Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:2066

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-07-2021
Datum publicatie
06-07-2021
Zaaknummer
20-001562-16
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2018:12262, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Fiscale fraudezaak. Oplichting van de Belastingdienst met gebruikmaking van commanditaire vennootschappen die onjuiste aangiften omzetbelasting indienden, meermalen gepleegd. Vrijspraak van medeplegen van valsheid in geschrift en opzetwitwassen. Het Openbaar Ministerie is in verband met verjaring niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging ter zake van schuldwitwassen. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 6-7-2021
V-N Vandaag 2021/1666
FutD 2021-2218
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Parketnummer : 20-001562-16

Uitspraak : 6 juli 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, locatie Roermond, van 24 mei 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 04-990006-11 en 03-993139-13, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum in het jaar] 1969,

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
volgens eigen opgave wonende te [woonadres buitenland] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank het in de zaak met parketnummer 04-990006-11 primair tenlastegelegde bewezenverklaard, doch de verdachte daarvan partieel vrijgesproken (namelijk van de verdenkingen ten aanzien van [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V.), alsook het in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:
- ‘medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd’ (in de zaak met parketnummer 04-990006-11),
- ‘medeplegen van valsheid in geschrift’ (feit 1 in de zaak met parketnummer 03-993139-13) en
- ‘witwassen’ (feit 2 in de zaak met parketnummer 03-993139-13),
de verdachte deswege strafbaar verklaard en haar veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Namens de verdachte is tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het in de zaak met parketnummer 04-990006-11 primair tenlastegelegde, alsmede het in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die zij in voorarrest heeft doorgebracht.

De raadsman van de verdachte heeft aangevoerd dat het Openbaar Ministerie in verband met verjaring niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging ter zake van schuldwitwassen, zoals onder feit 2 in de zaak met parketnummer 03-993139-13 alternatief ten laste is gelegd. Voorts heeft de raadsman integrale vrijspraak bepleit van alle feiten onder beide parketnummers. Indien het hof de verdediging niet mocht volgen in het tot bewijsuitsluiting strekkende verweer in de zaak met parketnummer 03-993139-13, dan doet de verdediging het voorwaardelijke verzoek om [getuige 1] alsnog als getuige te horen. Ten slotte is een straftoemetingsverweer gevoerd, in die zin dat primair is verzocht niet over te gaan tot oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, subsidiair het onvoorwaardelijke deel gelijk te laten zijn aan de duur van het doorgebrachte voorarrest en voor het overige een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan wel een taakstraf, welke taakstraf in de visie van de verdediging ook in België ten uitvoer kan worden gelegd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de partiële vrijspraken door de rechtbank van de primair in de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 04-990006-11 cumulatief opgenomen strafbare verwijten, betrekking hebbende op de commanditaire vennootschappen [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V.
De rechtbank heeft de verdachte daarvan vrijgesproken omdat uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen dat de Belastingdienst niet is overgegaan tot uitbetaling van de teruggevraagde omzetbelasting. Hierdoor is geen sprake van een voltooid delict. Het hof is van oordeel dat deze partiële vrijspraken als beschermde vrijspraken moeten worden beschouwd.

Ingevolge het bepaalde in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte geen hoger beroep open tegen het vonnis voor zover zij van het tenlastegelegde is vrijgesproken.

Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat tegen de beschermde vrijspraken is gericht.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissingen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover nog aan de orde in hoger beroep, tenlastegelegd dat:

in de zaak met parketnummer 04-990006-11:

1.
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode vanaf de maand maart 2010 tot en met de maand januari 2011 in de gemeente(n) Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch, althans in Nederland, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst (te Apeldoorn) heeft bewogen tot de afgifte(n) van een of meer (gira(a)l(e)) bedrag(en) aan geld (in de vorm van teruggaven van omzetbelasting) tot een totaalbedrag van 101.415,00 euro of daaromtrent, in elk geval van een of meer (gira(a)l(e)) bedrag(en) aan geld, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk (telkens) – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst voornoemd aangifte(n) voor de omzetbelasting op naam van een of meer commanditaire vennootschap(pen), te weten de commanditaire vennootschap(pen) [commanditaire vennootschap 3] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 4] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 5] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 6] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 7] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 8] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 9] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 10] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 11] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 12] C.V. toegezonden, althans doen toekomen (bijlage D-093, pg. 1293 t/m 1312), met daarin opgenomen (een) bankrekening(en) waarop de terug te geven omzetbelasting (telkens) diende te worden overgemaakt, waarmee/waarin (telkens) werd voorgewend:
- dat die aangifte(n) werd(en) gedaan door of namens die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (zulks terwijl zij, verdachte, en/of haar medeverdachte(n) (telkens) geen enkele (formele) relatie had(den) tot die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd) en/of
- dat die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (een) ondernemer(s) was/waren en/of belastingplichtig was/waren in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (zulks terwijl door die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd in werkelijkheid (telkens) geen onderneming(en) in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 werd(en) gedreven) en/of
- dat die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd recht had(den) op teruggave(n) van betaalde voorbelasting ter zake geleverde goederen/verrichte diensten tot de/het bedrag(en) zoals in die aangifte(n) voor de omzetbelasting voornoemd vermeld (zulks terwijl aan die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd in werkelijkheid (telkens) geen goed(eren) en/of dienst(en) was/waren geleverd) en/of
- dat die teruggave(n) voor de omzetbelasting ten goede kwam(en) aan die commanditaire vennootschap(pen) voornoemd (zulks terwijl zij, verdachte, en/of haar medeverdachte(n) in werkelijkheid (telkens) die bankrekening(en) (nagenoeg) volledig ten eigen nutte gebruikte(n),
waardoor voornoemde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling kan of mocht leiden:

[commanditaire vennootschap 3] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 4] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 5] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 6] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 7] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 8] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 1] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 2] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 9] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 10] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 11] C.V. en/of [commanditaire vennootschap 12] C.V. op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 maart 2011 te Roosendaal en/of Breda en/of Almere en/of Rotterdam en/of Utrecht en/of ’s-Hertogenbosch en/of Apeldoorn, althans in Nederland, (telkens) samen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten respectievelijk:
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 3] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 4] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 5] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 6] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 7] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede, het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 8] C.V.);
- een aangifte voor de omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 1] C.V.);
- een aangifte voor de omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 2] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 9] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 10] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het eerste, tweede, derde en/of het vierde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 11] C.V.);
- (een) aangifte(n) voor de omzetbelasting over het tweede en/of het derde kwartaal 2010 ( [commanditaire vennootschap 12] C.V.),
onjuist en/of onvolledig heeft/hebben gedaan, immers heeft/hebben die C.V.(’s) (telkens) opzettelijk op voornoemde aangifte(n) het navolgende opgegeven en/of vermeld:
- [commanditaire vennootschap 3] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 3 van 20 pg. 1295) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.700,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 4 van 20 pg. 1296) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.210,- euro;
- [commanditaire vennootschap 4] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 1 van 20 pg. 1293) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.280,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 2 van 20 pg. 1294) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.180,- euro;
- [commanditaire vennootschap 5] C.V. over het derde kwartaal 2010 (D-093, 7 van 20 pg. 1299) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.130,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 8 van 20 pg. 1300) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.910,- euro;
- [commanditaire vennootschap 6] C.V. over het derde kwartaal 2010 (D-093, 5 van 20 pg. 1297) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.449,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 6 van 20 pg. 1298) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.030,- euro;
- [commanditaire vennootschap 7] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-048, pg. 721 e.v.) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.559,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 11 van 20 pg. 1303) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.260,- euro;
- [commanditaire vennootschap 8] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 12 van 20 pg. 1304) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.440,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 13 van 20 pg. 1305) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.290,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 14 van 20 pg. 1306) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 2.354,- euro;
- [commanditaire vennootschap 1] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-033, pg. 652) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.864,- euro;
- [commanditaire vennootschap 2] C.V. over het derde kwartaal 2010 (AH-035, pg. 660) een totaalbedrag aan terug te ontvangen omzetbelasting groot 4.479,- euro;
- [commanditaire vennootschap 9] C.V. over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 9 van 20 pg. 1301) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.088,- euro;
- [commanditaire vennootschap 10] C.V. over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 10 van 20 pg. 1302) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.980,- euro;
- [commanditaire vennootschap 11] C.V. over het eerste kwartaal 2010 (D-093, 17 van 20 pg. 1309) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.134,- euro en/of over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 18 van 20 pg. 1310) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.577,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 19 van 20 pg. 1311) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 3.720,- euro en/of over het vierde kwartaal 2010 (D-093, 20 van 20 pg. 1312) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 2.820,- euro;
- [commanditaire vennootschap 12] C.V. over het tweede kwartaal 2010 (D-093, 15 van 20 pg. 1307) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.600,- euro en/of over het derde kwartaal 2010 (D-093, 16 van 20 pg. 1308) een totaalbedrag aan terug te vragen omzetbelasting groot 4.482,- euro,
althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) er toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, zulks terwijl verdachte tot het plegen van vorenomschreven feit(en) (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan die verboden gedraging(en) (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

in de in eerste aanleg gevoegde zaak met parketnummer 03-993139-13:


1.
zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 november 2008 tot en met 9 januari 2009 te Utrecht en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een formulier van de Belastingdienst "Opgaaf Rekeningnummer Tweede verzoek" (D-022), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n) toen en daar valselijk in strijd met de waarheid op voornoemd formulier het rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] als rekeningnummer van [besloten vennootschap 1] B.V., de begunstigde, vermeld, terwijl dit rekeningnummer in werkelijkheid niet toebehoorde aan de begunstigde, maar aan [commanditaire vennootschap 13] C.V. te Utrecht en/of op voornoemd formulier bij "ondergetekende" namens [besloten vennootschap 1] B.V., de naam [betrokkene 1] vermeld en/of namens deze [betrokkene 1] getekend, terwijl [betrokkene 1] in werkelijkheid dit formulier niet heeft ondertekend, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.
zij in of omstreeks de periode van 16 januari 2009 tot en met 4 februari 2009 te Utrecht en/of Anna Paulowna en/of Haarlem en/of Leiden, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een of meer geldbedragen van in totaal 90.190,22 euro, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of van dat voorwerp gebruik heeft gemaakt, terwijl zij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het voorwerp geheel dan wel gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 2 tenlastegelegde schuldwitwassen

De raadsman heeft bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging ter zake van schuldwitwassen, zoals in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 2 alternatief ten laste is gelegd, omdat dat feit is verjaard.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Artikel 420quater van het Wetboek van Strafrecht stelt op het misdrijf schuldwitwassen een gevangenisstraf van ten hoogte twee jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Ingevolge het bepaalde in artikel 70, eerste lid, aanhef en sub 2, van het Wetboek van Strafrecht komt het recht tot strafvervolging voor misdrijven waarop een geldboete, hechtenis of een gevangenisstraf van niet meer dan 3 jaren is gesteld door verjaring te vervallen in zes jaren.

