Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:2520

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-08-2021
Datum publicatie
12-08-2021
Zaaknummer
200.272.671_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2019:8902
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep. Alsnog toegelaten tot contra-enquête

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.272.671/01

arrest van 10 augustus 2021

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[de V.O.F.] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [appellant 2],
wonende te [woonplaats] ),

3. [appellant 3],
wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

hierna gezamenlijk aan te duiden als [appellanten] ,

advocaat: mr. P.G.L. van Veghel te Asten,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. J.B. Gubbels te Roermond.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7216516 \ CV EXPL 18-6349)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de vonnissen van 16 januari 2019 en 2 oktober 2019, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellanten] als gedaagden en [geïntimeerde] als eiseres.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep van 2 januari 2020;

  • -

    de memorie van grieven met producties,

  • -

    de memorie van antwoord.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

De samenvatting van de feiten

3.1.

[geïntimeerde] heeft op 22 februari 2018 een (klassieke) Mercedes camper gekocht en die op 24 maart 2018 op het bedrijf van [appellanten] opgehaald. Op dezelfde dag bleken er technische gebreken aan de camper en op 30 maart 2018 is de camper bij de APK afgekeurd.

Het geschil en de beoordeling in eerste aanleg

3.2.

[geïntimeerde] heeft bij de kantonrechter gevorderd voor recht te verklaren dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden, dan wel dat de kantonrechter deze zal ontbinden dan wel dat de kantonrechter voor recht verklaart dat [geïntimeerde] de koopovereenkomst heeft vernietigd wegens dwaling. Daarnaast heeft [geïntimeerde] gevorderd [appellanten] te veroordelen tot betaling van € 4.292,51 voor (stallings)kosten en proceskosten.

Kern van het geschil is of [geïntimeerde] de camper van [appellanten] heeft gekocht (zoals zij stelt) of dat zij de camper heeft gekocht van [naam 1] , die de camper bij [appellanten] had gestald (zoals [appellanten] aanvoert).

3.3.

De kantonrechter heeft [geïntimeerde] toegelaten te bewijzen dat zij (A.) de camper (Mercedes L 206D, [kenteken] ) van [appellanten] heeft gekocht (22 februari 2018) en (B.) dat zij aan [appellanten] een bedrag van € 2.950,00 voor de camper heeft betaald. [geïntimeerde] heeft daarvoor stukken overgelegd en drie getuigen, waaronder zichzelf, laten horen. [appellanten] heeft afgezien van het horen van getuigen in contra-enquête. De kantonrechter heeft geoordeeld – op basis van de getuigenverklaringen, overgelegde bankafschriften en whatsapp berichten – dat [geïntimeerde] in het bewijs is geslaagd. Bij vonnis van 2 oktober 2019 heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat de koopovereenkomst tussen [geïntimeerde] en [appellanten] is ontbonden, [appellanten] veroordeeld tot (terug)betaling van het bedrag van € 2.950,00 en [appellanten] veroordeeld tot betaling van (stallings-)kosten en de proceskosten.

Het hoger beroep

3.4.

[appellanten] komt in hoger beroep tegen het tussenvonnis en het eindvonnis van de kantonrechter, concludeert tot vernietiging van die vonnissen en tot afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerde] . Daarnaast vordert [appellanten] terugbetaling van alle door het door [geïntimeerde] vexatoir gelegde beslag veroorzaakte kosten.

3.5.

[appellanten] komt met grieven 1, 2 en 3 op tegen het oordeel van de kantonrechter dat [geïntimeerde] op beide onderdelen in de bewijsopdracht is geslaagd. Daarmee is [appellanten] het niet eens. Zij verwijst naar door haar bij de kantonrechter overgelegde schriftelijke verklaringen van [naam 2] , [naam 1] en [naam 3] waaruit volgens [appellanten] blijkt dat de koopovereenkomst tot stand is gekomen tussen [geïntimeerde] en [naam 1] en dat de betalingen die [geïntimeerde] per bank heeft gedaan zien op de achterstallige stallingskosten van [naam 1] . [appellanten] wenst alsnog in de gelegenheid te worden gesteld om deze getuigen (naast de getuigen [appellant 3] en [appellant 2] ) in contra-enquête te horen. Bij de kantonrechter heeft [appellanten] van haar recht op contra-enquête afgezien, maar omdat het hoger beroep er ook toe strekt om een verzuim of omissie uit de eerste aanleg te herstellen zal het hof [appellanten] alsnog tot de contra-enquête toelaten.

3.6

Verder zal iedere beslissing worden aangehouden.

4 De uitspraak

Het hof:

4.1.

laat [appellanten] toe tot de contra-enquête als in 3.5. omschreven,

4.1.1.

bepaalt dat het verhoor van de getuigen zal geschieden ten overstaan van het hierbij tot raadsheer-commissaris benoemde lid van het hof mr. C.J.H.G. Bronzwaer, die daartoe zitting zal houden in het paleis van justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te ’s-Hertogenbosch en wel op een nader door deze vast te stellen dag en tijdstip;

4.1.2.

bepaalt dat partijen bij het getuigenverhoor aanwezig dienen te zijn opdat hen naar aanleiding van de getuigenverklaringen vragen kunnen worden gesteld;

4.1.3.

bepaalt dat [appellanten] het aantal voor te brengen getuigen alsmede de verhinderdagen van beide partijen, van hun advocaten en van de getuigen zal opgeven op de roldatum 24 augustus 2021, waarna dag en uur van het verhoor (ook indien voormelde opgave van een of meer van partijen ontbreekt) door de raadsheer-commissaris zullen worden vastgesteld;

4.1.4.

bepaalt dat [appellanten] overeenkomstig artikel 170 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de namen en woonplaatsen van de getuigen tenminste een week voor het verhoor aan de wederpartij en de griffier van het hof dient op te geven;

4.1.5.

bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van het getuigenverhoor nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen;

4.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.J.H.G. Bronzwaer, O.G.H. Milar en C.B.M. Scholten van Aschat en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 10 augustus 2021.

griffier rolraadsheer