Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:2068

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-07-2021
Datum publicatie
06-07-2021
Zaaknummer
20-001734-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:4627, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Fiscale fraudezaak. Medeplichtigheid tot oplichting van de Belastingdienst met gebruikmaking van commanditaire vennootschappen die onjuiste aangiften omzetbelasting indienden, meermalen gepleegd. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 6-7-2021
V-N Vandaag 2021/1667
NLF 2021/1494
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Parketnummer : 20-001734-16

Uitspraak : 6 juli 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 24 mei 2016, in de strafzaak met parketnummer 04-990005-11 tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboorte-eiland] (Nederlandse Antillen) op [geboortedatum in het jaar] 1982,

wonende te [woonadres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en partieel van het subsidiair tenlastegelegde, namelijk van de verdenkingen ten aanzien van [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V., het overig subsidiair tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘medeplichtigheid aan het medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd’, de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het primair tenlastegelegde in de medeplichtigheidsvariant bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis.

De raadsman van de verdachte heeft partiële vrijspraak bepleit, namelijk van de betrokkenheid van de verdachte bij [commanditaire vennootschap 7] C.V., [commanditaire vennootschap 8] C.V., [commanditaire vennootschap 11] C.V. en [commanditaire vennootschap 12] C.V., alsmede van het tenlastegelegde medeplegen. Daarnaast is een straftoemetingsverweer gevoerd, in die zin dat primair is verzocht toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en subsidiair is verzocht een voorwaardelijke taakstraf op te leggen dan wel een onvoorwaardelijke taakstraf van niet meer dan 40 uren.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de partiële vrijspraken door de rechtbank van de in eerste aanleg primair en subsidiair in de tenlastelegging cumulatief opgenomen strafbare verwijten betrekking hebbende op de commanditaire vennootschappen [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V. De rechtbank heeft de verdachte daarvan vrijgesproken omdat uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen dat de Belastingdienst niet is overgegaan tot uitbetaling van de teruggevraagde omzetbelasting. Hierdoor is geen sprake van een voltooid delict. Het hof is van oordeel dat deze partiële vrijspraken als beschermde vrijspraken moeten worden beschouwd.

Ingevolge het bepaalde in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte geen hoger beroep open tegen het vonnis voor zover hij van het tenlastegelegde is vrijgesproken.

Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat tegen de beschermde vrijspraken is gericht.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd reeds omdat in hoger beroep de tenlastelegging en daarmee de grondslag van het onderzoek is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van het hof van 22 juni 2021 en voor zover nog aan de orde in hoger beroep, tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand maart 2010 tot en met de maand januari 2011 in de gemeente(n) Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst (te Apeldoorn) heeft bewogen tot de afgifte(n) van een of meer (gira(a)l(e)) bedrag(en) aan geld (in de vorm van teruggaven van omzetbelasting) tot een totaalbedrag van 101.415,00 euro of daaromtrent, in elk geval van een of meer (gira(a)l(e)) bedrag(en) aan geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk (telkens) – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst voornoemd aangifte(n) voor de omzetbelasting op naam van een of meer commanditaire vennootschap(pen), te weten de commanditaire vennootschap(pen) [commanditaire vennootschap 3] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 4] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 5] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 6] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 7] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 8] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 9] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 10] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 11] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 12] C.V. toegezonden, althans doen toekomen (bijlage D-093, pg. 1293 t/m 1312), met daarin opgenomen (een) bankrekening(en) waarop de terug te geven omzetbelasting (telkens) diende te worden overgemaakt, waarmee/waarin (telkens) werd voorgewend:

- dat die aangifte(n) werd(en) gedaan door of namens die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (zulks, terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) geen enkele (formele) relatie had(den) tot die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd) en/of

- dat die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (een) ondernemer(s) was/waren en/of belastingplichtig was/waren in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (zulks terwijl door die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd in werkelijkheid (telkens) geen onderneming(en) in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 werd(en) gedreven) en/of