De vervolgingsverjaring voor het onderhavige feit van schuldwitwassen bedraagt derhalve zes jaren, te rekenen vanaf de dag na die waarop het feit is gepleegd. Elke daad van vervolging stuit de verjaring.

Hoewel na elke stuiting een nieuwe verjaringstermijn aanvangt, vervalt blijkens het tweede lid van artikel 72 van het Wetboek van Strafrecht evenwel het recht tot strafvordering ten aanzien van misdrijven indien vanaf de dag waarop de oorspronkelijke verjaringstermijn is aangevangen een periode is verstreken die gelijk is aan twee maal de voor het misdrijf geldende verjaringstermijn.

In de onderhavige strafzaak is de verjaringstermijn aangevangen op 5 februari 2009, zijnde de dag na de tenlastegelegde periode. Dit betekent dat het recht tot strafvordering ter zake van schuldwitwassen – na maximaal twee maal zes jaren – in ieder geval is komen te vervallen op 5 februari 2021.

Het hof is derhalve met de verdediging en de advocaat-generaal van oordeel dat het recht op strafvervolging, voor zover dat ziet op het tenlastegelegde schuldwitwassen thans is verjaard. Mitsdien zal het hof het Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk verklaren in de strafvervolging van de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 2 tenlastegelegde.

Vrijspraak van feit 1 in de zaak met parketnummer 03-993139-13

De verdachte staat ingevolge hetgeen onder feit 1 in de zaak met parketnummer 03-993139-13 aan haar ten laste is gelegd terecht ter zake van het, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer anderen, valselijk (laten) opmaken van een formulier ‘Opgaaf Rekeningnummer Tweede verzoek’. De valsheid zou daarin bestaan dat het rekeningnummer [bankrekeningnummer 1] als rekeningnummer van de begunstigde [besloten vennootschap 1] B.V. is vermeld, terwijl dit rekeningnummer in werkelijkheid niet toebehoorde aan de begunstigde, maar aan [commanditaire vennootschap 13] C.V. en/of dat [betrokkene 1] als ondergetekende is vermeld en/of dat namens deze [betrokkene 1] is getekend, terwijl die [betrokkene 1] in werkelijkheid het betreffende formulier niet had ondertekend.

Het hof ziet zich aldus voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte deze tenlastegelegde handelingen, al dan niet tezamen en in vereniging met een of meer anderen, heeft verricht. In dat verband overweegt het hof als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in naar voren gekomen dat [commanditaire vennootschap 13] C.V. op 1 januari 2009 is opgericht door [getuige 1] . Kort daarna, op 9 januari 2009, is door de Belastingdienst, naar aanleiding van het valselijk opgemaakte formulier, een teruggave verleend ad € 134.167,00 op de bankrekening van [commanditaire vennootschap 13] C.V. Medeverdachte [medeverdachte 2] had zeggenschap over deze bankrekening.
In werkelijkheid had niet [commanditaire vennootschap 13] C.V., maar een niet aan [medeverdachte 2] en/of [getuige 1] gelieerde vennootschap, te weten [besloten vennootschap 1] B.V., recht op deze belastingteruggave. Uit onderzoek naar het formulier is naar voren gekomen dat de onder de huidige gegevens weggelakte gegevens staan van [besloten vennootschap 2] B.V., de vennootschap van de verdachte.

De verdachte heeft ten overstaan van het hof verklaard dat [medeverdachte 2] op enig moment bij haar kwam met de vraag of zij de belastingteruggave kon ontvangen, omdat [medeverdachte 2] te maken had met conservatoir beslag op zijn bankrekening. De verdachte heeft daar aanvankelijk gehoor aan gegeven, aangezien [medeverdachte 2] haar nog geld verschuldigd was in het kader van een verstrekte lening. Op deze wijze zou de verdachte een deel van het aan [medeverdachte 2] geleende geld terug kunnen ontvangen. In dit kader is door [medeverdachte 2] aan de verdachte het formulier ‘Opgaaf Rekeningnummer Tweede verzoek’ verstrekt en heeft de verdachte daarop de naam van haar vennootschap [besloten vennootschap 2] B.V. geplaatst, alsook het formulier voorzien van haar handtekening. Daarna zou [medeverdachte 2] de verdachte hebben gebeld met de mededeling dat het toch niet mogelijk bleek te zijn om via [besloten vennootschap 2] B.V. de belastingteruggave te laten ontvangen. [medeverdachte 2] zou de ontvangst van de belastingteruggave op een andere manier regelen en de verdachte zou een deel van haar uitgeleende geld op een andere wijze terugkrijgen. De verdachte heeft er naar eigen zeggen nooit bij stilgestaan dat [besloten vennootschap 1] B.V. geen vennootschap van [medeverdachte 2] was. De verdachte ontkent de door haar op het formulier vermelde gegevens te hebben weggelakt en daar de laatstelijk vermelde gegevens op te hebben geschreven.

Nagenoeg de gehele belastingteruggave van € 134.167,00 is binnen drie weken na ontvangst vanaf de bankrekening van [commanditaire vennootschap 13] C.V. per bank overgemaakt naar de verdachte, haar besloten vennootschap [besloten vennootschap 2] B.V., crediteuren van haar en naar ondernemingen van [medeverdachte 2] . Daarbij zijn meermaals gefingeerde factuurnummers vermeld.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat er weliswaar aanwijzingen zijn die duiden op de betrokkenheid van de verdachte bij het – met gebruikmaking van het valselijk opgemaakte formulier – onterecht ontvangen van de belastingteruggave ad € 134.167,00, doch het bewijs schiet ervoor tekort om te kunnen oordelen dat het de verdachte is geweest die de tenlastegelegde valsheden op het litigieuze formulier heeft vermeld en dit formulier daarmee valselijk heeft opgemaakt. Evenmin is komen vast te staan dat zij dat formulier samen met een ander of anderen heeft gedaan dan wel heeft laten opmaken. Het hof neemt bij dit alles in aanmerking dat er geen handschriftvergelijkend onderzoek is verricht, waardoor niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat het handschrift op de weggelakte tekst overeenkomt met het handschrift onder de lak, welk handschrift van de verdachte is.

Bij die stand van zaken kan het in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 1 tenlastegelegde naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend worden bewezen, reden waarom het hof de verdachte daarvan zal vrijspreken.

Vrijspraak van feit 2 in de zaak met parketnummer 03-993139-13

Met betrekking tot het onder feit 2 in de zaak met parketnummer 03-993139-13 tenlastegelegde opzettelijk witwassen overweegt het hof als volgt.

Uit rekeningafschriften van bankrekening met nummer [bankrekeningnummer 1] komt naar voren dat kort nadat op 16 januari 2009 de belastingteruggave ad € 134.167,00 door [commanditaire vennootschap 13] C.V. was ontvangen, op 2 en 4 februari 2009 nagenoeg dit gehele bedrag door middel van 26 bankoverschrijvingen aan derden is overgemaakt. Het hof stelt met de rechtbank vast dat tot een totaalbedrag van € 83.323,00 ten goede is gekomen aan de verdachte, haar besloten vennootschap dan wel aan haar gekozen bestedingsdoelen.

Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk witwassen van een deel van de belastingteruggaaf is vereist dat in rechte kan worden vastgesteld dat de verdachte wist dat die teruggaaf onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf.

Zoals hiervoor is overwogen kan naar het oordeel van het hof niet worden bewezen dat de verdachte het aan de uitbetaling van de belastingteruggave ten grondslag liggende formulier, al dan tezamen en in vereniging met een of meer anderen, valselijk heeft opgemaakt dan wel laten opmaken. Voorts wettigen de uit het procesdossier naar voren komende feiten en omstandigheden evenmin de conclusie dat de verdachte wetenschap had van het feit dat [commanditaire vennootschap 13] C.V. niet in werkelijkheid de rechthebbende was van deze belastingteruggave en aldus dat [medeverdachte 2] en/of deze commanditaire vennootschap ten onrechte de belastingteruggave ontving.

Aldus is naar het oordeel van het hof onvoldoende wettig bewijs voorhanden voor de wetenschap aan de zijde van de verdachte dat de belastingteruggave onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf, hetgeen wel is vereist om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Mitsdien zal het hof de verdachte eveneens vrijspreken van het opzettelijk witwassen zoals onder feit 2 in de zaak met parketnummer 03-993139-13 aan haar ten laste is gelegd.

Gelet op de vrijspraken van het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03-993139-13 behoeven de tot bewijsuitsluiting strekkende verweren van de verdediging, alsook het voorwaardelijk verzoek tot het horen van [getuige 1] als getuige, geen bespreking meer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 04-990006-11 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
zij op tijdstippen in de periode vanaf de maand maart 2010 tot en met de maand januari 2011 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen, de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst heeft bewogen tot de afgiften van girale bedragen aan geld in de vorm van teruggaven van omzetbelasting tot een totaalbedrag van 70.450,00 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en/of listiglijk en/of in strijd met de waarheid de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst voornoemd aangiften voor de omzetbelasting op naam van commanditaire vennootschappen, te weten [commanditaire vennootschap 3] C.V. en [commanditaire vennootschap 4] C.V. en [commanditaire vennootschap 5] C.V. en [commanditaire vennootschap 6] C.V. en [commanditaire vennootschap 7] C.V. en [commanditaire vennootschap 8] C.V. en [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V. en [commanditaire vennootschap 11] C.V. en [commanditaire vennootschap 12] C.V., toegezonden, althans doen toekomen, met daarin opgenomen een bankrekening waarop de terug te geven omzetbelasting telkens diende te worden overgemaakt, waarmee/waarin telkens werd voorgewend:
- dat die aangiften werden gedaan door of namens die commanditaire vennootschappen voornoemd zulks terwijl zij, verdachte, telkens geen enkele (formele) relatie had tot die commanditaire vennootschappen voornoemd en
- dat die commanditaire vennootschappen voornoemd ondernemers waren en belastingplichtig waren in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 zulks terwijl door die commanditaire vennootschappen voornoemd in werkelijkheid telkens geen onderneming in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 werd gedreven en
- dat die commanditaire vennootschappen voornoemd recht hadden op teruggaven van betaalde voorbelasting ter zake geleverde goederen/verrichte diensten tot de bedragen zoals in die aangiften voor de omzetbelasting voornoemd vermeld zulks terwijl aan die commanditaire vennootschappen voornoemd in werkelijkheid telkens geen goederen en/of diensten waren geleverd,
waardoor voornoemde inspecteur der belastingen of de Belastingdienst telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Bewijsoverwegingen

A.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 04-990006-11 tenlastegelegde. Daartoe is met betrekking tot het primair tenlastegelegde – op de gronden zoals nader in de pleitnota verwoord – in de kern het volgende aangevoerd.

