Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:1604

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-05-2021
Datum publicatie
03-06-2021
Zaaknummer
20-003596-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-003596-16

Uitspraak : 27 mei 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van

10 november 2016, in de strafzaak met parketnummer 04-990003-12 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde en naar het hof begrijpt uit het schriftelijk requisitoir ook het onder 4 en 5 tenlastegelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, en een beroepsverbod voor de duur van 5 jaren, inhoudende een ontzegging van het recht om bestuurder en leidinggevende te zijn van een onderneming in de land- en tuinbouwsector. Voorts hebben de advocaten-generaal gevorderd dat het hof de schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f Wetboek van Strafrecht hoofdelijk zal toewijzen, primair tot een totaalbedrag van € 71.680,89 en subsidiair tot een totaalbedrag van € 54.596,05.

De verdediging heeft met betrekking tot het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde integrale vrijspraak bepleit. Voorts heeft zij – in geval van een bewezenverklaring voor feit 1 – een voorwaardelijk verzoek tot aanhouding gedaan. Met betrekking tot feit 4 en 5 refereert de verdediging zich aan het oordeel van het hof. Subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd. Voor wat betreft de vordering tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze niet kan worden opgelegd, primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair onder verwijzing naar jurisprudentie.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd, omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd en omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – tenlastegelegd dat:

1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 7 augustus 2012, in de gemeente(n) Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland en/of te Opole en/of Ozimek (beide in Polen) en/of elders in Polen en/of Kevelaer (in Duitsland) en/of elders in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens)

(lid 1 sub 1)

(een) ander(en), genaamd

[champignonplukster 1] (G-002) en/of

[champignonplukster 2] (G-003) en/of

[champignonplukster 3] (G-004) en/of

[champignonplukster 4] (G-006) en/of

[champignonplukster 5] (G-007) en/of

[champignonplukster 6] (G-008) en/of

[champignonplukster 7] (G-009) en/of

[champignonplukster 8] (G-010) en/of

[champignonplukster 9] (G-012) en/of

[champignonplukster 10] (G-013) en/of

[champignonplukster 11] (G-014) en/of

[champignonplukster 12] (G-015) en/of

[champignonplukster 13] (G-019) en/of

[champignonplukster 14] (G-028) en/of

[champignonplukster 15] (G-030) en/of

[champignonplukster 16] (G-031)

(telkens) door dwang en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde perso(o)n(en)

en/of

(lid 1 sub 4)

(een) ander(en), genaamd

[champignonplukster 1] (G-002) en/of

[champignonplukster 2] (G-003) en/of

[champignonplukster 3] (G-004) en/of

[champignonplukster 4] (G-006) en/of

[champignonplukster 5] (G-007) en/of

[champignonplukster 6] (G-008) en/of

[champignonplukster 7] (G-009) en/of

[champignonplukster 8] (G-010) en/of

[champignonplukster 9] (G-012) en/of

[champignonplukster 10] (G-013) en/of

[champignonplukster 11] (G-014) en/of

[champignonplukster 12] (G-015) en/of

[champignonplukster 13] (G-019) en/of

[champignonplukster 14] (G-028) en/of

[champignonplukster 15] (G-030) en/of

[champignonplukster 16] (G-031)

(telkens) door dwang en/of fraude en/of misleiding en/of misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen, waarvan verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat voornoemde perso(o)n(en) zich daardoor beschikbaar stelde(n) tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1 sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van (een) ander(en), genaamd

[champignonplukster 1] (G-002) en/of

[champignonplukster 2] (G-003) en/of

[champignonplukster 3] (G-004) en/of

[champignonplukster 4] (G-006) en/of

[champignonplukster 5] (G-007) en/of

[champignonplukster 6] (G-008) en/of

[champignonplukster 7] (G-009) en/of

[champignonplukster 8] (G-010) en/of

[champignonplukster 9] (G-012) en/of

[champignonplukster 10] (G-013) en/of

[champignonplukster 11] (G-014) en/of

[champignonplukster 12] (G-015) en/of

[champignonplukster 13] (G-019) en/of

[champignonplukster 14] (G-028) en/of

[champignonplukster 15] (G-030) en/of

[champignonplukster 16] (G-031),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) toen aldaar – zakelijk weergegeven – voornoemde perso(o)n(en), terwijl die, zoals hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden in een kwetsbare positie verkeerde(n), doordat zij (doorgaans) tot een oudere leeftijdscategorie behoorde(n), te weten tussen 45 en 55 jaar als gevolg waarvan zij in haar/hun land van herkomst (Polen) moeilijk aan werk kon(den) komen en/of de Nederlandse taal niet machtig was/waren en/of niet bekend was/waren met de Nederlandse wet- en regelgeving en/of afhankelijk was/waren van haar/hun inkomen in verband met het onderhouden van (zieke) familieleden in Polen en/of de inlossing van persoonlijke schulden, bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2]

1. Gemiddeld) 6 of 7 dagen per week werkzaamheden laten verrichten (te weten: champignons laten plukken en/of andere werkzaamheden, zoals: het wegen van champignons, heftruck-, sorteer-, kantine-, unit- en fustwerkzaamheden, althans werkzaamheden in het kader van de champignonteelt), zonder, althans nagenoeg zonder recht op vakantiedagen en/of verlof en/of

2. Gedurende gemiddeld 10 tot 13 uur per dag laten werken, waarbij de eindtijd van de werkdag nooit van tevoren vaststond en/of

3. Verplicht laten overwerken, zonder recht op overwerkvergoeding en/of

4. Laten werken onder slechte en/of deels onveilige en/of ongezonde arbeidsomstandigheden en/of

5. Door manipulatie van het tijdregistratiesysteem minder uren uitbetaald dan voornoemde perso(o)nen in werkelijkheid had(den) gewerkt en/of

6. Door manipulatie van het tijdregistratiesysteem minder dan het wettelijk minimumloon uitbetaald en/of

7. Te weinig vakantietoeslag en/of toeslag voor snipperuren uitbetaald en/of

8. Met betrekking tot de champignonpluk(st)ers zijn er pluknormen gehanteerd die door het merendeel van voornoemde personen niet konden worden gehaald, waardoor het hen onmogelijk was om een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

9. Sancties, onder andere boetes in het vooruitzicht gesteld, onder meer bij voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst en/of gedreigd met ontslag en/of daadwerkelijk tot ontslag overgegaan, onder meer in geval van ondermaatse plukprestaties en/of

10. Geïntimideerd door te vernederen en/of te beledigen en/of schelden en/of te schreeuwen en/of te vloeken en/of zich tegenover voornoemde perso(o)n(en) vrouwonvriendelijk te gedragen en/of

11. De champignonpluk(st)ers zijn onder druk gezet door regelmatig lijsten met goede en slechte plukprestaties voor iedereen zichtbaar op te hangen en/of

12. Onder druk gezet door waarschuwingsgesprekken te voeren in geval voornoemde champignonpluk(st)ers de kilonorm niet haalde(n) en/of gedreigd met ontslag bij het uitblijven van verbetering en/of

13. Tijdens het werk vrijwel voortdurend laten controleren en/of

14. Verplicht gehuisvest in door [bedrijf 1] gehuurde woningen en/of

15. ( Hoge) kosten, te weten 7,50 euro per dag voor huisvesting op het loon van voornoemde perso(o)n(en) ingehouden en/of

16. Gehuisvest, terwijl voornoemde perso(o)n(en) met meerdere personen kleine (slaap)ruimtes moest(en) delen en/of een zolder zonder raam en/of een kelder met weinig licht en/of frisse lucht en/of over weinig tot geen privacy beschikte(n) en/of een groot aantal personen slechts een klein aantal douches en/of een klein aantal toiletten ter beschikking had en/of slechts een beperkt deel van de dag de beschikking had(den) over warm water en/of

17. ( Gemiddeld) wekelijks, dan wel tweewekelijks de huisvesting, daaronder soms begrepen privézaken, gecontroleerd, (doorgaans) buiten aanwezigheid en/of zonder toestemming en/of medeweten van voornoemde perso(o)n(en), zijnde de bewoner(s) en/of

18. Gedreigd met het opleggen van een boete bij overtreding van de huisregels en/of deze daadwerkelijk opgelegd en/of

19. Gedreigd met het geven van een schriftelijke waarschuwing en/of ontslag bij overtreding van de huisregels en/of daadwerkelijk een schriftelijke waarschuwing gegeven en/of ontslagen en/of

20. In een sociaal isolement gebracht door de werk-/woonsituatie en het gebrek aan voldoende vrije tijd en/of

21. Een dagelijkse maaltijd verplicht gesteld, onder inhouding van een bedrag van 3,50 euro per dag op het loon van voornoemde perso(o)n(en), ook als hiervan geen gebruik was gemaakt en/of

22. Maaltijden verstrekt van onvoldoende kwaliteit en/of

23. Klachten over onder andere de huisvesting en/of de kwaliteit van de maaltijden en/of het verplichte karakter daarvan en/of de werktijden en/of de werkdruk en/of de onjuiste beloning en/of het niet krijgen van verlof en/of de onheuse bejegening (doorgaans) naast zich neergelegd, dan wel afgedaan met een sanctie, waaronder ontslag en/of

24. Bij de werving in Polen een ander c.q. rooskleuriger beeld geschetst van de huisvesting en/of de werktijden en/of de verloning en/of de arbeidsomstandigheden in Nederland en/of

25. Gelet op het vorenstaande bewerkstelligd dat bovenvermelde perso(o)n(en) van haar, verdachte, en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n) afhankelijk was/waren, in welke afhankelijkheidssituatie bovenvermelde perso(o)n(en) zich (telkens) niet kon(den) en/of durfde(n) (te) verzetten en/of (te) onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten.

Door voornoemde handelingen en/of gedragingen te verrichten is er een kwetsbare en/of afhankelijke situatie gecreëerd, waarbij verdachte en/of haar medeverdachten langdurig en structureel (financieel) baat en/of profijt hebben genoten;

subsidiair, althans indien ter zake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen:

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , hierna ook te noemen "de B.V.('s)", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 7 augustus 2012, in de gemeente(n) Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland en/of te Opole en/of Ozimek (beide in Polen) en/of elders in Polen en/of Kevelaer (in Duitsland) en/of elders in Duitsland, (telkens) tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een of meer andere rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens)

(lid 1 sub 1)

(een) ander(en), genaamd

[champignonplukster 1] (G-002) en/of

[champignonplukster 2] (G-003) en/of

[champignonplukster 3] (G-004) en/of

[champignonplukster 4] (G-006) en/of

[champignonplukster 5] (G-007) en/of

[champignonplukster 6] (G-008) en/of

[champignonplukster 7] (G-009) en/of

[champignonplukster 8] (G-010) en/of

[champignonplukster 9] (G-012) en/of

[champignonplukster 10] (G-013) en/of

[champignonplukster 11] (G-014) en/of

[champignonplukster 12] (G-015) en/of

[champignonplukster 13] (G-019) en/of

[champignonplukster 14] (G-028) en/of

[champignonplukster 15] (G-030) en/of

[champignonplukster 16] (G-031)

(telkens) door dwang en/of fraude en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie voornoemde perso(o)n(en) heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde perso(o)n(en)

en/of

(lid 1 sub 4)

(een) ander(en), genaamd

[champignonplukster 1] (G-002) en/of

[champignonplukster 2] (G-003) en/of

[champignonplukster 3] (G-004) en/of

[champignonplukster 4] (G-006) en/of

[champignonplukster 5] (G-007) en/of

[champignonplukster 6] (G-008) en/of

[champignonplukster 7] (G-009) en/of

[champignonplukster 8] (G-010) en/of

[champignonplukster 9] (G-012) en/of

[champignonplukster 10] (G-013) en/of

[champignonplukster 11] (G-014) en/of

[champignonplukster 12] (G-015) en/of

[champignonplukster 13] (G-019) en/of

[champignonplukster 14] (G-028) en/of

[champignonplukster 15] (G-030) en/of

[champignonplukster 16] (G-031)

(telkens) door dwang en/of fraude en/of misleiding en/of misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen, waarvan de B.V.('s) en/of (een of meer van) haar/hun medeverdachte(n) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat voornoemde perso(o)n(en) zich daardoor beschikbaar stelde(n) tot het verrichten van arbeid en/of

diensten,

en/of

(lid 1 sub 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van (een) ander(en), genaamd

[champignonplukster 1] (G-002) en/of

[champignonplukster 2] (G-003) en/of

[champignonplukster 3] (G-004) en/of

[champignonplukster 4] (G-006) en/of

[champignonplukster 5] (G-007) en/of

[champignonplukster 6] (G-008) en/of

[champignonplukster 7] (G-009) en/of

[champignonplukster 8] (G-010) en/of

[champignonplukster 9] (G-012) en/of

[champignonplukster 10] (G-013) en/of

[champignonplukster 11] (G-014) en/of

[champignonplukster 12] (G-015) en/of

[champignonplukster 13] (G-019) en/of

[champignonplukster 14] (G-028) en/of

[champignonplukster 15] (G-030) en/of

[champignonplukster 16] (G-031),

immers heeft/hebben de B.V.('s) en/of (een of meer van) haar/hun medeverdachte(n) toen aldaar – zakelijk weergegeven – voornoemde perso(o)n(en), terwijl die, zoals de B.V.(’s) en/of (een of meer van) haar/hun medeverdachte(n) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden in een kwetsbare positie verkeerde(n), doordat zij (doorgaans) tot een oudere leeftijdscategorie behoorde(n), te weten tussen 45 en 55 jaar als gevolg waarvan zij in haar/hun land van herkomst (Polen) moeilijk aan werk kon(den) komen en/of de Nederlandse taal niet machtig was/waren en/of niet bekend was/waren met de Nederlandse wet- en regelgeving en/of afhankelijk waren van hun inkomen in verband met het onderhouden van (zieke) familieleden in Polen en/of de inlossing van persoonlijke schulden, bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2]

1. Gemiddeld) 6 of 7 dagen per week werkzaamheden laten verrichten (te weten: champignons laten plukken en/of andere werkzaamheden, zoals: het wegen van champignons, heftruck-, sorteer-, kantine-, unit- en fustwerkzaamheden, althans werkzaamheden in het kader van de champignonteelt), zonder, althans nagenoeg zonder recht op vakantiedagen en/of verlof en/of

2. Gedurende gemiddeld 10 tot 13 uur per dag laten werken, waarbij de eindtijd van de werkdag nooit van tevoren vaststond en/of

3. Verplicht laten overwerken, zonder recht op overwerkvergoeding en/of

4. Laten werken onder slechte en/of deels onveilige en/of ongezonde arbeidsomstandigheden en/of

5. Door manipulatie van het tijdregistratiesysteem minder uren uitbetaald dan voornoemde perso(o)nen in werkelijkheid had(den) gewerkt en/of

6. Door manipulatie van het tijdregistratiesysteem minder dan het wettelijk minimumloon uitbetaald en/of

7. Te weinig vakantietoeslag en/of toeslag voor snipperuren uitbetaald en/of

8. Met betrekking tot de champignonpluk(st)ers zijn er pluknormen gehanteerd die door het merendeel van voornoemde personen niet konden worden gehaald, waardoor het hen onmogelijk was om een salaris te verdienen gelijk aan het wettelijk vastgestelde minimumloon en/of

9. Sancties, onder andere boetes in het vooruitzicht gesteld, onder meer bij voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst en/of gedreigd met ontslag en/of daadwerkelijk tot ontslag overgegaan, onder meer in geval van ondermaatse plukprestaties en/of

10. Geïntimideerd door te vernederen en/of te beledigen en/of schelden en/of te schreeuwen en/of te vloeken en/of zich tegenover voornoemde perso(o)n(en) vrouwonvriendelijk te gedragen en/of

11. De champignonpluk(st)ers zijn onder druk gezet door regelmatig lijsten met goede en slechte plukprestaties voor iedereen zichtbaar op te hangen en/of

12. Onder druk gezet door waarschuwingsgesprekken te voeren in geval voornoemde champignonpluk(st)ers de kilonorm niet haalde(n) en/of gedreigd met ontslag bij het uitblijven van verbetering en/of

13. Tijdens het werk vrijwel voortdurend laten controleren en/of

14. Verplicht gehuisvest in door [bedrijf 1] gehuurde woningen en/of

15. ( Hoge) kosten, te weten 7,50 euro per dag voor huisvesting op het loon van voornoemde perso(o)n(en) ingehouden en/of

16. Gehuisvest, terwijl voornoemde perso(o)n(en) met meerdere personen kleine (slaap)ruimtes moest(en) delen en/of een zolder zonder raam en/of een kelder met weinig licht en/of frisse lucht en/of over weinig tot geen privacy beschikte(n) en/of een groot aantal personen slechts een klein aantal douches en/of een klein aantal toiletten ter beschikking had en/of slechts een beperkt deel van de dag de beschikking had(den) over warm water en/of

17. ( Gemiddeld) wekelijks, dan wel tweewekelijks de huisvesting, daaronder soms begrepen privézaken, gecontroleerd, (doorgaans) buiten aanwezigheid en/of zonder toestemming en/of medeweten van voornoemde perso(o)n(en), zijnde de bewoner(s) en/of

18. Gedreigd met het opleggen van een boete bij overtreding van de huisregels en/of deze daadwerkelijk opgelegd en/of

19. Gedreigd met het geven van een schriftelijke waarschuwing en/of ontslag bij overtreding van de huisregels en/of daadwerkelijk een schriftelijke waarschuwing gegeven en/of ontslagen en/of

20. In een sociaal isolement gebracht door de werk-/woonsituatie en het gebrek aan voldoende vrije tijd en/of

21. Een dagelijkse maaltijd verplicht gesteld, onder inhouding van een bedrag van 3,50 euro per dag op het loon van voornoemde perso(o)n(en), ook als hiervan geen gebruik was gemaakt en/of

22. Maaltijden verstrekt van onvoldoende kwaliteit en/of

23. Klachten over onder andere de huisvesting en/of de kwaliteit van de maaltijden en/of het verplichte karakter daarvan en/of de werktijden en/of de werkdruk en/of de onjuiste beloning en/of het niet krijgen van verlof en/of de onheuse bejegening (doorgaans) naast zich neergelegd, dan wel afgedaan met een sanctie, waaronder ontslag en/of

24. Bij de werving in Polen een ander c.q. rooskleuriger beeld geschetst van de huisvesting en/of de werktijden en/of de verloning en/of de arbeidsomstandigheden in Nederland en/of

25. Gelet op het vorenstaande bewerkstelligd dat bovenvermelde perso(o)n(en) van haar, verdachte, en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n) afhankelijk was/waren, in welke afhankelijkheidssituatie bovenvermelde perso(o)n(en) zich (telkens) niet kon(den) en/of durfde(n) (te) verzetten en/of (te) onttrekken tegen/aan die voornoemde (financiële) uitbuiting en/of opgedragen arbeid en/of diensten,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) (telkens) opdracht heeft/hebben gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) (telkens) feitelijke leiding heeft/hebben gegeven.

