

‘Zoals jullie nu zullen weten, ben ik thuis vertrokken. (...)

Ik weet niet of en wanneer ik terugkom, maar dit behoort bij mijn keuze voor mijn leven en

mijn werk voor IS. Het is op dit moment moeilijk voor mij om op de normale manier

(telefoon/WhatsApp) contact op te nemen, vooral in verband met mijn eigen veiligheid en

vragen die gesteld kunnen worden. (...)

Maak jullie niet teveel zorgen ik word beschermd door Allah (…) en bij IS zitten veel lievere mensen dan jullie denken’.

In de brief aan onder andere haar zus, afgestempeld in Turkije op 21 oktober 2016, schrijft

verdachte:

‘Op dit moment is mijn leven erg fijn hier met vriendelijke mensen en een warme en fijne

omgeving. Gezien mijn situatie is het mogelijk dat dit zal veranderen en dat ik een tijd lang

niet in contact met jullie kan treden. Vandaar ook deze brief Allah zal mij leiden.

Ik hoop dat pap en mam eerlijk zijn geweest over mijn beweegredenen en mijn vertrek tegen

jullie want zoals ik het beschreef is het ook echt. Ik heb mijn keuze gemaakt om de redenen

die ik beschreef. (…)

Het is een race tegen de klok om alle gelovige mannen, vrouwen en kinderen die zich

destijds en nu ook nog, naar het beloofde land hebben gespoed, te ondersteunen op de juiste

wijze. In sha’Allah mag ik daar aan bijdragen. (…)

Jullie begrijpen dat ik zeer voorzichtig moet zijn in wat ik vertel, en dat bij terugkomst ik

waarschijnlijk voor langere tijd niet beschikbaar ben. Ook bestaat de mogelijkheid dat ik

niet terugkeer of niet in de gelegenheid ben om terug te keren. Voor nu zegt het mij dat ik

niet terugkeer’.

Volgens de verdediging worden passages uit de brieven en geschriften van verdachte uit hun context gehaald en worden daaruit verkeerde conclusies getrokken met betrekking tot de intenties van verdachte bij haar reis naar het Midden-Oosten.

Het hof stelt voorop, dat de feitenrechter vrij is in de selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal. In het geval dat de rechter die over de feiten oordeelt het tenlastegelegde bewezen acht, is het aan die rechter voorbehouden om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot bewijs te bezigen wat deze uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht.

Bij gedeeltelijk gebruik voor het bewijs van een verklaring of een schriftelijk bescheid geldt dat daaraan geen wezenlijk andere betekenis mag worden gegeven dan degene die de verklaring heeft afgelegd of het schriftelijk bescheid heeft opgesteld kennelijk bedoeld heeft daaraan te geven (verbod van denaturering).

Naar het oordeel van het hof is van denaturering van de inhoud van de brieven van verdachte aan haar familie geen sprake. Uit de hiervóór geciteerde passages, in onderlinge samenhang bezien, blijkt duidelijk en ondubbelzinnig dat verdachte het voornemen had om naar het kalifaat af te reizen en zich aan te sluiten bij IS/ISIL. Dat in de brieven ook naar voren komt dat het voor verdachte een spirituele reis was, staat hieraan niet in de weg. In het kalifaat werd immers gestreefd naar een ‘zuivere islam’.

Het hof gaat er dan ook vanuit dat deze passages in het schriftje op de tafel in de

woonkamer van verdachte, in onderlinge samenhang bezien, de werkelijke beslissing(en) en beweegredenen van verdachte weergeven. Hetzelfde geldt voor de hiervóór genoemde brieven aan de ouders en de zus.

Deelneming aan een criminele terroristische organisatie

In de door verdachte op 15 november 2016 geüploade tekst beschrijft zij haar reisdoel als volgt:

‘Vervolgens vertrok ik in de richting van het Kalifaat om mij bij de strijders te voegen om medicijnen te brengen, mijn medische basiskennis, mijn auto en wat geld en voedsel om de strijders maar vooral ook de vrouwen en kinderen daar te ondersteunen. In Sha Allah bestaat mijn bijdrage op het pad van Allah uit strijd. In Dresden heb ik een nieuwe TomTom gekocht om mijn weg te wijzen. (…)’

Verdachte schrijft hier ook concreet over de wijze waarop ze strijders van het kalifaat zou

kunnen helpen. Voorts blijkt uit meerdere door haar geschreven passages dat ze van plan

was zich aan te sluiten IS/ISIL. Verdachte was bereid om daarin ver te gaan. Dat blijkt

– onder meer – uit de volgende teksten:

‘De Jihad is nu’.