Niet, dan wel onvoldoende, kan worden vastgesteld wie namens de in de tenlastelegging genoemde commanditaire vennootschappen ten onrechte om teruggaven van omzetbelasting heeft verzocht. In de visie van de verdediging is er in ieder geval onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden om te concluderen dat de verdachte daar als pleegster verantwoordelijk voor is of dat zij ervan op de hoogte was dat de ingediende aangiften omzetbelasting onjuist waren.

De verdediging is voorts de mening toegedaan dat in de onderhavige zaak geen sprake is van medeplegen van oplichting door de verdachte met een of meer anderen. Het enkele meegaan naar de Kamer van Koophandel om de commanditaire vennootschappen in te laten schrijven is daarvoor onvoldoende en heeft bovendien betrekking op de fase waarin de tenlastegelegde strafbare oplichtingshandelingen nog geen aanvang hadden genomen. Volgens de raadsman bestaan er veeleer aanwijzingen dat medeverdachte [medeverdachte 1] verantwoordelijk is voor de oplichting van de Belastingdienst.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

B.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn de volgende feiten en omstandigheden naar voren gekomen.1

B.1. Verklaringen van personen die betrokken zijn bij de oprichting van diverse commanditaire vennootschappen
Bij gelegenheid van haar verhoor door de politie heeft [betrokkene 2] verklaard dat zij schoonheidsartikelen wilde gaan doorverkopen en dat medeverdachte [medeverdachte 1] haar vertelde dat hij wel iemand kende die haar kon helpen om een bedrijf op te starten. [medeverdachte 1] heeft [betrokkene 2] voorgesteld aan ‘ [alias van verdachte] ’. [voornaam verdachte] zag er volgens [betrokkene 2] heel netjes uit, zoals een zakenvrouw. In mei 2010 is [betrokkene 2] met deze [alias van verdachte] naar de Kamer van Koophandel gegaan. [voornaam verdachte] heeft de inschrijving bij de Kamer van Koophandel contant betaald. Vervolgens is [betrokkene 2] met [voornaam verdachte] naar de ING-bank gegaan. [betrokkene 2] opende bij deze bank twee bankrekeningen, voor ieder bedrijf één. Zij kreeg meteen bankpasjes mee met de pincodes, alsook de gebruikersnaam en het wachtwoord voor internetbankieren. [betrokkene 2] moest de bankpasjes aan [voornaam verdachte] afgeven. Brieven van de Belastingdienst moest [betrokkene 2] afgeven aan [medeverdachte 1] . Omdat deze brieven op naam van [betrokkene 2] stonden, heeft zij de brieven opengemaakt. Daarin zag zij dat de Belastingdienst bedragen terugbetaalde. Van ieder bedrijf heeft [betrokkene 2] een keer een brief gehad van de Belastingdienst waarin stond dat er geld werd teruggestort. [betrokkene 2] had gezien dat er bedragen van zo’n € 3.000,00 en € 4.000,00 zouden worden teruggestort door de Belastingdienst. Toen [betrokkene 2] op een bankafschrift zag dat er een keer € 1.000,00 gepind was alsook wat kleinere bedragen, ging zij naar medeverdachte [medeverdachte 1] toe omdat er in Breda gepind was en [betrokkene 2] dat niet had gedaan, aangezien zij niet beschikte over bankpasjes. [medeverdachte 1] zei dat hij niet had gepind omdat hij de pasjes niet had. [voornaam verdachte] had volgens [betrokkene 2] bij de Kamer van Koophandel het woord gedaan. Zij stelde zich voor als [alias van verdachte] , accountant. Zij vertelde dat (het oprichten van) twee ondernemingen makkelijker was voor de belastingaangiften.

[betrokkene 2] heeft vaker aan [medeverdachte 1] gevraagd waarom zij het wachtwoord van telebankieren niet mocht hebben. [betrokkene 2] had op dat moment, in mei 2010, al haar twijfels. [medeverdachte 1] en [voornaam verdachte] vertelden haar telkens dat het allemaal goed was. Vanaf 15 september 2010 ontving [betrokkene 2] geen post meer voor de commanditaire vennootschappen. Zij ontving een brief van TNT-post waarin stond dat haar adres gewijzigd was in ‘ [postbus] ’. [betrokkene 2] weet niet wie die wijziging heeft doorgegeven. Zij was dat in ieder geval niet zelf.
In de periode van 1 mei 2010 tot en met 21 november 2010 heeft [betrokkene 2] niets gedaan in de ondernemingen [commanditaire vennootschap 4] C.V. en [commanditaire vennootschap 3] C.V. Er waren geen bedrijfsactiviteiten. De pinpassen en pincodes van bankrekeningen [bankrekeningnummer 2] en [bankrekeningnummer 3] heeft [betrokkene 2] aan [voornaam verdachte] afgegeven. [medeverdachte 1] vertelde [betrokkene 2] dat hij de bescheiden en wachtwoorden aan [voornaam verdachte] zou geven en dat [voornaam verdachte] de belastingaangiften via internet zou invullen. [betrokkene 2] heeft geen opdracht gegeven om de aangiften omzetbelasting over het tweede en derde kwartaal 2010 voor [commanditaire vennootschap 4] C.V. en voor [commanditaire vennootschap 3] C.V. in te vullen. De gegevens op deze aangiften omzetbelasting zijn niet met [betrokkene 2] doorgesproken. Er was geen inkomen uit de ondernemingen van [commanditaire vennootschap 4] C.V. en [commanditaire vennootschap 3] C.V., dus de aangiften omzetbelasting zijn in de visie van [betrokkene 2] niet juist ingevuld en ingediend.

De facturen zoals weergegeven in bijlagen D-025 tot en met D-030 van het dossier heeft [betrokkene 2] niet naar de Belastingdienst verzonden. [betrokkene 2] is niet bekend met de bedrijven [besloten vennootschap 3] B.V., [commanditaire vennootschap 8] en [besloten vennootschap 4] Groep. [betrokkene 2] weet zeker dat deze facturen niet echt zijn omdat [commanditaire vennootschap 3] C.V. niemand heeft ingehuurd.2

[betrokkene 3] heeft bij gelegenheid van haar verhoor door de politie het volgende verklaard. In de zomer van 2009 kwam zij in gesprek met medeverdachte [medeverdachte 1] . Hij vertelde haar dat zij gemakkelijk voor zichzelf kon beginnen. [medeverdachte 1] kende een vrouwelijke accountant die verstand had van papierwerk en dat voor [betrokkene 3] zou kunnen bijhouden. [medeverdachte 1] zou die vrouwelijke accountant voor [betrokkene 3] benaderen om haar te helpen en [medeverdachte 1] zou alle contacten met deze accountant voor [betrokkene 3] onderhouden. [medeverdachte 1] vertelde [betrokkene 3] dat die vrouwelijke accountant in [plaats] woonde. Toen [betrokkene 3] haar één keer ontmoette vertelde zij haar dat ze een dochter van 16 jaar had. [betrokkene 3] heeft de vrouwelijke accountant slechts één keer gezien en gesproken. Alle contacten met haar liepen via [medeverdachte 1] . Omstreeks september 2009 kwam [medeverdachte 1] bij [betrokkene 3] thuis. [medeverdachte 1] vertelde dat [betrokkene 3] met haar naar de Kamer van Koophandel te Breda moest gaan om een bedrijf in te schrijven. [betrokkene 3] is vervolgens samen met [medeverdachte 1] naar de Kamer van Koophandel gereden. Ook de vrouwelijke accountant was daar, maar zij was niet met [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] mee gereden. [betrokkene 3] is met de vrouwelijke accountant bij de Kamer van Koophandel naar binnen gegaan. [medeverdachte 1] bleef buiten wachten. De inschrijfformulieren had de vrouwelijke accountant bij zich, aldus [betrokkene 3] . [betrokkene 3] zelf heeft niets ingevuld. Zij moest alleen haar handtekening zetten bij de Kamer van Koophandel. Er zijn twee bedrijven ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het ene bedrijfje was voor de nagelstudio: [commanditaire vennootschap 6] . Deze naam had [betrokkene 3] zelf verzonnen en op voorhand doorgegeven aan [medeverdachte 1] . [betrokkene 3] wilde ook andere mensen opleiden en de vrouwelijke accountant adviseerde haar om daarvoor een apart bedrijfje op te richten. Dat is toen ook gedaan. De naam van dat bedrijfje is volgens [betrokkene 3] toen door de vrouwelijke accountant verzonnen: [commanditaire vennootschap 5] .

[betrokkene 3] heeft voorts verklaard dat zij op het inschrijvingsformulier als achternaam Nieuwenhuyzen zag staan, zonder ‘van’ ervoor, terwijl haar naam [betrokkene 3] is. [betrokkene 3] schrijft haar achternaam ook nooit met de letter ‘n’ erachter.

Nadat het bezoek aan de Kamer van Koophandel was afgerond, zijn [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] rechtstreeks naar de ING-bank in winkelcentrum de Hoge Vucht te Breda gegaan. De vrouwelijke accountant was daar niet bij. [medeverdachte 1] en de vrouwelijke accountant zeiden tegen [betrokkene 3] dat zij naar de bank moest om daar twee zakelijke rekeningen te openen. [betrokkene 3] is alleen bij de ING-bank naar binnen gegaan. [medeverdachte 1] zat in de auto op haar te wachten. Aldaar heeft [betrokkene 3] twee bankrekeningen geopend op naam van [commanditaire vennootschap 6] C.V. en [commanditaire vennootschap 5] C.V., waarna zij twee oranje bankmappen, wachtwoorden, inlogpapieren voor internetbankieren en twee bankpasjes kreeg. Dat alles zat in een envelop opgeborgen. [betrokkene 3] was alleen gemachtigd tot beide bankrekeningen. Alleen zij heeft bij de ING-bank een handtekening gezet en niet [medeverdachte 1] of de vrouwelijke accountant.

Buiten de bank stond [medeverdachte 1] in de auto op [betrokkene 3] te wachten. Hij vertelde [betrokkene 3] , toen zij thuis aan kwamen, dat zij de bankpasjes, inlogpapieren en wachtwoorden in de auto moest laten liggen. [medeverdachte 1] zou alles aan de accountant geven. [betrokkene 3] was het daar niet mee eens. [medeverdachte 1] kwam op dat moment volgens [betrokkene 3] heel bedreigend over. Hij pakte de envelop af en zei dat [betrokkene 3] die spullen niet mocht houden. [betrokkene 3] hoefde zelf niets te doen, want daar was de accountant voor volgens [medeverdachte 1] . [betrokkene 3] moest alle post voor [commanditaire vennootschap 6] C.V. en [commanditaire vennootschap 5] C.V. in een dichte envelop aan [medeverdachte 1] geven. [betrokkene 3] mocht zelf niets openen. [betrokkene 3] heeft wel eens een envelop geopend. Toen [medeverdachte 1] dat zag, was hij erg boos op [betrokkene 3] . [betrokkene 3] heeft een keer om het telefoonnummer van de vrouwelijke accountant gevraagd. [medeverdachte 1] gaf dat nummer niet, want als [betrokkene 3] iets van haar wilde, moest zij het via [medeverdachte 1] regelen. [betrokkene 3] heeft aan [medeverdachte 1] op enig moment gezegd dat zij ermee wilde stoppen. Dat was geen probleem en [medeverdachte 1] zou gelijk alles regelen. In november of december 2010 was [medeverdachte 1] opeens vertrokken. [betrokkene 3] kon hem ook telefonisch niet bereiken.
heeft nooit iets gedaan binnen de bedrijfjes. Zij heeft ook nooit iets gekocht op naam van de bedrijfjes en evenmin ooit klanten gehad. [betrokkene 3] heeft niets verdiend en niets uitgegeven.