Door voornoemde handelingen en/of gedragingen te verrichten is er een kwetsbare en/of afhankelijke situatie gecreëerd, waarbij verdachte en/of haar medeverdachten langdurig en structureel (financieel) baat en/of profijt hebben genoten;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 juli 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het/de ja(a)(r)(en) 2009 en/of 2010 en/of 2011 en/of 2012 in de gemeente(n) Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtspers(o)on(en), althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens)

een aantal salarisspecificaties (D-045-01, bijlage 1 bij AMB-039-01), waaronder

- de salarisspecificatie periode 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] (D-004-09, pagina 3117) en/of

- de salarisspecificatie periode 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] (D-019-04, pagina 3470)

en/of

- de salarisspecificatie periode 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] (D-005-12, pagina 3139) en/of

- de salarisspecificatie periode 12 2010 op naam van [champignonplukster 9] (D-008-08, pagina 3393) en/of

- de salarisspecificatie periode 12 2010 op naam van [champignonplukster 17] (D-013-01, pagina 3415) en/of

- de salarisspecificaties (7) over de periode 4 tot en met 10 2011 op naam van [champignonplukster 13] (D-043-01 t/m D-043-07, pagina 4753 t/m 4759) en/of

- de salarisspecificatie over de periode 5 2012 op naam van [champignonplukster 18] (D-034-67, pagina 4336) en/of

- de salarisspecificaties (7) over de periode 1 tot en met 7 2012 op naam van [champignonplukster 19] (D-043-36 t/m D-043-42, pagina 4788 t/m 4794),

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – op die salarisspecificatie(s) voornoemd, minder uren vermeld en/of doen vermelden dan door de hierop genoemde Poolse werkne(e)m(st)er(s)/plukster(s) in werkelijkheid in de desbetreffende salarisperiode waren gewerkt,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

subsidiair, althans indien ter zake het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen:

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , hierna ook te noemen "de B.V.(’s)", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 juli 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het/de ja(a)(r)(en) 2009 en/of 2010 en/of 2011 en/of 2012 in de gemeente(n) Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

een aantal salarisspecificaties (D-045-01, bijlage 1 bij AMB-039-01), waaronder

- de salarisspecificatie periode 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] (D-004-09, pagina 3117) en/of

- de salarisspecificatie periode 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] (D-019-04, pagina 3470)

en/of

- de salarisspecificatie periode 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] (D-005-12, pagina 3139) en/of

- de salarisspecificatie periode 12 2010 op naam van [champignonplukster 9] (D-008-08, pagina 3393) en/of

- de salarisspecificatie periode 12 2010 op naam van [champignonplukster 17] (D-013-01, pagina 3415) en/of

- de salarisspecificaties (7) over de periode 4 tot en met 10 2011 op naam van [champignonplukster 13] (D-043-01 t/m D-043-07, pagina 4753 t/m 4759) en/of

- de salarisspecificatie over de periode 5 2012 op naam van [champignonplukster 18] (D-034-67, pagina 4336) en/of

- de salarisspecificaties (7) over de periode 1 tot en met 7 2012 op naam van [champignonplukster 19] (D-043-36 t/m D-043-42, pagina 4788 t/m 4794),

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben de B.V.(’s) en/of (één of meer van) haar/hun medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – op die salarisspecificatie(s) voornoemd, minder uren vermeld en/of doen vermelden dan door de hierop genoemde Poolse werkne(e)m(st)er(s)/plukster(s) in werkelijkheid in de desbetreffende salarisperiode waren gewerkt,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

3

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 7 augustus 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het/de ja(a)(r)(en) 2011 en/of 2012 in de gemeente(n) Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtspers(o)on(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

(een deel van) de (bedrijfs)administratie(s) van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] – zijnde (dat deel van) die (bedrijfs)administratie(s) voornoemd (telkens) een (samenstel van) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – in (dat deel van) die (bedrijfs)administratie(s) voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen opnemen en/of verwerken,

een aantal (14) overzichten "Loon op basis van kilo's voor correctie" (D-045-02, bijlage 2 bij AMB-039-01) en/of een aantal (14) overzichten "Loon op basis van kilo's na correctie" (D-045-02, bijlage 2 bij AMB-039-01) en/of een aantal (14) IPS Totaal overzichten (D-045-03, bijlage 3 bij AMB-039-01), op welk(e) overzicht(en) voornoemd (telkens) minder uren zijn/waren vermeld dan door de hierop genoemde Poolse werkne(e)m(st)er(s)/plukster(s) in

werkelijkheid in de desbetreffende salarisperiode(n) waren gewerkt,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

subsidiair, althans indien ter zake het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen:

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , hierna ook te noemen "de B.V.(’s)", op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 7 augustus 2012, althans op meerdere tijdstippen, althans enig tijdstip, gelegen in of omstreeks het/de ja(a)(r)(en) 2011 en/of 2012 in de gemeente(n) Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) (een deel van) de (bedrijfs)administratie(s) van [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] – zijnde (dat deel van) die (bedrijfs)administratie(s) voornoemd (telkens) een (samenstel van) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben de B.V.(’s) en/of (één of meer van) haar/hun medeverdachte(n) toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – in (dat deel van) die (bedrijfs)administratie(s) voornoemd opgenomen en/of verwerkt, althans doen

opnemen en/of verwerken,

een aantal (14) overzichten "Loon op basis van kilo's voor correctie" (D-045-02, bijlage 2 bij AMB-039-01) en/of een aantal (14) overzichten "Loon op basis van kilo's na correctie" (D-045-02, bijlage 2 bij AMB-039-01) en/of een aantal (14) IPS Totaal overzichten (D-045-03, bijlage 3 bij AMB-039-01), op welk(e) overzicht(en) voornoemd (telkens) minder uren zijn/waren vermeld dan door de hierop genoemde Poolse werkne(e)m(st)er(s)/plukster(s) in

werkelijkheid in de desbetreffende salarisperiode(n) waren gewerkt, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

4

hij op of omstreeks 7 augustus 2012, in de gemeente Horst aan de Maas en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s) als bedoeld in artikel 1 onder 3º, gelet op artikel 2, lid 1, Categorie III onder 1o van de Wet wapens en munitie, te weten

1. Flobert)geweer (van het merk Browning, type Trombone, voorzien van het serienummer 107537);

1. Pistool (van het merk Ceska Zbrojovka (CZ), voorzien van het serienummer 650249);

en/of

munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4º, gelet op artikel 2 lid 2, Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

6, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (kaliber 7,65 mm van het merk S&B) en/of

200, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (verpakt in 4 doosjes met opschrift Winchester Super Speed) en/of

50, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (verpakt in een wit doosje met opschrift Western) en/of

50, in elk geval één of meer patro(o)n(en) (verpakt in een wit doosje met opschrift Federal Champion);

voorhanden heeft gehad;

5

hij op of omstreeks 7 augustus 2012, in de gemeente Horst aan de Maas en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie I onder 3º, te weten één geluiddemper voor een vuurwapen, immers behorende bij een (Flobert)geweer (van het merk Browning, type Trombone, voorzien van het serienummer 107537), voorhanden heeft gehad;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 1 – mensenhandel

Het hof heeft, met de verdediging, uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Het hof overweegt dienaangaande het volgende.

Juridisch kader

Het hof gaat ervan uit dat, waar aan verdachte ten laste is gelegd het strafbare feit van

artikel 273f eerste lid, aanhef en onder 1º, 4º en 6º Sr, aan de termen in de tenlastelegging dezelfde betekenis toekomt als in de delictsomschrijving.

Artikel 273f Sr luidde – voor zover gedurende de in de tenlastelegging vermelde perioden – als volgt:

1. Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft:

1° degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging

met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een

kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de

instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft,

vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of

de verwijdering van diens organen;

2° (…)

3° (…)

4° degene die een ander met een van de onder 1 genoemde middelen dwingt of beweegt

zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige

handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen

beschikbaar stelt.

5° (…)

6° degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander;

7° (…)

8° (…)

9° (…)

2. Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van

seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, slavernij en met slavernij of

dienstbaarheid te vergelijken praktijken.

3. De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien:

1° de feiten, omschreven in het eerste lid, worden gepleegd door twee of meer verenigde

personen;

(…)

De memorie van toelichting bij het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de wet van 9 december

2004, Stb. 645, waarbij het – later tot artikel 273f Sr vernummerde – artikel 273a Sr is ingevoerd, houdt onder meer in:

ALGEMEEN

1. Inleiding

Het onderhavige wetsvoorstel strekt tot uitvoering van aantal mondiale en regionale

rechtsinstrumenten ter bestrijding van mensensmokkel, mensenhandel, uitbuiting van

kinderen en kinderpornografie. (...)

Mensenhandel is kort gezegd het dwingen – in ruime zin – van mensen om zich beschikbaar

te stellen tot het verrichten van (seksuele) diensten of om eigen organen beschikbaar te

stellen. (...)

Mensenhandel is (gericht op) uitbuiting. Bij de strafbaarstelling van mensenhandel staat het

belang van het individu steeds voorop. Dat belang is het behoud van zijn of haar lichamelijke en geestelijke integriteit en persoonlijke vrijheid. De staat dient strafrechtelijke bescherming te bieden tegen aantasting van het recht op die integriteit en vrijheid. (...)

ARTIKELSGEWIJS (...)

Het protocol en het kaderbesluit inzake de bestrijding van mensenhandel hebben betrekking

op de bestrijding van mensenhandel met het oogmerk personen uit te buiten. Vanwege deze

wijde en algemene strekking wordt voorgesteld om de ingevolge deze instrumenten

strafbaar te stellen gedragingen te vatten in één nieuwe bepaling in titel XVIII van het

Tweede Boek, gewijd aan misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Voorgesteld wordt om

alle strafbaar te stellen gedragingen op te nemen in de nieuwe bepaling, en deze

gedragingen (...) te kwalificeren als mensenhandel. Nu deze nieuwe bepaling ook

mensenhandel, gericht op seksuele uitbuiting, omvat, heeft artikel 250a geen zelfstandige

betekenis meer. (...)

Het voorgestelde artikel 273a, eerste lid, ziet op mensenhandel in het algemeen, daaraan

gerelateerde vormen van uitbuiting en het trekken van profijt daaruit.’ Zie Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 3, p. 1, 2, 15, 17 en 18.

i. Uitbuiting

Mede op grond van de hiervoor weergegeven wetsgeschiedenis en in aanmerking genomen dat handelen in strijd met artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 1º, 4º en 6º, Sr wordt gekwalificeerd als ‘mensenhandel’ en in de tenlastegelegde perioden is bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaren, moet volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad worden aangenomen dat de in het die onderdelen omschreven gedragingen alleen strafbaar zijn als zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij (onder 1º) het oogmerk van uitbuiting kan worden verondersteld of (onder 4º en 6º) uitbuiting kan worden verondersteld. Dit brengt mee dat die gedragingen eerst dan als ‘mensenhandel’ kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat voldaan is aan voormelde voorwaarde (vgl. Hoge Raad 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309 en Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554, rov. 2.4.2.-2.4.3.).

Voor bewezenverklaring van een op artikel 273f, eerste lid, aanhef en onder 1º, 4º en 6º, Sr toegesneden tenlastelegging is derhalve vereist dat op grond van de omstandigheden van het geval (het oogmerk van) uitbuiting komt vast te staan. De vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van de onderhavige bepaling, is volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd (vgl. Hoge Raad 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099).

Tevens merkt het hof op dat de in de tenlastelegging gebezigde, aan artikel 273f Sr ontleende, termen ‘misleiding’ en ‘misbruik van een kwetsbare positie’, mede feitelijke betekenis toekomt (vgl. Hoge Raad 8 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ3537).

Sub 1-variant

Bij de beoordeling of sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f eerste lid, aanhef en onder 1º Sr wordt gekeken naar drie elementen, te weten 1) een aantal handelingen, 2) een aantal dwangmiddelen en 3) het oogmerk van uitbuiting. Om tot een bewezenverklaring te komen moet er sprake zijn van een of meer handelingen onder uitoefening van dwang met het oogmerk van uitbuiting van de ander. Om het oogmerk van uitbuiting te kunnen vaststellen kan worden gekeken naar de hierboven omschreven omstandigheden (tewerkstelling, beperkingen en economisch voordeel), maar voor de invulling van de delictsomschrijving is niet nodig dat het slachtoffer daadwerkelijk wordt uitgebuit. Tussen handelingen en dwangmiddelen bestaat een causaal verband. De handelingen worden mogelijk gemaakt door het aanwenden van de middelen.

Sub 4-variant

Artikel 273f eerste lid, aanhef en onder 4º Sr valt uiteen in tweede delen. Het eerste deel ziet op het met een dwangmiddel iemand dwingen dan wel bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid. Het gaat er om dat iemand in de feitelijke situatie komt te verkeren waarin deze zich beschikbaar stelt tot het verrichten van die arbeid. Het betreft hier het gebruik maken van een uitbuitingssituatie. Het tweede deel stelt degene strafbaar die enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van diensten. Het gaat hier om de enkele handeling waardoor iemand in de feitelijke situatie komt te verkeren waarin deze zich beschikbaar stelt.

Sub 6-variant

Het hof overweegt dat voor de beoordeling van het strafrechtelijk voordeel trekken uit de uitbuiting van een ander geldt dat de verdachte die profijt trekt weet, of behoort te weten dat uitbuiting plaatsvindt. Uit het opzetvereiste volgt dat de dader zich in ieder geval bewust moet zijn van de relevante omstandigheden waaruit uitbuiting voortvloeit.

Het hof zal de vraag of het onder 1 tenlastegelegde al dan niet als mensenhandel kan worden aangemerkt, dan ook beantwoorden aan de hand van het hiervoor weergegeven toetsingskader.

Het oordeel van het hof

Op basis van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep naar voren is gekomen, stelt het hof het volgende vast:

 De Poolse medewerkers1 van [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1] ) werden vanuit Polen naar Nederland gebracht met een bus van een door [bedrijf 1] ingeschakeld vervoersbedrijf, genaamd [vervoersbedrijf] . Zij betaalden hiervoor het bedrag van € 105,00 euro voor een retourreis;

  • -

    De Poolse medewerkers hadden gedurende hun verblijf in Nederland de vrije beschikking over hun paspoort en andere persoonlijke bezittingen;

  • -

    De medewerkers kregen een in het Pools opgesteld contract, waarin alle arbeidsvoorwaarden waren opgenomen, waaronder het ‘arrangement’ bestaande uit huisvesting, één warme maaltijd per dag en een zorgverzekering;

  • -

    Voor de huisvesting betaalden zij € 7,50 per dag en voor de maaltijden maximaal € 3,50 per maaltijd. De kosten voor de zorgverzekering bedroegen € 84,00 per maand.

