Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:3900

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-12-2020
Datum publicatie
11-06-2021
Zaaknummer
200.251.530_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2021:1702
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

zorgregeling, dwangsommen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 17 december 2020

Zaaknummer: 200.251.530/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/02/251045 FA RK 12-2998

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. S. van Reeven-Özer,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

- mevrouw drs. E.A. Klaver, in haar hoedanigheid van bijzondere curator van de hierna nader te noemen minderjarige [minderjarige] ,

kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

hierna te noemen: de bijzondere curator,

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidoost Nederland,

locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

Deze zaak gaat over:

- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .

13 Korte samenvatting van de zaak tot nu toe

De vader heeft in 2012 verzocht om vaststelling van een zorgregeling tussen hem en [minderjarige] . Na zes tussenbeschikkingen heeft de rechtbank bij de bestreden beschikking (19 september 2019) een opbouwende zorgregeling vastgesteld en hieraan ten laste van de moeder een dwangsom verbonden. De moeder is hiervan in hoger beroep gekomen; zij wil geen zorgregeling en geen dwangsommen.

Tot op heden is er geen contact tussen de vader en [minderjarige] .

De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] .

14 De tussenbeschikking van het hof van 19 december 2019

Bij die beschikking heeft het hof drs. E.A. Klaver benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] onder aanhouding van iedere verdere beslissing.

15 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

15.1.

Het hof heeft kennisgenomen van:

  • -

    het tussenrapport van de bijzondere curator van 19 mei 2020;

  • -

    de brief van de vader van 14 juni 2020;

  • -

    de brief met bijlagen van de advocaat van de moeder van 16 juni 2020;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder van 11 november 2020;

  • -

    de brief van de vader met één bijlage, ingekomen ter griffie op 19 november 2020;

15.2.

Het hof heeft op 4 augustus 2020 een e-mail van de vader ontvangen. Zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken met partijen, heeft het hof besloten dat deze e-mail geen onderdeel uitmaakt van het procesdossier.

15.3.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 november 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de vader;

- de bijzondere curator;

- de raad, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van de raad] .

15.4.

Het hof heeft de minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hiervan gebruik gemaakt en zij heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van partijen en overige betrokkenen een gesprek gehad met het hof. Ter zitting heeft de voorzitter de inhoud van dit gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.

16 De verdere beoordeling

16.1.

De bijzondere curator heeft een tussenrapport uitgebracht.

De bijzondere curator had graag met [minderjarige] willen spreken op school, maar vanwege de Coronaperikelen is dat niet gelukt; de gesprekken met [minderjarige] hebben daarom bij [minderjarige] thuis, zonder de moeder erbij, plaatsgevonden.

In dit tussenrapport heeft zij, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep, kort samengevat en voor zover op dit moment relevant, het volgende advies uitgebracht.

[minderjarige] is getraumatiseerd. Zij heeft hulp nodig van een hulpverlener die de ouders samen hebben uitgekozen. Voor [minderjarige] is het nodig dat haar, in kinderlijke taal, wordt verteld hoe de dynamiek tussen haar ouders verloopt. De hulp kan pas aan [minderjarige] worden gegeven als er rust is. Deze rust moet eerst worden gerealiseerd, door beide ouders, ieder voor zich. Dit betekent dat zij hun strijd moeten loslaten en zich moeten heroriënteren op hun eigen overtuigingen. Alleen op die manier kan de destructieve dynamiek tussen hen beiden tot stilstand worden gebracht.

[minderjarige] krijgt nu hulp van Sense Zorg. De bijzondere curator stelt op dit moment niet ter discussie of Sense Zorg, die door de moeder is ingeschakeld (hoewel de vader liever een andere hulpverlener zag), de juiste zorg kan bieden, maar vreest wel dat beide ouders zich gaan bemoeien met de hulpverlening: de moeder omdat zij vindt dat [minderjarige] hulp nodig heeft vanwege de opstelling van de vader en de vader omdat hij vindt dat de moeder aan ouderverstoting doet. Als dat gebeurt, komt de strijd van de ouders in de hulpverlening bij Sense Zorg. Dit is stressvol voor [minderjarige] ; hierdoor komt de hulp voor [minderjarige] in de knel. De bijzondere curator vraagt hier aandacht voor. Beide ouders houden veel van [minderjarige] en zij moeten beiden [minderjarige] de hulpverlening gunnen. Het is positief dat de vader aangeeft dat hij even afstand zal houden van [minderjarige] .

De bijzondere curator maakt zich er zorgen over dat de vader niet – althans niet tijdig – wordt geïnformeerd door Sense Zorg; er lijkt sprake van ongelijkwaardigheid in de relatie tot Sense Zorg. Beide ouders moeten door Sense Zorg worden geïnformeerd over de hulpverlening aan [minderjarige] (de tijdslijnen, evaluaties etc).