‘U heeft mij geroepen en ik ben gekomen. Laat mijn strijd, omwille van het geloof met Uw

goedvinden en Uw leiden, in deze situatie voortgezet worden. Leidt mijn hand en mijn hart

en maak mij gereed voor de strijd. De Jihad, de strijd omwille van het geloof, vraagt om

volharding en doorzettingsvermogen, geloof en geduld. Maak mij weerbaar en strijdbaar en

maak dat ik Uw wil doe. Laat mij een strijder zijn Heer, van binnen en van buiten, en niet

zwichten voor de genietingen van het Wereldse leven. Maak mij één van uw strijders,

omwille van het geloof Heer, die voor U Uw dienaar is’.

‘Nu is de tijd gekomen om te gaan. Ik begrijp waarom sommige aanslagen gepleegd

worden met nadruk noem ik de aanslagen in Parijs en Brussel. Zij zijn gepleegd door

soldaten, geroepen door Allah’.

‘De vele moslims, gelovigen, die zijn omgekomen zijn dappere mannen, vrouwen, kinderen,

martelaren voor het geloof. Mijn hart rust in vrede als mijn lot daaraan gelijk zou zijn’.

‘De keus voor geweld is niet meer anders te maken’.

‘De reden dat ik afreis naar het kalifaat (op hoop van de zegen van Allah) is dat daar

handen nodig zijn om te verdedigen, te helen, te helpen.’

‘Ook ben ik bereid een bijdrage te leveren aan de gewapende strijd in de vorm van het

inzetten van mijn intelligentie waar gevraagd om een tactische bijdrage te leveren. Of

anders wanneer gevraagd.’

Bovendien blijkt ook uit andere geschriften/passages dat verdachte wilde ‘strijden’.

Het hof ziet in voornoemde geschriften daarom voldoende bewijs dat verdachte zich bij IS/ISIL wilde aansluiten om te verdedigen, te helen en te helpen.

Fictief personage?

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte voor het eerst aangevoerd dat zij in Turkije aan een boek heeft gewerkt waarin de hoofdpersoon een IS-strijder was. Bij het beschrijven van de gedachtegang van die IS-strijder verwoordde zij dat in de ‘ik-vorm’. Het was dus fictie wat zij in voornoemde passages schreef, aldus verdachte.

Geconfronteerd met (ook andere) passages welke opvallende gelijkenis vertonen met gebeurtenissen tijdens haar eigen reis – zoals bijvoorbeeld de landen en plaatsen die ze heeft bezocht op doorreis, de aankoop van een navigatiesysteem, de bewegingen bij de grens tussen Turkije en Syrië en haar dochter – heeft verdachte aangevoerd dat ze daarnaast ook teksten heeft geschreven die een verslag betroffen van haar eigen leven en gedachten. In dat geval was er dan geen sprake van een IS-personage maar schreef zij over haarzelf. Ze schreef dan teksten die een verslag betroffen van gebeurtenissen tijdens haar reis of verblijf in Turkije.

Geconfronteerd met het schriftje op de tafel in de woonkamer, dat zij voor haar familie, ex-partner en dochtertje – zoals eerder aangehaald – bij haar vertrek voor hen had achtergelaten, heeft verdachte in eerste aanleg geantwoord dat bepaalde passages waarschijnlijk eveneens vanuit dit fictief personage zijn geschreven omdat zij toen ook al bezig was met plannen voor dat boek.