  • -

    De Poolse medewerkers waren niet illegaal aan het werk in Nederland, nu zowel Polen als Nederland EU-landen zijn en er derhalve vrij verkeer van werknemers mag plaatsvinden. Zij konden in de tenlastegelegde periode in Nederland werken zonder tewerkstellingsvergunning en ook op elk gewenst moment terugkeren naar Polen;

  • -

    De Poolse medewerkers startten met een drie-maandencontract, waarna zij veelal voor enige tijd terugkeerden naar Polen. Uit het dossier is gebleken dat het merendeel van voornoemde medewerkers hierna weer terugkeerde naar [bedrijf 1] om te werken;

  • -

    Ook tijdens verlofperiodes gingen zij vaak terug naar familie in Polen, waarna ze weer terugkeerden naar [bedrijf 1] .

  • -

    De Poolse medewerkers kregen elke vier weken hun salaris uitbetaald, conform de aan hen overhandigde salarisstrook waarop het bedrag en de gewerkte uren stonden vermeld;

  • -

    De Poolse medewerkers konden beschikken over een eigen bankrekening, waarop het salaris werd gestort.

Met betrekking tot de sub 4-variant en de sub 6-variant

Het hof is van oordeel dat er gelet op de aard en de duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkenen meebrengen en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald, in dit geval geen sprake is van uitbuiting. Het hof concludeert op grond van de bovenstaande vaststellingen dat geen exorbitant hoge bedragen werden gevraagd voor de busreis en het ‘arrangement’. Het hof kan niet vaststellen dat de huisvesting of maaltijden dusdanig ondermaats waren dat de gevraagde vergoedingen als buitensporig moeten worden beschouwd.

Het feit dat de meeste Poolse medewerkers na het uitdienen van het drie-maandencontract –

en ook na verblijf in Polen – bij [bedrijf 1] terugkeerden om de werkzaamheden voort te zetten, geeft naar het oordeel van het hof aan dat het werken bij [bedrijf 1] op eigen initiatief plaatsvond en daarmee een eigen keuze was van de medewerkers. De Poolse medewerkers konden te allen tijde stoppen met de werkzaamheden en naar huis teruggaan. Niets stond daaraan in de weg.

Ter terechtzitting in hoger beroep is veel gesproken over de al dan niet lange werkdagen en de slechte arbeidsomstandigheden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt:

Door een aantal medewerkers is verklaard dat zij werkdagen maakten van 6.00 uur ’s ochtends tot 22.00 uur ’s avonds, en soms wel 10 dagen achter elkaar zonder een vrije dag. Door de raadsman van verdachte is een rapport ingebracht van de heer Raassens, waarin alle IPS Totaal overzichten zijn verwerkt. Uit dit rapport blijkt niet van die lange dagen. Weliswaar is gewerkt met de afgeroomde uren, nu de originele gegevens zijn overschreven en niet meer beschikbaar zijn, maar zelfs als die gegevens worden teruggerekend naar de niet afgeroomde uren, dan kan het hof nog niet vaststellen dat er vaker dan incidenteel zulke lange werkdagen zijn gemaakt als door een aantal getuigen is verklaard.

De genoemde verklaringen vinden ook overigens geen steun in het dossier, anders dan de verklaringen over lange werkdagen in de kerst- en paasperiode, hetgeen ook door medeverdachte [verdachte] is bevestigd. Tevens komt uit dit rapport naar voren dat het niet voorkwam dat achtereenvolgens 10 dagen of meer werd gewerkt voordat de werknemer een vrije dag kreeg.

Ook voor wat betreft de slechte arbeidsomstandigheden – onder andere het gebruik van giftige stoffen, het werken in het donker en het werken op een natte vloer – zijn er door verschillende getuigen verklaringen afgelegd. Uit het dossier kan het hof niet meer dan één voorval met betrekking tot het gebruik van een (legaal) reinigingsmiddel destilleren, waarbij het zo was dat de ruimte waarin de stof was gebruikt nog niet betreden mocht worden, hetgeen al wel was gedaan. Ook voor wat betreft het werken in het donker en op een natte vloer kan het hof niet vaststellen dat dit – als dit al plaatsvond – op regelmatige basis geschiedde.

Het hof kan uit het dossier evenmin afleiden dat sprake zou zijn geweest van een onheuse bejegening, mishandeling of bedreiging van de medewerkers, anders dan in een enkel individueel geval.

Alles overziend waren de tewerkstelling en de (minimale) beperkingen die zij voor de Poolse medewerkers meebracht naar het oordeel van het hof niet van een dusdanige aard, dat sprake is geweest van een uitbuitingssituatie.

Weliswaar vond de uitbetaling van de medewerkers die vielen onder ‘Polenprofiel-13’, te weten de Poolse champignonpluksters, niet plaats op basis van de daadwerkelijk gewerkte uren en was er in meerdere gevallen sprake van stelselmatige onderbetaling, maar dit is op zichzelf onvoldoende om te kunnen spreken van uitbuiting. Daarmee kan het hof niet komen tot een bewezenverklaring van de sub 4-variant.

Het hof komt, gelet op voornoemde conclusie, niet toe aan de bespreking van de sub 6-variant en kan dan ook niet tot een bewezenverklaring van die variant komen.

Met betrekking tot de sub 1-variant

Ook valt – uit de hierboven opgesomde vaststellingen te herleiden handelswijze van [bedrijf 1] – niet af te leiden dat er sprake was van dwangmiddelen om de Poolse medewerkers uit te buiten. Met name de vaststellingen dat de werknemers te allen tijde terug konden keren naar Polen, dat niet is gebleken dat zij werden bedreigd/mishandeld/onheus bejegend en dat zij de beschikking hadden over hun eigen geld, maakt dat naar het oordeel van het hof niet is gebleken van dwangmiddelen in de zin van dwang, misbruik vanuit feitelijkheden omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. Ook betrekt het hof bij zijn afwegingen dat de Poolse medewerkers veelal contacten hadden met andere Polen, waarbij de belemmeringen door taal en cultuur geen rol speelden. Uit het dossier volgt voorts dat binnen het bedrijf een aantal Poolse medewerkers als aanspreekpunt fungeerden, waarbij men terecht kon met vragen en klachten. Weliswaar is sprake geweest van misleiding en fraude, in die zin dat aan de Poolse champignonpluksters minder werd uitbetaald dan in het contract was vastgelegd en valse salarisspecificaties werden opgemaakt, maar het hof kan niet vaststellen dat daarmee zonder meer sprake was van een oogmerk tot uitbuiting. Het hof heeft daarbij mede acht geslagen op de aard en de duur van de tewerkstelling, de beperkingen die de tewerkstelling voor de betrokkenen meebracht en het economisch voordeel dat door de tewerksteller is behaald. Uit het enkele feit dat is misleid en gefraudeerd door onderbetaling en het opmaken van valse salarisspecificaties kan het hof niet afleiden dat [bedrijf 1] het oogmerk had op het maken van een zodanige inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de Poolse medewerkers, dat kan worden gesproken van uitbuiting. Er is sprake geweest van (zeer) slecht werkgeverschap, hetgeen onderbetaling van de werknemers tot gevolg heeft gehad. Het hof kan daarmee ook niet tot een bewezenverklaring komen van de sub 1-variant.

Conclusie

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van mensenhandel zoals tenlastegelegd. Gelet hierop komt het hof aan de vraag of verdachte als medepleger van dan wel feitelijk leidinggever aan mensenhandel kan worden aangemerkt niet toe. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het aan hem onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde.

Vrijspraak feit 2 primair en feit 3 primair – medeplegen valsheid in geschrift

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. Voor de motivering dienaangaande verwijst het hof naar hetgeen hij heeft overwogen onder ‘Medeplegen of feitelijk leiding geven aan medeplegen door de verdachte?’.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2 subsidiair
[bedrijf 1] en [bedrijf 2] , hierna ook te noemen "de B.V.’s", op tijdstippen in de periode van 1 maart 2009 tot en met 31 juli 2012, in Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met elkaar

en met een ander, meermalen, althans eenmaal, telkens

een aantal salarisspecificaties, waaronder

- de salarisspecificatie periode 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] (D-004-09, pagina 3117) en

- de salarisspecificatie periode 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] (D-019-04, pagina 3470) en

- de salarisspecificatie periode 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] (D-005-12, pagina 3139) en

- de salarisspecificatie periode 12 2010 op naam van [champignonplukster 9] (D-008-08, pagina 3393) en

- de salarisspecificatie periode 12 2010 op naam van [champignonplukster 17] (D-013-01, pagina 3415) en

- de salarisspecificaties (7) over de periode 4 tot en met 10 2011 op naam van [champignonplukster 13] (D-043-01 t/m D-043-07, pagina 4753 t/m 4759) en

- de salarisspecificatie over de periode 5 2012 op naam van [champignonplukster 18] (D-034-67, pagina 4336) en

- de salarisspecificaties (7) over de periode 1 tot en met 7 2012 op naam van [champignonplukster 19] (D-043-36 t/m D-043-42, pagina 4788 t/m 4794),

elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk hebben doen opmaken,

immers hebben de B.V.’s en/of hun mededader toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – op die salarisspecificaties voornoemd, minder uren doen vermelden dan door de hierop genoemde Poolse werkneemsters/pluksters in werkelijkheid in de desbetreffende salarisperiode waren gewerkt,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

3
3. subsidiair
[bedrijf 1] en [bedrijf 2] , hierna ook te noemen "de B.V.’s", op tijdstippen in de periode van 1 april 2011 tot en met 7 augustus 2012, in Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met elkaar en met een ander, meermalen, telkens een deel van de bedrijfsadministraties van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] – zijnde dat deel van die

bedrijfsadministraties voornoemd telkens een samenstel van geschriften dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – telkens valselijk hebben opgemaakt,

immers hebben de B.V.’s en hun mededader toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de

waarheid – zakelijk weergegeven – in dat deel van die bedrijfsadministraties voornoemd opgenomen en verwerkt,

een aantal overzichten "Loon op basis van kilo's voor correctie" en een aantal overzichten "Loon op basis van kilo's na correctie" en een aantal IPS Totaal overzichten, op welke overzichten voornoemd telkens minder uren waren vermeld dan door de hierop genoemde Poolse werkneemsters/pluksters in werkelijkheid in de desbetreffende salarisperioden waren gewerkt, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

4
4.
hij op 7 augustus 2012, in de gemeente Horst aan de Maas, vuurwapens als bedoeld in artikel 1 onder 3º, gelet op artikel 2, lid 1, Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten

1. Flobert)geweer (van het merk Browning, type Trombone, voorzien van het serienummer 107537);

1. Pistool (van het merk Ceska Zbrojovka (CZ), voorzien van het serienummer 650249);

en

munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4o, gelet op artikel 2 lid 2, Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten

6 patronen (kaliber 7,65 mm van het merk S&B) en

200 patronen (verpakt in 4 doosjes met opschrift Winchester Super Speed) en

50 patronen (verpakt in een wit doosje met opschrift Western) en

50 patronen (verpakt in een wit doosje met opschrift Federal Champion)

voorhanden heeft gehad;

5
hij op 7 augustus 2012, in de gemeente Horst aan de Maas, een wapen als bedoeld in artikel 2, lid 1, Categorie I onder 3º, te weten één geluiddemper voor een vuurwapen, immers behorende bij een (Flobert)geweer (van het merk Browning, type Trombone, voorzien van het serienummer 107537), voorhanden heeft gehad.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierna bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Met betrekking tot de feiten 2 en 3 2

Bewijsmiddelen

I. Het tijdregistratiesysteem van ‘ [bedrijf 1] ’

Op 7 augustus 2012 is zowel de fysieke als de digitale administratie van ‘ [bedrijf 1] ’ inbeslaggenomen. Door de bedrijven [bedrijf 1] , gevestigd te Meterik in de gemeente Horst aan de Maas, en [bedrijf 2] , gevestigd te Venlo, werd gebruik gemaakt van een door [bedrijf 6] ontwikkeld tijdregistratiesysteem. De opsporingsdienst heeft vastgesteld dat dit tijdregistratiesysteem bestond uit 3 hoofdmodules, zijnde de tijd-, project- en weegregistratie. De module tijdregistratie werd gebruikt om de werktijden van de werknemers te registreren.3

De opsporingsdienst heeft onderzoek gedaan naar de bedrijfsstructuur van ‘ [bedrijf 1] ’ en heeft daarover als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat onder meer de rechtspersonen [bedrijf 1] en [bedrijf 2] tot een groep gelieerde vennootschappen van de [bedrijf 1] -groep behoren. Deze [bedrijf 1] -groep betreft een groot aantal vennootschappen dat zich bezig houdt met het telen van champignons. De rechtspersoon [bedrijf 1] legt zich onder meer toe op het kweken van champignons. Binnen deze rechtspersoon vinden alle oogsthandelingen plaats. De activiteiten van rechtspersoon [bedrijf 2] zien onder meer op ondersteunende activiteiten ten behoeve van de tot de [bedrijf 1] behorende bedrijven. Deze activiteiten behelzen onder andere de administratieve verwerking van de financiële administratie, personeel- en organisatie-activiteiten, de ICT-activiteiten en ondersteuning bij overige staffuncties. De opsporingsdienst heeft voorts gerelateerd dat de enig bestuurder van de verdachte rechtspersoon [bedrijf 1] de rechtspersoon [bedrijf 2] is. De enig bestuurder van de rechtspersoon [bedrijf 2] is de rechtspersoon [bedrijf 3] De enig bestuurder van de rechtspersoon [bedrijf 3] is de rechtspersoon [bedrijf 4] En de enig bestuurder van de rechtspersoon [bedrijf 4] is de natuurlijk persoon [verdachte] , zijnde de verdachte.4

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij gedurende de jaren 2006 tot en met 2012 lid van de tweehoofdige en eenhoofdige directie is geweest.5

Voorts heeft de verdachte bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat ‘ [bedrijf 1] ’ in 2006 is opgericht door [ex-medebestuurder] en hemzelf. In 2010 is [ex-medebestuurder] uitgetreden.6

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij binnen ‘ [bedrijf 1] ’ de functie van groepscontroller had.7 [medeverdachte 1] heeft voorts verklaard, zakelijk weergegeven, dat de directie van [bedrijf 1] tot februari 2010 uit twee personen bestond, te weten [ex-medebestuurder] als financieel directeur en [verdachte] als algemeen directeur. Daarna was [verdachte] de enige directeur. Volgens [medeverdachte 1] wist iedereen dat er correcties in het tijdregistratiesysteem plaatsvonden.8

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij werkzaam is voor [bedrijf 6] en dat hij vanuit die hoedanigheid werkzaamheden heeft verricht voor ‘ [bedrijf 1] ’, maar hij weet niet precies voor welke B.V. van ‘ [bedrijf 1] ’. [verdachte] zwaait er volgens [medeverdachte 2] de scepter, maar zijn contactpersoon bij ‘ [bedrijf 1] ’ was [medeverdachte 1] (het hof begrijpt: [medeverdachte 1]). De belangrijkste werkzaamheden van de medeverdachte [medeverdachte 2] waren de ontwikkeling van het tijd- en kiloregistratiesysteem van [bedrijf 6] . Hij heeft het tijd- en kiloregistratiesysteem geïmplementeerd en de software op maat gemaakt en onderhouden.9

II. Het kloksysteem (‘profiel 13’)

De opsporingsdienst heeft gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er per productielocatie van ‘ [bedrijf 1] ’ een tijdregistratie aanwezig was. Per tijdregistratie was het mogelijk om de modules verschillend in te stellen, maar de werkwijze was bij alle vier de productielocaties van [bedrijf 1] gelijk.10 De opsporingsdienst heeft voorts gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat het tijdregistratiesysteem opnieuw is ingericht voor het klokken van de Poolse pluksters. Er zijn voor de Poolse pluksters een aantal maatwerkmodules ontwikkeld en ingevoerd, te weten de klokophaalpercentagemodule, de vaste pauzemodule en de pluktijdcorrectiemodule.11

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij in voorjaar 2010 is begonnen met het klokken.12 De Poolse pluksters klokten vanaf dat moment op de in- en uitgangsklok, terwijl de Nederlandse pluksters projectklokkingen boekten.13 Vóór invoering van de klok bestond er geen kloksysteem voor de Poolse pluksters, maar een kiloregistratie. De Poolse pluksters kregen dus per kilo uitbetaald. Volgens [medeverdachte 1] werd er maar één vast profiel gebruikt voor de Poolse pluksters.14 [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij in 2008 bij ‘ [bedrijf 1] ’ is begonnen en toen eerst het financiële vlak heeft opgepakt. Vervolgens heeft hij de loonadministratie aangepakt. In het voorjaar 2010 is hij begonnen met het klokken, omdat hij geen uren als onderbouwing had voor de verloonde uren. Om deze reden wilde de medeverdachte [medeverdachte 1] een urenregistratie. Zonder de toestemming van [verdachte] was er volgens deze medeverdachte geen urenregistratie geweest. [medeverdachte 1] heeft het initiatief genomen om een urenregistratie in te voeren. Dit initiatief is niet gestimuleerd, maar ook niet tegengehouden.15

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de Poolse werknemers onder profiel 13 vallen. Voor de loonberekening van de Poolse werknemers zijn alleen de geplukte kilo’s van belang.16 De daadwerkelijk gewerkte tijden van de Poolse pluksters worden overschreven als de modules worden gedraaid. De daadwerkelijk geklokte uren zijn dan niet meer terug te zien in het systeem.17 [medeverdachte 2] heeft het overschrijven van de originele data met [medeverdachte 1] besproken, maar deze vond dit geen probleem.18

III. De maatwerkmodules

III-A. De vaste pauze module

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat er een module voor de vaste pauzes was. Er was een ingangsklok en een uitgangsklok, maar er werden geen pauzes geklokt. Op verzoek van ‘ [bedrijf 1] ’ heeft [medeverdachte 2] een module ingebouwd die in de totale kloktijd de vaste pauzes verdeelt.19

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de pauzes vastzitten in het tijdregistratiesysteem. Deze worden automatisch van de geklokte tijd afgehaald, waarna de netto werktijd uit het systeem rolt.20

Uit onderzoek van de opsporingsdienst aan het tijdregistratiesysteem volgt, zakelijk weergegeven, dat er een scherm instellingen bestaat, geheten ‘Werktijden en pauzetijden tabel t.b.v. berekenen klokrecords’. De opsporingsdienst heeft de daarin aangetroffen werk- en pauzetijden van de vier productielocaties verwerkt in overzichten. Uit deze overzichten volgt dat in het tijdregistratiesysteem het volgende werkschema is ingesteld voor een werknemer die om 06:00 uur begint te werken, zakelijk weergegeven, namelijk:

Werktijd 06:00 tot 08:30 Pauzetijd 25 minuten

08:55 tot 11:25 45 minuten

12:10 tot 14:10 25 minuten

14:35 tot 16:35 45 minuten

17:20 tot 19:20 25 minuten

19:45 tot 21:45 45 minuten. 21

De opsporingsdienst heeft gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat zij tijdens de doorzoeking op 7 augustus 2012 op de productielocatie aan de Hamweg een overzicht heeft aangetroffen met als titel “Afspraken Pauze tijden”. In dit overzicht staan de volgende tijden:

Minder dan 4 uur werken is 15 minuten pauze.

