Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:1875

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-06-2021
Datum publicatie
22-11-2021
Zaaknummer
20-003074-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Schadevergoedingsuitspraak
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-003074-19

Uitspraak : 3 juni 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 4 oktober 2019, in de strafzaak met parketnummer 01-011127-19 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984 ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal bevestigen, met aanvulling van een beslissing omtrent het beslag en zal bepalen dat de inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de rechthebbende.

De verdediging heeft bepleit dat de verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken en dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 9 juni 2018 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een (diepe) snijwond in het gelaat/gezicht met als gevolg een blijvend (ontsierend) litteken, heeft toegebracht door die [slachtoffer] met een (bier)glas in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, te slaan/gooien;

subsidiair
hij op of omstreeks 9 juni 2018 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] met een (bier)glas in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, heeft geslagen/gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

hij op of omstreeks 9 juni 2018 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met een (bier)glas in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd, te slaan/gooien, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een (diepe) snijwond met als gevolg een (ontsierend) litteken in het gelaat/gezicht, ten gevolge heeft gehad.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 juni 2018 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een (diepe) snijwond in het gelaat/gezicht met als gevolg een blijvend (ontsierend) litteken, heeft toegebracht door die [slachtoffer] met een (bier)glas in het gezicht te slaan.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn oordeel op onderstaande bewijsmiddelen en (bewijs)overwegingen, in onderling verband en samenhang bezien.

Bewijsmiddelen 1

1. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt d.d. 9 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [slachtoffer] , p. 11-13:

Plaats delict: [adres cafe] , Sint-Oedenrode, binnen de gemeente Meierijstad (in cafe [cafe] )

Pleegdatum/tijd: 9 juni 2018 om 01:44 uur

Ik ben afgelopen nacht mishandeld door een persoon die mij met een glas sloeg. Op 8 juni 2018 omstreeks 23.30 uur kwamen ik met mijn vrienden aan bij cafe [cafe] , dat is gelegen aan de [adres cafe] te St-Oedenrode. Op 9 juni omstreeks 00.30 uur die avond was het café nagenoeg helemaal vol met personen.

Ik zag dat problemen ontstonden tussen vrienden van mij en enkele andere jongens. Ik ben toen naar die groep gelopen en heb een jongen met een roze T-shirt aangesproken wat er aan de hand was. Ik werd eigenlijk meteen door die jongen bij mijn T-shirt gepakt. In een reactie pakte ik die jongen ook vast bij zijn T-shirt. Ongeveer 5 seconden later voelde ik een klap aan de rechterzijde van mijn gezicht. Ik voelde aan mijn gezicht en ik zag dat mijn rechterhand helemaal onder het bloed zat. Direct hierop werd ik door mijn vrienden mee naar buiten genomen. Mijn vrienden hebben hierop mijn vader en 112 gebeld.

Ik heb buiten nog gezien dat verschillende jongens tegen een jongen aan de gang waren

die een groen T-shirt aan had. Ik zag dat die jongen een zwart petje op had.

Ik werd korte tijd later naar het ziekenhuis gebracht in Eindhoven. In de ziekenwagen ben ik behandeld door de ambulancebroeders. In het ziekenhuis zijn tussen de 25 en 30 hechtingen gezet in mijn gezicht. Met name rechts langs mijn neus, mijn rechteroor en wat andere plekken op mijn voorhoofd. Ik heb verschillende spuiten gehad om de pijn te verzachten.

De arts die mij behandeld heeft wil mij a.s. vrijdag weer zien voor controle. Ik zal er waarschijnlijk littekens aan overhouden. Ik kan de komende weken niet werken.

2. Het proces-verbaal van verhoor aangever, opgemaakt d.d. 20 oktober 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [slachtoffer] , p. 19-20:

In juni van dit jaar werd door een jongen een glas in mijn gezicht geduwd waardoor ik ernstig letsel heb opgelopen in mijn gezicht. Ik ben met deze mishandeling tot op de dag van vandaag bezig. Ik ben voor het leven getekend. Ik heb een litteken hieraan overgehouden dat volgens de arts nooit meer weg zal gaan. Dit litteken loopt vanaf mijn rechterwang tot aan mijn neus.