De bijzondere curator acht het zeer belangrijk dat het belang van [minderjarige] centraal blijft staan en dat zij dat belang in haar rol van bijzondere curator monitort. Zij stelt in dat kader voor dat Sense Zorg aan haar de doelstellingen, de tijdslijn en de evaluaties kenbaar maakt en rapporteert hoe de hulpverlening verloopt en of en op welke wijze ieder van de ouders door Sense Zorg al dan niet bij de hulpverlening betrokken wordt of geïnformeerd wordt. De bijzondere curator koppelt dit dan weer terug aan het hof.

16.2.

De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het volgende verklaard.

[minderjarige] heeft gesprekken met [medewerker] van Sense Zorg. De moeder is daarbij niet betrokken, want [minderjarige] regelt alles zelf. De moeder wordt er pas bij betrokken als er evaluaties zijn; die vinden om de drie maanden plaats. De moeder kreeg dit telefonisch te horen van [medewerker] . De eerste evaluatie moet nog plaatsvinden.

[minderjarige] moet werken aan haar angst en verdriet; de moeder ondersteunt [minderjarige] als zij in de toekomst interesse krijgt in de vader. [minderjarige] wil dat er niets wordt teruggekoppeld aan de vader over de hulpverlening die zij krijgt, maar de moeder vindt in principe dat de vader op de hoogte gehouden moet worden. De moeder is gestopt om de vader te informeren over [minderjarige] , omdat hij haar iedere keer bedreigt en niet vraagt hoe het met [minderjarige] gaat. De moeder zal met haar advocaat bespreken hoe zij vanaf nu de vader eenmaal in de drie maanden gaat informeren over [minderjarige] in de wetenschap dat deze informatie meer moet zijn dan ‘het gaat prima’.

16.3.

De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het volgende verklaard.

De vader is nooit geïnformeerd door Sense Zorg en hij weet niets over eventuele ingeplande evaluatiegesprekken. De vader komt aan zijn informatie door zelf een e-mail te sturen naar Sense Zorg, waarop hij dan vervolgens een antwoord krijgt. De moeder heeft hem nog nooit geïnformeerd; de vader weet niets over het leven van [minderjarige] . Hij heeft via een internetsite ontdekt op welke school [minderjarige] zit. Sense Zorg heeft zelf aangegeven dat zij geen verstand hebben van ouderverstoting. Het is heel schadelijk dat [minderjarige] opgroeit in deze situatie; zij kan geen eigen identiteit vormen. De vader ziet het liefste dat [minderjarige] via “Yes, we Can” deelneemt aan een herintegratietraject zodat zij haar eigen mening leert vormen (en niet die van haar moeder overneemt). De vader is niet van plan om op bezoek te gaan op [minderjarige] ’s school of bij Sense Zorg; hij neemt afstand.

16.4.

De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaard zich zorgen te maken, omdat de hulp van [minderjarige] buiten het juridisch kader wordt vormgegeven. De raad vindt het inschakelen van Sense Zorg nu te vaag en krijgt graag zicht in een hulpverleningsplan dat Sense Zorg zou moeten opstellen. Om de hulp voor [minderjarige] in goede banen te laten leiden, is het noodzakelijk dat de ouders zich niet bemoeien met de inhoud. De hulp is alleen voor [minderjarige] en het gaat er niet om wat de ouders hiervan vinden; de ouders mogen géén opmerkingen maken en geen vragen stellen. De vader moet betrokken worden door Sense Zorg. Het kan niet zo zijn dat hij hierbuiten wordt gehouden.

Het hof overweegt als volgt

16.5.

Uit het raadsrapport van 17 maart 2020 blijkt dat de ouders al tien jaar niet in staat zijn om tot een oplossing te komen en dat [minderjarige] al jarenlang wordt blootgesteld aan spanningen, rechtszaken, wisselend contact met vader en woede van beide ouders richting elkaar. [minderjarige] is, zo blijkt uit de stukken, door de jaren heen getraumatiseerd geraakt en hierin hebben zowel de moeder als de vader een aandeel gehad. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het advies van de bijzondere curator – dat [minderjarige] in alle rust kan werken aan haar traumaverwerking – nog maar kort zijn beslag gekregen heeft in de vorm van hulpverlening aan [minderjarige] door Sense Zorg. [minderjarige] heeft het hof verteld dat zij sinds kort iedere week twee uur lang gesprekken heeft met [medewerker] van Sense Zorg.

De traumaverwerking is weliswaar gestart, maar de situatie is nog verre van rustig. De bijzondere curator heeft geadviseerd dat de ouders samen dienen te bepalen welke hulpverlenende instantie er voor hulp aan [minderjarige] bij het verwerken van haar trauma ingezet moet worden, maar de ouders konden het hierover niet eens worden en de voorzieningenrechter moest dit in kort geding beslissen.