- dat die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd recht had(den) op teruggave(n) van betaalde voorbelasting ter zake geleverde goederen/verrichte diensten tot de/het bedrag(en) zoals in die aangifte(n) voor de omzetbelasting voornoemd vermeld (zulks terwijl aan die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd in werkelijkheid (telkens) geen goed(eren) en/of dienst(en) was/waren geleverd) en/of

- dat die teruggave(n) voor de omzetbelasting ten goede kwam(en) aan de commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n) in werkelijkheid (telkens) die bankrekening(en) (nagenoeg) volledig ten eigen nutte gebruikte(n),
waardoor voornoemde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),


en/of


[medeverdachte] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand maart 2010 tot en met de maand januari 2011 in de gemeente(n) Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst (te Apeldoorn) heeft bewogen tot de afgifte(n) van een of meer (gira(a)l(e)) bedrag(en) aan geld (in de vorm van teruggaven van omzetbelasting) tot een totaalbedrag van 101.415,00 euro of daaromtrent, in elk geval van een of meer (gira(a)l(e)) bedrag(en) aan geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk (telkens) – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst voornoemd aangifte(n) voor de omzetbelasting op naam van een of meer commanditaire vennootschap(pen), te weten de commanditaire vennootschap(pen) [commanditaire vennootschap 3] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 4] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 5] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 6] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 7] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 8] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 9] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 10] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 11] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 12] C.V. toegezonden, althans doen toekomen (bijlage D-093, pg. 1293 t/m 1312), met daarin opgenomen (een) bankrekening(en) waarop de terug te geven omzetbelasting (telkens) diende te worden overgemaakt, waarmee/waarin (telkens) werd voorgewend:

- dat die aangifte(n) werd(en) gedaan door of namens die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (zulks, terwijl zij, verdachte, en/of haar medeverdachte(n) (telkens) geen enkele (formele) relatie had(den) tot die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd) en/of

- dat die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (een) ondernemer(s) was/waren en/of belastingplichtig was/waren in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (zulks terwijl door die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd in werkelijkheid (telkens) geen onderneming(en) in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 werd(en) gedreven) en/of

- dat die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd recht had(den) op teruggave(n) van betaalde voorbelasting ter zake geleverde goederen/verrichte diensten tot de/het bedrag(en) zoals in die aangifte(n) voor de omzetbelasting voornoemd vermeld (zulks terwijl aan die

commanditaire vennootschap(pen) voornoemd in werkelijkheid (telkens) geen goed(eren) en/of dienst(en) was/waren geleverd) en/of

- dat die teruggave(n) voor de omzetbelasting ten goede kwam(en) aan de commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (zulks terwijl zij, verdachte, en/of haar medeverdachte(n) in werkelijkheid (telkens) die bankrekening(en) (nagenoeg) volledig ten eigen nutte gebruikte(n),
waardoor voornoemde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),


tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode vanaf 2 maart 2009 tot en met 31 januari 2011 in de gemeente Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, telkens opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of een of meer andere perso(o)n(en) in contact te brengen met (vermeend accountant) [medeverdachte] en/of door een of meer van deze perso(o)n(en) te bewegen een of meer van voornoemde commanditaire vennootschap(pen) te (doen) laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en/of door een of meer van deze perso(o)n(en) te bewegen een of meer zakelijke bankrekening(en) te openen (op naam van een of meer van voornoemde vennootschappen) en/of door een of meer van deze perso(o)n(en) te bewegen/dwingen tot afgifte van (een) bankpas(sen) en/of (een) inlogcode(s) en/of (een) wachtwoord(en) en/of correspondentie/post en/of door deze bankpas(sen) en/of inlogcode(s) en/of wachtwoord(en) en/of correspondentie/post ter beschikking te stellen aan voornoemde [medeverdachte] ;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling kan of mocht leiden:

[commanditaire vennootschap 3] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 4] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 5] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 6] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 7] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 8] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 1] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 2] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 9] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 10] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 11] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 12] C.V. op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 maart 2011 te Roosendaal en/of Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch en/of Apeldoorn, althans in Nederland, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, telkens opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten respectievelijk:

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of derde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 3] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 4] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

(Nagelopleidingsagency Elisabeth C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 6] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 7] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede, het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 8] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 1] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 2] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 9] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 10] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het eerste, tweede, derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 11] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 12] C.V.),

onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, immers heeft/hebben die CV(’s) (telkens) opzettelijk op voornoemde aangifte(n) het navolgende opgegeven en/of vermeld:

- [commanditaire vennootschap 3] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 3 van 20 pg. 1295) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.700,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 4 van 20 pg. 1296) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.210,- euro;

- [commanditaire vennootschap 4] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 1 van 20 pg. 1293) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.280,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 2 van 20 pg. 1294) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.180,- euro;

- [commanditaire vennootschap 5] C.V. over het derde kwartaal 2010 (D-093, 7 van 20 pg. 1299) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.130,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 8 van 20 pg. 1300) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.910,- euro;

- [commanditaire vennootschap 6] C.V. over het derde kwartaal 2010 (D-093, 5 van 20 pg. 1297) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.449,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 6 van 20 pg. 1298) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.030,- euro;

- [commanditaire vennootschap 7] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-048, pg. 721 e.v.) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.559,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 11 van 20 pg. 1303) een totaalbedrag terug te vragen omzetbelasting groot 3.260,- euro;

- [commanditaire vennootschap 8] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 12 van 20 pg. 1304) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.440,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 13 van 20 pg. 1305) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.290,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 14 van 20 pg. 1306) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 2.354,- euro;

- [commanditaire vennootschap 1] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-033, pg. 652) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.864,- euro;

- [commanditaire vennootschap 2] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-035, pg. 660) een totaalbedrag aan terug te ontvangen omzetbelasting groot 4.479,- euro;

- [commanditaire vennootschap 9] C.V. over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 9 van 20 pg. 1301) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.088,- euro;

- [commanditaire vennootschap 10] C.V. over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 10 van 20 pg. 1302) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.980,- euro;

- [commanditaire vennootschap 11] C.V. over het eerste kwartaal 2010 (D-093, 17 van 20 pg. 1309) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.134,- euro en/of over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 18 van 20 pg. 1310) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.577,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 20 van 20 pg. 1312) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 2.820,- euro;

- [commanditaire vennootschap 12] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 15 van 20 pg. 1307) een totaalbedrag aan teug te vragen omzetbelasting groot 4.600,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 16 van 20 pg. 1308) een totaalbedrag een terug te vragen omzetbelasting 4.482,- euro,

althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) er toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, zulks terwijl verdachte tot het plegen van vorenomschreven feit(en) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan die verboden gedraging(en) (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven,

en/of

[commanditaire vennootschap 3] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 4] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 5] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 6] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 7] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 8] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 1] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 2] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 9] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 10] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 11] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 12] C.V. op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 maart 2011 te Roosendaal en/of Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch en/of Apeldoorn, althans in Nederland, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten respectievelijk:

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of derde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 3] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 4] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

(Nagelopleidingsagency Elisabeth C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 6] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 7] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede, het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 8] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 1] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 2] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 9] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 10] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het eerste, tweede, derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 11] C.V.);

- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of het derde kwartaal 2010

( [commanditaire vennootschap 12] C.V.),

onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, immers heeft/hebben die C.V.(’s) (telkens) opzettelijk op voornoemde aangifte(n) het navolgende opgegeven en/of vermeld:

- [commanditaire vennootschap 3] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 3 van 20 pg. 1295) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.700,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 4 van 20 pg. 1296) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.210,- euro;
- [commanditaire vennootschap 4] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 1 van 20 pg. 1293) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.280,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 2 van 20 pg. 1294) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.180,- euro;