Direct na het incident ben ik in Eindhoven in het ziekenhuis geopereerd van drie uur 's nachts tot half zeven in de ochtend. Ze hebben daarvoor een plastisch chirurg uit bed gebeld. Mijn wonden werden gehecht met dertig hechtingen. Ik heb na het incident drie hele weken niet kunnen werken. Ik heb toen niets kunnen doen. Ik ben diverse malen terug

gemoeten naar de arts, onder meer voor het verwijderen van mijn hechtingen. Daarna kon

ik weer gaan werken en heb toen anderhalve week halve dagen gewerkt. Dat ging heel

moeizaam. Steeds als ik moest bukken leverde dat druk op en pijn. Ik heb zo'n vijf weken last gehad van hevige pijnscheuten in mijn gezicht. Ik ben pas vanaf net voor de bouwvak vakantie weer fulltime kunnen gaan werken. Ook vanaf toen bleef ik last houden van de wond. Er heeft lang een trekkend gevoel gebleven wat bewegingen bemoeilijkt.

Ik ben er nog niet klaar mee. Ik moet over een jaar door de chirurg opnieuw worden behandeld.

3. Aanvraagformulier medische informatie, opgemaakt d.d. 20 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende, p. 94:

Catharina ziekenhuis te Eindhoven

Verzoek om medische informatie over: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , wonende te [woonplaats slachtoffer] die op 9 juni 2018 betrokken is bij een vechtpartij.

Betreft: : [slachtoffer]

Datum onderzoek: 9 juni 2018

Omschrijving van het letsel

Uitwendig waargenomen letsel: Het betrof een snijverwonding aan hoofdzakelijk de rechterzijde van het gelaat. (1. Neus-wang 2. Bovenzijde neus 3. Oorschelp.) De grootste snee, namelijk die over de neus-wang, liep tot op de aangezichtsmusculatuur.

Eindhoven, 20 juni 2018, [naam] , arts.

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 9 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [getuige 1] , p. 38-39:

Op 8 juni 2018 omstreeks 23.45 uur was ik samen met vrienden op stap bij café [cafe] aan [adres cafe] te Sint-Oedenrode, waaronder [slachtoffer] (het hof begrijpt: aangever [slachtoffer] ). Omstreeks 01.40 uur stootte een jongen met een roze shirt een glas bier uit mijn hand. Ik tikte hem aan en vroeg hem rustig aan te doen. Ik zag en voelde dat hij me met beide handen tegen mijn bovenlijf tegen de deur aan duwde. Ik zag meteen dat er enkele vrienden tussen ons in kwamen staan. Ik zag dat er over en weer wat geduwd werd. Ik zag dat er een jongen met een groen shirt en een zwart petje op bij de bar stond. Ik zag dat hij het dichtst bij [slachtoffer] stond. Ik zag dat hij tegenover [slachtoffer] stond. Ik zag dat die jongen met het groene shirt ook aan het duwen was. Ik draaide me weg en keek in de richting van de jongen

met het roze shirt en zag dat hij nog steeds tegen gehouden werd door andere bezoekers. Toen ik weer in de richting van [slachtoffer] keek zag ik dat hij met zijn handen aan zijn gezicht stond en dat hij hevig bloedde. Het bloed stroomde uit zijn gezicht. Ik heb niet gezien wie hem daadwerkelijke gestoken of geslagen had, maar aan de houding van de jongen met het groene shirt en de positie zoals hij stond ten opzichte van [slachtoffer] kon het alleen hij zijn geweest die de verwondingen bij [slachtoffer] had aangebracht. Ik ben met [slachtoffer] en de andere vrienden naar buiten gegaan. Ik was de melder die 112 belde en de ambulancedienst aan de lijn had.