Tussen 4 en 6 uur werken is 30 minuten pauze.

Tussen 6 en 7 uur werken is 45 minuten pauze.

Tussen 7 en 9 uur werken is 60 minuten pauze.

Tussen 9 en 12 uur werken is 75 minuten pauze. 22

De opsporingsdienst heeft in de inbeslaggenomen digitale bedrijfsadministratie tevens een document aangetroffen, geheten ‘Bedrijfsregels Oogstmedewerkers’, opgeslagen onder de naam ‘Meterik bedrijfsregels.doc’.23 Hierin staat opgemerkt, zakelijk weergegeven:

Houd je aan de afgesproken pauzetijden.

Pauzetijden:

Aanvang 07:00 uur: 09:30 – 09:45 uur 12:00 – 12:30 uur 14.30 – 14:45 uur

Aanvang 06.00 uur: 08:30 – 08:45 uur 11:30 – 12:00 uur 14:15 – 14:30 uur

Aanvang 09:00 uur: 09:30 – 09:45 uur 12:00 – 12:30 uur. 24

Gelet op het verschil tussen de pauzetijden in het tijdregistratiesysteem en de op de pluklocaties aangetroffen documentatie over de pauzetijden, heeft de opsporingsdienst het gemiddelde percentage van de teveel berekende pauzetijden berekend. Daarover heeft de opsporingsdienst gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat het percentage van teveel berekende pauzetijd ten opzichte van de werktijd 6% bedraagt.25

III-B. De klokophaalpercentagemodule

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat er een tweede module was waarbij er een percentage van de klokuren werd ingekort. De opgehaalde tijd werd met een bepaald percentage gekort, zodat bijvoorbeeld 10 gewerkte uren met een percentage van 10% gekort werden tot 9 uur.26 ‘ [bedrijf 1] ’ kon de klokophaalfactor zelf instellen en zelf het percentage bepalen. De ophaalfactor is instelbaar gemaakt zodat [bedrijf 1] maximale controle kon hebben.27

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij in opdracht van de directie de klok van het tijdregistratiesysteem standaard op 90% heeft ingesteld. In 2012 heeft [medeverdachte 1] de klok tweemaal, op twee dagen, ingesteld op 85%. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een sms van de bedrijfsleider krijgt, als er langer wordt gewerkt dan 19.00 uur of 20.00 uur. [medeverdachte 1] logt dan in op het werk, hetgeen hij ook vanuit huis kan, om de prikklok aan te passen. De correctie van 10% wordt toegepast op de in- en uitgangsklok van de Poolse pluksters. De andere medewerkers, zijnde alle medewerkers behalve de pluksters, doen projectklokkingen in hetzelfde registratiesysteem, maar deze uren kunnen niet worden gecorrigeerd. Volgens [medeverdachte 1] is dit in 2010 ontstaan. Indien ‘ [bedrijf 1] ’ winst zou maken, dan zou de aanpassing van 10% eerder teruggedraaid worden. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat ze inmiddels twee jaar verder zijn en dat de klok nog steeds op 90% staat.28

De opsporingsdienst heeft voorts gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat zij in het tijdregistratiesysteem van ‘ [bedrijf 1] ’ heeft onderzocht hoe de klokophaalpercentages op 7 augustus 2012 stonden ingesteld. De opsporingsdienst heeft geconstateerd dat het klokophaalpercentage op 7 augustus 2012 op de pluklocaties Meterik, Haagweg en Donkstraat stond ingesteld op 90% en op de pluklocatie Hamweg op 95%.29

III-C. De pluktijdcorrectiemodule

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat het systeem automatisch de geplukte kilogrammen per soort maal het tarief volgens arbeidsovereenkomst berekent. Uit deze berekening volgt een positieve of negatieve plukprestatie. Als de plukprestatie (geplukte kilogrammen x tarief per kilo) positief is, wordt het meerdere als prestatietoeslag uitbetaald. Als een plukprestatie negatief is, dan worden de gewerkte uren uitbetaald. Ongeveer 20% à 30% van de pluksters ontvangt een prestatietoeslag vanwege hun positieve plukprestatie. Daarnaast bestaat er een negatieve plukprestatie, welke met 30% in mindering wordt gebracht op het salaris. De 30% correctie voor de negatieve plukprestatie rekent [medeverdachte 1] zelf uit, waarna deze in dezelfde periode in mindering wordt gebracht. Deze correctie voert [medeverdachte 1] zelf door in het tijdregistratiesysteem.30 [medeverdachte 1] heeft voorts verklaard dat er een pluknorm was bepaald door de heren [verdachte] en [medeverdachte 3] .31 Deze pluknorm bedroeg 30,7 kilo per uur. Het behalen van het minimumloon is volgens de verdachte haalbaar als de plukprestatie zou toenemen. De pluknorm had bijgesteld moeten worden maar dit is niet gebeurd, omdat het bedrijfsresultaat slecht was.32

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat er tevens een module is die een deel van het verschil van de daadwerkelijk gewerkte uren en de kilo uren afroomt. [medeverdachte 2] heeft hierbij het voorbeeld gegeven dat als iemand ‘daadwerkelijk’ 150 uur heeft gewerkt (waarvan al 10% afgeroomd is) terwijl er op basis van de geplukte kilo’s 100 uur gewerkt zou moeten zijn een correctie wordt toegepast voor de 50 uren die ‘te lang’ zijn gewerkt. In het voorbeeld bedraagt het verschil 50 uren. Als de correctiefactor op 40% staat, gaan hier dus voor de uitbetaling 20 uur vanaf. De uren die deze persoon krijgt uitbetaald zijn dan 100 + 30 = 130 uren, zijnde een verschil met 20 uur van de ‘daadwerkelijk’ gewerkte uren.33

Uit onderzoek van de opsporingsdienst is gebleken, zakelijk weergegeven, dat de pluktijdcorrectiemodule van de verschillende productielocatie op 7 augustus 2012 als volgt was ingesteld:

Locatie Meterik Correctiefactor: 40% 34

Locatie Haagweg Correctiefactor: 40% 35

Locatie Donkstraat Correctiefactor: 40% 36

Locatie Hamweg Correctiefactor: 30% 37

De opsporingsdienst heeft onderzocht hoeveel Poolse champignonpluksters een positieve of negatieve plukprestatie hebben gehaald. Uit dit onderzoek over de salarisperiodes, gelegen tussen de periodes 4-2011 tot en met 7-2012, volgt, zakelijk weergegeven, het navolgende overzicht:

Productielocatie Totaal aantal Negatieve Positieve

pluksters plukprestatie plukprestatie

Meterik 263 200 63

Haagweg 114 94 20

Hamweg 48 0 48

Donkstraat 153 110 43

Totaal 578 404 174

Procentueel 100,0% 69,9% 30,1% 38

Implementatie maatwerkmodules

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft zowel bij de raadsheer-commissaris als ter terechtzitting in hoger beroep op 22 april 2021 verklaard dat de drie maatwerkmodules, te weten de vaste pauze module, de klokophaalpercentagemodule en de pluktijdcorrectiemodule, op 1 januari 2011 zijn geïmplementeerd en in gebruik zijn genomen.39

IV. Valsheid van de salarisspecificaties genoemd in de tenlastelegging

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de werkelijke gewerkte uren niet op de loonstroken staan. De loonstroken zijn dus niet correct, want ze geven niet de werkelijkheid weer.40

De getuige [getuige] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de uren die de Poolse pluksters daadwerkelijk hebben gemaakt niet klopten met de uren die op de salarisstroken staan.41

IV-A. Salarisstroken over 2010, 2011 en 2012

In het procesdossier bevinden zich de navolgende salarisspecificaties, waaruit volgt, zakelijk weergegeven, dat er door [bedrijf 1] is uitgekeerd:

 een bedrag van € 83,70 over 113 gewerkte uren en 12,58 overuren, voor de salarisperiode 12 2010 (zijnde 8 november 2010 tot en met 5 december 2010) aan oogstmedewerker [champignonplukster 9] ,42

 een bedrag van € 120,09 over 123,60 gewerkte uren en 5,48 overuren, voor de salarisperiode 12 2010 (zijnde 8 november 2010 tot en met 5 december 2010) aan oogstmedewerker [champignonplukster 17] ,43

 een bedrag van € 1.113,41 over 160,00 gewerkte uren en 29,17 overuren, voor de salarisperiode 4 2011 (zijnde 28 maart 2011 tot en met 24 april 2011) aan oogstmedewerker [champignonplukster 13] ,44

 een bedrag van € 223,36 over 160 gewerkte uren en 29,52 overuren, voor de salarisperiode 5 2011 (zijnde 25 april 2011 tot en met 22 mei 2011) aan oogstmedewerkster [champignonplukster 13] ,45

 een bedrag van € 1.220,65 over 160 gewerkte uren, voor de salarisperiode 6 2011 (zijnde 23 mei 2011 tot en met 19 juni 2011) aan oogstmedewerkster [champignonplukster 13] ,46

 een bedrag van € 1.363,32 over 160 gewerkte uren en 47,75 overuren, voor de salarisperiode 7 2011 (zijnde 20 juni 2011 tot en met 17 juli 2011) aan oogstmedewerkster [champignonplukster 13] ,47

 een bedrag van € 1.058,47 over 149,50 gewerkte uren en 11,25 overuren, voor de salarisperiode 8 2011 (zijnde 18 juli 2011 tot en met 14 augustus 2011) aan oogstmedewerkster [champignonplukster 13] ,48

 een bedrag van € 1.292,19 over 159,25 gewerkte uren en 24,92 overuren, voor de salarisperiode 9 2011 (zijnde 15 augustus 2011 tot en met 11 september 2011) aan oogstmedewerkster [champignonplukster 13] ,49

 een bedrag van € 1.341,79 over 160 uren en 28,75 overuren, voor de salarisperiode 10 2011 (zijnde 12 september 2011 tot en met 9 oktober 2011) aan oogstmedewerkster [champignonplukster 13] ,50

 een bedrag van € 1.031,48 over 151,48 gewerkte uren en 19,92 overuren, voor de salarisperiode 5 2012 (zijnde 23 april 2012 tot en met 20 mei 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 18] (D-034-67, pagina 4336),51

 een bedrag van € 756,85 over 137,83 gewerkte uren en 6,58 overuren, voor de salarisperiode 1 2012 (zijnde 2 januari 2012 tot en met 29 januari 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 19] ,52

 een bedrag van € 840,51 over 142,25 gewerkte uren en 4,83 snipperuren, voor de salarisperiode 2 2012 (zijnde 30 januari 2012 tot en met 26 februari 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 19] ,53

 een bedrag van € 478,44 over 86,67 gewerkte uren en 5,92 overuren, voor de salarisperiode 3 2012 (zijnde 27 februari 2012 tot en met 25 maart 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 19] ,54

 een bedrag van € 1.013,38 over 160 gewerkte uren en 23 overuren, voor de salarisperiode 4 2012 (zijnde 26 maart 2012 tot en met 22 april 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 19] ,55

 een bedrag van € 612,00 over 96 gewerkte uren en 7,92 overuren, voor de salarisperiode 5 2012 (zijnde 23 april 2012 tot en met 20 mei 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 19] ,56

 een bedrag van € 260,06 over 36,75 gewerkte uren en 3,50 overuren, voor de salarisperiode 6 2012 (zijnde 21 mei 2012 tot en met 17 juni 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 19] ,57

 een bedrag van € 775,04 over 140,42 gewerkte uren en 9,25 overuren, voor de salarisperiode 7 2012 (zijnde 18 juni 2012 tot en met 15 juli 2012) aan oogstmedewerker [champignonplukster 19] .58

De getuige [champignonplukster 9] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft en dat zij van 4 november 2010 tot en met 8 december 2010 voor ‘ [bedrijf 1] ’ heeft gewerkt als champignonplukster.59 Ook de getuige [champignonplukster 17] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft. Zij heeft vanaf 3 november 2010 als champignonplukster voor ‘ [bedrijf 1] ’ gewerkt.60 De getuige [champignonplukster 13] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft.61

IV-B. Salarisstroken over 2009

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de Poolse pluksters vóór invoering van het kloksysteem per kilo en dus veel slechter kregen uitbetaald. De kilo’s uit de kiloregistratie zijn de daadwerkelijk geplukte kilo’s.62

De opsporingsdienst heeft over de urenregistratie van de Poolse pluksters vóór de invoering van het kloksysteem in het voorjaar van 2010 gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er voor de Poolse champignonpluksters geen urenregistratie via klokking heeft plaatsgevonden, voordat de arbeidsuren van de Poolse champignonpluksters via een urenregistratie werden bijgehouden. In de periode vóór invoering van het klokken werkten de Poolse pluksters op basis van kiloloon bij [bedrijf 1] .63

In het procesdossier bevinden zich de navolgende salarisspecificaties, waaruit volgt, zakelijk weergegeven, dat er door [bedrijf 1] is uitgekeerd:

 een bedrag van € 1.140,78 over 153,71 gewerkte uren en 23,07 overuren, voor de salarisperiode 3 2009 (zijnde 23 februari 2009 tot en met 22 maart 2009) aan oogstmedewerker [champignonplukster 12] ,64

 een bedrag van € 710,05 over 132,53 gewerkte uren en 16,47 overuren, voor de salarisperiode 4 2009 (zijnde 23 maart 2009 tot en met 19 april 2009) aan oogstmedewerker [champignonplukster 16] ,65

 een bedrag van € 1.228,46 over 156,00 gewerkte uren en 65,67 overuren, voor de salarisperiode 10 2009 (zijnde 7 september 2009 tot en met 4 oktober 2009) aan oogstmedewerker [champignonplukster 13] .66

De getuige [champignonplukster 12] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poole nationaliteit heeft en dat zij vanaf 7 februari 2008 bij ‘ [bedrijf 1] ’ werkzaam was.67 De getuige [champignonplukster 16] heeft zich op 27 september 2012 bij de opsporingsdienst gelegitimeerd met een geldige Poolse identiteitskaart. Zij heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij vanaf maart 2008 tot en met februari 2010 voor ‘ [bedrijf 1] ’ heeft gewerkt als champignonplukster.68 De getuige [champignonplukster 13] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft.69

Ter zake van de salarisspecificatie over salarisperiode 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd:

Op het overzicht ‘Kilo per verpakking’, door ons gecodeerd D-034-68 (pagina 4337 en pagina 4338) zie ik, verbalisant, de cellen, de verpakkingen, de sorteringen, de kwaliteit, het aantal en de kilo’s dat per sortering in de cellen is geplukt in de periode 23-02-2009 tot en met 22-03-2009. Onderaan zie ik, verbalisant, in de tabel ‘Totaal’ het totale aantal kilo’s die [champignonplukster 12] per sortering heeft geplukt. Ik, verbalisant, zie dat [champignonplukster 12] volgens de kiloregistratie van [bedrijf 1] in salarisperiode 3 2009 in totaal 4.767,2 kilo champignons heeft geplukt. Het totale aantal kilo’s per sortering in de tabel ‘totaal’ heb ik vermenigvuldigd met het door [bedrijf 1] gehanteerde kilotarief. De vermenigvuldiging van het aantal kilo’s met het desbetreffende tarief levert een kiloloon op van € 1.257,72.