- [commanditaire vennootschap 5] C.V. over het derde kwartaal 2010 (D-093, 7 van 20 pg. 1299) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.130,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 8 van 20 pg. 1300) en totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.910,- euro;

- [commanditaire vennootschap 6] C.V. over het derde kwartaal 2010 (D-093, 5 van 20 pg. 1297) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.449,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 6 van 20 pg. 1298) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.030,- euro;

- [commanditaire vennootschap 7] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-048, pg. 721 e.v.) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.559,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 11 van 20 pg. 1303) een totaalbedrag terug te vragen omzetbelasting groot 3.260,- euro;

- [commanditaire vennootschap 8] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 12 van 20 pg. 1304) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.440,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 13 van 20 pg. 1305) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.290,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 14 van 20 pg. 1306) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 2.354,- euro;

- [commanditaire vennootschap 1] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-033, pg. 652) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.864,- euro;

- [commanditaire vennootschap 2] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-035, pg. 660) een totaalbedrag aan terug te ontvangen omzetbelasting groot 4.479,- euro;

- [commanditaire vennootschap 9] C.V. over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 9 van 20 pg. 1301) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.088,- euro;

- [commanditaire vennootschap 10] C.V. over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 10 van 20 pg. 1302) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.980,- euro;
- [commanditaire vennootschap 11] C.V. over het eerste kwartaal 2010 (D-093, 17 van 20 pg. 1309) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.134,- euro en/of over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 18 van 20 pg. 1310) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.577,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 20 van 20 pg. 1312) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 2.820,- euro;

- [commanditaire vennootschap 12] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 15 van 20 pg. 1307) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.600,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 16 van 20 pg. 1308) een totaalbedrag een terug te vragen omzetbelasting 4.482,- euro,

althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) er toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, zulks terwijl [medeverdachte] tot het plegen van vorenomschreven feit(en) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan die verboden gedraging(en) (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode vanaf 2 maart 2009 tot en met 31 januari 2011 in de gemeente Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, telkens opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of een of meer andere perso(o)n(en) in contact te brengen met (vermeend accountant) [medeverdachte] en/of door een of meer van deze perso(o)n(en) te bewegen een of meer van voornoemde commanditaire vennootschap(pen) te (doen) laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en/of door een of meer van deze perso(o)n(en) te bewegen een of meer zakelijke bankrekening(en) te openen (op naam van een of meer van voornoemde vennootschappen) en/of door een of meer van deze perso(o)n(en) te bewegen/dwingen tot afgifte van (een) bankpas(sen) en/of (een) inlogcode(s) en/of (een) wachtwoord(en) en/of correspondentie/post en/of door deze bankpas(sen) en/of inlogcode(s) en/of wachtwoord(en) en/of correspondentie/post ter beschikking te stellen aan voornoemde [medeverdachte] .

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd.

Het hof merkt met betrekking tot het primair tenlastegelegde nog op dat de advocaat-generaal in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging abusievelijk de verdenkingen ten aanzien van [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V. heeft laten staan, terwijl de rechtbank daarvan had vrijgesproken. De advocaat-generaal heeft zulks ter terechtzitting van het hof onderkend en voorts naar voren gebracht dat in de visie van het Openbaar Ministerie deze partiële vrijspraken als beschermde vrijspraken moeten worden beschouwd. Om voormelde redenen heeft het hof de verdenkingen ten aanzien van [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V. in het primair tenlastegelegde uitgestreept.