5. Het proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 9 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [getuige 2] , p. 48-49:

Ik was op 9 juni 2018 samen met wat vrienden in cafe [cafe] in Sint-Oedenrode. Ik was daar samen met onder meer [slachtoffer] . Ik zag rond 01.30 uur, dat er rechts van mij een opstootje was tussen mijn vrienden en een paar andere jongens. Ik zag dat er over en weer wat geduwd werd. Ik zag vervolgens dat er een jongen bij kwam staan. Ik zag dat hij [slachtoffer] toen een duw gaf. Ik zag vervolgens dat hij aanhaalde met zijn rechterarm en dat hij vervolgens [slachtoffer] op zijn gezicht sloeg. Op het moment dat hij aanhaalde zag ik nog niet dat hij iets in zijn hand vast had. Pas toen hij [slachtoffer] op zijn gezicht raakte, zag ik dat hij een bierglas in zijn hand vast had. Ik zag dat dit bierglas kapot ging doordat hij [slachtoffer] hiermee sloeg. Ik zag dat hij [slachtoffer] op zijn rechter wang raakte, ongeveer ter hoogte van zijn jukbeen. De jongen die [slachtoffer] sloeg met het glas kan ik als volgt omschrijven:

- man

- 25-30 jaar

- blank

- iets wat forser postuur

- kaal

- groen T-shirt

- petje op.

Ik zag dat [slachtoffer] zijn gezicht erg hevig begon te bloeden door de klap met het glas. Wij zijn toen met heel onze vriendengroep naar buiten gegaan om [slachtoffer] te helpen. Vervolgens kwamen de politie en ambulance erbij.

6. Het proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt d.d. 12 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende de navolgende verklaring van [getuige 3] , p. 50-51:

Op 8 juni 2018 was ik met ongeveer 6 à 7 vrienden op stap in Sint-Oedenrode. De anderen gingen na één pilsje naar café [cafe] . [getuige 2] (het hof begrijpt: [getuige 2] ) en ik gingen rond 01:00 uur, het was inmiddels dus 9 juni 2018, ook naar café [cafe] .

In [cafe] zag ik dat er een soort ruzie was tussen [slachtoffer] (het hof begrijpt: aangever [slachtoffer] ) en een jongen. Ik zag dat die jongen [slachtoffer] vastpakte bij zijn shirt. Toen zag ik dat [slachtoffer] met een glas in zijn gezicht werd geslagen. Ik ben toen met [slachtoffer] en een paar andere vrienden naar buiten gegaan. Daar hebben we op de ambulance en de politie gewacht.

[slachtoffer] is met dat glas in zijn gezicht geslagen door een blanke jongen met een groen T-shirt en een zwart pet op. Hij was iets ouder dan wij, 24 of 25 jaar denk ik.

Ik denk dat ik er een meter of twee vandaan stond. [getuige 2] stond bij [slachtoffer] en verder stond er niemand tussen [slachtoffer] en mij.

7. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van de politierechter te

’s-Hertogenbosch d.d. 4 oktober 2019:

Het klopt dat ik van 8 op 9 juni 2018 in café [cafe] aan de [adres cafe] te Sint-Oedenrode was. Ik droeg op dat moment een mintgroen T-shirt en een zwarte pet.

8. De kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt d.d. 10 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven – inhoudende, los opgenomen in het dossier:

Rapporteurs:

[verbalisant 1] , brigadier van politie Eenheid Oost-Brabant

[verbalisant 2] , hoofdagent van politie Eenheid Oost-Brabant

Inbeslagneming

Datum: 9 juni 2018 te 06.14 uur

Omstandigheden: droeg verdachte tijdens het feit en is mogelijk voorzien van bloedsporen.

Beslagene

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Woonplaats: [woonplaats verdachte]

Goednummer: PL2100-2018111847-1362784

Object: Kleding (Shirt)

Kleur: Groen

9. Het proces-verbaal waarnemer afname celmateriaal, opgemaakt d.d. 20 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] , p. 106:

In mijn aanwezigheid werd op 20 juni 2018 door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4] op de locatie [adres politiebueau] te ’s-Hertogenbosch met zijn schriftelijke toestemming bij

Achternaam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboren: [geboortedatum]

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

wangslijmvlies afgenomen. Het afgenomen celmateriaal is door mij, [verbalisant 3] in beslag genomen. Het celmateriaal is op de voorgeschreven wijze verpakt en voorzien van een identiteitszegel. Op dit identiteitszegel is de naam en geboortedatum van de donor aangebracht. Een identiek identiteitszegel is op dit proces-verbaal aangebracht. De verpakking werd door mij, [verbalisant 3] , verzegeld. Het celmateriaal wordt zo spoedig mogelijk overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag.

