Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:2844

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-09-2021
Datum publicatie
27-09-2021
Zaaknummer
200.271.984_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurder valt persoonlijk een ernstig verwijt te maken in de zin van artikel 6:162 BW van ten onrechte door de verzekeraar uitgekeerde schade-uitkering en is daarom aansprakelijk voor terugbetaling aan de verzekeraar.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2021-0350
NJF 2021/457
JONDR 2021/920
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF s-HERTOGENBOSCH

Team handel

zaaknummer gerechtshof 200.271.984/01

(zaaknummer rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, C/02/349969 / HA ZA 18-631)

arrest van 14 september 2021

in de zaak van

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellante] ,

advocaat: mr. F. Ergec te Bergen op Zoom,

tegen:

Achmea Schadeverzekering N.V.,

mede handelend onder de naam Interpolis,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Interpolis,

advocaat: mr. A. Robustella te Ede.

5 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

5.1.

Het hof verwijst naar de inhoud van het tussenarrest van 10 maart 2020 waarbij een mondelinge behandeling is gelast. In dit arrest wordt doorgenummerd op het tussenarrest.

5.2.

Het verdere verloop blijkt uit:

- het proces-verbaal van 6 mei 2020;

- de memorie van grieven met producties;

- de memorie van antwoord met producties;

- de akte na partijberaad van [appellante] ;

- de antwoordakte van Interpolis.

5.3.

Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.

6 De vaststaande feiten

6.1.

Bij de oprichting van de vennootschap naar Engels recht [de vennootschap] Beheer Limited, handelend onder de naam [de vennootschap] (hierna: [de vennootschap] ), op 31 oktober 2007 heeft [appellante] 50,1% van de aandelen in het kapitaal van [de vennootschap] verkregen en is [appellante] aangetreden als enig/zelfstandig bestuurder van [de vennootschap] .

6.2.

Per 1 januari 2008 heeft [de vennootschap] , middels haar toenmalige bestuurder [appellante] , in haar hoedanigheid van werkgever, een WerkAttent verzuimverzekeringsovereenkomst bij Interpolis gesloten met polisnummer [polisnummer] , (hierna te noemen: de verzuimverzekeringsovereenkomst).

6.3.

Interpolis hanteert algemene voorwaarden, genaamd ‘WerkAttent Algemene Voorwaarden model 39001’ (hierna te noemen: de algemene voorwaarden) in aanvulling op de verzuimverzekeringsovereenkomst.

In deze algemene voorwaarden staan onder meer de volgende bepalingen:

Begrippenlijst

(…)

Loondoorbetalingsverplichting

Uw verplichting om bij arbeidsongeschiktheid loon door te betalen aan werknemers. Dit volgens het Burgerlijk Wetboek en de (collectieve) arbeidsovereenkomst. (…)

Werknemer

Een persoon die werknemer is in de zin van de Ziektewet, WAO en de Wet WIA, en die bij u in dienst is met een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of in een aan een dienstbetrekking gelijkgestelde arbeidsverhouding tot u staat. (Bijvoorbeeld directeuren grootaandeelhouders vallen niet onder deze definitie. Daarom vallen zij niet onder de werking van WerkAttent.) (…)

Algemeen Deel

(…)

Art 6 | Hoe houdt u WerkAttent actueel

(...)

2. U zorgt ervoor dat wij na afloop van elke maand de volgende informatie ontvangen:

- in en uit dienst treden van werknemers. Maar, voor het UMJ moeten wij het één maand van te voren weten, als het dienstverband met een arbeidsongeschikte werknemer eindigt;

- individuele en collectieve loonsveranderingen;

- overlijden van werknemers;

- toekennen, wijzigen of beëindigen van een WAO-uitkering of een WIA-uitkering en de bijbehorende gevolgen voor het loon dat de werknemer van u ontvangt. Hierbij vragen wij u om een kopie van de WAO-beschikking of de WIA-beschikking;

- als de loondoorbetalingsplicht verandert of eindigt, werknemers recht hebben op een uitkering volgens de Ziektewet of de Wet arbeid en zorg, of als zij onbetaald verlof hebben.

3. Wij mogen de gegevens beoordelen voordat wij ze verwerken, maar ook nog daarna. U geeft ons alle (aanvullende) informatie die wij nodig hebben om uw rechten uit WerkAttent vast te stellen of te controleren en/of de machtigingen die wij daarvoor nodig hebben.