Het hof hecht, in navolging van de rechtbank en de advocaat-generaal, geen geloof aan deze alternatieve verklaring van verdachte en acht bewezen dat verdachte in de geciteerde passages uit haar brieven en geschriften uitdrukking heeft gegeven aan haar eigen wens om naar Turkije te reizen in de hoop dat zij daar de grens met Syrië zou kunnen passeren, teneinde zich te vestigen in het kalifaat en zich aan te sluiten bij IS/ISIL. Het hof volgt dan ook niet het verweer dat de teksten in de schriftjes en de geüploade bladzijden het materiaal zijn voor een boek en daarom als het gedachtengoed van een puur fictief personage moeten worden gezien. Voor zover de notities en geschriften van verdachte al (op enig moment) bestemd zouden zijn voor het schrijven van een boek, is het hof van oordeel dat verdachte daarin telkens haar eigen beweegredenen en (reis)ervaringen heeft beschreven. Het hof leidt dit vooral af uit de eenheid van stijl, het feit dat de teksten zijn doorspekt met verwijzingen naar het eigen leven van verdachte en de talloze parallellen tussen hetgeen verdachte schrijft en haar feitelijke situatie op dat moment. Het hof betrekt bij zijn oordeel verder dat de passages die betrekking hebben op de IS-strijd, beweegredenen en eventuele gevolgen daarvan, vervlochten zijn met de zorg om, gevolgen voor, en het gemis van verdachtes dochter [dochter verdachte] .

Het hof wordt in zijn overtuiging gesterkt doordat verdachte, ook in het schrift dat na haar

vertrek in haar woonkamer is aangetroffen, niet spreekt over het schrijven van een boek

maar enkel over haar roeping om af te reizen naar het kalifaat. Deze beweegreden herhaalt

verdachte in voornoemde brieven aan haar ouders en zus, welke toch bezwaarlijk anders

kunnen worden opgevat dan de weergave van verdachtes daadwerkelijke beweegredenen tot vertrek. Immers, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom verdachte aan haar familie zou schrijven dat zij naar het kalifaat wilde reizen, als zij in werkelijkheid alleen een spirituele reis wilde maken en aan haar boek wilde schrijven.

Voorts heeft verdachte op 27 januari 2016 om 17:17:27 uur in een WhatsApp bericht gericht aan haar ouders geappt dat: ‘als ik (of iemand anders) dan kijk, heb ik nog de keuze om een

draai aan het verhaal te geven’. Het heeft er naar het oordeel van het hof alle schijn van dat het dat is wat verdachte nu doet: een draai aan het verhaal geven door te verklaren dat zij in Turkije aan een boek heeft gewerkt waarin de hoofdpersoon een IS-strijder was, dat zij bij het beschrijven van de gedachtegang van die IS-strijder dat verwoordde in de ‘ik-vorm’ en dat het dus fictie was wat zij in voornoemde passages schreef. Daar komt bij dat verdachte aan haar ouders een e-mail heeft gericht met een URL naar de door haar geüploade geschriften in Google Drive. In deze e-mail zegt zij: ‘Al hetgeen in het boek staat is waar, ik heb dit niet verzonnen’.

Dit alles leidt het hof tot de conclusie dat alle door verdachte geschreven teksten die voor het bewijs zijn gebezigd, moeten worden beschouwd als verdachtes gedachten(goed) en beweegredenen. Dat verdachte louter een spirituele rondreis maakte, vindt alleen al gelet op het voorgaande geen steun in het dossier. Daar komt nog bij dat verdachte zich verhoudingsgewijs lang heeft opgehouden in Gaziantep bij de Syrische grens. Verder passen de zorgen die verdachte heeft uitgesproken met betrekking tot haar veiligheid, de straf die zij naar verwachting zal ontvangen bij haar terugkeer en de pogingen om de digitale communicatie afgeschermd en geheim te houden, niet in het beeld van een rondreis met een louter spiritueel karakter.

Terroristische karakter van IS/ISIL en wetenschap daarvan bij verdachte

Het hof heeft hiervoor al overwogen dat IS/ISIL een terroristische organisatie is, dat wil zeggen een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven als bedoeld in artikel 140a Sr in combinatie met artikel 83a Sr.