Uit nader onderzoek in het tijdregistratiesysteem is gebleken dat [champignonplukster 12] in onderhavige salarisperiode naast het plukken van champignons ook andere werkzaamheden heeft verricht. Via het pad: Projectregistratie => Overzicht instellingen zijn de volgende instellingen gekozen:

Uren van projecten

Unit

Periode jaar 2009

Periode 3

Selectie werknemer

Dit heeft het overzicht ‘Uren van Projecten’ uit het tijdregistratiesysteem opgeleverd. Een afdruk van de scherminstelling is door ons gecodeerd D-034-69 (p. 4339).

Op het overzicht ‘uren van projecten’ door ons gecodeerd D-034-69 (p. 4339) zie ik, verbalisant, dat het overzicht betrekking heeft op:

[champignonplukster 12]

periode 23-2-2009 / 22-3-2009 (per 3)

Het totaal aantal gewerkte uren is als volgt opgebouwd:

‘Plukken’ 156,86 uren

‘Ziekzoeken’ 19,92 uren

Onder ‘totalen overzicht’ zie ik, verbalisant, in de kolom ‘Uren’ dat [champignonplukster 12] in de periode 23-2-2009 / 22-3-2009 (per 3) in totaal 176,78 uren heeft gewerkt.

[champignonplukster 12] heeft ook de door haar gewerkte uren zelf bijgehouden. Kopieën van de aantekeningen, die betrekking hebben op salarisperiode 3 2009 zijn door ons gecodeerd D-004-07-20 tot en met D-004-07-24.

Vorenbedoelde aantekeningen zijn door mij, verbalisant, uitgewerkt in de applicatie ‘Excel’ rekening houdend met de door [champignonplukster 12] opgegeven pauzes. De Excel uitwerking is door ons gecodeerd D-004-09A.

Op de Excel uitwerking zie ik, verbalisant, dat [champignonplukster 12] volgens haar aantekeningen na aftrek van de genoten pauzes 240,29 uur heeft gewerkt. Voorts zie ik in de uitwerking staan dat [champignonplukster 12] volgens haar aantekeningen in totaal 5.115 kilo champignons heeft geplukt. In de kiloregistratie van [bedrijf 1] staat dat [champignonplukster 12] in totaal 4.767,20 kilo champignons heeft geplukt. Dit is een verschil van 347,8 kilo ten opzichte van de aantekeningen van [champignonplukster 12] . Dit is een verschil van 6,8% ten opzichte van de aantekeningen van [champignonplukster 12] . Mogelijk kan het verschil worden verklaard door correcties uit de kilocorrectiemodule (zie hoofdstuk 14, AMB-025091, p. 0758), gewichtsverlies als gevolg van vochtverlies en/of een foutmarge in de aantekeningen van [champignonplukster 12] .

Op de salarisspecificatie ‘Salarisperiode 3’ 2009 op naam van [champignonplukster 12] , door ons gecodeerd D-004-09, zie ik, verbalisant, onder meer staan:

OMSCHRIJVING BETALING

Gewerkt 153,71

Overwerk 100% 23,07

Plukprestatietoeslag 2,82

VASTE GEGEVENS

Basissalaris 8,00

Terugrekening salaris op basis van kiloloon naar kiloloon

Om het kiloloon volgens de administratie van [bedrijf 1] te kunnen vergelijken met het op de salarisspecificatie verantwoorde salaris, heb ik, verbalisant, in het geval van [champignonplukster 12] onderscheid gemaakt tussen de plukuren en overig (Ziekzoeken), te weten:

Salarisspecificatie

Gewerkt 153,71 uren

Overwerk 100% 23,07 uren

176,78 uren

Ziekzoeken -/- 19,92 (overzicht ‘uren van projecten’ tijdregistratiesysteem)

Totaal 156,86 (champignons plukken)

Na aftrek van de uren ‘Ziekzoeken’ zie ik, verbalisant, dat 156,86 arbeidsuren overblijven, die zijn verantwoord als plukuren van champignons.

156,86 uren x € 8,00 ‘Basissalaris’ = € 1.254,88 (uurloon) - € 1.257,72 (kiloloon)

= € 2,84. De plukprestatietoeslag is € 2,82.

Op een afrondingsverschil na kan uit bovenstaande worden opgemaakt dat [champignonplukster 12] in salarisperiode 3 2009 op basis van kiloloon is uitbetaald door [bedrijf 1] . Ervan uitgaande dat [champignonplukster 12] haar arbeidsuren correct heeft bijgehouden, zou dit inhouden, dat op de salarisspecificatie salarisperiode 3 2009 van [champignonplukster 12] in totaal niet is verantwoord:

240,29 – 156,86 = 83,43 uren x € 8,00 ‘Basissalaris’= € 667,36. 70

Ter zake van de salarisspecificatie over salarisperiode 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Op het overzicht ‘Kilo per verpakking’, door ons gecodeerd D-034-71 (pagina 4342 en pagina 4343) zie ik, verbalisant, de cellen, de verpakkingen, de sorteringen, de kwaliteit, het aantal en de kilo’s dat per sortering in de cellen is geplukt in de periode 23-03-2009 tot en met 19-04-2009.

Onderaan zie ik, verbalisant, in de tabel ‘Totaal’ het totale aantal kilo’s dat [champignonplukster 16] per sortering heeft geplukt. Ik, verbalisant, zie dat [champignonplukster 16] volgens de kiloregistratie van [bedrijf 1] in salarisperiode 3 2009 in totaal 3.883,4 kilo champignons heeft geplukt. Het totale aantal kilo’s per sortering in de tabel ‘totaal’ heb ik vermenigvuldigd met het door [bedrijf 1] gehanteerde kilotarief. De vermenigvuldiging van het aantal kilo’s met het desbetreffende tarief levert een kiloloon op van € 1.035,18.

Op de salarisspecificatie ‘Salarisperiode 3’ 2009 op naam van [champignonplukster 12] , door ons gecodeerd D-004-09 [het hof leest hier ‘Salarisperiode 3 2009 van [champignonplukster 16] , door ons gecodeerd D-019-04] zie ik verbalisant onder meer staan:

OMSCHRIJVING BETALING

Gewerkt 132,53

Overwerk 100% 16,47

Plukprestatietoeslag 21,97

VASTE GEGEVENS

Basissalaris 6,80

Terugrekening salaris op basis van kiloloon naar kiloloon

Eerder in dit proces-verbaal is te lezen dat [bedrijf 1] voor de invoering van het tijdregistratiesysteem het salaris van de Poolse champignonpluksters vermoedelijk op basis van kiloloon werd berekend. Het brutoloon van [champignonplukster 16] voor het plukken van champignons is:

Salarisspecificatie

Gewerkt 132,53 uren

Overwerk 100% 16,47 uren

Totaal 149,00 uren

149 uren x € 6,80 ‘Basissalaris’ = € 1.013,20 (uurloon) - € 1.035,18 (kiloloon)

= € 21,98. De plukprestatietoeslag is € 21,97.

Op een afrondingsverschil na kan uit bovenstaande worden opgemaakt dat [champignonplukster 16] in salarisperiode 4 2009 vermoedelijk op basis van kiloloon is uitbetaald door [bedrijf 1] . De grootte van benadeling voor [champignonplukster 16] is niet berekend, omdat het onderzoeksteam Lagos niet heeft beschikt over door [champignonplukster 16] bijgehouden uren. 71

Ter zake van de salarisspecificatie over salarisperiode 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven:

Op het overzicht ‘Kilo per verpakking’, door ons gecodeerd D-034-70 (pagina 4340 en pagina 4341) zie ik, verbalisant, de cellen, de verpakkingen, de sorteringen, de kwaliteit, het aantal en de kilo’s dat per sortering in de cellen is geplukt in de periode 07-09-2009 tot en met 04-10-2009. Onderaan zie ik, verbalisant, in de tabel ‘Totaal’ het totale aantal kilo’s die [champignonplukster 13] per sortering heeft geplukt. Ik, verbalisant, zie dat [champignonplukster 13] volgens de kiloregistratie van [bedrijf 1] in salarisperiode 10 2009 in totaal 6.426,0 kilo champignons heeft geplukt. Het totale aantal kilo’s per sortering in de tabel ‘totaal’ heb ik vermenigvuldigd met het door [bedrijf 1] gehanteerde kilotarief. De vermenigvuldiging van het aantal kilo’s met het desbetreffende tarief levert een kiloloon op van € 1.864,95.

[champignonplukster 13] heeft de door haar gewerkte uren zelf bijgehouden. Een kopie van de aantekeningen, die betrekking hebben op salarisperiode 10 2009 is door ons gecodeerd D-005-27A.

Vorenbedoelde aantekeningen zijn door mij, verbalisant, uitgewerkt in de applicatie ‘Excel’ rekening houdend met de door [champignonplukster 13] opgegeven pauzes. De Excel uitwerking is door ons gecodeerd D-005-27B. Op de Excel uitwerking zie ik, verbalisant, dat [champignonplukster 13] volgens haar aantekeningen netto 264,58 uur heeft gewerkt. Voorts zie ik in de uitwerking staan dat [champignonplukster 13] volgens haar aantekeningen in totaal 6.357 kilo champignons heeft geplukt. In de kiloregistratie van [bedrijf 1] staat dat [champignonplukster 13] in totaal 6.357 kilo [het hof begrijpt: 6.426 kilo] champignons heeft geplukt. Dit is een verschil van 69 kilo ten opzichte van de aantekeningen van [champignonplukster 13] . Dit is een minimaal verschil van 1% ten opzichte van de kiloregistratie van [bedrijf 1] , inhoudende dat [champignonplukster 13] vrij nauwkeurig is geweest in het bijhouden van haar kilo’s. Vermoedelijk kan hetzelfde worden gezegd over het bijhouden van haar uren.

Op de salarisspecificatie ‘Salarisperiode 10’ 2009 op naam van [champignonplukster 13] , door ons gecodeerd D-004-09 [het hof leest hier en hieronder D-005-12], zie ik, verbalisant, onder meer staan:

OMSCHRIJVING BETALING

Gewerkt 156,00

Overwerk 100% 65,57

Plukprestatietoeslag 76,12

VASTE GEGEVENS

Basissalaris 8,07

Terugrekening salaris op basis van kiloloon naar kiloloon

Om het kiloloon volgens de administratie van [bedrijf 1] te kunnen vergelijken met het op de salarisspecificatie verantwoorde salaris, heb ik, verbalisant, de volgende berekening gemaakt:

Salarisspecificatie

Gewerkt 156,00 uren

Overwerk 100% 65,67 uren

Totaal 221,67 uren

221,67 uren x € 8,07 ‘Basissalaris’ = € 1.788,88 (uurloon) - € 1.864,95 (kiloloon) = € 76,07. De plukprestatietoeslag is € 76,12.

Op een afrondingsverschil na kan uit bovenstaande worden opgemaakt dat [champignonplukster 13] in salarisperiode 10 2009 vermoedelijk op basis van kiloloon is uitbetaald door [bedrijf 1] . Het aantal op vorenbedoelde salarisspecificatie (D-005-12) vermelde uren is waarschijnlijk gebaseerd op een toerekening naar het kiloloon. Ervan uitgaande dat [champignonplukster 13] haar arbeidsuren correct heeft bijgehouden, zou dit inhouden, dat op de salarisspecificatie salarisperiode 10 2009 van [champignonplukster 13] in totaal niet is verantwoord:

264,58 – 221,67 = 42,91 uren x 8,07 ‘Basissalaris’= € 346,58. 72

V. De Loonoverzichten op basis van kilo’s vóór en na correctie

De opsporingsdienst heeft in de digitale administratie een aantal documenten aangetroffen, genaamd ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’. De opsporingsdienst heeft over de inhoud van deze overzichten gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er in het onderzoek aan de digitale administratie van [bedrijf 1] verschillende versies van overzichten ‘Loon op basis van kilo’s’ zijn aangetroffen. Hierop zijn de positieve dan wel de negatieve plukprestaties van de Poolse champignonpluksters zichtbaar. In het geval van een negatieve plukprestatie is een bijstelling van de klokuren naar beneden via de pluktijdcorrectiemodule van toepassing op de desbetreffende Poolse champignonplukster’.73

Over de onder de medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen overzichten heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er 110 overzichten van deze medeverdachte zijn gevonden, die respectievelijk betrekking hebben op verschillende vestigingen van [bedrijf 1] over de salarisperioden 1-2011 tot en met 7-2012. Van deze overzichten zijn van de meeste salarisperiodes twee verschillende versies aangetroffen.74 De opsporingsdienst heeft voorts over deze overzichten ‘Loon op basis van kilo’s’ gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat op de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ zichtbaar is dat de klokuren naar beneden zijn bijgesteld. Het tijdregistratiesysteem geeft namelijk geen feitelijk overzicht van de door de Poolse champignonpluksters gewerkte uren, omdat de oorspronkelijke uren in het tijdregistratiesysteem worden overschreven zodra de correctiemodule(s) worden gedraaid.75

De opsporingsdienst heeft voorts ter zake van deze overzichten ‘Loon op basis van kilo’s’ gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat deze zowel fysiek als digitaal zijn aangetroffen in de inbeslaggenomen bedrijfsadministratie van ‘ [bedrijf 1] ’. Overzichten betreffende het jaar 2009 zijn niet aangetroffen. De Poolse pluksters zijn pas vanaf begin 2010 begonnen met klokken. Overzichten betreffende het jaar 2010 zijn maar mondjesmaat aangetroffen. Vanaf januari 2011 zijn bijna alle overzichten digitaal aangetroffen. Dit had er kennelijk mee te maken dat de medeverdachte [medeverdachte 1] vanaf deze periode de werkwijze heeft aangepast. Dit impliceert dat de medeverdachte meestal één overzicht uitdraaide met de gegevens vóór de correctie van de plukprestatie en één nadat de plukprestatiecorrectie had plaatsgevonden.76

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft over de op zijn naam aangetroffen overzichten verklaard, zakelijk weergegeven, dat in deze overzichten de negatieve prestatietoeslag staat verwerkt.77 Het systeem berekent automatisch de geplukte kilogrammen per soort maal het tarief volgens arbeidsovereenkomst. Hieruit komt een positieve of negatieve plukprestatie. De 30% correctie voor de negatieve plukprestatie rekent [medeverdachte 1] zelf uit en deze wordt dan in dezelfde periode in mindering gebracht. Deze correctie voert hij vervolgens door in het tijdregistratiesysteem.78

De opsporingsdienst heeft gerelateerd over de door medeverdachte [medeverdachte 1] opgestelde overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’:

In het ‘postvak in’ van [verdachte] zijn twee overzichten terug te vinden genaamd ‘Loon op basis van kilo wk 48’ en ‘Loon op basis van kilo wk 48 na corr’, door ons gecodeerd D-025-54 en -025-55 (p. 3891 t/m 3900) Dit betreft overzichten die betrekking hebben op week 48-2010. Ik, verbalisant, zie in de bronverwijzing in de DON het volgende staan:

[verdachte] in 2010.pst/Persoonlijke mappen/Hoofdmap van persoonlijke mappen/Postvak IN/Diversen/2010/FW: /loon op basis van kilo wk 48.xls

[verdachte] in 2010.pst/Persoonlijke makken/Hoofdmap van persoonlijke mappen/Postvak IN/Diversen/2010/FW: /loon op basis van kilo wk 48 na corr.xls.79

VI. De IPS Totaal-overzichten

De opsporingsdienst heeft gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat de loongegevens van [bedrijf 1] via het systeem [bedrijf 5] worden aangeleverd bij de [bedrijf 5] (hierna: [bedrijf 5] ). Deze gegevens worden door de [bedrijf 5] niet veranderd of aangevuld. De loongegevens worden in opdracht van [bedrijf 1] Holding/ [bedrijf 1] direct in het BIS (Business Information System) ingelezen en verwerkt tot salarisspecificaties. In het tijdregistratiesysteem is een koppeling gemaakt met het IPS (Internet Personnel Services) loonsysteem. De afdeling P&O haalt periodiek een verloningsheet uit het tijdregistratiesysteem. Op dit overzicht, genaamd ‘IPS Totaal overzicht’, staan de gewerkte uren, overuren, plukprestatietoeslag en overige salariscomponenten. De toegepaste correcties op de klokuren en rekenformules zijn daarin niet zichtbaar voor P&O. Voor de loonbetalingen wordt door de afdeling P&O met behulp van een loonbatch een importdocument gemaakt voor de [bedrijf 5] (tot 1 januari 2012) zodat de gegevens op het ‘IPS Totaal overzicht’ kunnen worden geüpload ten behoeve van de opmaak van salarisspecificaties en de aangiftes van loonheffingen. In de ‘image’ van het tijdregistratiesysteem zijn ‘IPS Totaal overzichten’ aangetroffen over, onder meer, de periode 1-2011 tot en met 7-2012.80

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de salarisadministratie door [bedrijf 1] is uitbesteed aan de [bedrijf 5] . De afdeling P&O levert de gegevens voor de salarisadministratie. [P&O] stuurt de IPS totaalsheet door aan de [bedrijf 5] (tot 1 januari 2012 [bedrijf 5] ).81 De afdeling P&O haalt de verloningssheet uit het tijdregistratiesysteem. Op dit overzicht staan niet de rekenformules en daarbij behorende correcties vermeld. Op de verloningssheet staan de gewerkte uren, overuren, prestatietoeslag, dagen voor huisvesting, dagen voor de maaltijden, de snipperuren en eventuele andere vergoedingen. Dit overzicht wordt vervolgens door de afdeling P&O verzonden naar [bedrijf 5] ( [bedrijf 5] ) en zij maken dan de loonstroken.82

De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat de gegevens voor de verloning uit het tijdregistratiesysteem kwamen.83 De IPS module wordt gevuld met een urentabel uit de database. De database bevat onder andere twee tabellen, een voor de geplukte kilo’s per persoon per dag en een tabel voor de uren per persoon per dag. De urentabel is afhankelijk van de modules die zijn gedraaid. Indien een bepaalde module is gedraaid dan worden de uren in deze tabel overschreven en de originele uren zijn dan overschreven en niet meer terug te vinden.84

VII. De rol van de verdachte

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ter terechtzitting bij de rechtbank van 24 februari 2016 een verklaring afgelegd als getuige, onder meer in de zaak van de verdachte. [medeverdachte 1] heeft toen verklaard, zakelijk weergegeven, dat [verdachte] alleen directeur werd, nadat [ex-medebestuurder] in 2010 stopte. In eerste instantie gaf [medeverdachte 1] een terugkoppeling aan [ex-medebestuurder] over de contacten met [medeverdachte 2] . Later gaf hij deze terugkoppeling aan [verdachte] . Deze terugkoppeling ging niet over de details, maar wel over hetgeen zij wilden bereiken.