[betrokkene 3] heeft eveneens nooit aangiften omzetbelasting van [commanditaire vennootschap 6] C.V. en [commanditaire vennootschap 5] C.V. gezien of ingevuld. Zij heeft wel eens dichte enveloppen van de Belastingdienst aan [medeverdachte 1] gegeven. De aangiften omzetbelasting over het derde en vierde kwartaal 2010 van [commanditaire vennootschap 6] C.V. en [commanditaire vennootschap 5] C.V. heeft [betrokkene 3] evenmin ingevuld of ingediend bij de Belastingdienst. Zij heeft tevens nimmer opdracht gegeven om deze aangiften omzetbelasting in te vullen en in te dienen. De gegevens in de aangiften omzetbelasting zijn volgens [betrokkene 3] niet juist.

Met betrekking tot de uitgaven en ontvangsten heeft [betrokkene 3] verklaard dat zij daar niets van weet. De namen [betrokkene 2] en [commanditaire vennootschap 7] heeft zij wel eens gezien op een bankafschrift, maar de uitgaven zijn niet door haar niet gedaan en zij weet ook niets van de ontvangsten. [betrokkene 3] heeft ook nooit geld opgenomen van de bankrekening.3

Bij de politie is eveneens [betrokkene 4] gehoord. Hij heeft toen verklaard dat hij vóór 2010 al wanhopig op zoek was naar werk. [medeverdachte 1] zei hem op enig moment dat hij werk had en daarvoor een kopie van zijn paspoort nodig had. Vervolgens belde [medeverdachte 1] naar [betrokkene 4] dat naar de Kamer van Koophandel moest worden gegaan. [betrokkene 4] , [medeverdachte 1] , de broer van [medeverdachte 1] en een blonde Nederlandse vrouw zijn toen naar de Kamer van Koophandel gereden. Hij heeft twee bedrijven ingeschreven. De blonde Nederlandse vrouw had de papieren al ingevuld en [betrokkene 4] hoefde alleen te tekenen. [betrokkene 4] heeft bij de ING-bank bankrekeningen geopend voor beide C.V.’s. De bankpasjes moest [betrokkene 4] , samen met de pincodes, de codes voor internetbankieren en de papieren van de Kamer van Koophandel, bij [medeverdachte 1] inleveren, hetgeen hij ook heeft gedaan. Hij heeft alles bij [medeverdachte 1] ingeleverd, maar nooit iets teruggekregen. [medeverdachte 1] zei dat de blonde mevrouw de bedrijven zou aanmelden bij de Belastingdienst. [medeverdachte 1] heeft hem in Breda op enig moment zijn wapen laten zien en hem gezegd dat hij niet met hem moest sollen.4

Ter zake van [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V. is [betrokkene 5] door de politie gehoord. Zij heeft verklaard dat die ondernemingen niet van haar zijn. Volgens [betrokkene 5] is alles begonnen met een vrouw, genaamd [voornaam verdachte] . [betrokkene 5] heeft [voornaam verdachte] ontmoet nadat zij via een kennis hoorde dat zij op een bepaalde manier wat kon bijverdienen. [betrokkene 5] heeft [voornaam verdachte] voor het eerst ontmoet bij de Kamer van Koophandel in Breda. Voordat [betrokkene 5] en [voornaam verdachte] bij de Kamer van Koophandel naar binnen gingen heeft [betrokkene 5] met [voornaam verdachte] buiten voor de deur gesproken. Toen heeft [voornaam verdachte] aan [betrokkene 5] uitgelegd dat zij administrateur of boekhouder was. [voornaam verdachte] vertelde [betrokkene 5] dat wanneer zij iets wilde bijverdienen zij haar naam en gegevens nodig had om twee bedrijven op te starten. [voornaam verdachte] had de namen van de betreffende bedrijven volgens [betrokkene 5] al bij zich, te weten [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V. [voornaam verdachte] heeft volgens [betrokkene 5] eerst de papieren van de Kamer van Koophandel buiten ingevuld en daarna zijn [voornaam verdachte] en [betrokkene 5] samen het gebouw van de Kamer van Koophandel binnen gegaan. [voornaam verdachte] had [betrokkene 5] van tevoren gezegd dat zij € 500,00 per maand of per twee weken zou krijgen als ze voornoemde ondernemingen op haar naam zou zetten. [betrokkene 5] heeft in totaal twee keer € 500,00 contant ontvangen.

Na het bezoek aan de Kamer van Koophandel zijn [betrokkene 5] en [voornaam verdachte] samen naar de ING-bank tegenover het NS-station in Tilburg gegaan. [voornaam verdachte] heeft aldaar het verhaal gedaan dat zij twee ondernemingen gingen starten. Er zijn volgens [betrokkene 5] toen twee zakelijke bankrekeningen geopend op naam van [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V. met de respectievelijke bankrekeningnummers [bankrekeningnummer 4] en [bankrekeningnummer 5] . [betrokkene 5] heeft bij de ING-bank de papieren ondertekend en van beide bankrekeningen een bankpas ontvangen. Deze bankpassen heeft [betrokkene 5] aan [voornaam verdachte] gegeven, omdat [voornaam verdachte] de overschrijvingen zou regelen. Later gaf [betrokkene 5] de pincodes aan [medeverdachte 1] . [betrokkene 5] heeft nooit in de bankafschriften van de C.V.’s gekeken. Zij heeft deze in een dichte envelop aan [medeverdachte 1] verstrekt.
[betrokkene 5] heeft in het begin alle papieren die zij van de Kamer van Koophandel had ontvangen, afgegeven aan [medeverdachte 1] , die deze papieren op zijn beurt zou afgeven aan [voornaam verdachte] . In het begin gaf [betrokkene 5] alle papieren die zij voor de commanditaire vennootschappen ontving via [medeverdachte 1] door aan [voornaam verdachte] . Na twee keer kreeg [betrokkene 5] geen geld meer en gaf zij ook geen post meer door aan [medeverdachte 1] . [betrokkene 5] wist dat [voornaam verdachte] en/of [medeverdachte 1] niet bezig waren met een hondensalon of hondenuitlaatservice.

De bankpassen, pincodes en wachtwoorden van de bankrekeningen heeft [betrokkene 5] op voorstel van [voornaam verdachte] aan haar overhandigd. [betrokkene 5] heeft nooit iets met beide bankrekeningen gedaan. Zij heeft nooit geld opgenomen of betaald van deze bankrekeningen en heeft nimmer op de bankafschriften van [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V. gekeken. [betrokkene 5] heeft nooit een onderneming aangemeld bij de Belastingdienst. Volgens haar zal [voornaam verdachte] dat gedaan hebben. [betrokkene 5] heeft geen formulier voor de Belastingdienst ingevuld. Het is niet haar handtekening op formulier D-090, aldus [betrokkene 5] . De handtekening wijkt ook af van de handtekening zoals [betrokkene 5] deze heeft gezet op de openingsformulieren bij de ING-bank. [betrokkene 5] heeft nooit werkzaamheden verricht die iets te maken zouden kunnen hebben met een hondensalon of een hondenuitlaatservice.

De aangifte omzetbelasting ten name van [commanditaire vennootschap 9] C.V. over 25 augustus 2010 tot en met 30 september 2010 (dossierpagina 614) heeft [betrokkene 5] naar eigen zeggen nog nooit gezien. Het is niet haar handtekening die onder deze aangifte staat. De ondertekening met D.N. [betrokkene 5] is volgens [betrokkene 5] onjuist, aangezien haar voorletters D.D. zijn. De onjuiste aangiften omzetbelasting zijn niet door [betrokkene 5] ingediend; zij heeft deze ook nooit gezien. Verder heeft [betrokkene 5] nooit enige bemoeienis gehad met betalingen van en naar de beide bankrekeningen van [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V. De namen van de betalingen aan de andere bedrijven zeggen [betrokkene 5] ook helemaal niets. Die geldbedragen zijn volgens haar ten onrechte van de Belastingdienst ontvangen. De hondensalon en de hondenuitlaatservice hebben wat [betrokkene 5] betreft nooit (feitelijk) bestaan. [betrokkene 5] heeft voorts opgemerkt dat [voornaam verdachte] via de bankpassen van beide commanditaire vennootschappen kon beschikken over de door de Belastingdienst uitbetaalde geldbedragen.5

Ook [medeverdachte 2] is door de politie gehoord. Hij heeft bij die gelegenheid verklaard dat hij [commanditaire vennootschap 11] C.V. zou opstarten voor bedrijven in de horeca die in nood zijn. Aan die intentie is nooit daadwerkelijk inhoud gegeven. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij deze onderneming zelf bij de Kamer van Koophandel heeft ingeschreven en dat hij zelf de bankrekening bij de ING-bank heeft geopend. Er was gekozen voor een commanditaire vennootschap omdat [verdachte] dit geadviseerd heeft. [verdachte] noemt zich volgens [medeverdachte 2] ook wel [alias van verdachte] .
Binnen [commanditaire vennootschap 11] C.V. heeft [medeverdachte 2] nooit werkzaamheden verricht en deze onderneming heeft nooit omzet gehad of inkopen gedaan. [medeverdachte 2] weet niets van enige aanmelding bij de Belastingdienst en heeft in dat verband ook geen inlogcode of wachtwoord van de Belastingdienst ontvangen. Als hem aangiften omzetbelasting worden getoond van [commanditaire vennootschap 11] C.V., herkent [medeverdachte 2] de gegevens uit die aangiften niet en weet hij niet wie die aangiften heeft gedaan. [medeverdachte 2] stelt niet eens van het bestaan van die aangiften af te weten, anders zou hij dat wel hebben gestopt. Als hem een bankafschrift van [commanditaire vennootschap 11] C.V. wordt getoond, kan [medeverdachte 2] zeggen dat dit de eerste keer is dat hij een bankafschrift van de betreffende rekening ziet. Nadat hem bankmutaties werden getoond, verklaarde [medeverdachte 2] dat hij nooit een cent van dat geld heeft opgenomen.6