De verdachte is door het voorgaande telkens niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


[medeverdachte] op tijdstippen in de periode vanaf de maand maart 2010 tot en met de maand januari 2011 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgiften van girale bedragen aan geld in de vorm van teruggaven van omzetbelasting tot een totaalbedrag van 33.838,00 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en/of listiglijk en/of in strijd met de waarheid de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst aangiften voor de omzetbelasting op naam van commanditaire vennootschappen, te weten [commanditaire vennootschap 3] C.V. en [commanditaire vennootschap 4] C.V. en [commanditaire vennootschap 5] C.V. en [commanditaire vennootschap 6] C.V. en [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V., toegezonden, althans doen toekomen, met daarin opgenomen een bankrekening waarop de terug te geven omzetbelasting telkens diende te worden overgemaakt, waarmee/waarin telkens werd voorgewend:

- dat die aangiften werden gedaan door of namens die commanditaire vennootschappen voornoemd zulks terwijl zij, verdachte, telkens geen enkele (formele) relatie had tot die commanditaire vennootschappen voornoemd en

- dat die commanditaire vennootschappen voornoemd ondernemers waren en belastingplichtig waren in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 zulks terwijl door die commanditaire vennootschappen voornoemd in werkelijkheid telkens geen onderneming in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 werd gedreven en

- dat die commanditaire vennootschappen voornoemd recht hadden op teruggaven van betaalde voorbelasting ter zake geleverde goederen/verrichte diensten tot de bedragen zoals in die aangiften voor de omzetbelasting vermeld zulks terwijl aan die commanditaire vennootschappen voornoemd in werkelijkheid telkens geen goederen en/of diensten waren geleverd,

waardoor voornoemde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften,


tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op tijdstippen in de periode vanaf 2 maart 2009 tot en met 31 januari 2011 in Nederland, telkens opzettelijk middelen of inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest, door [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 4] in contact te brengen met vermeend accountant [medeverdachte] en door een of meer van deze personen te bewegen een of meer van voornoemde commanditaire vennootschappen te laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en door een of meer van deze personen te bewegen een zakelijke bankrekening te openen op naam van een van voornoemde vennootschappen en door een of meer van deze personen te bewegen/dwingen tot afgifte van een bankpas en/of (een) inlogcode(s) en/of (een) wachtwoord(en) en/of correspondentie/post en door deze bankpas(sen) en/of inlogcode(s) en/of wachtwoord(en) en/of correspondentie/post ter beschikking te stellen aan voornoemde [medeverdachte] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde van het primair tenlastegelegde wordt als volgt gekwalificeerd:

medeplichtigheid tot oplichting, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen straffen

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straffen gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich als medeplichtige schuldig heeft gemaakt aan het meermaals oplichten van de Belastingdienst. Medeverdachte [medeverdachte] heeft op een geraffineerde wijze commanditaire vennootschappen laten oprichten, veelal door misbruik te maken van niet ter zake deskundige en te goed van vertrouwen zijnde personen. De verdachte heeft daarbij een faciliterende rol gespeeld, in die zin dat hij deze personen heeft bewogen de commanditaire vennootschappen te laten inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, zakelijke bankrekeningen te openen en bankpassen, inlogcodes en/of correspondentie aan hem af te geven, die de verdachte op zijn beurt doorgaf aan medeverdachte [medeverdachte] . Daarmee werd medeverdachte [medeverdachte] in staat gesteld om de Belastingdienst op te lichten. Op naam van de commanditaire vennootschappen zijn immers verscheidene malen aangiften omzetbelasting gedaan waarbij werd verzocht om teruggave van omzetbelasting, terwijl de betreffende commanditaire vennootschappen in het geheel geen economische activiteiten ontplooiden en aldus geen ondernemer waren in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968. De Belastingdienst is aldus ter zake van de in de bewezenverklaring genoemde commanditaire vennootschappen op slinkse wijze bewogen tot afgifte van geldbedragen tot een totaalbedrag € 33.838,00. Daarmee is ’s Rijks schatkist getroffen in haar vermogensbelang.