4. Als wij het nodig vinden, laat u uw opgaven waarmerken door een registeraccountant of accountants-administratieconsulent. De kosten daarvan komen voor uw rekening. (…)

Art 11 | Wanneer ontvangt u de uitkering?

1. Wij berekenen uw rechtop uitkering per kalendermaand achteraf.

2. Wij maken de uitkering over een maand voor het einde van de volgende maand aan u over.

3. Wij hoeven niet aan u uit te keren zolang het recht op uitkering nog niet vaststaat. Wij mogen het recht op uitkering ook achteraf controleren en als het nodig is de uitkering corrigeren. (…)

Art 19 | Wanneer eindigt WerkAttent

(...)

3. Wij kunnen WerkAttent beëindigen:

- als het verzekerde risico wijzigt;

- als er zes maanden lang geen werknemers zijn of geen verzekerbaar belang meer is;

- als u opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt of hebt laten verstrekken;

- per 1 januari na de einddatum. Wij hanteren dan een opzegtermijn van twee maanden.

Verzekeringsdeel

Loondoorbetalingsverzekering met een eigenrisico in tijd.

Art 20 | Welk risico hebt u verzekerd?

1.WerkAttent geeft recht op een uitkering voor het loon dat u volgens uw loondoorbetalingsverplichting moet betalen aan uw arbeidsongeschikte werknemers in de eerste 704 weken van arbeidsongeschiktheid.(...)

Art 23 | Toelichting op het verzekerde risico?

WerkAttent geeft recht op uitkering als u een loondoorbetalingsplicht hebt. Dat betekent dat u geen beroep op een uitkering kunt doen als of voor zover u niet (meer) verplicht bent loon door te betalen, bijvoorbeeld:

- als de werknemer niet arbeidsongeschikt is;

- als de werknemer zijn eigen of passende arbeid (geheel of gedeeltelijk) hervat;

(...)

- als en voor zover een WAO-uitkering of WIA-uitkering wordt toegekend of verhoogd;

(...)

- voor arbeidsongeschiktheid in een periode van onbetaalde verlof of verlof volgens de Wet arbeid en zorg; (...)

Art 26 | Waarvoor keert WerkAttent niet (meer) uit?

WerkAttent voorziet niet (meer) in een uitkering in de volgende gevallen:

(...)

- voor directeuren-grootaandeelhouders (DGA ‘s). (...)

- als u uw verplichtingen niet nakomt en onze belangen hierdoor zijn of kunnen worden geschaad; (...).”

6.4.

Op 5 augustus 2008 heeft [appellante] haar functie van statutair bestuurder

van [de vennootschap] neergelegd en heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van

[de vennootschap] besloten om de naam van [de vennootschap] te wijzingen in [de vennootschap] Groep Limited. Dit besluit is door [appellante] in haar hoedanigheid van aandeelhouder ondertekend.

6.5.

[de vennootschap] heeft vanaf de datum van oprichting tot en met 31 oktober 2008 geen

bedrijfsactiviteiten uitgeoefend.

6.6.

[appellante] was op 27 november 2008 houder van 100% van de aandelen in het kapitaal van [de vennootschap] .

6.7.

In het kader van de verzuimverzekeringsovereenkomst heeft [de vennootschap] , in de

persoon van [appellante] , op 15 juni 2009 via het online meldloket [appellante] als werknemer aangemeld met een verzekerd jaarloon van € 36.071,00 bruto.

6.8.

Op 9 juli 2009 is [appellante] door [de vennootschap] bij Interpolis per 9 juli 2009 arbeidsongeschikt gemeld. Na het verstrijken van de eigen risicoperiode van twee weken is Interpolis overgegaan tot uitkering van schade aan [de vennootschap] , bestaande uit vergoeding van de loonkosten van [appellante] .

6.9.

Op 14 juli 2009 zijn [appellante] en een andere persoon aangetreden als statutair bestuurders van [de vennootschap] .

6.10.

Vanaf 27 november 2009 had [appellante] 75 % van de aandelen in het kapitaal van [de vennootschap] in bezit en de andere bestuurder 25%.

6.11.