RABT5573NL

Voornaam: [verdachte]

Achternaam: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]

10. Het proces-verbaal waarnemer afname celmateriaal, opgemaakt d.d. 20 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 3] , p. 121:

In mijn aanwezigheid werd op 20 juni 2018 door de opsporingsambtenaar [verbalisant 4] op de locatie Vogelstraat 41, te ’s-Hertogenbosch met zijn schriftelijke toestemming bij

Achternaam: [slachtoffer]

Voornamen: [slachtoffer]

Geboren: [geboortedatum slachtoffer]

Geboorteplaats: [geboorteplaats slachtoffer]

wangslijmvlies afgenomen. Het afgenomen celmateriaal is door mij, [verbalisant 3] , in beslag genomen. Het celmateriaal is op de voorgeschreven wijze verpakt en voorzien van een identiteitszegel. Op dit identiteitszegel is de naam en geboortedatum van de donor aangebracht. Een identiek identiteitszegel is op dit proces-verbaal aangebracht.

De verpakking werd door mij, [verbalisant 3] , verzegeld. Het celmateriaal wordt zo spoedig mogelijk overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag.

RABT5559NL

Voornaam: [slachtoffer]

Achternaam: [slachtoffer]

Geboortdatum: [geboortedatum slachtoffer]

11. Het proces-verbaal sporenonderzoek T-shirt, opgemaakt d.d. 16 november 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] , p. 95-96:

Op 10 juni 2018 ontving ik uit handen van collega [verbalisant 2] een groenkleurig T-shirt. Mij werd verzocht dit T-shirt te onderzoeken op mogelijke aanwezigheid van bloed en deze veilig te stellen voor nader onderzoek.

Verdachte

Naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Woonplaats: [woonplaats verdachte]

Ik zag aan de voor- en achterzijde van dit T-shirt donkere verkleuringen. Door mij is een

selectie gemaakt van deze verkleuringen en zijn vervolgens met behulp van een wattenstaafje separaat bemonsterd.

- Voorpand T-shirt onderaan de zoom [AAEY5123].

- Voorpand T-shirt, 25 cm vanaf zoom onderzijde en 12 cm vanaf naad aan de rechterzijde [AAJI1513NL].

- Voorpand T-shirt, 35 cm vanaf de zoom onderzijde en 3 cm vanaf de naad aan de rechterzijde [AAJI1500NL].

- Achterpand T-shirt, 18 cm vanaf onderzijde zoom en 7 cm vanaf de naad aan de linkerzijde [AAHO0710NL].

De volgende sporen/stukken van overtuiging werden in het belang van de bewijsvoering

en/of nader onderzoek veiliggesteld:

Biologische sporen

Spoornummer: PL2100-2018111847-66525

SIN: AAEY5123NL

Spooromschrijving: Bloed

Spoornummer: PL2100-2018111847-66526

SIN: AJI1513NL

Spooromschrijving: Bloed

Spoornummer: PL2100-2018111847-66527

SIN: AAJI1500NL

Spooromschrijving: Bloed

Spoornummer: PL2100-2018111847-66528

SIN: AAH00710NL

Spooromschrijving: Bloed

12. Het herziene NFI-rapport “DNA-onderzoek naar aanleiding van een mishandeling in Sint-Oedenrode op 9 juni 2018”, opgemaakt d.d. 19 november 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende als onderzoeksbevindingen van rapporteur [naam] , BASc, los opgenomen in het dossier:

Zaaknummer: 2018.07.16.112 (aanvragen 001, 002 en 003)

Kenmerken aanvrager: PL2100-2018111847,-35 en -36

Parketnummers: 01/810094-18 (verdachte [verdachte] )

Vraagstelling

Politie Eenheid Oost-Brabant heeft verzocht de vier door hen aangeleverde bemonsteringen

en het referentiemateriaal van het slachtoffer [slachtoffer] en van de verdachte [verdachte] te onderwerpen aan een DNA-onderzoek en de DNA-profielen met elkaar te vergelijken. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen van wie het DNA in de bemonsteringen afkomstig kan zijn.

