Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2021:140

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-01-2021
Datum publicatie
20-01-2022
Zaaknummer
200.262.303_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2022:147
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Omgangsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 21 januari 2021

Zaaknummer: 200.262.303/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/259347 / FA RK 19-148

in de zaak in hoger beroep van:

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. R.G.P. Voragen,

tegen

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. R.P.F. Rober.

Deze zaak gaat over:

  • -

    [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007;

  • -

    [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2009;

  • -

    [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2011.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

regio Zuid Limburg, locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuid-Oost Nederland,

vestiging: [vestiging]

hierna te noemen: de raad.

6 De beschikking van 18 juni 2020

Bij die beschikking heeft het hof de GI verzocht om voor de pro forma datum van 20 augustus 2020 rapport en advies uit te brengen aan het hof met betrekking tot een plan van aanpak waarin - kort gezegd - beschreven wordt hoe de weg naar positiebepaling van de vader in het leven van de kinderen er uit gaat zien.

7 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

7.1.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- de brief van de GI van 12 augustus 2020, ingekomen bij het hof op 28 oktober 2020;

- de brief van de raad van 16 november 2020, ingekomen bij het hof op 17 november 2020;

- het V8-formulier van de advocaat van de vader van 30 november 2020, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- het V8-formulier van de advocaat van de moeder van 1 december 2020, ingekomen bij het hof op diezelfde datum.

8 De verdere beoordeling

8.1.

De GI heeft een plan van aanpak opgesteld en voorgesteld dat Axnaga als zorgaanbieder ingeschakeld wordt om tot herstel van het contact tussen de vader en de kinderen te komen. Axnaga zal de omgangsmomenten voorbereiden, begeleiden en evalueren. De GI acht het wenselijk dat de vader naast het traject bij Axnaga professionele hulpverlening voor zichzelf zoekt. De moeder heeft reeds individuele hulpverlening en het is van belang dat zij deze ondersteuning blijft accepteren. De GI heeft van de moeder niet het door haar verzochte voorstel voor omgang tussen de kinderen en de vader ontvangen, ondanks herhaalde verzoeken van de GI hiertoe. De kinderen dienen volgens de GI door de moeder te worden gestimuleerd om met de vader in contact te komen. Wanneer de kinderen de ruimte voelen om aan te geven of zij wel of niet willen gaan, dan voorziet de GI dat de nodige omgangsmomenten niet zullen plaatsvinden, vanwege de loyaliteit van de kinderen richting de moeder.

8.2.

De moeder, de vader en de raad hebben vervolgens in de onder 7.1. genoemde brieven aangegeven in te stemmen met het plan van aanpak van de GI.

8.3.

Het hof ziet aanleiding de verwijzing naar Axnaga vast te leggen in een tussen-beschikking. Dit is mede ingegeven vanwege het feit dat er bij het hof sterke twijfels zijn gerezen over de intrinsieke motivatie van de moeder haar medewerking te verlenen aan een traject tot contactherstel tussen de kinderen en de vader. Zoals het hof in de tussen-beschikking van 18 juni 2020 reeds uitvoerig heeft beschreven is het het hof niet ontgaan dat de moeder uiterst negatief spreekt over de vader, dit doet in het bijzijn van de kinderen en dat zij de kinderen niet motiveert contact te hebben met de vader. Het hof heeft daarbij tevens aangegeven dat het eerst aan de moeder is stappen te zetten om het tij te kunnen keren. In de afgelopen drie jaren is er geen verandering gekomen in de houding van de moeder en blijft zij achter de stellingname van de kinderen staan, wanneer de kinderen aangeven geen contact met de vader te willen.

Hoewel de moeder in haar laatste schrijven aan het hof heeft aangegeven een neutrale houding te hebben ten aanzien van het plan van aanpak van de GI, heeft het hof gelet op de lange voorgeschiedenis zeker niet zonder meer de overtuiging dat de moeder haar houding zal veranderen, de kinderen zal motiveren en blijvend haar medewerking zal verlenen aan het traject bij Axnaga. Het gaat hierbij om medewerking aan het op gang brengen van (begeleide) omgangscontacten. Het hof doet echter een dringend beroep op de moeder zich tot het uiterste in te spannen deze medewerking in het belang van de kinderen wel te verlenen.

8.4.

Gelet op het voorgaande zal het hof de zaak verwijzen naar Axnaga teneinde het door de GI voorgestelde traject te kunnen doorlopen. Het hof zal de zaak aanhouden voor de duur van 6 maanden, teneinde de resultaten van het verloop af te wachten. Het hof verwacht van de GI uiterlijk 2 weken voorafgaand aan de nader te noemen pro forma datum het hof schriftelijk te informeren over stand van zaken, waarna partijen de gelegenheid krijgen binnen twee weken schriftelijk te reageren op het schrijven van de GI.

8.5.

Op grond van het vorenstaande zal het hof iedere verdere beslissing aanhouden.

9 De beslissing

Het hof:

bepaalt dat de omgangsregeling tussen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de vader, voorlopig, tot daarover nader wordt beslist zal plaatsvinden onder begeleiding van Axnaga, waarbij de invulling van de omgang wordt bepaald door en overgelaten aan Axnaga;

verzoekt Axnaga, al dan niet via de GI, het hof uiterlijk twee weken vóór de pro forma datum schriftelijk te informeren over de resultaten van het traject bij Axnaga, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de advocaten van partijen en de raad;

verzoekt de advocaten van partijen en de raad uiterlijk op de pro forma datum schriftelijk te reageren op het schrijven van de GI;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt iedere verdere beslissing aan tot 21 juli 2021 pro forma, in afwachting van het schrijven van de GI, de raad en partijen.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.A.R.M. van Leuven en is door mr. P.P.M. van Reijsen in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.