Gezien deze heftige strijd tussen de ouders die al jarenlang duurt en waar [minderjarige] onderdeel van is gaan uitmaken, vreest het hof dat deze strijd zich (ook) zal voortzetten binnen de hulpverlening aan [minderjarige] . Daarmee zou de hulp aan [minderjarige] volledig in de klem kunnen komen, terwijl deze hulpverlening voor haar zo noodzakelijk is. Dit moet voorkomen worden en het hof hoopt dat de ouders in staat zijn om [minderjarige] de rust te geven die zij nodig heeft om het hulpverleningstraject bij Sense Zorg te doorlopen.

Het hof acht het onder deze omstandigheden in het belang van [minderjarige] noodzakelijk dat de bijzondere curator die voor de belangen van [minderjarige] opkomt nog langer betrokken blijft, het traject van de hulpverlening monitort en het hof hieromtrent rapporteert teneinde het hof in staat te stellen een beslissing te nemen omtrent de vraag of en zo ja welke zorgregeling tussen de vader en [minderjarige] vastgesteld kan worden. Ook neemt het hof in aanmerking dat de bijzondere curator niet volledig heeft kunnen doen wat zij in het kader van haar onderzoek van plan was: een gesprek met [minderjarige] op school. Misschien kan daar de komende tijd een moment voor worden gevonden.

16.6.

Het hof tekent daar nog het navolgende bij aan. Het hof heeft op dit moment te weinig zicht op de hulpverlening van Sense Zorg. Zo is op de mondelinge behandeling gebleken dat er geen hulpverleningsplan is waarin duidelijke doelstellingen en een tijdspad zijn geformuleerd en dat de vader, anders dan de moeder, geen althans onvoldoende informatie van Sense Zorg lijkt te ontvangen. In dat kader wijst het hof er op dat de vader evenals de moeder een gezagsdragende ouder is en dat beide ouders een gelijkwaardige positie dienen te hebben ten opzichte van de hulpverlening aan [minderjarige] .

16.7.

Dit alles betekent dat het hof de zaak, zoals medegedeeld aan partijen ter mondelinge behandeling, nogmaals zal aanhouden in afwachting van de berichten van de bijzondere curator over het verloop van de hulpverlening aan [minderjarige] . Het hof is voornemens om de mondelinge behandeling in april 2021 voort te zetten. Partijen kunnen hier binnenkort een oproeping voor verwachten. Als de bijzondere curator het hof evenwel tussentijds mocht rapporteren dat de hulpverlening voor [minderjarige] niet op passende wijze en overeenkomstig op voorhand geformuleerde doelstellingen verloopt, wordt de mondelinge behandeling eerder gepland.

16.8.

Gelet op de complexiteit van de onderhavige zaak en de omvang van de door de bijzondere curator wederom te verrichten werkzaamheden zal het hof bepalen dat voor zover op basis van een te verkrijgen toevoeging een lager bedrag dan € 2.000,- (inclusief verschotten en omzetbelasting) aan de bijzondere curator wordt vergoed, het meerdere, tot een maximaal bedrag van € 2.000,- (inclusief verschotten en omzetbelasting), ten laste van het rijk zal komen. De bijzondere curator dient te declareren aan de hand van een tijdsverantwoording en op basis van een uurtarief (of een gedeelte daarvan) van € 85,- per uur, exclusief omzetbelasting.

16.9.

Tot slot wijst het hof de moeder erop dat zij een wettelijke plicht heeft om de vader te informeren over alle gewichtige aangelegenheden die de persoon en het vermogen van [minderjarige] betreffen. Het hof acht het van groot belang dat de moeder, anders dan voorheen, vanaf nu op correcte wijze uitvoering geeft aan haar informatieplicht. Het hof vertrouwt erop dat zij de vader telkens om de drie maanden (beginnend in de eerste week van januari 2021) informeert en zo spoedig mogelijk informeert over belangrijke gebeurtenissen in het leven van [minderjarige] . Van de vader verwacht het hof dat hij de informatie voor kennisgeving aanneemt en dit niet aangrijpt om met de moeder in discussie te gaan.

16.10.

Beslist wordt als volgt.

17 De beslissing

Het hof:

houdt iedere beslissing aan tot 1 april 2021 pro forma in afwachting van de berichten van de bijzondere curator;

bepaalt dat de kosten van de bijzondere curator ten laste van ’s Rijks kas zullen komen tot een maximaal bedrag van € 2.000,-, inclusief verschotten en omzetbelasting, een en ander met inachtneming van het hiervoor in rechtsoverweging 16.8 bepaalde;

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, C.N.M. Antens en

P. Vlaardingerbroek en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2020 in tegenwoordigheid van mr. D. van der Horst, griffier.