Volgens [medeverdachte 1] nam de directie het besluit om de klokophaalpercentagemodule op 90% in te stellen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat [verdachte] wist dat deze module op 90% heeft gestaan. Dit is immers vaker besproken.85

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft voorts bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat [verdachte] op de hoogte was van de correctie naar 90%.86 Volgens [medeverdachte 1] loopt [verdachte] 7 dagen in de week van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat over de productielocaties rond. De locatiemanagers doen wat [verdachte] wil. [verdachte] heeft volgens [medeverdachte 1] de beslissing genomen om de klokregistratie aan te passen. [verdachte] heeft uiteindelijk ook de beslissing genomen dat de klokregistratie niet op 100% werd gezet.87

In hoger beroep heeft medeverdachte [medeverdachte 1] , bij de raadsheer-commissaris en ter terechtzitting in hoger beroep op 22 april 2021, verklaard dat het kloksysteem is ontwikkeld in opdracht van de directie, te weten [ex-medebestuurder] en [verdachte] . Voorts heeft hij verklaard dat hij op 1 juni 2011 in opdracht van de directie [het hof begrijpt, gelet op de datum en het vertrek van [ex-medebestuurder] in 2010, [verdachte]], de klokophaalpercentagemodule op 90% heeft ingesteld.88

De getuige [getuige] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat [verdachte] zich met alles bemoeit. Volgens [getuige] houdt [verdachte] goed in de gaten hoeveel uur er gewerkt wordt door de pluksters in de cellen en hoeveel uren de unitleiders hebben gewerkt.89 Volgens [getuige] weet [verdachte] van heel veel zaken af zoals bedrijfsvoering, kilo’s, uren en fust. Voor bijna alles moest je een akkoord hebben van [verdachte] . [verdachte] kwam elke dag, meestal tweemaal daags, de productielocaties bezoeken.90

Een notitie, opgesteld door [medeverdachte 2] omtrent de totstandkoming van een van de afroomfuncties in het tijdregistratiesysteem, heeft als aanhef:

Aanpassing tijdregistratie t.b.v. [verdachte] / [bedrijf 1] (11-6-2009). 91

In verschillende e-mails is gebleken van een leidinggevende en aansturende rol van de verdachte binnen de [bedrijf 1] . In deze e-mails staat als volgt geschreven, zakelijk weergegeven:

[medewerker 1]

Zoals ik deze week al gemeld heb worden slechte resultaten niet meer getolereerd en geaccepteerd. (…) Dit is niet de eerste keer dat ik jou aanspreek op slechte resultaten en een slechte organisatie in Laichingen. De komende weken zal ik met regelmaat mensen naar Laichingen sturen om het verbeterproces te volgen en deze mensen zullen aan mij rapport uitbrengen.

Worden de resultaten niet binnen zeer korte termijn beter dan resteert mij geen andere keus dan het dienstverband met jou te beëindigen, zie dit als de allerlaatste waarschuwing.

Groet, [verdachte] . 92

[medewerker 2] ,

Hier is goed over nagedacht en ik ben akkoord.

[verdachte] . 93

[medewerker 3] ,

Hierbij de mail van [medewerker 4] . Zoals telefonisch door mij is aangegeven is voor mij de maat vol. (…) Vanaf nu wil ik iedere keer vooraf een melding als jij niet tijdig klanten kunt beleveren met vermelding van de oorzaak.

Je mag er mij op aanspreken als er daarna geen actie wordt genomen. Mocht blijken dat dit probleem vanuit Logistiek niet opgepakt en opgelost wordt dan kan ik niets anders doen dan de arbeidsovereenkomst met jou te beëindigen. Zie dit als een allerlaatste waarschuwing en ik hoop dat jij dit oppakt.

[verdachte] . 94

[medeverdachte 1] ,

Gebeurt zoiets gewoon zonder overleg vooraf??

Ik vind het niet goed dat dit soort mails gewoon de organisatie in gaan zonder overleg met jou of met mij.

We zitten sinds januari in een nieuw organisatie model zonder bedrijfsleiders.

Graag reactie,

[verdachte] . 95

Overwegingen

Het standpunt van de advocaten-generaal

De advocaten-generaal hebben zich op het standpunt gesteld – zoals vervat in het door hen overgelegde schriftelijk requisitoir – dat de feiten 2 primair en 3 primair wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd met betrekking tot feiten 2 primair en 3 primair dat het opzet van verdachte niet kan worden bewezen. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] over de wetenschap van de verdachte wordt niet door enig ander bewijsmiddel ondersteund. Verdachte was niet betrokken bij de ontwikkeling van de afroommodules of de loonadministratie. Ook het voorwaardelijk opzet van de verdachte kan niet worden bewezen. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat uit het procesdossier volgt dat allerlei professionele derden nooit de afroommodules hebben ontdekt, waaruit blijkt dat de kans op ontdekking van de modules niet aanmerkelijk was. Verdachte dient van de feiten 2 en 3 primair te worden vrijgesproken.

Ter zake van de feiten 2 en 3 subsidiair heeft de verdediging primair aangevoerd dat er geen sprake is van feitelijk leidinggeven door verdachte, nu de gedragingen van medeverdachte [medeverdachte 1] niet passen binnen de normale werkzaamheden van de rechtspersoon [bedrijf 1] . Er was sprake van zelfstandig handelen van medeverdachte [medeverdachte 1] . De rechtspersoon was hiervan niet op de hoogte. Om deze reden was er geen opzet op het plegen van valsheid in geschrift. In geval van bewezenverklaring van valsheid in geschrift door de rechtspersoon, heeft de verdediging subsidiair aangevoerd dat verdachte daaraan geen feitelijk leiding heeft gegeven. Daarbij heeft de verdediging verwezen naar het feit dat verdachte zich voornamelijk met teeltwerkzaamheden bezig hield, de salarisstroken door een professioneel bedrijf zijn opgemaakt en professionele derden tijdens hun controles de valsheid in geschrift niet hebben bespeurd. Verdachte had bovendien geen financieel motief bij de valsheid in geschrift, nu hij de facto niet langer dan één jaar een meerderheidsaandeel binnen het bedrijf heeft gehad. Om deze reden dient verdachte tevens van de feiten 2 en 3 subsidiair te worden vrijgesproken.

Het oordeel van het hof

Valsheid salarisspecificaties (feit 2)

Op alle in de tenlastelegging genoemde loonstroken staat ‘oogstmedewerker’ als functieomschrijving. Gelet op de verklaringen van [champignonplukster 9] , [champignonplukster 17] en [champignonplukster 16] verstaat het hof hieronder de functie ‘champignonplukster’. De salarisspecificaties (7) 4 tot en met 10 2011 van [champignonplukster 13] (D-043-01 t/m D-043-07, pagina 4753 t/m 4759), de salarisspecificatie 5 2012 op naam van [champignonplukster 18] (D-034-67, pagina 4336) en de salarisspecificaties (7) 1 tot en met 7 2012 op naam van [champignonplukster 19] (D-043-36 t/m D-043-42, pagina 4788 t/m 4794) zijn derhalve allen opgemaakt ten behoeve van Poolse champignonpluksters (profiel 13), en wel ná het invoeren van het klokken en de afroommodules in het tijdregistratiesysteem. Het hof stelt op basis de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] afgelegd bij de raadsheer-commissaris en ter terechtzitting in hoger beroep vast dat de maatwerkmodules zijn geïmplementeerd en in gebruik zijn genomen op 1 januari 2011.

Om deze reden is het hof van oordeel dat voornoemde salarisspecificaties dus vals zijn, ongeacht of de klokophaalpercentagemodule in 2011 al dan niet enige tijd op 100% heeft gestaan. Gedurende deze periode werden de uren van de Poolse champignonpluksters immers nog altijd afgeroomd door de vaste pauzemodule en de pluktijdcorrectiemodule.

Het hof stelt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de Poolse champignonpluksters, vóór de invoering van de urenregistratie door klokkingen, op basis van kiloloon hebben gewerkt. Dit loon werd vastgesteld aan de hand van de door de pluksters ingevulde pluklijsten. Uit de bewijsmiddelen, met name uit de berekeningen van de opsporingsdienst, volgt dat ook de salarisspecificatie 3 2009 van [champignonplukster 12] (D-004-09), de salarisspecificatie 4 2009 van [champignonplukster 16] (D-019-04) en de salarisspecificatie 10 2009 van [champignonplukster 13] (D-005-12), de salarisspecificatie 12 2010 van [champignonplukster 9] (D-008-08, p. 3393) en de salarisspecificatie 12 2010 van [champignonplukster 17] (D-013-01, p. 3415), vals zijn.

Valsheid delen van bedrijfsadministratie (feit 3)

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de in de bedrijfsadministratie aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s vóór correctie’ vals zijn, nu is gebleken dat in deze overzichten de door de vaste pauzemodule en klokhaalpercentagemodule gemanipuleerde arbeidstijden van de Poolse champignonpluksters worden opgenomen. In de aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ zijn de arbeidstijden van de pluksters met een negatieve plukprestatie ook nog eens gemanipuleerd door de pluktijdcorrectiemodule. De gegevens omtrent de pluktijdcorrectiefactor uit deze overzichten ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ werden vervolgens door medeverdachte [medeverdachte 1] ingevoerd in het tijdregistratiesysteem. Het hof, met de rechtbank, stelt daarmee vast dat de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s vóór correctie’ en de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ een wezenlijk onderdeel vormden van de bedrijfsadministratie en dienden ter onderbouwing van de berekening van de pluktijdcorrectiefactor. Het hof, met de rechtbank, is gelet op de werkwijze van medeverdachte [medeverdachte 1] , van oordeel dat alle 110 overzichten, aangetroffen op de directory van de medeverdachte [medeverdachte 1] , vals zijn.

Uit de bewijsmiddelen volgt bovendien dat de in de bedrijfsadministratie aangetroffen ‘IPS Totaal overzichten’ vals zijn, nu is gebleken dat in het ‘IPS Totaal overzicht’ de door de correctiemodules gemanipuleerde arbeidstijden van de Poolse champignonpluksters worden opgenomen. De inhoud van deze ‘IPS Totaal overzichten’ wordt vervolgens aan de [bedrijf 5] verstrekt, teneinde op grond daarvan de salarisspecificaties van de Poolse champignonpluksters te doen opmaken. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat er ten aanzien van deze documenten valsheid in geschrift is gepleegd. Het hof overweegt in dit verband nog dat in de tenlastelegging wordt verwezen naar overzichten, zoals opgenomen in de bijlagen D-045-01, D-045-02 en D-045-03 bij het document AMB-039-01. Er bevinden zich in het procesdossier evenwel geen processtukken met deze doornummering. Het hof, met de rechtbank, is echter van oordeel dat, nu de hiervoor omschreven werkwijze gangbaar was ten aanzien van de Poolse champignonpluksters, alle ‘IPS Totaal overzichten’ ten aanzien van de Poolse champignonpluksters vals zijn.

Medeplegen door medeverdachten [medeverdachte 1] en [bedrijf 1]

Het hof, met de rechtbank, is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat medeverdachte [medeverdachte 1] vanaf het voorjaar 2010 het initiatief heeft genomen tot het herinrichten van het tijdregistratiesysteem en daarin verschillende afroommodules heeft laten implementeren. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij persoonlijk de klokophaalpercentagemodule heeft ingesteld op 90%, en soms op 85%. Voorts heeft hij verklaard dat hij de correctiefactor van 30% op de negatieve plukprestatie zelf heeft berekend en deze heeft ingevoerd in het tijdregistratiesysteem. Het hof is voorts van oordeel dat uit de verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte 1] ter zake van de salarisspecificaties, de ‘IPS Totaaloverzichten’ en de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ volgt dat hij wetenschap had van de valsheid van deze documenten. Ook heeft hij verklaard dat hij de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ heeft opgesteld om de pluktijdcorrectiefactor te berekenen en deze vervolgens in te voeren in het tijdregistratiesysteem.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de opzet van de medeverdachte [medeverdachte 1] bij deze gedragingen gericht was op het plegen van de valsheid in geschrift onder feiten 2 en 3. Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de medeverdachte [medeverdachte 1] de feiten 2 en 3 tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersoon heeft gepleegd.

Het hof, met de rechtbank, stelt vast dat de Poolse champignonpluksters werkzaam waren op één van de vier teeltlocaties van de medeverdachte [bedrijf 1] De afdeling P&O, die valt onder de rechtspersoon [bedrijf 2] [het hof: voormalig medeverdachte], heeft vervolgens de ‘IPS-overzichten’ aan de [bedrijf 5] overgedragen ten behoeve van de salariëring van de Poolse champignonpluksters. Uit de in de tenlastelegging genoemde salarisspecificaties volgt dat de Poolse champignonpluksters vervolgens werden uitbetaald door de medeverdachte [bedrijf 1] , zijnde hun werkgever. De uren van de Poolse champignonpluksters werden door klokkingen op de teeltlocaties geregistreerd in het tijdregistratiesysteem van de medeverdachte [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , waarna er in dit tijdregistratiesysteem mutaties plaatsvonden door middel van de toepassing van diverse modules.

Een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek Strafrecht kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat het manipuleren van het tijdregistratiesysteem, en de dientengevolge optredende valsheid in geschrift van salarisspecificaties en delen van de bedrijfsadministratie (te weten de IPS Totaal Overzichten, de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’), is verworden tot een gedraging die past binnen de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft immers verklaard, zakelijk weergegeven, dat iedereen wist dat er correcties in het tijdregistratiesysteem plaatsvonden. De valsheid in geschrift voornoemd is bovendien dienstbaar geweest aan het door de rechtspersoon uitgeoefende bedrijf. Door de valsheid in geschrift kon de rechtspersoon immers haar arbeidskosten verlagen en daarmee haar verliezen beperken, dan wel een faillissement afwenden. Aldus is sprake van een financieel motief voor [bedrijf 1] . De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft, als werknemer in dienst bij de rechtspersoon, het initiatief genomen tot het herinrichten van het tijdregistratiesysteem en heeft, in opdracht van de rechtspersoon, de klokophaalpercentagemodule ingesteld op 90%. Bovendien was die module voor de rechtspersoon ontworpen. Aldus is het hof van oordeel dat de tenlastegelegde valsheid in geschrift onder feit 2 en 3 aan de rechtspersoon [bedrijf 1] redelijkerwijs kan worden toegerekend.