Dat verdachte weet had van de gruwelijkheden die uit naam van IS zijn verricht staat niet ter discussie. Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat zij net als

iedereen bekend was met standrechtelijke executies door IS en dat zij zich nog de

gruwelijke mediabeelden herinnert van het geweld dat IS heeft gebruikt tegen (onder

andere) de Yezidi vrouwen op de berg in het Iraakse Sinjar. Ook was zij bekend met de aanslagen die eerder gepleegd waren in Parijs, Brussel en Nice.

Dat zij hiervan op de hoogte was voorafgaand aan haar reis kan bovendien worden afgeleid uit de websites die zij op haar werk heeft bezocht met nieuwsberichten over IS en een aantal door IS gepleegde / opgeëiste aanslagen.

Het hof concludeert dat verdachte ten minste vanaf augustus 2014 ervan op de hoogte

is geweest dat jihadistische strijdgroepen zoals IS zich in Syrië en aangrenzende landen

schuldig maakten aan terroristische misdrijven.

Poging

Verdedigen, helen en helpen bij IS/ISIL kunnen worden gekwalificeerd als deelneming aan een terroristische organisatie. Deelneming aan IS/ISIL levert dan ook op deelneming aan een terroristische organisatie als bedoeld in artikel 140a Sr op.

Nu is vastgesteld dat verdachte was begonnen aan een reis naar Syrië om zich daar aan te

sluiten bij IS dan wel ISIL, moet het hof de vraag beantwoorden of kan worden bewezen dat sprake is geweest van een poging tot deelneming aan IS/ISIL.

Voor een bewezenverklaring van poging is nodig dat het voornemen van de dader zich

door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Er moet dus bewijs zijn dat verdachte een

bepaald misdrijf wilde gaan plegen en er moet bewijs zijn dat zij daadwerkelijk een of

meerdere handelingen heeft verricht die nodig zijn voor het plegen van het voorgenomen

misdrijf. Het gaat, zoals gezegd, om de uiterlijke verschijningsvorm van haar handelen.

Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen blijkt – kort samengevat – het volgende.

Verdachte:

- heeft in diverse brieven en andere geschriften het voornemen geuit om naar het kalifaat te reizen en zich aan te sluiten bij IS/ISIL;

- heeft ten behoeve van die reis meermalen geld opgenomen van haar bankrekening;

- heeft een Tom Tom gekocht om de route voor haar reis te bepalen;

- heeft in brieven afscheid genomen van haar familie;

- is met haar auto naar Oost-Turkije gereisd, naar de grensstreek met Syrië;

- heeft de Arabische taal bestudeerd;

- heeft drie maanden verbleven in Gaziantep, een plaats die bekend stond als doorvoerhaven voor IS-strijders;

- wilde gedurende haar reis en verblijf op versluierde wijze met haar familie contact houden, omdat zij vreesde voor haar eigen veiligheid;

- hield er rekening mee dat zij bij terugkeer naar Nederland gevangenisstraf zou krijgen;

- heeft meerdere pogingen ondernomen om de grens met Syrië over te steken. Ten minste eenmaal is zij de Turkse grenspost ook daadwerkelijk gepasseerd. De verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat zij alleen om de grenspost is gereden om haar auto te keren, acht het hof ongeloofwaardig, in het licht van de boven aangehaalde bewijsmiddelen.

Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang en naar hun uiterlijke verschijningsvorm bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het voornemen van verdachte om deel te nemen aan de terroristische organisatie IS/ISIL zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.

Conclusie

Het hof acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De bewijsverweren van de verdediging worden bijgevolg verworpen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De verdediging heeft (subsidiair) betoogd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat sprake is van vrijwillige terugtred als bedoeld in art. 46b Sr.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Art. 46bSr luidt als volgt:

Voorbereiding noch poging bestaat indien het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.

Het volgende moet worden vooropgesteld. Of gedragingen van de verdachte toereikend zijn om de gevolgtrekking te wettigen dat het misdrijf niet is voltooid ten gevolge van omstandigheden die van haar wil afhankelijk zijn, hangt – mede gelet op de aard van het misdrijf – af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij verdient opmerking dat voor het aannemen van vrijwillige terugtred in geval van een voltooide poging veelal een zodanig optreden van de verdachte is vereist dat dit naar aard en tijdstip geschikt is het intreden van het gevolg te beletten (vgl. HR 19 december 2006, LJN AZ2169, NJ 2007, 29).

Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de reden dat verdachte er niet in is geslaagd om daadwerkelijk in Syrië deel te nemen aan IS/ISIL is gelegen in het feit dat het haar, ondanks meerdere pogingen daartoe in de drie maanden dat zij in en nabij het grensgebied van Turkije en Syrië heeft verbleven, niet is gelukt om de Syrische grens over te steken en het kalifaat te bereiken. De eerste keer was de grens gesloten vanwege het offerfeest, de tweede keer bleek een andere grens ook gesloten te zijn, de derde keer belandde zij op een doodlopende weg en de vierde keer lukte het haar wel om de Turkse grenspost te passeren, maar werd zij tegengehouden aan de Syrische kant van de grens omdat zij geen Syrisch paspoort had.

Dat het door verdachte voorgenomen misdrijf – deelnemen aan de terroristische organisatie IS/ISIL – niet is voltooid, is derhalve niet het gevolg van omstandigheden die van de wil van verdachte afhankelijk waren. Van vrijwillige terugtred is dan ook geen sprake, zodat het verweer wordt verworpen.

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

De verdediging heeft (meer subsidiair) een strafmaatverweer gevoerd. Zij heeft daartoe

– zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.

De afgelopen twee jaren heeft verdachte vrijwillig contact onderhouden met de reclassering. In het rapport van 22 september 2020 heeft de reclassering geconcludeerd dat het risico op recidive laag wordt ingeschat en dat reclasseringstoezicht niet langer nodig is. Ook haar begeleidster van WIJEindhoven is positief over verdachte. Zij omschrijft haar als een betrokken vrouw die zich pro actief heeft opgesteld, verantwoordelijkheid neemt voor haar eigen traject en haar afspraken nakomt.

Gelet op de ontwikkeling die verdachte heeft doorgemaakt, het feit dat de recidivekans wordt ingeschat als laag, er geen begeleiding meer nodig wordt geacht en de lange tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, verzoekt de verdediging om aan de verdachte geen voorwaardelijke straf op te leggen, maar te volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met toepassing van 5% strafvermindering vanwege een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

Het hof overweegt hieromtrent – grotendeels overeenkomstig de rechtbank – als volgt.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich in de zomer van 2016 bekeerd tot de Islam. Vervolgens is verdachte op

9 september 2016 naar Syrië vertrokken om zich aldaar te vestigen in ‘het kalifaat’ en zich aan te sluiten bij IS. Verdachte vertrok zonder dat zij haar familie, ex-partner en destijds acht jaar oude dochtertje vooraf van haar vertrek op de hoogte stelde. Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer drie maanden in Turkije nabij het grensgebied met Syrië geleefd. Tijdens voornoemde periode heeft zij een aantal malen getracht om de grens met Syrië te passeren. Dat is haar echter niet gelukt door omstandigheden die niet van haar wil afhankelijk waren.

IS is een jihadi-salafistische terroristische organisatie die oproept tot het op gewelddadige

wijze omverwerpen van bestaande (seculiere) regimes en tot gewapende strijd tegen

ongelovigen en afvalligen. Bij het streven door gewapende strijd in Syrië en Irak het zelf uitgeroepen ‘kalifaat’ in stand te houden, werden en worden de rechten van religieuze en

culturele minderheden op gruwelijke wijze geschonden. IS pleegt zelfmoordaanslagen met

bommen door zogenaamde martelaars onder meer gericht op schoolkinderen,

marktbezoekers en sjiitische moskeebezoekers. Volwassenen en kinderen worden door IS

standrechtelijk al dan niet in het openbaar geëxecuteerd, door steniging, kruisiging en

onthoofding. Het gaat hierbij om terroristische misdrijven van de ernstigste soort, die erop

gericht zijn de staatsstructuren in Syrië en Irak te vernietigen en de bevolking in die landen,

maar ook die in andere (vaak Westerse) landen zeer ernstige vrees aan te jagen.

