Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:1605

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-05-2021
Datum publicatie
31-05-2021
Zaaknummer
000431-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het hoger beroep is gericht tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis. Naar het oordeel van het hof bevat het dossier voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat er gevaar voor herhaling is. Het hof heeft het hoger beroep afgewezen. Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen. Daartoe is mede aangevoerd dat er nog geen zicht is op een inhoudelijke behandeling van de zaak. De vraag die thans voorligt is of het hiervoor geschetste gevaar voor herhaling kan worden gereduceerd tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau door bijvoorbeeld het verbinden van voorwaarden aan een schorsing van de voorlopige hechtenis.

Het hof is van oordeel dat dat kan en overweegt daartoe dat verdachte al enkele maanden in deze zaak is gedetineerd. Die langdurige hechtenis zal ongetwijfeld enige impact op verdachte hebben gehad in een mate die het gevaar voor herhaling enigermate reduceert. Daarnaast zijn de persoonlijke omstandigheden gewijzigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Raadkamerappelnummer: [nummer] . [nummer] - [nummer]

Parketnummer 1e aanleg: [nummer]

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de akte van de griffier van de rechtbank [plaats] van [datum] , waarbij namens:

[verdachte]

geboren [datum] te [plaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in [plaats]

hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank [plaats] van [datum] , bij welke beslissing het verzoek tot opheffing van de aan [verdachte] opgelegde voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman

[naam] .

Het hof heeft kennis genomen van het dossier.

Uit het dossier blijkt dat verdachte wordt verweten betrokkenheid bij de productie van synthetische drugs.

Naar het oordeel van het hof bevat het dossier voldoende ernstige bezwaren jegens verdachte ter zake hetgeen hem wordt verweten. De ernstige bezwaren worden ook niet betwist.

Namens verdachte is betwist dat het gevaar voor herhaling een dragende grond kan zijn voor de voorlopige hechtenis.

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat er gevaar voor herhaling is.

Verdachte zou zich hebben in gelaten met de productie van en handel in synthetische drugs. Van de productie van en handel in synthetische drugs is algemeen bekend dat het op grote schaal schade kan toebrengen aan de gezondheid van derden. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat de productie van en de handel in synthetische drugs vaak het plegen van andere eveneens ernstige misdrijven met zich brengt zoals bedreiging en daadwerkelijke levensdelicten, witwassen op grote schaal, verontreiniging van het milieu en meer in het algemeen het ondermijnen van de samenleving. Verdachte heeft zich kennelijk door deze schadelijke bijwerkingen niet laten weerhouden zich zodanig te gedragen dat er thans ernstige bezwaren jegens hem bestaan ter zake van de productie van en handel in synthetische drugs. Daarbij heeft hij zich kennelijk primair laten leiden door persoonlijk geldelijk gewin. Verdachte is eerder voor overtreding van de Opiumwet met politie en justitie in aanraking gekomen en hij is daarvoor ook veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van [duur straf] . Weliswaar betreft het hier een wat oudere zaak, namelijk een feit uit [jaartal] en een veroordeling uit [jaartal] , maar kennelijk heeft die veroordeling weinig effect gehad op het gedrag van verdachte. Dat alles overziend is het hof van oordeel dat verdachte beschikt over een mentaliteit die ernstig doet vrezen voor herhaling. Dat betekent dat het recidivegevaar nog steeds een dragende grond is voor de voorlopige hechtenis.

Het hof wijst af het beroep.

Namens verdachte is verzocht de voorlopige hechtenis te schorsen. Daartoe is aangevoerd dat er nog geen zicht is op een inhoudelijke behandeling van de zaak, [verdere persoonlijke belangen van verdachte] , en dat verdachte al sinds [datum] voor deze zaak gedetineerd is.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft in beginsel het recht zijn berechting in vrijheid af te wachten. Dat kan anders zijn wanneer, zoals in deze zaak, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte, wanneer hij zich niet in voorlopige hechtenis bevindt, zich schuldig zal maken aan een misdrijf waar naar de wettelijke omschrijving zes jaar of meer gevangenisstraf op staat of aan een misdrijf waardoor de gezondheid en of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Alsdan zal de rechter, zo nodig ambtshalve, dienen na te gaan of niet ook op andere voor de verdachte minder bezwarende wijze, tegemoet kan worden gekomen aan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis. Dat belang is gelegen in het verschoond blijven van strafbare feiten gepleegd door verdachte.

De vraag die thans voorligt is of het hiervoor geschetste gevaar voor herhaling kan worden gereduceerd tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau door bijvoorbeeld het verbinden van voorwaarden aan een schorsing van de voorlopige hechtenis.

Het hof is van oordeel dat dat kan en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte is sedert [datum] in deze zaak gedetineerd. Dat is inmiddels ruim [duur] maanden. Die langdurige hechtenis zal ongetwijfeld enige impact op verdachte hebben gehad in een mate die het gevaar voor herhaling enigermate reduceert. Daarnaast zijn de persoonlijke omstandigheden van verdachte gewijzigd in die zin dat de [persoonlijke belangen] . Het hof is van oordeel dat ook daarvan kan worden verwacht dat dat in enigermate de kans op herhaling mitigeert. Tot slot is het hof van oordeel dat na te melden voorwaarden aan een reductie kunnen bijdragen en dat verdachte zich bewust is van de omstandigheid dat bij overtreden van een of meer van de aan hem op te leggen voorwaarden de schorsing van de voorlopige hechtenis weer kan worden opgeheven.

Alles overziend is het hof van oordeel dat het gerechtvaardigd is de voorlopige hechtenis te schorsen met ingang van [datum] tot aan de dag van de einduitspraak in eerste aanleg in deze zaak onder na te melden voorwaarden.

BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP:

Wijst af het hoger beroep.

Bevestigt de beslissing waarvan beroep.

Wijst toe het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Beveelt dat de voorlopige hechtenis van verdachte zal worden geschorst met ingang van [datum] tot aan de dag van de einduitspraak in eerste aanleg.

Stelt aan verdachte als voorwaarden aan de schorsing:

  1. dat verdachte, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;

  2. dat verdachte, ingeval hij wegens het feit waarvoor voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf zou worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

  3. dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

  4. dat verdachte gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis geen strafbare feiten zal plegen;

  5. dat verdachte gehoor zal geven aan alle oproepingen van politie en justitie;

  6. dat verdachte gedurende de schorsing geen contact zal opnemen, zoeken of hebben – in welke vorm dan ook, ook niet via derden – met de in deze strafzaak genoemde en aan verdachte bekende, als medeverdachten aangemerkte personen, te weten

[gegevens medeverdachten]

7. dat verdachte zich op de dag van de einduitspraak te uiterlijk 08.30 uur weer zal melden bij de dienstdoende ambtenaar in het Paleis van Justitie van de rechtbank Oost-Brabant, gevestigd aan de Leeghwaterlaan 8 (5223 BA) te ’s-Hertogenbosch.

Aldus gedaan op 27 mei 2021,

door mr. E.A.A.M. Pfeil, voorzitter, mr. G.P.M.F. Mols en mr. A.C. van der Schans, raadsheren, in tegenwoordigheid van B. Yazi-Kocyilmaz, griffier.

De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.

's-Hertogenbosch, 27 mei 2021

Gezien d.d.

De directeur van P.I. Nieuwegein