Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:2569

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-08-2021
Datum publicatie
18-08-2021
Zaaknummer
200.282.200_01 H
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2020:3496
Herstelde arrest: ECLI:NL:GHSHE:2021:2283
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Herstelarrest op de voet van artikel 31 Rv; onjuist salarisbedrag in proceskostenveroordeling in arrest van 20 juli 2021.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2021/235
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.282.200/01

arrest van 17 augustus 2021 strekkende tot VERBETERING in de zin van artikel 31 Rv van het arrest, gewezen op 20 juli 2021

in de procedure in hoger beroep die bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch aanhangig is geweest tussen

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: onttrokken (voorheen mr. N. Broeren te Tilburg),

tegen

Algemene Lease Maatschappij Autoplanning B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in incidenteel hoger beroep,

hierna aan te duiden als Autoplanning,

advocaat: mr. H.H.M. Meijroos te ’s-Gravenhage.

Het verzoek

Bij brief van 23 juli 2021 heeft mr. Meijroos aan de griffier van het hof bericht dat het hem voorkomt dat bij de veroordeling van [appellant] in de proceskosten van het principaal hoger beroep in het dictum van het arrest sprake is van een kennelijke fout ten aanzien van de daar genoemde bedragen. In de derde regel van de betreffende alinea wordt melding gemaakt van een bedrag van € 787,-- aan salaris advocaat, terwijl enkele regels verder voor het salaris een bedrag van € 1.574,-- wordt genoemd. Mr. Meijroos verzoekt het hof om het bedrag € 787,-- in de derde regel van de betreffende alinea te wijzigen in het verderop genoemde bedrag van € 1.574,--.

De advocaat van [appellant] heeft zich al vóór het wijzen van het arrest van 20 juli 2021 aan de zaak onttrokken. Voor [appellant] heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld. Het hof heeft dus niet de gelegenheid gehad om een reactie van de wederpartij te vragen op het verzoek van mr. Meijroos.

[appellant] heeft wel zelf, niet via een advocaat, verzocht om een termijn om op het verzoek te reageren. Het hof heeft dat verzoek terzijde moeten leggen omdat het niet door een advocaat is ingediend.

Het oordeel van het hof over het verzoek

Het hof overweegt als volgt over het verzoek van mr. Meijroos.

De veroordeling van [appellant] in de proceskosten van het principaal hoger beroep in het dictum van het arrest is, voor zover thans van belang, als volgt geformuleerd:

“veroordeelt [appellant] in de proceskosten van het principaal hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van Autoplanning op € 760,-- aan griffierecht en op € 787,-- aan salaris advocaat, (…) en bepaalt dat de bedragen van € 760,-- en € 1.574,-- binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak (…) moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn;”

Mr. Meijroos heeft er terecht op gewezen dat in deze proceskostenveroordeling sprake is van een kennelijke schrijffout in de zin van artikel 31 Rv, nu enerzijds sprake is van een salarisbedrag van € 787,-- (1 punt van tarief I van het liquidatietarief), en anderzijds bij de betalingstermijn sprake is van een salarisbedrag van € 1.574,-- (twee punten van tarief I van het liquidatietarief).

Het is echter niet zo dat het bedrag € 787,-- moet worden gewijzigd in € 1.574,--. Uit het procesverloop dat geschetst is in onderdeel 2 van het arrest blijkt immers dat Autoplanning in principaal hoger beroep slechts één proceshandeling heeft verricht, te weten het nemen van een memorie van antwoord. Een mondelinge behandeling is wel gepland maar heeft uiteindelijk geen doorgang gevonden, zodat daarvoor geen punt wordt toegekend. Dienovereenkomstig is bij de proceskostenveroordeling in incidenteel hoger beroep ook slechts één punt toegekend (voor de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep, en geen punt voor de mondelinge behandeling die geen doorgang heeft gevonden).

Het voorgaande brengt mee dat in de proceskostenveroordeling niet het bedrag van € 787,-- maar het bedrag van € 1.574,-- op een kennelijke fout berust. Het hof zal die kennelijke fout op de onderstaande wijze verbeteren.

De beslissing op het verzoek

Het hof:

bepaalt dat in de proceskostenveroordeling ter zake de kosten van het principaal hoger beroep op blz. 12 van het tussen bovenvermelde partijen gewezen arrest van 20 juli 2021 het bedrag € 1.574,-- moet worden verbeterd en gewijzigd in € 787,--.

Bepaalt dat deze verbetering onder vermelding van de datum van 17 augustus 2021 wordt vermeld op de minuut van het arrest van 20 juli 2021.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, J.P. de Haan en N.W.M. van den Heuvel en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 augustus 2021.

griffier rolraadsheer