Gelet op de misdrijven waaraan IS zich structureel schuldig maakt en heeft schuldig gemaakt, dient het afreizen naar Syrië met het doel om die misdrijven te begaan op krachtige wijze worden tegengegaan. Daarom dienen in zaken als die van verdachte de strafdoelen van vergelding en afschrikking bij de keuze van de strafsoort en de hoogte van de op te leggen straf naar het oordeel van het hof een bepalende rol te spelen, ook indien de uitreiziger – zoals hier – er niet in is geslaagd de plaats van bestemming te bereiken en geen feitelijke bijdrage aan gewapende strijd van IS heeft kunnen leveren.

In dit licht is het hof – met de rechtbank – van oordeel dat in deze zaak in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt het hof rekening met na te noemen omstandigheden.

Uit het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 oktober 2020 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Over verdachte is op 12 juli 2017 Pro Justitia een rapport uitgebracht door [deskundige 1] ,

psychiater, en [deskundige 2] , GZ-psycholoog, beiden verbonden aan het Nederlands Instituut

voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum te Utrecht.

Verdachte was een weigerende observanda, maar praatte wel met de onderzoekers. De

onderzoekers concluderen dat verdachte niet voldoet aan de criteria van een

persoonlijkheidsstoornis, noch voor een psychotische stoornis of andere psychopathologie.

Derhalve is het ten laste gelegde verdachte volledig toe te rekenen.

Op 22 september 2020 heeft de reclassering een rapport uitgebracht over verdachte. De reclassering concludeerde al in 2018 dat de activistische instelling van verdachte, voortvloeiend uit gevoeligheid voor onrecht in combinatie met haar bekering tot de islam, ervoor heeft gezorgd dat zij zich verbonden voelde met het lot van de burgers in Syrië. Zij voelde zich al langere tijd in haar eigen omgeving niet gehoord en onbegrepen, waardoor zij haar plannen om te vertrekken niet bespreekbaar heeft gemaakt en zodoende geen klankbord heeft gehad.

Verdachte heeft in de afgelopen twee jaar de ingeslagen weg om haar leven opnieuw vorm te geven voortgezet en heeft daarbij de nodige hulp gevraagd en ontvangen. De verbeterde situatie met haar dochter, ex-partner en ouders en het opbouwen van een nieuw sociaal netwerk ziet de reclassering als beschermende factoren. Tevens heeft verdachte in de contacten met de theoloog een basis gelegd voor de manier waarop zij op dit moment haar kennis opdoet. Daar waar zij eerst zelfstandig bronnen interpreteerde, stelt zij zich nu meer leerbaar en bescheiden op en is zij zich meer bewust van het kennisniveau wat nodig is om bronnen op een juiste manier te kunnen interpreteren. De reclassering heeft de afgelopen twee jaar geen vijandige houding richting andersdenkenden of de maatschappij bemerkt en heeft geen aanwijzingen gezien voor het legitimeren van geweld (op basis van ideologie).

De reclassering schat het risico op recidive laag in. Hetzelfde geldt voor het risico op extremistisch geweld.

Het hof weegt bij de strafoplegging ook mee dat verdachte zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als ter terechtzitting in hoger beroep heeft gezegd dat ze, terugkijkend, niet meer in dezelfde bewoordingen over IS zou schrijven, dat ze daar nu afstand van neemt en voorts heeft ze gezegd de geweldsdaden van IS verschrikkelijk te vinden. Daarin komt de verdachte oprecht over.

Naar het oordeel van het hof kan, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die gedeeltelijk onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Het hof heeft zich tevens rekenschap gegeven van de redelijke termijn. Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

De rechtbank heeft op 19 juli 2018 vonnis gewezen. Verdachte heeft op 2 augustus 2018 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 14 januari 2021. In hoger beroep is derhalve sprake van een termijnoverschrijding, nu de behandeling in hoger beroep niet is afgerond met een eindarrest binnen twee jaar na het instellen van het hoger beroep. Deze overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ongeveer vijf maanden. Het hof neemt hierbij echter in overweging, dat ongeveer de helft van deze overschrijding aan de verdediging is te wijten, aangezien de inhoudelijke behandeling van de zaak oorspronkelijk was gepland op 1 oktober 2020 en de zaak toen op verzoek van de verdediging is aangehouden.