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij gelegenheid van zijn verhoor door de FIOD op 1 februari 2012 verklaard dat ‘dit hele gebeuren’ hem geen geld heeft opgeleverd en dat hij de personen die hem in de verhoren zijn voorgehouden (het hof begrijpt, aan de hand van de verhoren van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 30 en 31 januari 2012: onder andere [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] en [betrokkene 5] ) heeft voorgesteld aan ‘de vrouw die hij gisteren in de gang van het cellencomplex heeft gezien’. Het hof stelt vast dat de verdachte vrijwel tegelijkertijd met de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (namelijk van 30 januari 2012 tot 1 februari 2012 te 14.30 uur). Medeverdachte [medeverdachte 1] kent deze vrouw als [alias van verdachte] . Zij had tegen de broer van [medeverdachte 1] verteld dat ze accountant was. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft naar eigen zeggen aldus een aantal mensen in contact gebracht met verdachte [verdachte] en hen haar voorgesteld als accountant, welke hoedanigheid zij [medeverdachte 1] leugenachtig heeft voorgehouden.7

B.2. Oprichting van de commanditaire vennootschappen, opening van bankrekeningen en de aangiften omzetbelasting

Het hof zal hierna de oprichting van de commanditaire vennootschappen [commanditaire vennootschap 3] C.V., [commanditaire vennootschap 4] C.V., [commanditaire vennootschap 5] C.V., [commanditaire vennootschap 6] C.V., [commanditaire vennootschap 7] C.V., [commanditaire vennootschap 8] C.V., [commanditaire vennootschap 9] C.V., [commanditaire vennootschap 10] C.V., [commanditaire vennootschap 11] C.V. en [commanditaire vennootschap 12] C.V. bespreken, alsook de opening van bankrekeningen ten name van die rechtspersonen, alsmede de op hun naam gedane onjuiste aangiften omzetbelasting, inclusief de uitbetaling van de teruggaven omzetbelasting.

B.2.1. [commanditaire vennootschap 3] C.V. en [commanditaire vennootschap 4] C.V.

Uit inschrijvingsgegevens uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel komt naar voren dat [commanditaire vennootschap 3] C.V. en [commanditaire vennootschap 4] C.V. op 1 mei 2010 zijn opgericht.8

Uit gegevens van de ING-bank blijkt dat op 20 april 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 3] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 2] en dat op diezelfde datum ten name van [commanditaire vennootschap 4] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 3] .9

Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 3] C.V. op 30 juni 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 1] .10 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 2] is naar voren gekomen dat op 12 augustus 2010 een bedrag van € 3.700,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting tweede kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.11

Uit gegevens van de Belastingdienst volgt dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 3] C.V. op 1 oktober 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 2] .12 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 2] is af te leiden dat op 2 november 2010 een bedrag van € 4.210,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting derde kwartaal 2010 naar voormelde rekening is overgemaakt.13

Uit gegevens van de Belastingdienst komt verder naar voren dat de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 4] C.V. op 30 juni 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 1] .14 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 3] volgt dat op 17 augustus 2010 een bedrag van € 4.280,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting tweede kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.15

Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 4] C.V. op 1 oktober 2010 is ingediend middels IP-adres [IP-adres 2] .16 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 2] , ten name van [commanditaire vennootschap 3] C.V., is naar voren gekomen dat op 6 december 2010 een bedrag van € 4.180,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting derde kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.17

B.2.2. [commanditaire vennootschap 5] C.V. en [commanditaire vennootschap 6] C.V.

In de inschrijvingsgegevens uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel is vermeld dat [commanditaire vennootschap 5] C.V. en [commanditaire vennootschap 6] C.V. op 21 augustus 2010 te Breda zijn opgericht.18

Uit gegevens van de ING-bank volgt dat op 27 augustus 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 5] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 6] en dat op diezelfde datum ten name van [commanditaire vennootschap 6] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 7] .19

Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 5] C.V. op 1 oktober 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 3] .20 Uit een naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 6] ingesteld onderzoek is naar voren gekomen dat op 26 oktober 2010 een bedrag van € 4.130,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting derde kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.21

Uit gegevens van de Belastingdienst volgt verder dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 6] C.V. op 1 oktober 2010 is ingediend middels IP-adres [IP-adres 3] .22 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 7] is gebleken dat op 26 oktober 2010 een bedrag van € 4.449,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting derde kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.23

B.2.3. [commanditaire vennootschap 7] C.V. en [commanditaire vennootschap 8] C.V.

Uit inschrijvingsgegevens uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel komt naar voren dat [commanditaire vennootschap 7] C.V. op 1 augustus 2010 is opgericht en dat [commanditaire vennootschap 8] C.V. op 21 april 2010 is opgericht.24

Uit gegevens van de ING-bank komt naar voren dat op 9 augustus 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 7] C.V. een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 8] en dat op 29 april 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 8] C.V. een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 9] .25 Uit onderzoek naar laatstgenoemd bankrekeningnummer is naar voren gekomen dat de Belastingdienst op deze bankrekening geen betalingen heeft verricht ten behoeve van omzetbelasting.26

Uit gegevens van de Belastingdienst volgt dat de fysieke aangifte omzetbelasting startende ondernemers ten name van [commanditaire vennootschap 7] C.V. op 19 oktober 2010 is ontvangen door de Belastingdienst. Daarbij is een bedrag van € 4.559,00 teruggevraagd.27 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 8] is naar voren gekomen dat op 18 januari 2011 een bedrag van € 4.559,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting vierde kwartaal naar deze rekening is overgemaakt.28

Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal van 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 8] C.V. met omzetbelastingnummer [omzetbelastingnummer 1] op 2 augustus 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 4] .29 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 8] ten name van [commanditaire vennootschap 7] C.V. is naar voren gekomen dat op 6 oktober 2010 een bedrag van € 4.440,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting tweede kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt, onder vermelding van omzetbelastingnummer [omzetbelastingnummer 1] .30

Uit gegevens van de Belastingdienst is verder af te leiden dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 8] C.V. met omzetbelastingnummer [omzetbelastingnummer 2] op 1 oktober 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 2] .31 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 8] ten name van [commanditaire vennootschap 7] C.V. is naar voren gekomen dat op 22 december 2010 een bedrag van € 4.290,00 behoeve van de teruggaaf omzetbelasting derde kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt, onder vermelding van omzetbelastingnummer [omzetbelastingnummer 2] .32

B.2.4. [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V.

Op 25 augustus 2010 zijn [commanditaire vennootschap 9] C.V. en [commanditaire vennootschap 10] C.V. opgericht, hetgeen volgt uit de inschrijvingsgegevens uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.33

Uit gegevens van de ING-bank komt naar voren dat op 27 augustus 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 9] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 10] en dat op diezelfde dag ten name van [commanditaire vennootschap 10] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 11] .34

Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt dat de fysieke aangifte omzetbelasting startende ondernemers ten name van [commanditaire vennootschap 9] C.V. met omzetbelastingnummer [omzetbelastingnummer 3] op 26 oktober 2010 is ontvangen door de Belastingdienst.35 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 11] ten name van [commanditaire vennootschap 10] C.V. is naar voren gekomen dat op 24 november 2010 een bedrag van € 4.407,00 is overgemaakt onder vermelding van het nummer [omzetbelastingnummer 3] .36

Uit gegevens van de Belastingdienst volgt dat de fysieke aangifte omzetbelasting startende ondernemers ten name van [commanditaire vennootschap 10] C.V. met omzetbelastingnummer [omzetbelastingnummer 4] op 26 oktober 2010 is ontvangen door de Belastingdienst.37 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 10] ten name van [commanditaire vennootschap 9] C.V. is naar voren gekomen dat op 24 november 2010 een bedrag van € 4.482,00 is overgemaakt onder vermelding van het nummer [omzetbelastingnummer 4] .38

B.2.5. [commanditaire vennootschap 11] C.V.

Uit inschrijvingsgegevens uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel komt naar voren dat [commanditaire vennootschap 11] C.V. op 2 maart 2009 is opgericht.39

Uit gegevens van de ING-bank volgt dat op 24 maart 2009 ten name van [commanditaire vennootschap 11] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 12] .40

Volgens gegevens van de Belastingdienst is de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 11] C.V. op 31 maart 2010 elektronisch is ingediend.41 Dat is geschied middels IP-adres [IP-adres 5] .42 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 12] is naar voren gekomen dat op 14 maart 2010 een bedrag van € 4.134,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting eerste kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.43

Uit gegevens van de Belastingdienst blijkt verder dat de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 11] C.V. op 30 juni 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 1] .44 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 12] is naar voren gekomen dat op 14 juli 2010 een bedrag van € 3.577,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting tweede kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.45

De Belastingdienst heeft tevens gerelateerd dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 11] C.V. op 1 oktober 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 3] .46 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 12] is naar voren gekomen dat op 13 oktober 2010 een bedrag van € 3.720,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting derde kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.47

Uit gegevens van de Belastingdienst ten aanzien van [commanditaire vennootschap 11] C.V. ten slotte dat de aangifte omzetbelasting over het vierde kwartaal 2010 ten name van die vennootschap op 3 januari 2011 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 6] .48 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 12] komt naar voren dat op 18 januari 2011 een bedrag van € 2.810,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting vierde kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.49

B.2.6. [commanditaire vennootschap 12] C.V.