Het hof stelt vast dat verdachte sinds 2006 deelnam aan de directie van [bedrijf 1] en vanaf 2010 de enige vennoot, en daarmee de enig statutair algemeen directeur, van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] was. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte niet alleen wist dat de klokophaalpercentagemodule standaard op 90% stond ingesteld, maar ook dat dit met zijn opdracht was gedaan. Uit de notitie van medeverdachte [medeverdachte 2] omtrent de aanpassing van de tijdregistratie, alsook uit de aangetroffen e-mailwisseling en de in de ‘inbox’ van het e-mailaccount van de verdachte aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s wk 48’ en ‘Loon op basis van kilo’s wk 48 na corr’ volgt bovendien dat verdachte, als leidinggevende van [bedrijf 1] , wetenschap had van het bestaan van deze overzichten. Het hof concludeert op basis van het voorgaande dat verdachte, en daarmee tevens de rechtspersoon, wist wat de gevolgen van deze frauduleuze handelingen voor de salarisspecificaties en delen van de bedrijfsadministratie zouden zijn.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat het opzet van de medeverdachte [bedrijf 1] gericht was op het plegen van de valsheid in geschrift onder de feiten 2 en 3.


De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft aldus de klokophaalpercentagemodule in opdracht van de rechtspersoon [bedrijf 1] op 90% ingesteld; soms heeft hij deze module op 85% ingesteld en hij heeft de correctiefactor van 30% op de negatieve plukprestatie zelf berekend en ingevoerd in het tijdregistratiesysteem. Ook heeft hij de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ opgesteld om de pluktijdcorrectiefactor te berekenen en deze vervolgens in te voeren in het tijdregistratiesysteem. Daarmee is het hof is van oordeel dat de medeverdachte [medeverdachte 1] een wezenlijke intellectuele en materiële bijdrage heeft geleverd aan het plegen van de valsheid in geschrift, zoals ten laste gelegd onder de feiten 2 en 3 en dat er aldus sprake is van medeplegen.

Gelet op het voorgaande is het hof, met de rechtbank, van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging met de rechtspersoon [bedrijf 1] valsheid in geschrift heeft gepleegd ter zake van de salarisspecificaties van de Poolse pluksters en delen van de bedrijfsadministratie.

Medeplegen of feitelijk leiding geven aan medeplegen door de verdachte?

Het hof dient de vraag te beantwoorden of verdachte zich, gelet op de aard van zijn gedragingen, heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift van de salarisspecificaties van de Poolse champignonpluksters (feit 2) en delen van de bedrijfsadministratie (feit 3), dan wel dat hij aan deze feiten feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen.

Het hof stelt vast dat verdachte sinds 2006 deelnam aan de directie van [bedrijf 1] en vanaf 2010 de enige vennoot, en daarmee de enig statutair algemeen directeur, van [bedrijf 1] was. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte wist dat er afroommodules van toepassing waren in het tijdregistratiesysteem, dat hij zich iedere dag op de werkvloer bevond en op de hoogte was van het reilen en zeilen binnen de onderneming, alsook dat hij degene is die, als eindverantwoordelijke, de beslissingen neemt omtrent het te voeren beleid binnen de onderneming. Uit de notitie van de medeverdachte [medeverdachte 2] omtrent de aanpassing van de tijdregistratie, alsook uit de aangetroffen e-mailwisseling en de in de ‘inbox’ van het e-mailaccount van de verdachte aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s wk 48’ en ‘Loon op basis van kilo’s wk 48 na corr’, volgt bovendien dat verdachte, als leidinggevende van [bedrijf 1] , wetenschap had van de binnen deze onderneming plaatsvindende administratieve malversaties. De stelling van de verdediging dat verdachte niet op de hoogte zou zijn van de maatwerkmodules acht het hof, gelet op het vorenstaande, volstrekt onaannemelijk. Gelet op het voorgaande gaat het hof uit van de verklaring afgelegd door medeverdachte [medeverdachte 1] . Het hof gaat uit van de verklaring van de verbalisant dat de e-mailwisseling in het ‘postvak in’ van verdachte is aangetroffen, het hof heeft immers geen enkele reden om aan diens verklaring te twijfelen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de raadsheer-commissaris en ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij in opdracht van de directie op 1 juni 2011 de klok naar 90% heeft gezet, hetgeen plaatsvond ná het vertrek van [ex-medebestuurder] en aldus bestond de directie toen enkel uit verdachte. De stelling van de verdediging dat medeverdachte [medeverdachte 1] er in zijn verklaring steeds vanuit gaat dat verdachte wel op de hoogte zal zijn geweest maar dat hij niet kan aangeven dat verdachte hem ooit concreet heeft geïnstrueerd over de afroommodule, wordt mitsdien verworpen.

Door de raadsman is voorts naar voren gebracht dat de conclusie dat verdachte wetenschap had van de afroommodule enkel naar voren komt uit de verklaring van [medeverdachte 1] , die als onbetrouwbaar terzijde moet worden geschoven. Het hof verwerpt ook dit verweer. [medeverdachte 1] heeft consistent en uitvoerig verklaard. Zijn verklaringen komen overeen met hetgeen in de bedrijfsadministratie is aangetroffen. Er is geen enkele aanwijzing in het procesdossier dat [medeverdachte 1] deze module achter de rug van verdachte om zou hebben ingevoerd. De modules zijn in het voorjaar van 2010 ontwikkeld door medeverdachte [medeverdachte 2] . De procesbeschrijvingen van de modules bevinden zich allen in de administratie van het bedrijf. In de bedrijfsadministratie bevonden zich tevens stukken inhoudende berekeningen van het salaris voor en na correctie. Deze bevonden zich deels ook in het postvak van verdachte. Er werden pluklijsten met uren bijgehouden in de administratie die niet overeenkomstig de uren op de salarisstroken waren vermeld. Uit zijn verklaring ter zitting in hoger beroep blijkt dat verdachte op de hoogte was van het wegen en de normen die gesteld werden voor de hoeveelheid te plukken champignons. Verdachte wist ook dat in de voorafgaande jaren vóór de klokregistratie de geplukte kilo’s werden omgerekend naar uren en de uren op de salarisstroken in die periode per definitie niet klopten.96 Verdachte was in de periode dat de afroommodule werd ingevoerd enig directielid die zich actief met de bedrijfsvoering bezighield. Deze aspecten in aanmerking genomen heeft het hof geen enkele reden om aan de verklaring van [medeverdachte 1] te twijfelen dat verdachte wetenschap had van de ingevoerde modules inclusief de afroommodule.

Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat verdachte zelf een dermate wezenlijk bijdrage heeft geleverd aan de daadwerkelijke uitvoering van de valsheid in geschrift, door bijvoorbeeld het invoeren van onjuiste gegevens in het tijdregistratiesysteem, dat er sprake is van medeplegen. Om deze reden is het hof van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder de feiten 2 en 3 primair tenlastegelegde medeplegen van valsheid in geschrift.

De gedragingen van verdachte zijn echter sterk verweven met de handelingen van de rechtspersoon [bedrijf 1] , en wel in een zodanige mate dat het hof vaststelt dat verdachte als natuurlijk persoon vereenzelvigd kan worden met de onderneming [bedrijf 1] De verdachte was de statutair directeur, wist van de afroming door de klokophaalpercentagemodule en nam als directie de beslissing om die module zodanig in te stellen. Verdachte heeft dus geweten dat de valsheid in geschrift van de salarisspecificaties en delen van bedrijfsadministratie het gevolg was. Verdachte was als (uiteindelijk enig) statutair algemeen directeur bevoegd en gehouden om maatregelen te nemen ter voorkoming van het plegen van strafbare feiten, hetgeen hij heeft nagelaten. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte kennis had van de strafbare feiten die door de onderneming [bedrijf 1] werden gepleegd. Hij heeft niet alleen geen stappen ondernomen om deze te beëindigen, maar hij heeft er zelfs opdracht voor gegeven dan wel goedkeuring aan gegeven, waarmee hij de verboden gedragingen heeft geïnitieerd dan wel bevorderd.

Conclusie

Het hof acht derhalve, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan het medeplegen van de door [bedrijf 1] en [medeverdachte 1] gepleegde valsheid in geschrift ter zake van de salarisspecificaties van de Poolse champignonpluksters (feit 2) en delen van de bedrijfsadministratie (feit 3).

Met betrekking tot de feiten 4 en 5

Bewijsmiddelen

Op 7 augustus 2012 heeft de politie een aantal wapens en munitie aangetroffen in de woning van de verdachte. De politie heeft hierover gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat zij op 7 augustus 2012, te 09.03 uur, in het bijzijn van de rechter-commissaris is binnengetreden in de woning gelegen aan de [adres 2] . Op de eerste verdieping werd in een slaapkamer in een vaste kast een flobertgeweer aangetroffen. Deze kast bevond zich, gezien vanuit de toegangsdeur, aan de rechterzijde in de slaapkamer. Het betrof hier een geweer van het merk FN-herstel voorzien van het serienummer 107537. In deze slaapkamer bevonden zich naast het bed aan beide kanten een nachtkastje. Deze nachtkastjes bestonden uit een lade met daaronder een deurtje. Bij beide nachtkastjes waren deze deuren afgesloten. Door het verwijderen van de lade had men zicht en toegang tot het gedeelte achter het gesloten nachtkastje. In het afgesloten nachtkastje aan de rechterzijde van het bed, gezien vanuit de toegangsdeur, werd een pistool in een holster en munitie in doosjes aangetroffen. Het vuurwapen betrof een pistool van het merk CZ, voorzien van het serienummer 650249.

De munitie betrof 5 geel gekleurde doosjes, met opschrift Winchester Super Speed. Hiervan waren 4 doosjes gevuld met 200 stuks patronen/kogels en in één doosje zaten 50 hulzen. Tevens werden aangetroffen 1 wit doosje met opschrift Western, inhoudende 50 patronen/kogels, en 1 wit doosje met opschrift Federal Champion, inhoudende 50 patronen/kogels.97

De politie heeft onderzoek gedaan aan de inbeslaggenomen wapens en munitie. Hieromtrent heeft de politie als volgt gerelateerd:

1. Juridisch: Pistool (312161)

Het op 7 augustus 2012 bij verdachte [verdachte] in beslaggenomen voorwerp betreft een pistool van het merk: CZ, kaliber 7,65 mm, Model VZ-50 en voorzien van het serienummer: 650249 en 651249. Bij dit pistool was een patroonhouder met daarin 6 patronen 7,65 mm van het merk S&B.

Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1e van de Wet Wapens en Munitie. Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of van de Wet Wapens en Munitie.

2. Juridisch: Enkelloops kogelgeweer (312158)

Het op 7 augustus 2012 bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen voorwerp, betreft een enkelloops kogelgeweer, merk: Browning, type Trombone, kaliber .22 Long en voorzien van nummer: 107537.

Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing. Derhalve is dit kogelgeweer een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1e van de Wet Wapens en Munitie. Het vuurwapen valt niet onder categorie II, sub 2, 3 of van de Wet Wapens en Munitie.

Het wapen is voorzien van een geluiddemper dat door middel van uitwendige schroefdraad op de loop kan worden bevestigd. De geluiddemper is merkloos en niet voorzien van enig nummer.

3. Juridisch: Geluiddemper (312158)

Het op 7 augustus 2012 bij verdachte [verdachte] inbeslaggenomen voorwerp is een geluiddemper, als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder f van de RWM en is geschikt om bevestigd te worden op het onder 2 omschreven kogelgeweer, zijnde een vuurwapen.

Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie 1, onder 3e van de WWM.

4. Juridisch: Munitie

Tevens werd op 7 augustus 2012 bij verdachte [verdachte] een grotere hoeveelheid munitie in beslaggenomen.

6 patronen van het kaliber 7,65 mm. Van het merk S&B. (312161)

200 patronen .22 Short van het merk Winchester. (312164)

100 patronen van het kaliber .22 Long Rifle. (312165/312166)

Deze munitie is geschikt om met voornoemde vuurwapens verschoten te worden. De munitie is geschikt om met voornoemde vuurwapens verschoten te worden. De munitie is van diverse merken zoals o.a.: Winchester, Federal en Sellier & Ballot.

Het betreft munitie als bedoeld in artikel 1 onder 4e van de WWM. Het gaat om munitie die niet valt onder categorie II. Derhalve betreft het munitie in de zin van artikel 2, lid 2, categorie III van de WWM.

Strafbaarstelling:

Het voorhanden hebben van het bovenomschreven pistool, kogelgeweer, geluiddemper en de munitie, is strafbaar gesteld in artikel 13 lid 1 c.q. artikel 26, lid 1, in verband met artikel 55, lid 1 c.q. lid 3 onder a van de Wet Wapens en Munitie. 98

Verdachte heeft bij de politie verklaard, zakelijk weergegeven dat hij samenwoont met iemand die toegang heeft tot de slaapkamer, maar niet tot de wapens. Verdachte heeft verklaard dat hij de kast gebruikt waarin het geweer is aangetroffen. Het nachtkastje waarin het pistool is aangetroffen, staat aan de linkerzijde van het bed, gezien vanuit het bed. Verdachte heeft verklaard dat hij aan deze zijde slaapt.99

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep op 22 april 2021 verklaard dat hij het eens is met zijn veroordeling door de rechtbank wat betreft de wapens.100

Overwegingen

Het standpunt van de advocaten-generaal

De advocaten-generaal hebben zich – naar het hof begrijpt – op het standpunt gesteld dat de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

Namens de verdachte is bij pleidooi naar voren gebracht dat hij de twee wapens in zijn bezit had. Hij wist van de wapens af en heeft deze voorhanden gehad.

Het oordeel van het hof

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de wapens en munitie zijn aangetroffen in de woning van verdachte, te weten in een kast en nachtkastje aan de zijde van het bed waar verdachte slaapt. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij de kast in gebruik had waarin het geweer werd aangetroffen. Uit de verklaring van verdachte volgt dat geen ander dan hijzelf toegang had tot de kast waarin het kogelgeweer is aangetroffen. Evenmin is gebleken dat een ander dan hijzelf toegang tot de aangetroffen wapens en munitie had.

Het hof acht de feiten 4 en 5 wettig en overtuigend bewezen, in dier voege dat verdachte het pistool, het kogelgeweer met de vuurdemper en de munitie voorhanden heeft gehad.

Nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte deze voorwerpen samen met een ander of anderen voorhanden heeft gehad, zal het hof verdachte partieel vrijspreken van het onder feit 4 en 5 aan hem tenlastegelegde medeplegen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

feitelijk leiding geven aan het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 3 subsidiair bewezenverklaarde levert op:

feitelijk leiding geven aan het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Het standpunt van de advocaten-generaal

De advocaten-generaal hebben gevorderd dat aan verdachte, ter zake het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 en 5 tenlastegelegde, een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, met aftrek van voorarrest, en een beroepsverbod voor de duur van 5 jaren, inhoudende een ontzegging van het recht om bestuurder en leidinggevende te zijn van een onderneming in de land- en tuinbouwsector.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het hof – bij eventuele bewezenverklaring van één of meer feiten – bij bepalen van de straf rekening dient te houden met de forse overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM. De verdediging heeft geconcludeerd tot oplegging van een voorwaardelijke straf en/of een taakstraf, gelet op de financiële en maatschappelijke gevolgen voor verdachte. Verdachte heeft immers reeds 2,5 miljoen euro aan privévermogen verloren, vreest voor het verlies van zijn baan als freelance adviseur wegens imagoschade en verkeert in een zakelijk isolement, nu derden niet langer bereid zijn om in de start van een nieuw bedrijf van verdachte te investeren. Verdachte wordt bovendien privé aansprakelijk gesteld door schuldeisers van de rechtspersoon. Voorts ondervinden de verdachte en zijn gezin een isolement binnen de dorpsgemeenschap waarin zij woonachtig zijn.

Het oordeel van het hof

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof overweegt, grotendeels overeenkomstig de rechtbank, als volgt.

De verdachte heeft gedurende drie jaar, als directeur, feitelijk leiding gegeven aan het medeplegen van valsheid in geschrift binnen diens onderneming [bedrijf 1] . Ook heeft verdachte twee vuurwapens, een geluidsdemper en 306 patronen voorhanden gehad.

Met behulp van geraffineerde afroommodules werden de salarissen van Poolse pluksters, die werkzaam waren bij [bedrijf 1] , op verschillende wijzen afgeroomd. Vanaf 2011 waren er drie afroommodules ingebouwd in het tijdregistratiesysteem: de klokophaalpercentagemodule (welke vanaf juni 2011 naar 90 procent en in twee gevallen zelfs naar 85 procent is ingesteld), de correctiefactor van 30 tot 40 procent op de negatieve plukprestatie zelf en module die ervoor zorgde dat de pauzetijden automatisch waren verwerkt in het tijdregistratiesysteem terwijl de daadwerkelijk genoten pauzetijden korter waren. Door invoering van deze modules bij enkel ‘Polenprofiel 13’ werden de Poolse pluksters stelselmatig gekort in hun uren en kwamen de daadwerkelijke gewerkte uren niet overeen met hetgeen vermeldt stond op de salarisstroken.