Bij belastingheffing zijn in het algemeen gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken. Met de heffing van omzetbelasting wordt immers beoogd de Staat der Nederlanden en de Europese Unie geldmiddelen te verschaffen die voor hun instandhouding en taakvervulling noodzakelijk zijn. De verdachte heeft door zijn handelwijze indirect bijgedragen aan het schenden van deze gemeenschapsbelangen. Dergelijk strafbaar gedrag leidt uiteindelijk ertoe dat bonafide belastingplichtigen meer belasting moeten betalen. Voorts is het voor een goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting essentieel dat kan worden uitgegaan van de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Het systeem van de omzetbelasting is immers mede gebaseerd op het vertrouwen dat een (rechts)persoon een juiste aangifte doet en dat de Belastingdienst op basis daarvan de verschuldigde omzetbelasting of teruggave daarvan vaststelt. Als belastingaangiften worden gedaan die niet stroken met de werkelijkheid, wordt het systeem van de heffing van omzetbelasting ondergraven. De verdachte heeft zich van dat alles geen rekenschap gegeven en heeft kennelijk uitsluitend gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin.

Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 april 2021, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder in 2006 onherroepelijk voor strafbare feiten is veroordeeld, doch niet voor soortgelijke feiten als de onderhavige.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij getrouwd is, drie minderjarige kinderen heeft en meehelpt in de schoonheidssalon van zijn echtgenote. De verdachte is woonachtig in een huurwoning en geniet een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De verdachte had te kampen met psychische problemen, maar na een succesvolle behandeling zijn die nagenoeg verholpen. Om die reden is de verdachte voornemens weer aan het werk te gaan.

Een schuldigverklaring zonder oplegging van straf, waartoe door de verdediging is verzocht, doet naar ’s hofs oordeel geen recht aan de ernst van het bewezenverklaarde, zodat het hof daartoe niet zal overgaan.

Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar, alsmede een taakstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. Daarbij heeft het hof tevens de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude, in aanmerking genomen.

Met oplegging van voormelde voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds en met name de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak nog het volgende.

Het hof stelt vast dat de verdachte voor het eerst op 30 januari 2012 door de FIOD als verdachte is gehoord. Nadat hij was gedagvaard voor de rechtbank en de zaak in eerste aanleg was behandeld, heeft de rechtbank op 24 mei 2016 vonnis gewezen. Vervolgens is namens de verdachte op 6 juni 2016 hoger beroep ingesteld. Het hof doet bij arrest van heden – 6 juli 2021 – einduitspraak. Het tijdsverloop tussen het aanvangsmoment van de ‘criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 van het EVRM en het wijzen van vonnis door de rechtbank bedraagt derhalve 4 jaren en bijna 4 maanden. Het tijdsverloop tussen het instellen van hoger beroep en het wijzen van eindarrest bedraagt ruim 5 jaren.

Bij de beoordeling of de redelijke termijn is overschreden kunnen bijzondere omstandigheden een rol spelen, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De onderhavige zaak is relatief complex van aard en het dossier is redelijk omvangrijk. Voorts zijn er in de fase van het hoger beroep door de verdediging verzoeken gedaan om getuigen te horen, waarna één getuigenverzoek is gehonoreerd. Het hof is van oordeel dat deze omstandigheden niet het gehele tijdsverloop, althans de overschrijding van de redelijke termijn, kunnen en mogen verklaren. Van andere bijzondere omstandigheden die nopen tot een andersluidend oordeel is het hof niet gebleken.

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat telkens einduitspraak is, dan wel heden zal worden gedaan na het verstrijken van twee jaren. De totale procesduur van beide feitelijke instanties bedraagt eveneens meer dan 4 jaren. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg met 2 jaren en bijna 4 maanden en in hoger beroep met drie jaren overschreden.

Gelet op de omvang van het onvoorwaardelijke gedeelte van de op te leggen straf volstaat het hof met de constatering dat bij de strafvervolging van de verdachte sprake is geweest van een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beschermde partiële vrijspraken van het primair tenlastegelegde, voor zover dat betrekking heeft op de commanditaire vennootschappen [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V.;

vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. drs. P. Fortuin, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. A.C. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. lic. J.N. van Veen, griffier,

en op 6 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. drs. Fortuin voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.