[commanditaire vennootschap 12] C.V. is blijkens inschrijvingsgegevens uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel opgericht op 27 maart 2010.50

Uit gegevens van de ING-bank blijkt dat op 13 april 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 12] een bankrekening is geopend met rekeningnummer [bankrekeningnummer 13] .51

Uit gegevens van de Belastingdienst volgt dat de aangifte omzetbelasting over het tweede kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 12] C.V. op 1 juli 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 7] .52 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 13] is naar voren gekomen dat op 27 juli 2010 een bedrag van € 4.600,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting tweede kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.53

Uit het gerelateerde door de Belastingdienst leidt het hof verder af dat de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2010 ten name van [commanditaire vennootschap 12] C.V. op 1 oktober 2010 elektronisch is ingediend middels IP-adres [IP-adres 3] .54 Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 13] komt naar voren dat op 26 oktober 2010 een bedrag van € 4.482,00 ten behoeve van de teruggaaf omzetbelasting derde kwartaal 2010 naar deze rekening is overgemaakt.55

B.2.7. Totaalbedrag verleende teruggaven omzetbelasting

Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar voren gekomen dat de Belastingdienst enkele verzoeken om teruggave van omzetbelasting niet heeft verleend. Naar aanleiding van de op aangifte teruggevraagde omzetbelasting is door of namens de inspecteur der belastingen of de Belastingdienst in totaliteit een bedrag van € 70.450,00 uitgekeerd. Dat totaalbedrag heeft betrekking op de onjuiste aangiften omzetbelasting van ten name van [commanditaire vennootschap 3] C.V., [commanditaire vennootschap 4] C.V., [commanditaire vennootschap 5] C.V., [commanditaire vennootschap 6] C.V., [commanditaire vennootschap 7] C.V., [commanditaire vennootschap 8] C.V., [commanditaire vennootschap 9] C.V., [commanditaire vennootschap 10] C.V., [commanditaire vennootschap 11] C.V. en [commanditaire vennootschap 12] C.V.56

B.3 Geldstromen bankrekeningen

De FIOD heeft de geldstromen van de hiervoor genoemde bankrekeningen onderzocht, waarvan de bevindingen, voor zover te dezen van belang, hierna worden weergegeven:57

  • -

    door [commanditaire vennootschap 11] C.V. is € 12.187,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 12] C.V., € 1.060,00 van [commanditaire vennootschap 3] C.V.,
    € 8.432,00 van [commanditaire vennootschap 7] C.V., € 599,00 van [commanditaire vennootschap 6] C.V.,
    € 1.405,66 van [commanditaire vennootschap 9] C.V. en € 1.385,66 van [commanditaire vennootschap 10] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 12] C.V. is van [commanditaire vennootschap 11] C.V.
    € 12.187,00 ontvangen, € 1.250,00 van [commanditaire vennootschap 8] C.V. en € 11.404,00 van [commanditaire vennootschap 7] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 8] C.V. is € 1.250,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 12] C.V., € 1.160,66 ontvangen van [commanditaire vennootschap 9] C.V., € 2.540,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 4] C.V., € 1.000,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 6] C.V. en € 2.500,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 7] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 4] C.V. is € 2.540,00 overgemaakt aan [commanditaire vennootschap 8] C.V., € 2.050,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 9] C.V. en € 1.250,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 3] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 3] C.V. is € 1.060,00 overgemaakt aan [commanditaire vennootschap 11] C.V., € 1.250,00 overgemaakt aan [commanditaire vennootschap 4] C.V., € 620,00 overgemaakt aan [commanditaire vennootschap 5] C.V., € 882,60 overgemaakt aan [commanditaire vennootschap 6] C.V., € 1.066,50 overgemaakt aan [commanditaire vennootschap 7] C.V., € 115,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 9] C.V. en € 1.135,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 10] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 7] C.V. is € 11.404,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 12] C.V., € 2.135,66 ontvangen van [commanditaire vennootschap 10] C.V., € 1.066,50 ontvangen van [commanditaire vennootschap 3] C.V. en is € 850,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 5] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 6] C.V. is € 599,00 overgemaakt aan [commanditaire vennootschap 11] C.V., € 1.000,00 overgemaakt naar [commanditaire vennootschap 8] C.V. en
    € 882,60 ontvangen van [commanditaire vennootschap 3] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 5] C.V. is € 850,00 overgemaakt naar [commanditaire vennootschap 7] C.V. en is € 620,00 ontvangen van [commanditaire vennootschap 3] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 9] C.V. is € 2.050,00 overgemaakt naar [commanditaire vennootschap 4] C.V., is € 115,00 overgemaakt naar [commanditaire vennootschap 3] C.V. en is € 1.160,66 overgemaakt naar [commanditaire vennootschap 8] C.V.;

  • -

    door [commanditaire vennootschap 10] C.V. is € 1.135,00 overgemaakt naar [commanditaire vennootschap 3] C.V. en € 2.135,66 naar [commanditaire vennootschap 7] C.V.

B.4 Vakantiereizen

Er is voorts door de FIOD onderzoek verricht bij reisbureau [reisbureau 1] . Aan de hand van de gegevens in het boekingssysteem van dit reisbureau is vastgesteld dat op 20 oktober 2010 een reis is geboekt van Parijs naar Sint Maarten in de periode 25 oktober 2010 tot en met 4 november 2010, met als reiziger [verdachte] , voor een bedrag van € 4.082,98 en ten laste van [commanditaire vennootschap 7] C.V. Daarnaast is gebleken dat er een bijboeking van € 50,00 heeft plaatsgevonden om op 10 november 2010 terug te kunnen keren, onder vermelding van nummer Z39WQG. Op diezelfde 20 oktober 2010 is van de rekening van [commanditaire vennootschap 7] C.V. een bedrag van € 4.082,98 afgeschreven met de omschrijving ‘Cheaptickets Greentickets [reisbureau 1] ’. Op 5 november 2010 is er op de bankrekening van [commanditaire vennootschap 7] C.V. een bedrag van € 50,00 afgeschreven ten gunste van Cheaptickets onder vermelding van het reserveringsnummer Z49WQG. Uit onderzoek naar bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 8] ten name van [commanditaire vennootschap 7] C.V. is naar voren gekomen dat er in de periode van 2 november 2010 tot en met 9 november 2010 twaalf geldopnamen bij geldautomaten op Curaçao hebben plaatsgevonden, tot een totaalbedrag van € 2.858,03.58

Er is tevens door de FIOD een onderzoek ingesteld bij [reisbureau 2] . Uit gegevens uit de boekingsadministratie van dit reisbureau komt naar voren dat op 21 oktober 2010 op naam van [verdachte] en [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1] ) een vakantie op Curaçao is geboekt in de periode van 25 oktober 2010 tot en met 3 november 2010 voor een bedrag van € 2.149,00 met bevestigingsnummer 731387. Uit het rekeningoverzicht van [commanditaire vennootschap 7] C.V. blijkt dat op 22 oktober 2010 een bedrag van € 827,00 aan [reisbureau 2] is overgemaakt met vermelding van reserveringsnummer 731387.59

Ook het reisbureau [reisbureau 3] is door de FIOD benaderd in het kader van het onderhavige strafrechtelijke onderzoek. Uit de boekingsgegevens van dit reisbureau is naar voren gekomen dat op 23 november 2010 door [verdachte] een reis is geboekt van Parijs naar Sint Maarten in de periode van 3 december 2010 tot en met 13 december 2010 voor twee personen, te weten [verdachte] en [betrokkene 6] . Uit die gegevens blijkt verder dat er die dag een bedrag van € 1.587,30 contant is voldaan en twee maal € 1.000,00 is gepind. Uit het rekeningoverzicht van [commanditaire vennootschap 11] C.V. volgt dat er op 23 november 2010 twee afschrijvingen van € 1.000,00 zijn geweest ten gunste van [reisbureau 3] B.V. In het paspoort van verdachte [verdachte] zijn stempels van de autoriteiten van Sint Maarten aangetroffen waarvan één de datum 3 december 2010 en één de datum van 12 december 2010 vermeldt.60

B.5 IP-adressen

De FIOD beschikt over het programma EVAT, waarmee hij kan vaststellen op welke datum en tijdstip vanaf welk IP-adres door de betreffende belastingplichtige (met gebruikersnaam en wachtwoord) is ingelogd op de website van de Belastingdienst. Die gegevens in de onderhavige zaak zijn door de FIOD verzameld, waarna bij de betreffende providers is gevorderd om zo mogelijk bekend te maken aan wie dat IP-adres is toegekend.61 Daarbij is bevonden dat vanaf IP-adres [IP-adres 8] op 27 september 2010:

  • -

    om 15.46 uur het wachtwoord gewijzigd is van [commanditaire vennootschap 10] C.V.;

  • -

    om 15.48 uur het wachtwoord gewijzigd is van [commanditaire vennootschap 9] C.V.;

  • -

    om 15.53 uur het wachtwoord gewijzigd is van [commanditaire vennootschap 6] C.V.;

  • -

    om 16.45 uur foutief is ingelogd door [commanditaire vennootschap 5] C.V.;

  • -

    om 16.55 uur ingelogd is door [commanditaire vennootschap 3] C.V.;

  • -

    om 16.59 uur is ingelogd door [commanditaire vennootschap 11] C.V.

Provider [provider 1] heeft de FIOD laten weten dat de natuurlijke persoon die hoort bij IP-adres [IP-adres 8] [betrokkene 7] is, wonende [woonadres betrokkene 7] , welke gebruik maakt van het mailadres: [mailadres betrokkene 7] .62 Uit raadpleging van de basisregistratie personen komt naar voren dat op dit adres [betrokkene 7] woont, zijnde de zoon van [vader betrokkene 7] , die ook de vader is van verdachte [verdachte] .63 [betrokkene 7] heeft bij gelegenheid van zijn verhoor als getuige desgevraagd verklaard dat hij nooit met de commanditaire vennootschappen heeft ingelogd, maar dat zijn zus [verdachte] wel eens gebruik maakte van zijn computer. Zij vertelde hem niet waarom ze dat deed, maar hij had daar geen probleem mee.64

Uit de ambtsedige verklaring omzetbelasting van belastingambtenaar [belastingambtenaar] komt naar voren dat de aangifte door [commanditaire vennootschap 12] C.V. over het derde kwartaal van 2010 op 1 oktober 2010 is gedaan middels het IP-adres [IP-adres 3] .65 Bevraging van provider [provider 2] leidde tot de conclusie dat dit IP-adres behoort bij een dongel met inbeltelefoonnummer [telefoonnummer] .66 Het abonnement dat hoort bij dit telefoonnummer hoort van 15 september 2010 tot 3 mei 2011 toe aan [betrokkene 8] , [adres betrokkene 8] .67 Tussen [betrokkene 8] en verdachte [verdachte] is op 22 juli 2010 een huurovereenkomst gesloten, waarbij de verdachte vanaf 23 juli 2010 de woning aan de [adres betrokkene 8] van mevrouw [betrokkene 8] huurt.68 In het geautomatiseerd systeem van de Belastingdienst is vermeld dat [betrokkene 8] per 29 juli 2010 op Curaçao woont.69

B.6 Herkenning van de verdachte

Tijdens het contant opnemen van geld van bankrekening [bankrekeningnummer 12] ten name van [commanditaire vennootschap 11] C.V. zijn een aantal foto’s gemaakt.70 Onderaan die foto’s is 15 december 2011 als datum vermeld. Uit een rekeningoverzicht van [commanditaire vennootschap 11] C.V. van 3 januari 2011 is op te maken dat op 15 december 2011 om 15.18 uur € 250,00 is gepind.71 Verbalisanten van de FIOD hebben gerelateerd dat de persoon op de foto die contant geld aan het opnemen is, vermoedelijk de verdachte is en dat zij bij haar aanhouding een soortgelijke jas droeg als op de foto is te zien.72 Aan de hand van de foto op het paspoort van de verdachte73 neemt het hof, evenals de rechtbank, waar dat zowel het gezicht op de foto waarop de vrouwspersoon te zien is die contant geld opneemt gelijkenis vertoont met het gezicht op de foto van het paspoort van de verdachte, als dat de jas die verdachte [verdachte] ten tijde van haar aanhouding droeg, grote gelijkenis vertoont met de jas op de foto tijdens de pintransactie. Het hof stelt voorts op grond van de eigen waarneming ter terechtzitting in hoger beroep vast dat de verdachte blond haar heeft.