De assurantietussenpersoon van [de vennootschap] , Rabobank [rabobank] (hierna: Rabobank), heeft namens [de vennootschap] op 15 februari 2011 aan Interpolis gevraagd de tenaamstelling van de verzekernemer op de verzuimverzekeringsovereenkomst te wijzigen in “ [de vennootschap] Groep”.

6.12.

In de periode tot 3 juli 2011 zijn door Interpolis ten behoeve van [appellante] schade-uitkeringen gedaan aan [de vennootschap] tot een bedrag van € 44.883,59.

6.13.

Op 14 september 2011 heeft [de vennootschap] [appellante] in het kader van de

verzuimverzekeringsovereenkomst via het online meldloket uit dienst gemeld.

6.14.

Op enig moment in januari 2012 heeft Interpolis bij [de vennootschap] de UWV-beschikking opgevraagd ten aanzien van de door [appellante] aangevraagde WIA-uitkering. Daarin staat vermeld dat [appellante] de functie van directeur vervult.

6.15.

Interpolis heeft bij brief van 27 augustus 2012 aan [de vennootschap] onder meer het volgende geschreven:

“(…) Uit de reeds bij ons aanwezige gegevens blijkt dat mevrouw [appellante] via de door haar op 24 december 2007 ondertekende akkoordverklaring, de verzuimverzekeringsovereenkomst bij lnterpolis heeft afgesloten als zijnde directeur van [de vennootschap] . Vervolgens is zij op 15 juni 2009 als werknemer opgevoerd op de verzuimverzekering, waarna na 4 weken meteen een verzuimmelding volgde. (…).”

6.16.

Bij brief van 8 november 2012 heeft Interpolis [de vennootschap] aangesproken tot terugbetaling van de door haar uitgekeerde schade ter zake het verzuim van [appellante] (en werkneemster [betrokkene] ) tot een bedrag van € 53.642,68 en de verzuimverzekeringsovereenkomst beëindigd met ingang van 9 november 2012 wegens frauduleuze handelingen.

6.17.

Op 17 januari 2013 is [de vennootschap] uit het handelsregister van de Kamer van

Koophandel uitgeschreven, waarna [de vennootschap] op 11 juni 2013 is ontbonden.

7 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

7.1.

Interpolis heeft in eerste aanleg - voor zover in hoger beroep nog van belang - gevorderd veroordeling van [appellante] tot betaling van € 44.883,59 aan hoofdsom te vermeerderen met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

Interpolis heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellante] in haar hoedanigheid van bestuurster van [de vennootschap] onrechtmatig jegens Interpolis heeft gehandeld doordat zij heeft bewerkstelligd dan wel heeft toegelaten dat Interpolis schade-uitkeringen aan [de vennootschap] heeft gedaan ten behoeve [appellante] , terwijl zij wist, dan wel behoorde te weten, dat [de vennootschap] op grond van de verzekeringsovereenkomst geen recht had op deze schade-uitkeringen. Voor de schade (bestaande uit de uitkeringen) houdt Interpolis [appellante] als bestuurster van [de vennootschap] persoonlijk aansprakelijk op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW).

7.2.

De rechtbank heeft bij vonnis van 2 oktober 2019 de vordering ten aanzien van de uitkeringen die Interpolis aan [appellante] heeft gedaan toegewezen en heeft [appellante] veroordeeld in de proceskosten.

8 De motivering van de beslissing in hoger beroep

8.1.

[appellante] was bestuurder van een vennootschap naar Engels recht, zodat het geschil een internationaal aspect heeft. De rechtbank is terecht en onbestreden uitgegaan van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en van de toepasselijkheid van Nederlands recht.

8.2.

[appellante] is met vijf grieven in hoger beroep gekomen. De eerste grief richt zich tegen overweging 3.11 waarin de rechtbank het beroep van [appellante] op zowel de klachtplicht van artikel 6:89 BW als het beroep op rechtsverwerking heeft verworpen. Het hof onderschrijft deze overweging. Artikel 6:89 BW luidt: De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd. Dit artikel is alleen van toepassing in het geval er een gebrek is in een overeengekomen prestatie oftewel een overeenkomst. Het artikel mist toepassing bij een vordering op grond van onrechtmatige daad zoals de onderhavige. De omstandigheid dat er sprake is van een verzekeringsovereenkomst tussen [de vennootschap] en Interpolis op grond waarvan er uitkeringen zijn gedaan aan [appellante] welke uitkeringen op grond van onrechtmatige daad nu als schade van [appellante] worden teruggevorderd, maakt het voorgaande niet anders. Voorts is bestaande jurisprudentie dat enkel tijdverloop voor rechtsverwerking onvoldoende is. Bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij [appellante] het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat Interpolis haar aanspraak niet meer geldend zou maken zijn gesteld noch gebleken. De conclusie is dan ook dat grief één faalt.