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

AAEY5123NL#01: een bemonstering (zoomrand onderaan t shirt)

AAH00710NL#01: een bemonstering (18 cm vanaf onderzoom 7 cm vanaf naad li zijde achterpand)

AAJI1500NL#01: een bemonstering (35 cm vanaf onderzoom 3 cm vanaf naad rechterzijde)

AAJI1513NL#01: een bemonstering (25 cm vanaf onderzoom 12 cm vanaf naad rechterzijde voorpand)

RABT5559NL: een referentiemonster wangslijmvlies van het slachtoffer [slachtoffer]

(geboren op [geboortedatum slachtoffer] )

RABT5573NL: een referentie monster wangslijmvlies van de verdachte [verdachte]

(geboren op [geboortedatum] )

Resultaten, interpretatie en conclusie:

Van het referentiemateriaal van het slachtoffer [slachtoffer] en de verdachte [verdachte] zijn DNA-profielen verkregen. Deze DNA-profielen zijn vergeleken met de DNA-profielen van de bemonsteringen.

Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie vergelijkend DNA-onderzoek

SIN omschrijving: AAEY5123NL#01 (zoomrand onderaan shirt)

Beschrijving DNA-profiel: DNA-profiel van een man

DNA kan afkomstig zijn van: slachtoffer [slachtoffer]

Matchkans DNA-profiel: kleiner dan 1 op 1 miljard

SIN omschrijving: AAH00710NL#01 (18 cm vanaf onderzoom 7 cm vanaf naad li zijde

achterpand)

Beschrijving DNA-profiel: DNA-profiel van een man

DNA kan afkomstig zijn van: slachtoffer [slachtoffer]

Matchkans DNA-profiel: kleiner dan 1 op 1 miljard

SIN omschrijving: AAJI1500NL#01(35 cm vanaf onderzoom 3 cm vanaf naad rechterzijde)

Beschrijving DNA-profiel: DNA-mengprofiel van minimaal twee personen - afgeleid DNA-hoofdprofiel

DNA kan afkomstig zijn van: slachtoffer [slachtoffer]

Matchkans DNA-profiel: kleiner dan 1 op 1 miljard

SIN omschrijving: AAJI1513NL#01: een bemonstering (25 cm vanaf onderzoom 12 cm vanaf naad rechterzijde voorpand)

Beschrijving DNA-profiel: DNA-mengprofiel van minimaal drie personen - afgeleid DNA-hoofdprofiel

DNA kan afkomstig zijn van: slachtoffer [slachtoffer]

Matchkans DNA-profiel: kleiner dan 1 op 1 miljard

Bewijsoverwegingen

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat hij zal worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs. Daartoe is aangevoerd dat de verdachte met klem ontkent dat hij degene is die aangever [slachtoffer] letsel heeft toegebracht door een glas tegen diens hoofd te slaan of te gooien. De verdachte heeft juist het opstootje dat op 9 juni 2018 was ontstaan in café [cafe] willen sussen. Alhoewel de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] belastend voor de verdachte verklaren, zijn er ook getuigen die iets anders hebben gezien. Uit de verklaringen van [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] blijkt juist dat de verdachte niet degene is die het letsel heeft veroorzaakt, aldus de raadsman. De vrienden van de verdachte hebben het gebeuren achteraf rustig met elkaar doorgesproken, zodat sprake kan zijn van onderlinge beïnvloeding. Daarnaast was het druk in het café, hadden de getuigen alcohol genuttigd en knipperde het licht. Dit doet af aan de betrouwbaarheid van hun verklaringen. De precieze toedracht leidende tot het letsel van aangever is niet vast komen te staan. Het is niet eens duidelijk of met een glas is gegooid of geslagen. Dat bij onderzoek is gebleken dat op het shirt van de verdachte bloedsporen van de aangever zijn aangetroffen, betekent geenszins dat hij de veroorzaker van het letsel is. Het bloed kan ook op andere wijze op het shirt van de verdachte terecht zijn gekomen.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van de hierboven vermelde bewijsmiddelen, zoals die ter gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde zijn gekomen, stelt het hof vast dat op 9 juni 2018 aan aangever [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Doordat hij in het gezicht is geraakt met een glas, is op de rechterzijde van zijn gelaat een groot litteken ontstaan, dat loopt vanaf de neus, over de wang in de richting van het rechteroor. De aangever is geopereerd door een plastisch chirurg, er zijn 30 hechtingen aangebracht en hij is gedurende enige tijd arbeidsongeschikt geweest. Evenals de rechtbank, is het hof van oordeel dat het aan het slachtoffer toegebrachte letsel, gelet op de aard en de gevolgen daarvan zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht moet worden aangemerkt.