C.

Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 5] en [betrokkene 4] door medeverdachte [medeverdachte 1] in contact zijn gebracht met de verdachte, die zich in strijd met de waarheid voordeed als accountant. Deze personen zijn bewogen om een of meer van de in de bewezenverklaring genoemde commanditaire vennootschappen in te laten schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Vervolgens zijn er op instigatie van de verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte 1] voor elk van de opgerichte commanditaire vennootschappen bankrekeningen geopend bij de ING-bank. De bankpassen, inlogcodes, wachtwoorden en/of correspondentie van de bank en/of Belastingdienst zijn vervolgens, al dan niet via [medeverdachte 1] , afgegeven aan de verdachte. Op die wijze had de verdachte daar de algehele beschikking over.


Het hof merkt de rol van medeverdachte [medeverdachte 1] in dezen aan als die van medeplichtige, in die zin dat hij de verdachte voorafgaand aan de oplichting van de fiscus opzettelijk middelen of inlichtingen heeft verschaft en behulpzaam is geweest. De veronderstelling dat [medeverdachte 1] als pleger van de tenlastegelegde oplichting moet worden beschouwd, zoals door de raadsman bij pleidooi naar voren is gebracht, vindt geen steun in de hiervoor vastgestelde feiten. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat medeverdachte [medeverdachte 1] bij gelegenheid van zijn verhoor door de politie heeft verklaard over zijn faciliterende rol, inhoudende dat hij diverse personen in contact bracht met de verdachte, en dat die verklaring steun vindt in hetgeen [betrokkene 2] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] en [betrokkene 5] daaromtrent hebben verklaard. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om aan het waarheidsgehalte van die verklaringen te twijfelen.


Op naam van [commanditaire vennootschap 3] C.V., [commanditaire vennootschap 4] C.V., [commanditaire vennootschap 5] C.V., [commanditaire vennootschap 6] C.V., [commanditaire vennootschap 7] C.V., [commanditaire vennootschap 8] C.V., [commanditaire vennootschap 9] C.V., [commanditaire vennootschap 10] C.V., [commanditaire vennootschap 11] C.V. en [commanditaire vennootschap 12] C.V. zijn bij de Belastingdienst onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend, waarbij telkens een bedrag aan voorbelasting werd teruggevraagd. Op grond daarvan is de inspecteur der belastingen, althans de Belastingdienst, in de periode van maart 2010 tot en met januari 2011 overgegaan tot afgifte van girale geldbedragen tot een totaalbedrag van € 70.450,00 door overmaking op in de aangiften opgenomen bankrekeningen. De onjuistheid van de aangiften bestaat hierin dat ten onrechte voorbelasting werd teruggevraagd, aangezien de commanditaire vennootschappen geen ondernemer waren voor de omzetbelasting (aangezien zij geen enkele economische activiteit verrichtten) en aan de verzoeken om teruggave van voorbelasting geen (reële) inkoopfacturen ten grondslag lagen. Gezien de inhoud van de bewijsmiddelen, waaronder in het bijzonder de verklaringen van de ingeschreven vennoten [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 5] , moet de verdachte – die zoals hierna zal worden overwogen de zeggenschap had over voornoemde commanditaire vennootschappen – redelijkerwijs hebben geweten dat er binnen de commanditaire vennootschappen geen economische activiteiten werden ontplooid, waardoor er geen recht bestond op teruggave van omzetbelasting. Bijgevolg had de verdachte naar het oordeel van het hof eveneens minstgenomen moeten vermoeden dat aangiften omzetbelasting waarbij desondanks om teruggave van voorbelasting zou worden verzocht, onjuist zouden zijn.

De IP-adressen via welke elektronisch aangiften omzetbelasting ten name van de commanditaire vennootschappen zijn gedaan, dan wel gepoogd zijn te doen, zijn direct of indirect te herleiden naar de verdachte. Ook uit de verklaringen van [betrokkene 2] , [betrokkene 3] en [betrokkene 5] volgt dat de verdachte aangiften omzetbelasting zou doen of moet hebben gedaan. Voor het hof is op grond van de bewijsmiddelen, zeker in onderling verband en samenhang bezien, boven redelijke twijfel verheven dat de verdachte onjuiste aangiften op naam van de commanditaire vennootschappen aan de Belastingdienst heeft toegezonden, althans doen toekomen. Het hof acht die bewijsmiddelen dermate in de richting van de verdachte wijzen als zijnde de persoon die de aangiften omzetbelasting ten name van de commanditaire vennootschappen aan de Belastingdienst heeft toegezonden, althans dat heeft laten doen, dat het voorbijgaat aan de stelling van de verdediging dat door gebruikmaking van een verplaatsbare dongel mogelijk sprake is van een andere dader (meer bepaald medeverdachte [medeverdachte 1] ).

Het hof stelt vast dat de feitelijke gang van zaken ten aanzien van [commanditaire vennootschap 7] C.V., [commanditaire vennootschap 8] C.V. en [commanditaire vennootschap 12] C.V. (waarover door de formele vennoten geen verklaring is afgelegd) op essentiële punten overeenkomsten vertoont met de feitelijke gang van zaken met betrekking tot de overige in de bewezenverklaring genoemde commanditaire vennootschappen. Allereerst stelt het hof in dit verband vast dat tussen de verschillende commanditaire vennootschappen (die alle dezelfde rechtsvorm hebben) geldbedragen zijn overgemaakt, hetgeen duidt op onderlinge verbondenheid. Voorts dienden alle commanditaire vennootschappen negatieve aangiften omzetbelasting in, welke aangiften zijn gebaseerd op gefingeerde gegevens, nu de aangegeven omzet en inkopen niet steunen op bestaande facturen, hetgeen past bij de diverse verklaringen waaruit naar voren komt dat de commanditaire vennootschappen geen economische activiteiten hebben ontplooid. Ten aanzien van [commanditaire vennootschap 12] C.V. stelt het hof voorts vast dat elektronisch aangifte omzetbelasting is gedaan middels een IP-adres dat te herleiden is naar de verdachte.
De modus operandi – zoals eerder hiervoor weergegeven – is aldus telkens grotendeels identiek. Naar het oordeel van het hof kan het daarom niet anders zijn dan dat de verdachte ook de zeggenschap heeft gehad over [commanditaire vennootschap 7] C.V., [commanditaire vennootschap 8] C.V. en [commanditaire vennootschap 12] C.V. en de oplichting van de fiscus ook met behulp van deze commanditaire vennootschappen is geschied.

De betrokkenheid van de verdachte bij de commanditaire vennootschappen wordt naar het oordeel van het hof voorts bevestigd door het feit dat zij diverse reizen op haar naam, doch ten laste van enkele van de commanditaire vennootschappen boekt. Het feit dat uitgerekend tijdens de vakantie van de verdachte op Curaçao aldaar meerdere contante opnames plaatsvinden ten laste van [commanditaire vennootschap 7] C.V. ondersteunt naar het oordeel van het hof het overige bewijs dat zij de volledige zeggenschap had over die commanditaire vennootschap. Tevens is het naar het ’s hofs de verdachte geweest die contant geld heeft opgenomen van de bankrekening van [commanditaire vennootschap 11] C.V.


Het hof acht dit alles des te opmerkelijker aangezien de verdachte telkens geen enkele (formele) relatie had tot de commanditaire vennootschappen.

Ten slotte betrekt het hof in voormeld verband de omstandigheid dat de verdachte niets heeft gesteld tegenover de feiten en omstandigheden die duiden op haar betrokkenheid bij de tenlastegelegde oplichting.

Het hof is derhalve van oordeel dat het niet anders kan zijn dat het de verdachte is geweest die de tenlastegelegde oplichting van de Belastingdienst heeft gepleegd, waarbij zij zich een valse hoedanigheid heeft aangemeten en/of zich heeft bediend van een of meer listige kunstgrepen. De Belastingdienst is vervolgens overgegaan tot afgifte van geldbedragen tot in totaliteit € 70.450,00, welke bedragen vervolgens via contante opnamen en andere betalingen in ieder geval gedeeltelijk ter beschikking kwamen van de verdachte.

D.

Het hof verwerpt mitsdien de tot vrijspraak strekkende verweren van de verdediging in al hun onderdelen.

Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde van het in de zaak met parketnummer 04-990006-11 primair tenlastegelegde wordt als volgt gekwalificeerd:

oplichting, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij zich meermaals schuldig heeft gemaakt aan oplichting van de Belastingdienst. De verdachte heeft op een geraffineerde wijze commanditaire vennootschappen laten oprichten, veelal door misbruik te maken van niet ter zake deskundige en te goed van vertrouwen zijnde personen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft daarbij een faciliterende rol gespeeld, in die zin dat hij deze personen heeft bewogen de commanditaire vennootschappen te laten inschrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, zakelijke bankrekeningen te openen en bankpassen, inlogcodes en/of correspondentie af te geven, die al dan niet door medeverdachte [medeverdachte 1] werden doorgegeven aan de verdachte, terwijl zij telkens geen enkele (formele) relatie had tot de commanditaire vennootschappen. Daarmee kreeg de verdachte zeggenschap over vorenbedoelde gegevens van de bank en de fiscus, waardoor de verdachte in staat was om de Belastingdienst op te lichten. Dat heeft de verdachte vervolgens gedaan. Op naam van de commanditaire vennootschappen zijn immers verscheidene malen aangiften omzetbelasting gedaan waarbij werd verzocht om teruggave van omzetbelasting, terwijl de betreffende commanditaire vennootschappen in het geheel geen economische activiteiten ontplooiden en aldus geen ondernemer waren in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968. In werkelijkheid waren ook geen goederen en/of diensten aan de commanditaire vennootschappen geleverd. De Belastingdienst is aldus ter zake van de in de bewezenverklaring genoemde commanditaire vennootschappen op slinkse wijze bewogen tot afgifte van geldbedragen tot een totaalbedrag € 70.450,00. Daarmee is ’s Rijks schatkist ernstig getroffen in haar vermogensbelang.

Bij belastingheffing zijn in het algemeen gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken. Met de heffing van omzetbelasting wordt immers beoogd de Staat der Nederlanden en de Europese Unie geldmiddelen te verschaffen die voor hun instandhouding en taakvervulling noodzakelijk zijn. De verdachte heeft door haar handelwijze deze gemeenschapsbelangen geschonden. Dergelijk strafbaar gedrag leidt uiteindelijk ertoe dat bonafide belastingplichtigen meer belasting moeten betalen. Voorts is het voor een goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting essentieel dat kan worden uitgegaan van de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Het systeem van de omzetbelasting is immers mede gebaseerd op het vertrouwen dat een (rechts)persoon een juiste aangifte doet en dat de Belastingdienst op basis daarvan de verschuldigde omzetbelasting of teruggave daarvan vaststelt. Als belastingaangiften worden gedaan die niet stroken met de werkelijkheid, wordt het systeem van de heffing van omzetbelasting ondergraven. De verdachte heeft zich van dat alles geen rekenschap gegeven en heeft kennelijk uitsluitend gehandeld met het oog op persoonlijk financieel gewin.

