Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:3931

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-12-2020
Datum publicatie
07-01-2021
Zaaknummer
200.281.018_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:2954
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoofdverblijf

Zorgregeling

Intrekking hoger beroep ter zitting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 17 december 2020

Zaaknummer: 200.281.018/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/260927 / FA RK 19-648

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te

[woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.E.A. Hendrix,

tegen

[de vader] ,

wonende te

[woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. I.F.H. Nelissen.

Deze zaak gaat over:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] , en

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,

hierna samen te noemen: de kinderen.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, vestiging [vestiging] ,

hierna te noemen: de raad.

5 De beschikking d.d. 24 september 2020

Bij die beschikking heeft het hof partijen, zo nodig vergezeld van hun advocaten, alsmede de GI en de raad opgeroepen om te verschijnen op de mondelinge behandeling van het hof op 30 november 2020 te 14.00 uur. Daarbij heeft het hof iedere verdere beslissing aangehouden tot voornoemde datum.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 november 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Hendrix;

- de vader, bijgestaan door mr. Nelissen;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;

- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .

6.2.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- het V8-formulier met bijlage (het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in

eerste aanleg) van de advocaat van de moeder d.d. 30 september 2020.

7 De verdere beoordeling

7.1.

De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij het hoger beroep wenst in te trekken. Het hof maakt hieruit op dat de grieven niet worden gehandhaafd. Dit brengt mee dat de moeder niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het verzoek in hoger beroep.

7.2.

Gezien de familierechtelijke aard van de zaak zal het hof de proceskosten compenseren.

8 De beslissing

Het hof:

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep;

compenseert de proceskosten in hoger beroep aldus, dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, E.L. Schaafsma-Beversluis en M.J.C. van Leeuwen, en is op 17 december 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.