8.3.

De tweede grief komt op tegen overweging 3.12 waarin de rechtbank de uitsluitingsclausule ten aanzien van bestuurders uit de algemene voorwaarden van de WerkAttent verzekering van Interpolis van toepassing heeft verklaard. Volgens [appellante] heeft zij behoudens de door haar als productie 1 bij memorie van grieven overgelegde algemene voorwaarden, geen algemene voorwaarden van Interpolis ontvangen. In de door haar overgelegde algemene voorwaarden (Voorwaarden InkomensZekerPlan model 30605) is de uitsluitingsclausule met betrekking tot bestuurders - waarop Interpolis zich beroept - niet opgenomen.

8.4.

Interpolis heeft als productie 2 bij memorie van antwoord overgelegd de door [appellante] ondertekende “WerkAttent Akkoordverklaring” van 24 december 2007. Op de eerste pagina van dit document staat als verzekeringnemer vermeld [de vennootschap] en als contactpersoon [appellante] . Op de laatste (en door [appellante] getekende) pagina staat: Door ondertekening van dit formulier verklaart u:

(…)

- De Algemene Voorwaarden WerkAttent te hebben ontvangen en deze te aanvaarden.”

Algemene voorwaarden worden overeengekomen door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW jo artikel 3:33 BW). Door ondertekening van het hiervoor vermelde document heeft [appellante] de algemene voorwaarden WerkAttent van Interpolis aanvaard en heeft zij verklaard deze ook te hebben ontvangen. Dit betekent dat de algemene voorwaarden WerkAttent van toepassing zijn op de onderliggende verzekeringsovereenkomst van Interpolis met [de vennootschap] . Aan de door [appellante] overgelegde algemene voorwaarden komt geen betekenis toe, nu die - ook blijkens de naam van dit document - zien op een andere (vorm van) verzekering. De tweede grief treft geen doel.

8.5.

De derde grief is gericht tegen overweging 3.13.1 waarin is overwogen dat [appellante] persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt en dat zij aansprakelijk is voor de dientengevolge door Interpolis geleden schade op grond van artikel 6:162 BW. [appellante] betwist dat haar een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt en wijst naar de tussenpersoon, Rabobank, die haar had moeten inlichten indien een uitsluitingsclausule voor bestuurders van toepassing zou zijn. De Rabobank was op de hoogte van alle overeenkomsten en alle ziekmeldingen en gezien de nauwe relatie tussen Rabobank en Interpolis kan [appellante] geen persoonlijk verwijt gemaakt worden waardoor zij aansprakelijk zou zijn als bestuurster op grond van artikel 6:162 BW.

8.6.

Uitgangspunt is dat in het geval een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, alleen de vennootschap aansprakelijk

is voor de daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap op grond van artikel 6:162 BW. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval (zie HR 5 september 2014, ECLI:NL: HR:2014:2627). De situatie waarin een bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt doet zich voor wanneer deze heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt (zie HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR2006:AZ0758). Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op Interpolis de stelplicht en bewijslast van de feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [appellante] persoonlijk aansprakelijk

is voor de schade die zij lijdt omdat haar persoonlijk een ernstig verwijt kan worden

gemaakt.

8.7.