Het hof rekent het de verdachte dan ook ernstig aan dat zij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard. Daarbij komt dat de verdachte, gezien het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, klaarblijkelijk niet is doordrongen van het kwalijke van haar gedrag.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 28 april 2021, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte, waaruit blijkt dat zij ten tijde van het bewezenverklaarde niet eerder in Nederland onherroepelijk voor strafbare feiten was veroordeeld.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat zij sinds enkele jaren woonachtig is in [land] , aldaar een interim-managementbureau heeft dat tevens voorziet in werving en selectie bij secretariële ondersteuning, dat zij zorgt voor haar dochter en te kampen heeft met diverse gezondheidsklachten, waaronder klachten als gevolg van de ziekte van Bechterew. In dat laatste verband zijn door de raadsman voorafgaand aan de terechtzitting diverse medische stukken aan het hof aangeboden, waarvan het hof kennis heeft genomen.

Het hof is van oordeel dat, ondanks de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, in het bijzonder gelet op de ernst van het bewezenverklaarde, de straffen die in soortgelijke gevallen door dit hof worden opgelegd en in verband met een juiste normhandhaving, niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Oplegging van een taakstraf, waartoe door de verdediging is verzocht, doet in het licht van het voorgaande naar ’s hofs oordeel onvoldoende recht aan de ernst van het bewezenverklaarde, zodat het hof daartoe niet zal overgaan.

Alles afwegende acht het hof in beginsel oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden. Daarbij heeft het hof tevens de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten, dienende als indicatie voor een gebruikelijk rechterlijk straftoemetingsbeleid ten aanzien van fraude, in aanmerking genomen.

Met oplegging van het voorwaardelijke strafdeel van één maand wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Aangezien uit het verhandelde ter terechtzitting van het hof naar voren is gekomen dat de verdachte thans een nieuwe onderneming drijft, is oplegging van het voorwaardelijke strafdeel met name ingegeven om recidive te doen voorkomen.

Het hof overweegt met betrekking tot het procesverloop in deze zaak nog het volgende.

Het hof stelt vast dat de verdachte voor het eerst op 30 januari 2012 door de FIOD als verdachte is gehoord. Nadat zij was gedagvaard voor de rechtbank en de zaak in eerste aanleg was behandeld, heeft de rechtbank op 24 mei 2016 vonnis gewezen. Vervolgens is namens de verdachte op 27 mei 2016 hoger beroep ingesteld. Het hof doet bij arrest van heden – 6 juli 2021 – einduitspraak. Het tijdsverloop tussen het aanvangsmoment van de ‘criminal charge’ als bedoeld in artikel 6 van het EVRM en het wijzen van vonnis door de rechtbank bedraagt derhalve 4 jaren en bijna 4 maanden. Het tijdsverloop tussen het instellen van hoger beroep en het wijzen van eindarrest bedraagt ruim 5 jaren.

Bij de beoordeling of de redelijke termijn is overschreden kunnen bijzondere omstandigheden een rol spelen, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of haar raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De onderhavige zaak is relatief complex van aard en het dossier is redelijk omvangrijk. Voorts zijn er in de fase van het hoger beroep door de verdediging verzoeken gedaan om getuigen te horen, waarna twee getuigenverzoeken zijn gehonoreerd. Het hof is van oordeel dat deze omstandigheden niet het gehele tijdsverloop, althans de overschrijding van de redelijke termijn, kunnen en mogen verklaren. Van andere bijzondere omstandigheden die nopen tot een andersluidend oordeel is het hof niet gebleken.

Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat telkens einduitspraak is, dan wel heden zal worden gedaan na het verstrijken van twee jaren. De totale procesduur van beide feitelijke instanties bedraagt eveneens meer dan 4 jaren. Daarmee is de redelijke termijn in eerste aanleg met 2 jaren en bijna 4 maanden en in hoger beroep met ruim drie jaren overschreden.

Het hof zal deze forse overschrijdingen van de redelijke termijn ten faveure van de verdachte verdisconteren in de straftoemeting, in die zin dat het hof het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf zal matigen met twee maanden.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die zij in voorarrest heeft doorgebracht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beschermde partiële vrijspraken van het primair tenlastegelegde, voor zover dat betrekking heeft op de commanditaire vennootschappen [commanditaire vennootschap 1] C.V. en [commanditaire vennootschap 2] C.V.;

verklaart het Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk in de strafvervolging van de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 2 tenlastegelegde, namelijk voor zover dat ziet op schuldwitwassen;


vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 03-993139-13 onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 04-990006-11 primair tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt haar daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. drs. P. Fortuin, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. A.C. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. lic. J.N. van Veen, griffier,

en op 6 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. drs. Fortuin voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het overzichtsproces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Roosendaal, op ambtseed opgemaakt door verbalisant [opsporingsambtenaar Belastingdienst/FIOD] , opsporingsambtenaar van de Belastingdienst/FIOD, dossiernummer 48588, gesloten d.d. 13 augustus 2012, inhoudende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van de Belastingdienst/FIOD met daarin gerelateerde bijlagen met doorgenummerde dossierpagina’s 1-1732.

2 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 2] d.d. 11 januari 2012, p. 1019-1035.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 12 januari 2012, p. 1036-1049.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 4] d.d. 11 januari 2012, p. 1050-1057.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 5] d.d. 11 januari 2012, p. 1058-1068.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 11 januari 2012, p. 1074-1085.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 958-959.

8 Inschrijvingsformulieren Kamer van Koophandel, p. 1351 en p. 1377-1380.

9 Bankgegevens ING-bank, p. 1210 en p. 1223.

10 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 636-637.

11 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 2] , p. 1217.

12 Gegevens Belastingdienst inzake ingediende aangifte omzetbelasting, p. 637.

13 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 2] , p. 1217.

14 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 627-628.

15 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 3] , p. 1216.

16 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 627-628.

17 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 2] , p. 1217.

18 Inschrijvingsformulieren Kamer van Koophandel, p. 1395-1398 en p. 1412-1415.

19 Bankgegevens ING-bank, p. 1226-1227 en p. 1224-1225.

20 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 670-671.

21 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 6] , p. 1219.

22 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 661-662.

23 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 7] , p. 1218.

24 Inschrijvingsformulieren Kamer van Koophandel, p. 1434-1437 en p. 1464-1467.

25 Bankgegevens ING-bank, p. 1244 en p. 1237.

26 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 9] , p. 1221.

27 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlagen, p. 687-689.

28 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 8] , p. 1220.

29 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 690-691.

30 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 8] , p. 1220.

31 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 690-691.

32 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 8] , p. 1220.

33 Inschrijvingsformulieren Kamer van Koophandel, p. 1499-1502 en p. 1513-1516.

34 Bankgegevens ING-bank, p. 1235-1236 en p. 1231-1232.

35 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 613-615.

36 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 11] , p. 1215.

37 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 624-626.

38 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 10] , p. 1214.

39 Inschrijvingsformulieren Kamer van Koophandel, p. 1499-1502 en p. 1535-1538.

40 Bankgegevens ING-bank, p. 1235-1236 en p. 1257.

41 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 595-596.

42 Overzicht verleende en niet verleende teruggaven omzetbelasting, p. 1207.

43 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 12] , p. 1213.

44 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 595-596.

45 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 12] , p. 1213.

46 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 595-596.

47 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 12] , p. 1213.

48 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 595-596.

49 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 12] , p. 1213.

50 Inschrijvingsformulier Kamer van Koophandel, p. 1555-1556.

51 Bankgegevens ING-bank, p. 1253-1254.

52 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 700-701.

53 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 13] , p. 1211.

54 Ambtsedige verklaring inzake ingediende aangifte omzetbelasting met bijlage, p. 700-701.

55 Overzicht bevindingen onderzoek naar verdichte bankrekening [bankrekeningnummer 13] , p. 1211.

56 Overzichten verleende en niet verleende teruggaven omzetbelasting, p. 1157 en 1207.

57 Zie in dit verband de ambtshandelingen 12 tot en met 24, p. 526-604, document 43 met een overzicht van de geldstromen, p. 1209, documenten 45 tot en met 55 inzake de onderzoeken naar verdichte bankrekeningen ten name van de commanditaire vennootschappen, p. 1211-1221 en het overzichtsproces-verbaal nummer 9, p. 353-355.

58 Proces-verbaal uitreiken vordering en inbeslagneming [reisbureau 1] met als onderliggende bijlagen uitdraaien uit het boekingssysteem, p. 763-764 en het proces-verbaal van ambtshandeling onderzoek geldstromen [commanditaire vennootschap 7] C.V., p. 567-574.

59 Proces-verbaal inzake uitreiking vordering [reisbureau 2] met als onderliggende bijlagen verstrekte kopieën uit de boekingsadministratie, p. 845-846 en p. 1618-1624 en het proces-verbaal van ambtshandeling onderzoek geldstromen [commanditaire vennootschap 7] C.V., p. 567-574.

60 Proces-verbaal inzake uitreiking vordering [reisbureau 3] met als onderliggende bijlagen uitgeleverde gegevens uit de boekingsadministratie, p. 852-854 en p. 1625-1630, proces-verbaal van ambtshandeling onderzoek geldstromen [commanditaire vennootschap 11] C.V., p. 526-533 en een kopie van het paspoort van de verdachte, p. 1655-1659.

61 Proces-verbaal opvragen gegevens providers, p. 404-409.

62 E-mailbericht van [provider 1] aan de politiële autoriteiten (ULI Driebergen c.q. FIOD), p. 451.

63 Gegevens uit de basisregistratie personen, p. 1202-1204.

64 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 7] , p. 1112-1114.

65 Ambtsedige verklaring omzetbelasting met bijlage, p. 700-701.

66 Bericht van KPN aan de politiële autoriteiten (ULI Driebergen c.q. FIOD), p. 427.

67 Proces-verbaal ontvangen info [provider 2] B.V., p. 483-484.

68 Schriftelijke huurovereenkomst, p. 1592-1598.

69 Overzicht raadpleging systeem Belastingdienst, p 1677.

70 Overzichtsproces-verbaal 7, p. 312 in combinatie met de foto’s op p. 1653-1654.

71 Bankafschrift van de bij ING-bank aangehouden bankrekening van [commanditaire vennootschap 11] C.V., p. 1651.

72 Overzichtsproces-verbaal 7, p. 312 in combinatie met de foto van de jas op p. 1668.

73 Kopie van het paspoort van de verdachte, p. 1655-1659.