Het hof acht het zeer wel mogelijk dat niet alleen de salarisstroken van de in de tenlastelegging genoemde Poolse pluksters in de jaren 2009 tot en met 2012 werden vervalst, maar dat dit op een veel grotere schaal plaatsvond. Binnen [bedrijf 1] paste het gebruik van de afroommodules namelijk binnen de normale bedrijfsvoering, waardoor iedere Poolse plukster – in ieder geval na invoering van de klokkingen en de afroommodules in 2011 tot het uitschakelen daarvan in augustus 2012 – in meer of mindere mate is getroffen door het afromen van de door haar gewerkte uren. Ook delen van de bedrijfsadministratie, gebaseerd op deze afgeroomde uren, werden door de werking van deze afroommodules vals.

Gelet op het stelselmatig karakter van de door verdachte gepleegde feiten en de duur van de periode waarin hij deze gepleegd heeft, is het hof van oordeel dat de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is. Het hof slaat in dit verband tevens acht op het feit dat de verdachte, noch bij de opsporingsdienst, noch ter terechtzitting in eerste aanleg dan wel in hoger beroep, inzicht heeft getoond in de laakbaarheid van zijn handelen.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof voorts nog gelet op:

  • -

    de inhoud van het verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 16 februari 2021, waaruit volgt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten;

  • -

    de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die ter terechtzitting naar voren zijn gebracht.

Het hof maakt voorts melding van de verklaringen van enkele slachtoffers, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep zijn afgelegd.

Redelijke termijn

Het hof heeft zich tevens rekenschap gegeven van de redelijke termijn. Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkómen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

In de onderhavige zaak is de redelijke termijn aangevangen op 28 januari 2013, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld. De rechtbank heeft op 10 november 2016 vonnis gewezen. In eerste aanleg is derhalve sprake van een schending van de redelijke termijn met een periode van ongeveer één jaar en negenenhalf maanden. Verdachte heeft op 23 november 2016 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 27 mei 2021. In hoger beroep is aldus tevens sprake van een termijnoverschrijding, nu de behandeling in hoger beroep niet is afgerond met een eindarrest binnen twee jaar na het instellen van het hoger beroep. Deze overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ruim twee jaar en zes maanden.

Deze overschrijding is deels gelegen in de omstandigheid dat de zaak op 19 maart 2020 werd aangehouden vanwege de toen recente uitbraak van het coronavirus. Vervolgens hebben de landelijke maatregelen in verband met het coronavirus het inplannen en het behandelen van strafzaken bemoeilijkt. De zaak is op 18 november 2020 opnieuw aangehouden vanwege organisatorische redenen van de zijde van het hof. De totale overschrijding van de redelijke termijn bedraagt daarmee ongeveer vier jaar en drieënhalf maanden.

Het hof zal aan deze overschrijding consequenties verbinden. Zonder schending van de redelijke termijn zou een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest, passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn is geschonden, zal worden volstaan met het opleggen van de hierna aan te geven straf.

Gelet op de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde, komt het hof tot oplegging van een aanzienlijk lagere straf dan de straf die is geëist door de advocaten-generaal.

Schadevergoedingsmaatregel

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht dient te worden opgelegd, primair ten bedrage van € 71.680,89 en subsidiair ten bedrage van € 54.596,05. Deze maatregel dient hoofdelijk te worden opgelegd, aldus het Openbaar Ministerie.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de schadevergoedingsmaatregel niet kan worden opgelegd, primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair onder verwijzing naar jurisprudentie.

Het oordeel van het hof

Het hof overweegt als volgt:

In eerste aanleg hebben zich geen slachtoffers gevoegd als benadeelde partij als gevolg van een omissie aan de zijde van de ondersteuning van de slachtoffers. Het Openbaar Ministerie acht het wenselijk dat toch aan de ex-werknemers van [bedrijf 1] een schadevergoeding wordt verstrekt op basis van artikel 36f Wetboek van Strafrecht. Op 24 juli 2020 is aan alle procespartijen een overzicht van de schade per ex-werknemer ter beschikking gesteld. In september 2020 is een nadere schriftelijke onderbouwing hiervan overgelegd aan alle procespartijen. Op 26 april 2021 zijn namens de slachtoffers voornoemde stukken en een aanvullende verklaring afgelegd en is een schriftelijke onderbouwing overgelegd door mr. Lamyae Ramdani, advocaat namens een aantal slachtoffers.

Nu het niet indienen van vorderingen door de benadeelde partijen in eerste aanleg het gevolg was van een omissie, is het hof van oordeel dat het thans vorderen van de oplegging van de maatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht om op deze wijze alsnog de door de ex-werknemers van [bedrijf 1] geleden schade vergoed te krijgen, niet tot doel heeft om de wettelijke beperking dat een benadeelde partij zich niet voor het eerst in hoger beroep kan voegen met een (aanvullende) vordering tot schadevergoeding te omzeilen. Het wettelijk systeem staat er derhalve niet aan in de weg om in casu een schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het hof is voorts van oordeel dat de verdediging tijdig op de hoogte zijn gebracht van het voornemen van het Openbaar Ministerie om oplegging van genoemde maatregel te vorderen en de onderbouwing hiervan.

Met betrekking tot de gevorderde schadevergoedingsmaatregel overweegt het hof als volgt:

Verdachte is vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van/feitelijk leiding geven aan het medeplegen van mensenhandel. Het hof veroordeelt verdachte wel voor het meermalen feitelijk leidinggeven aan het medeplegen van valsheid in geschrift.

Het hof constateert dat het vastgestelde schadebedrag voor de ex-werknemers is gebaseerd op het ontnemingsdossier, en dan met name op de lijsten van gewerkte uren en verloonde uren, zoals die zijn gebruikt in het rapport Wederrechtelijk Verkregen Voordeel. Door de raadsman zijn lijsten in het geding gebracht waarin de verloonde uren overeenkomstig de salarisspecificaties zijn opgenomen. Tevens zijn overgelegd de lijsten van de geplukte kilo’s per dag. Zonder grondig nader onderzoek is de daadwerkelijk geleden schade als gevolg van de valsheid in geschrift dan ook niet evident vast te stellen. Het hof overweegt overeenkomstig hetgeen in de wet is opgenomen met betrekking tot de vorderingen benadeelde partij dat het vaststellen van de schade een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Het hof zal de vordering ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht reeds hierom afwijzen.

Inbeslaggenomen goederen

Tijdens het onderzoek is een hoeveelheid geld inbeslaggenomen. Het hof, evenals de rechtbank, zal geen beslissing nemen over dit inbeslaggenomen geldbedrag, omdat het heeft geconstateerd dat er conservatoir beslag in de zin van artikel 94a Wetboek van Strafvordering op is gelegd. Uit de wet en de jurisprudentie volgt dat op een zodanig beslag geen beslissing bij einduitspraak in de strafzaak mogelijk is.

Op de overige inbeslaggenomen goederen rust klassiek beslag in de zin van artikel 94 Wetboek van Strafvordering. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie dienaangaande naar voren gebracht dat het beslag op deze goederen gehandhaafd dient te blijven in verband met de waarheidsvinding met betrekking tot de nog te behandelen ontnemingsvordering. De verdediging heeft zich in eerste aanleg hiertegen niet verzet. In hoger beroep is van de zijde van de advocaten-generaal geen standpunt omtrent de inbeslaggenomen goederen ingenomen. De verdediging heeft in hoger beroep verwezen naar een e-mailbericht van 13 juli 2016, pagina 83 van zijn pleitnota in eerste aanleg, waarin de verdediging verzoekt om teruggave van het volledige beslag.

Het hof zal, net als de rechtbank, op dit gedeelte van het beslag evenmin een beslissing nemen, omdat deze goederen nog dienstbaar kunnen zijn aan de eventuele behandeling van de ontnemingsvordering in hoger beroep.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 3 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte voorts tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Wijst af de vordering van het Openbaar Ministerie tot oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafvordering.

Aldus gewezen door:

mr. A.M.G. Smit, voorzitter,

mr. A.R. Hartmann en mr. A.C. Bosch, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. L.G. Gersen en mr. A.E.M. de Ridder, griffiers,

en op 27 mei 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. A.C. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Wanneer het hof spreekt over ‘Poolse medewerkers’ bedoelt het de in de tenlastelegging genoemde personen.

2 In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het proces-verbaal van Inspectie SZW, directie Opsporing, recherche kantoor Arnhem, onderzoeksnaam Lagos, proces-verbaalnummer 6640/2010/000167, afgesloten d.d. 25 juli 2013, bestaande uit 29 ordners, voorzien van de doorlopend genummerde pagina’s 1 tot en met 4836.

3 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0789 (AMB-025-01) en relaas p-v d,d, 25 juli 2013, p. 0007.

4 Relaas p-v d.d. 25 juli 2013, p. 0012 en 0013, p. 0012 en 0013; Uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 1] , p. 4117 (D-031-01) en p. 4125 (D-031-1A); Uittreksel Kamer van Koophandel [bedrijf 2] , p. 4129 (D-031-02); Uittreksel Kamer van Koophandel PCP Property B.V., p. 4137 (D-031-03).

5 Verklaring van de verdachte, zoals afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 21 maart 2016.

6 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013, p. 1272.

7 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 14 augustus 2012, p. 1557 (V-008-06).

8 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1571 en 1578 (V-008-08).

9 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1600 (V-009-01).

10 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0715 (AMB-025-01).

11 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0715 (AMB-025-01).

12 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 (V-008-05).

13 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1544 (V-008-03).

14 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1571 (V-008-08).

15 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 en 1552 (V-008-05).

16 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1611 en 1612 (V-009-03).

17 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1607 (V-009-02).

18 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1610 (V-009-03).

19 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1601 (V-009-01).

20 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 7 augustus 2012, p. 1561 (V-008-07).

21 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0743 en 0744 (AMB-025-01).

22 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0744 (AMB-025-01); “Overzicht afspraken pauzetijden en e-mails”, p. 4076 tot en met 4078 (D-028-01).

23 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0745 (AMB-025-01).

24 Bedrijfsregels oogstmedewerkers, p. 4281 (D-034-38).

25 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0750 en 0751 (AMB-025-01).

26 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1601 (V-009-01).

27 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1615 en 1616 (V-009-03).

28 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1544 en 1545 (V-008-03).

29 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0754 (AMB-025-01).

30 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1545 en 1546 (V-008-03).

31 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 17 augustus 2012, p. 1564 (V-008-07).

32 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1570 (V008-08).

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1602 (V-009-01).

34 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Meterik, p. 4206 (D-034-03).

35 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Haagweg, p. 4274 (D-034-31).

36 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Donkstraat, p. 4277 (D-034-34).

37 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie Hamweg, p. 4280 (D-034-37).

38 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0776 (AMB-025-01).

39 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 7 november 2018, p. 2-3; verklaring [medeverdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2021.

40 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1578 (V-008-08).

41 P-v van verhoor van getuige [getuige] d.d. 30 januari 2013, p. 1098 (G-021-03).

42 Salarisspecificatie 12 2010 op naam van [champignonplukster 9] , p. 3393 (D-008-08).

43 Salarisspecificatie 12 2010 op naam van [champignonplukster 17] , p. 3415 (D-013-01).

44 Salarisspecificatie 4 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4753 (D-043-01).

45 Salarisspecificatie 5 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4754 (D-043-02).

46 Salarisspecificatie 6 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4755 (D-043-03).

47 Salarisspecificatie 7 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4756 (D-043-04).

48 Salarisspecificatie 8 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4757 (D-043-05).

49 Salarisspecificatie 9 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4758 (D-043-06).

50 Salarisspecificatie 10 2011 op naam van [champignonplukster 13] , p. 4759 (D-043-07).

51 Salarisspecificatie 5 2012 op naam van [champignonplukster 18] , p. 4336 (D-034-67).

52 Salarisspecificatie 1 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4788 (D-043-36).

53 Salarisspecificatie 2 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4789 (D-043-37).

54 Salarisspecificatie 3 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4790 (D-043-38).

55 Salarisspecificatie 4 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4791 (D-043-39).

56 Salarisspecificatie 5 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4792 (D-043-40).

57 Salarisspecificatie 6 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4793 (D-043-41).

58 Salarisspecificatie 7 2012 op naam van [champignonplukster 19] , p. 4794 (D-043-42).

59 P-v van verhoor getuige [champignonplukster 9] d.d. 7 juni 2011, p. 0963 en 0964 (G-012-01).

60 P-v van verhoor getuige [champignonplukster 5] d.d. 11 mei 2011, p. 0899, 0900 en 0904 (G-007-01).

61 P-v van verhoor getuige [champignonplukster 13] d.d. 28 juni 2012, p. 1063 (G-019-01).

62 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1570 (V-008-08).

63 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0222 en 0259.

64 Salarisspecificatie 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] , p. 3117 (D-004-09).

65 Salarisspecificatie 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] , p. 3470 (D-019-04).

66 Salarisspecificatie 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] , p. 3139 (D-005-12).

67 P-v van verhoor getuige [champignonplukster 12] d.d. 2 april 2012, p. 1.003 en 1.005 (G-015-01).

68 P-v van verhoor getuige [champignonplukster 16] d.d. 27 september 2012, p. 1202, 1207 en 1209 (G-031-01).

69 P-v van verhoor getuige [champignonplukster 13] d.d. 28 juni 2012, p. 1063 (G-019-01).

70 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0261 tot en met 0264. Document ‘Kilo’s per verpakking 23-2-09 / 22-3-09 (per 3)’, p. 4337 en 4338 (D-034-68). Document ‘Uren van projecten 23-2-09 / 22-3-2009 per 3)’, p. 4339 (D-034-69). Salarisspecificatie periode 3 2009 op naam van [champignonplukster 12] , p. 3117 (D-004-09). Document ‘Totaal periode 3-2009’, p. 3118 (D-004-09A). Handgeschreven dagboekaantekeningen, p. 3087 tot en met 3091 (D-004-07-20 tot en met D004-07-24).

71 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0266 en 0267. Document ‘Kilo’s per verpakking 23-3-09 / 19-4-09 (per 4)’, p. 4342 en 4343 (D-034-71). Salarisspecificatie periode 4 2009 op naam van [champignonplukster 16] , p. 3470 (D-019-04).

72 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0264 en 0265. Document ‘Kilo’s per verpakking 7-9-09 / 4-10-09 (per 10)’, p. 4340 en 4341 (D-034-70). Handgeschreven dagboekaantekeningen, p. 3157 (D-005-27A). Document ‘Uitwerking aantekeningen [champignonplukster 13] salarisperiode 10 2009’, p. 3159 (D-005-27B). Salarisspecificatie periode 10 2009 op naam van [champignonplukster 13] , p. 3470 (D-005-12).

73 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0216 en 0217.

74 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0216 en 0217.

75 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0219, 0220 en 0222.

76 P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0770 (AMB-025-01).

77 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1570 en 1578 (V-008-08).

78 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1546 (V-008-03).

79 Relaas proces-verbaal, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0252 tot en met 0254.

80 Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0222 en 0223.

81 P-v van verhoor getuige [medeverdachte 1] d.d. 7 augustus 2012, p. 1073 (G-020-01).

82 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1546 (V-008-03).

83 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 28 januari 2013, p. 1600 (V-009-01).

84 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 29 januari 2013, p. 1611 (V-009-03).

85 Verklaring van getuige [medeverdachte 1] , zoals afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting bij de rechtbank van 24 februari 2016.

86 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1568 (V-008-08).

87 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 (V-008-05).

88 P-v van verhoor verdachte [medeverdachte 1] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 7 november 2018, p. 2-3; verklaring [medeverdachte 1] ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2021.

89 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 7 augustus 2012, p. 1077 (G-021-01).

90 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 28 januari 2013, p. 1091 (G-021-02).

91 Document ‘Aanpassing tijdregistratie t.b.v. [verdachte] / [bedrijf 1] ’ d.d. 11 juni 2009, p. 3085 (D-030-03).

92 E-mailbericht d.d. 17 mei 2012 van [verdachte] aan [medeverdachte 3] , p. 4061 (D-027-25).

93 E-mailbericht d.d. 19 mei 2012 van [verdachte] aan [medewerker 2] , p. 4063 (D-027-26).

94 E-mailbericht d.d. 19 mei 2012 van [verdachte] aan [medewerker 3] , p. 4071 (D-027-27).

95 E-mailbericht d.d. 3 juni 2012 van [verdachte] aan [medeverdachte 1] , p. 4073 (D-027-28).

96 Verklaring [verdachte] afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep.

97 Proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot doorzoeking pand III (Haagweg 5 te Horst) d.d. 9 augustus 2012, p. 2637 tot en met 2639 (IBN-003-01); Kennisgeving van inbeslagneming (artikel 94 Sv) d.d. 7 augustus 2012, p. 2656 tot en met 2658 (IBN-003-06).

98 Proces-verbaal omschrijving wapens en munitie d.d. 6 september 2012, p. 4357 tot en met 4364 (D-036-01).

99 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] d.d. 28 januari 2013, p. 1269 (V-001-01).

100 Verklaring [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep op 22 april 2021.