Voorop staat dat in de toepasselijke algemene voorwaarden een uitsluitingsclausule voor bestuurders is opgenomen (zie artikel 26, hiervoor onder 2.3.) en dat [appellante] de verzekering als bestuurder van [de vennootschap] Groep Ltd heeft afgesloten. Daarbij geldt dat Rabobank de door [de vennootschap] in de hoedanigheid van [appellante] ingeschakelde tussenpersoon is, hetgeen betekent dat eventuele wetenschap of handelen van die tussenpersoon voor rekening en risico komt van [de vennootschap] (en haar bestuurder [appellante] ) en niet van Interpolis. [appellante] moet dan ook geacht worden op de hoogte te zijn geweest van de inhoud van de afgesloten verzekeringsovereenkomst inclusief de toepasselijke algemene voorwaarden. Aldus wist [appellante] of behoorde zij te weten dat [de vennootschap] alleen bij ziekte van haar werknemers recht had op uitkering ingevolge de verzekering waarbij DGA’s waren uitgesloten. Bovendien rustte op [appellante] op grond van de toepasselijke voorwaarden de plicht om haar aanmelding als werkneemster van [de vennootschap] op 15 juni 2009 en ziekmelding als werkneemster op 9 juli 2009 en de wijziging van haar hoedanigheid in bestuurder op 14 juli 2009 aan Interpolis (al dan niet via haar tussenpersoon) door te geven. Door dit na te laten heeft [appellante] bewerkstelligd dat Interpolis ten onrechte is overgegaan tot schade-uitkeringen aan [de vennootschap] voor [appellante] in haar hoedanigheid van werkneemster. Juist omdat zij degene was die de verzuimverzekering heeft afgesloten, zij getekend heeft voor ontvangst van de algemene voorwaarden bij die verzekering, zij de belangrijkste feitelijke beleidsbepaler was binnen [de vennootschap] en het een arbeidsongeschiktheid van haarzelf betrof, had zij zorgvuldiger moeten handelen en zich niet mogen melden als werknemer onder de verzekering of op z’n minst zoals de rechtbank ook heeft overwogen een en ander dienen te controleren bij de tussenpersoon of Interpolis zelf. Het hof overweegt dat het gaat om een ernstige normschending, die mogelijk zelfs zou kwalificeren als verzekeringsfraude. Onder de genoemde omstandigheden valt dit [appellante] persoonlijk ernstig te verwijten en is zij aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW voor de door Interpolis als gevolg hiervan geleden schade. Het hof onderschrijft dan ook overweging 3.13.1 van het vonnis in eerste aanleg van de rechtbank. Anders dan [appellante] heeft aangevoerd, is hierbij haar mogelijk minder florissante inkomenspositie niet van belang. De derde grief faalt.

8.8.

De vierde grief richt zich tegen overweging 3.13.2. van het vonnis in eerste aanleg waarin het beroep op eigen schuld door de rechtbank is verworpen. Ook deze overweging onderschrijft het hof zodat de vierde grief geen doel treft. Een verzekeringsovereenkomst is gebaseerd op vertrouwen, de verzekeraar moet kunnen vertrouwen op de juistheid en volledigheid van de mededelingen van de verzekeringnemer. Het is aan de verzekerde (zoals ook in de algemene voorwaarden van de verzekering is vastgelegd) om tijdig eventuele wijzigingen aan de verzekeraar door te geven. Het is niet aan de verzekeraar om tijdens de looptijd van de verzekering te informeren naar feiten of omstandigheden die wijzigingen brengen in het recht op uitkering, zoals het aantreden van [appellante] op 14 juli 2009 als bestuurder van [de vennootschap] . Zoals hiervoor reeds is overwogen is Rabobank ingeschakeld als tussenpersoon door [appellante] en niet door Interpolis. Eventuele foutmeldingen van de zijde van Rabobank komen dan ook voor rekening en risico van [de vennootschap] . De rechtbank heeft het beroep op eigen schuld (artikel 6:101 BW) dan ook terecht afgewezen.

8.9.

De vijfde grief heeft naast de overige grieven geen zelfstandige betekenis, zodat deze geen bespreking behoeft.

8.10.

Het bewijsaanbod van [appellante] wordt gepasseerd omdat dit niet is toegesneden op een of meer stellingen die tot een ander oordeel kunnen leiden.

8.11.

De slotsom is dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellante] in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Interpolis zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 2.020,00

- salaris advocaat € 5.077,50 (2,5 punten x tarief € 2.031,00).

9 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

9.1.

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, van 2 oktober 2019;

9.2.

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Interpolis vastgesteld op € 2.020,00 voor verschotten en op

€ 5.077,50 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

9.3.

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

9.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.K.N. Vos, O.G.H. Milar en H.F.P. van Gastel, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 september 2021.

griffier, rolraadsheer,