Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:1468

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
28-07-2021
Zaaknummer
200.243.826_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Executoriaal beslag. Verklaring. Onjuist? VOF en vennoot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.243.826/01

arrest van 18 mei 2021

in de zaak van

[appellante] ,

hierna: [appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

advocaat: mr. A.P.E. de Brouwer te Roosendaal,

tegen:

1 [de V.O.F.] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [geïntimeerde 2],

3. [geïntimeerde 3],

wonende te [woonplaats] ,

hierna: gezamenlijk de [geïntimeerden] , afzonderlijk de [de V.O.F.] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. J.J.R. Albicher te Roosendaal,

als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 12 januari 2021 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer/rolnummer C/02/331417 / HA ZA 17-376 tussen partijen gewezen vonnis van 11 april 2018.

5 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- de akte van de [geïntimeerden] van 9 februari 2021, met producties;

- de antwoordakte van [appellante] van 9 maart 2021, met producties.

Het hof heeft een datum voor arrest bepaald.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij tussenarrest van 12 januari 2021 heeft het hof de [geïntimeerden] in de gelegenheid gesteld een akte te nemen waarbij zij alle jaarrekeningen van de VOF vanaf het jaar 2013 overlegt en voorziet van een deugdelijke toelichting, waaruit blijkt welke bedragen na de beslaglegging, dus tot en met het jaar 2020, aan [geïntimeerde 2] ten goede zijn gekomen of te zijnen behoeve, onder welke benaming dan ook, zijn aangewend. De [geïntimeerden] heeft de jaarrekeningen en andere stukken overgelegd bij haar akte na tussenarrest.

6.2.

De [geïntimeerden] heeft in haar akte de volgende privé-opnamen genoemd:

2017 € 21.693,00 inclusief € 4.161,90 premie arbeidsongeschiktheidsverzekering, waarvan € 15.301,09 is betaald na datum beslaglegging

2018 € 18.245,00, waarvan € 4.948,68 premie arbeidsongeschiktheidsverzekering

2019 € 8.109,00, waarvan € 5.132,02 premie arbeidsongeschiktheidsverzekering

2020 € 6.670,71, waarvan € 5.226,14 premie arbeidsongeschiktheidsverzekering, met een verlies van € 3.258,17 en een Tozo-uitkering in verband met de corona crisis.

6.3.

[appellante] heeft in haar antwoordakte samengevat het volgende naar voren gebracht:

Alle jaren: (a) de winstuitkering volgens de boeken (behalve 2020: jaarrekening is nog niet vastgesteld), (b) de privé-opnamen en (c) enkele andere posten (primair autobijtelling of subsidiair 2/3 van de autokosten, advocaatkosten, telefoonkosten) komen bij elkaar opgeteld voor vergoeding in aanmerking omdat al deze bedragen aan [geïntimeerde 2] ten goede zijn gekomen.

2016 Dit jaar telt mee omdat de jaarrekening over 2016 na de datum van beslaglegging is vastgesteld.

2017 winstuitkering, € 21.693,00 privé-opnamen, € 19.594,00 autobijtelling dan wel 2/3 van € 10.347,00 autokosten, advocaatkosten, telefoonkosten

2018 winstuitkering, € 18.245,00 privé-opnamen, € 19.594,00 autobijtelling dan wel 2/3 van € 13.071,00 autokosten, advocaatkosten, telefoonkosten

2019 winstuitkering, € 18.609,00 privé-opnamen (gecorrigeerd), € 19.594,00 autobijtelling dan wel 2/3 van € 13.718,00 autokosten, advocaatkosten, telefoonkosten

2020 € 17.523,18 privé-opnamen (kennelijk inclusief Tozo-uitkering), € 19.594,00 autobijtelling dan wel 2/3 van € 17.500,67 autokosten, advocaatkosten, telefoonkosten.

[appellante] stelt dat de [geïntimeerden] geen openheid van zaken heeft gegeven en aansprakelijk is voor haar gehele vordering ten tijde van het beslag, of in elk geval € 419.711,07 (winstuitkering, privé-opnamen en andere posten bij elkaar opgeteld) of € 240.949,57 (winstuitkeringen conform overgelegde jaarrekeningen).

6.4.

Het hof zal de [geïntimeerden] in de gelegenheid stellen bij akte te reageren op de standpunten van [appellante] in de antwoordakte van 9 maart 2021. Daarna zal de zaak weer voor arrest komen te staan op de rol (geen antwoordakte van [appellante] , omdat het hier gaat om een reactie op de standpunten van [appellante] in de antwoordakte van 9 maart 2021). Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

7 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 tot het hiervoor onder 6.4 omschreven doel en bepaalt dat de zaak daarna weer voor arrest wordt gezet;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. L.S. Frakes, S.C.H. Molin en G. Leijten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 18 mei 2021.

griffier rolraadsheer