Ten aanzien van het daderschap van de verdachte overweegt het hof als volgt.

Het hof acht de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] betrouwbaar en bezigt deze tot het bewijs. Beide getuigen stonden volgens de getuige [getuige 3] vlak bij [slachtoffer] toen hij in zijn gezicht werd geraakt door het glas.

Beide getuigen verklaren in eigen bewoordingen over hetgeen zij hebben waargenomen. Het hof is niet gebleken dat de getuigen hun verklaringen bewust dan wel onbewust op elkaar hebben afgestemd of dat anderszins sprake is geweest van een beïnvloeding die hun verklaringen onbetrouwbaar maakt. Andere getuigen uit dezelfde vriendengroep hebben eveneens in eigen woorden verklaard wat ze wel en niet hebben waargenomen. Van onderlinge afstemming is niet gebleken. De omstandigheid dat de getuigen onder invloed van alcohol verkeerden maakt niet dat hun verklaringen niet gebezigd kunnen worden tot het bewijs. Verder is het hof niet gebleken dat de getuigen door de belichting in het café niet goed hebben kunnen zien wat er gebeurde.

De verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] staan niet op zichzelf, maar worden ondersteund door ander bewijs, waaronder de verklaring van de getuige [getuige 1] . Deze getuige keek weliswaar op het moment dat aangever in zijn gezicht werd geraakt net de andere kant op, zo blijkt uit zijn verklaring, maar hij verklaart dat gelet op de houding van de jongen met het groene shirt - te weten de verdachte - en de positie waarin die stond ten opzichte van de aangever alleen hij de verwondingen bij aangever kan hebben aangebracht. Voorts wijzen ook de bloedsporen van de aangever, die op het shirt van de verdachte zijn aangetroffen, in zijn richting. Het gaat niet om een minuscuul spatje bloed. Op meerdere plekken op het shirt van de verdachte is een bloedspoor aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van de aangever. Daarentegen blijkt uit de stukken in het dossier dat op de kleding van de medeverdachte [medeverdachte] , de persoon met het roze shirt, geen bloedsporen van de aangever zijn aangetroffen.

De verklaringen van de getuigen [getuige 4] en [getuige 6] brengen het hof niet tot een ander oordeel. [getuige 4] heeft verklaard dat hij niet goed zag wie het heeft gedaan. Ook [getuige 5] heeft naar eigen zeggen niet gezien wie het letsel heeft veroorzaakt. Getuige [getuige 6] is de enige getuige die heeft verklaard dat de jongen in het roze shirt degene is die het letsel heeft veroorzaakt en dat hij de man in het groene shirt niets heeft zien doen.

Bij zijn oordeel betrekt het hof de omstandigheid dat het in zaken als de onderhavige doorgaans om een onoverzichtelijke situatie gaat waarbij meerdere personen betrokken zijn en iedere persoon vanuit zijn positie een eigen waarneming heeft en een eigen herinnering aan het gebeuren. Zoals reeds overwogen, heeft het hof geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] , die zich vlakbij de aangever en de verdachte bevonden en daardoor goed zich hadden op het incident.

Het verweer wordt verworpen.

Op grond van de hierboven vermelde bewijsmiddelen, zoals die ter gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting aan de orde zijn gekomen, stelt het hof vast dat de verdachte degene is die een glas in het gezicht van aangever [slachtoffer] heeft geslagen. Door zo te handelen heeft de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij aangever [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toebracht en is sprake van (voorwaardelijk) opzet.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het primair bewezenverklaarde levert op:

zware mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door politierechter is opgelegd, waarvan de advocaat-generaal bevestiging heeft gevorderd, omdat daarin de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd, onvoldoende tot uitdrukking komt. Immers geven de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting als indicatie voor de op te leggen straf bij het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (zonder gebruik van een wapen): een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Ten aanzien van de ernst van het bewezenverklaarde heeft het hof in het bijzonder gelet op de omstandigheid dat de verdachte door het begaan van het bewezenverklaarde blijvend letsel heeft toegebracht aan het slachtoffer [slachtoffer] . Het slachtoffer heeft daardoor snijverwondingen in het gezicht opgelopen, waaraan hij twee keer door een plastisch chirurg is geopereerd. Er zijn tijdens de eerste operatie 30 hechtingen aangebracht. Er is sprake van restschade in de vorm van een blijvend en ontsierend litteken in het gelaat. De verdachte heeft met zijn handelen het slachtoffer voor het leven getekend. Daarnaast heeft het slachtoffer al lange tijd te kampen met pijnklachten en is ook sprake van nadelige psychische gevolgen. Uit de ter terechtzitting in hoger beroep voorgelezen slachtofferverklaring blijkt dat het slachtoffer [slachtoffer] nog dagelijks denkt aan het incident en het door hem opgelopen letsel en dat het nog steeds pijn doet.

Ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat hij, zoals blijkt uit het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 maart 2021, niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie. Voorts is acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Gezien het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het belang tot behoud van zijn baan, zal het hof niet overgaan tot de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Wel zal het hof de verdachte veroordelen tot de maximaal op te leggen taakstraf, te weten een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

De tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal daarop in mindering worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag.

Beslag

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen (schoenen en spijkerbroek) moeten worden teruggegeven aan de verdachte, die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als de rechthebbende kan worden aangemerkt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot vergoeding van schade ter hoogte van € 5.160,79, bestaande uit € 1.160,79 aan materiële schade en € 4.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van verdachtes bewezenverklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Het gevorderde bedrag aan materiële schade is afdoende met stukken onderbouwd en door de verdediging niet betwist, zodat het gevorderde bedrag van

€ 1.160,79 volledig zal worden toegewezen. Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden van het geval, alsmede rekening houdend met de in de rechtspraak in soortgelijke gevallen toegekende bedragen, acht het hof ook het gevorderde bedrag aan smartengeld van € 4.000,00 billijk.

Verdachte is tot vergoeding van de schade gehouden, zodat de vordering ter hoogte van

€ 5.160,79 toewijsbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente. Wat betreft de materiële schade zal het hof bij gebrek aan voldoende eenduidigheid voor de ingangsdatum van de wettelijke rente uitgaan van de datum van indiening van de vordering (1 oktober 2019), wat betreft de immateriële schade van de pleegdatum (9 juni 2018).

Het hof zal de verdachte tevens veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [slachtoffer] is toegebracht tot een bedrag van € 5.160,79. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op

te leggen ter hoogte van voormeld bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente voor de materiële schade vanaf 1 oktober 2019 en van de immateriële schade vanaf 9 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, omdat het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor na te melden duur kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. schoenen, merk Nike, kleur blauw (PL2100-2018111847-1363143);

2. spijkerbroek, merk LTB, kleur blauw (PL2100-2018111847-1363144).

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.160,79 (vijfduizend honderdzestig euro en negenenzeventig cent) bestaande uit € 1.160,79 (duizend honderdzestig euro en negenenzeventig cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.160,79 (vijfduizend honderdzestig euro en negenenzeventig cent) bestaande uit € 1.160,79 (duizend honderdzestig euro en negenenzeventig cent) materiële schade en

€ 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 60 (zestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op

1 oktober 2019 en van de immateriële schade op 9 juni 2018.

Aldus gewezen door:

mr. S.V. Pelsser, voorzitter,

mr. O.A.J.M. Lavrijssen en mr. R. Lonterman, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.M. Vos en mr. A.S. Middelkoop, griffiers,

en op 3 juni 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. R. Lonterman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 In de hierna volgende bewijsmiddelen wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, District ‘s-Hertogenbosch, Basisteam Meijerij, registratienummer PL2100-2018111847, gesloten op 26 november 2018 en op ambtsbelofte opgemaakt door verbalisant [verbalisant 6] , met bijlagen, bestaande uit in wettige vorm opgemaakte processen-verbaal en/of geschriften, doorgenummerde dossierpagina's 1-124.