Het resterende deel van de overschrijding is naar het oordeel van het hof dermate gering, mede gelet op de omvang en de complexiteit van de zaak, dat het hof geen aanleiding ziet om hieraan consequenties te verbinden anders dan de enkele constatering dat de redelijke termijn in hoger beroep in geringe mate is overschreden.

Het hof zal een gevangenisstraf opleggen waarvan de duur van het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Met oplegging daarnaast van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Het hof ziet in de positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte de afgelopen twee jaar geen reden om aan dit voorwaardelijke strafdeel bijzondere voorwaarden te verbinden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45 en 140a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 413 (vierhonderddertien) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. J. Nederlof en mr. R.G.A. Beaujean, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier,

en op 14 januari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

1 De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen – tenzij anders vermeld – naar pagina’s van het dossier van de politie eenheid Oost-Brabant, districtsrecherche Eindhoven, proces-verbaalnummer 2016206834, afgesloten d.d. 7 september 2017 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 1055), nader te noemen: het politiedossier. Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle bewijsmiddelen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

2 Salafisme in Nederland: diversiteit en dynamiek. Een publicatie van de AIVD en de NCTV, september 2015, https://www.nctv.nl/binaries/definitieve-publicatie-salafisme_tcm31-32715.pdf.

3 AIVD, Transformatie van het Jihadisme in Nederland. Zwermdynamiek en nieuwe slagkracht, Den Haag, juni 2014, pag. 32 en 33, https://www.aivd.nl/documenten/publicaties/2014/06/30/transformatie-van-het-jihadisme-in-nederland. Dit document is tevens opgenomen in de van het dossier uitmakende mappen ‘Kennisdocumenten Brunsbuttel, pag. 729 e.v.).

4 Als hieronder gesproken wordt over 'jihadisme' wordt daarmee geduid op deze gewelddadige variant.

5 Who are they and Why do they go? The Radicalization and Preparatory Processes of Dutch Jihadist Foreign Fighters; Daan Weggemans, Edwin Bakker, Peter Grol; Perspectives on Terrorism, 2014, Volume 8 (4), pag. 100-111, https://www.universiteitleiden.nl/binaries/content/assets/customsites/perspectives-on-terrorism/2014/issue-4/who-are-they-and-why-do-they-go...---weggermans-bakker-and-grol.pdf.

6 4 Janny Groen, Interview met de Nederlandse jihadstrijders (onverkorte versie d.d. 15.06.2013), op http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/2013/article/print/detail/3459106/Lees-hier-de-onverkorte-versie-van-het-interview-met-de-Nederlandse-jihadstrijders.dhtml, ook opgenomen in het kennisdocument VAN OPSTAND NAAR JIHAD (Jihadi-)Salafistische groepen en de strijd in Syrië en Irak, par. 1.1. Dit kennisdocument is opgenomen in de van het dossier uitmakende mappen ‘Kennisdocumenten Brunsbuttel, pag. 126 e.v.

7 117 ‘From ‘Days of Rage’ to Raging Conflict’, Two years of Turmoil in Syria, in: Amnesty International, Wire, Mar/Apr 2013, p. 16.ook opgenomen in voormeld kennisdocument VAN OPSTAND NAAR JIHAD (Jihadi-)Salafistische groepen en de strijd in Syrië en Irak, par. 2.3.

8 MEMRI, ‘New Jihad Group in Syria Announces Its Establishment’ op http://www.thememriblog.org/blog_personal/en/41585.htm, ook opgenomen in voormeld kennisdocument: VAN OPSTAND NAAR JIHAD (Jihadi-)Salafistische groepen en de strijd in Syrië en Irak Par. 4.1.

9 Report of the Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic, A/HRC/23/58, d.d. 18.07.2013, p. 7; ook opgenomen in voormeld kennisdocument VAN OPSTAND NAAR JIHAD (Jihadi-) Salafistische groepen en de strijd in Syrië en Irak, par. 4.1.

10 De daarop gevolgde terroristische aanslagen worden beschreven op deze website: http://www.europarl.europa.eu/news/nl/headlines/security/20180703STO07127/terrorisme-in-de-eu-sinds-2015.

11 https://www.unodc.org/e4j/en/terrorism/module-1/key-issues/UN-designated-terrorist-groups.html.