Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:3487

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-11-2020
Datum publicatie
19-11-2020
Zaaknummer
200.270.747_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewind

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 12 november 2020

Zaaknummer: 200.270.747/01

Zaaknummer eerste aanleg: 7765249 BM VERZ 19-2070

in de zaak in hoger beroep van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. A.S. van Gans.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[bewindvoerder] ,

kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 13 september 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met productie, ingekomen ter griffie op 13 december 2019, heeft [verzoeker] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en zijn verzoek tot het ontslag van [bewindvoerder] als bewindvoerder onder gelijktijdige benoeming als zodanig van [opvolgend bewindvoerder] alsnog toe te wijzen, kosten rechtens.

2.2.

Er is geen verweerschrift ingediend.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 september 2020. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met nummer 200.278.026/01.

Bij de mondelinge behandeling is gehoord:

- [verzoeker] , bijgestaan door mr. Van Gans.

De bewindvoerder is, met berichtgeving d.d. 12 oktober 2020, niet verschenen.

Als informant is [begeleider] , werkzaam bij [instelling 1] als persoonlijk begeleider van [verzoeker] , door het hof gehoord.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 28 augustus 2019;

  • -

    de overige stukken van de eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 27 december 2019;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van [verzoeker] van 17 september 2020;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van [verzoeker] van 24 september 2020;

  • -

    de door de advocaat van [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotities.

3 De beoordeling

3.1.

Bij beschikking van 14 juli 2010 heeft de kantonrechter wegens de lichamelijke of geestelijke toestand van [verzoeker] over de goederen die [verzoeker] als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren een bewind ingesteld.

Bij beschikking van 13 juni 2018 is met ingang van 1 juli 2018 [bewindvoerder] , maat van [kantoor] , tot bewindvoerder benoemd.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter van de rechtbank Limburg het verzoek van [verzoeker] tot ontslag van de huidige bewindvoerder en tot gelijktijdige benoeming van de door [verzoeker] voorgestelde opvolgend bewindvoerder afgewezen.

3.3.

[verzoeker] kan zich met deze beschikking niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

[verzoeker] voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - kort samengevat - het volgende aan.

Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld zijn er gewichtige redenen voor ontslag van de bewindvoerder.

De huidige bewindvoerder is geen geschikte bewindvoerder voor de persoon van [verzoeker] . De communicatie tussen de bewindvoerder en [verzoeker] is ernstig verstoord. De bewindvoerder neemt de tijd niet voor [verzoeker] . Er wordt geen rekening gehouden met de persoon van [verzoeker] en zijn noden. Van overleg tussen de bewindvoerder en [verzoeker] over financiële beslissingen is geen sprake. De communicatie tussen de bewindvoerder en [verzoeker] loopt alleen nog maar via medewerkers van de bewindvoerder. Het wantrouwen bij [verzoeker] is thans zo groot dat er voor de huidige bewindvoerder geen basis meer is om nog langer als bewindvoerder voor [verzoeker] te fungeren.

Verder komt de huidige bewindvoerder zijn afspraken over telefonisch contact niet na. Ook krijgt [verzoeker] ondanks herhaalde verzoeken geen afschriften van zijn beheerrekening toegestuurd. De bewindvoerder weigert informatie te verstrekken over essentiële onderdelen van de uitvoering van het bewind, zoals een eventueel verleende machtiging en de aanvraag van bijzondere bijstand.

De bewindvoerder heeft tevens fouten gemaakt bij de uitvoering van het bewind. Hij heeft [verzoeker] niet laten weten dat hij een hogere huurtoeslag kon ontvangen. De bewindvoerder heeft deze verhoging ook te laat aangevraagd. Verder betaalt [verzoeker] te veel aan energiekosten. Ook heeft de bewindvoerder te vaak de hoogte van het leefgeld aangepast, zonder dit goed te communiceren met [verzoeker] .

Ten slotte heeft de bewindvoerder misbruik gemaakt van zijn positie door op naam van [verzoeker] een advocaat in te schakelen om tegen [verzoeker] te procederen.

[opvolgend bewindvoerder] , de voorgestelde opvolgend bewindvoerder, heeft meer oog voor de specifieke noden van een onder bewind gestelde.

3.5.

[begeleider] heeft als informant tijdens de mondelinge behandeling - kort samengevat - het volgende verklaard.

[begeleider] heeft soms nog contact met de bewindvoerder, bij voorbeeld over een rekening die de bewindvoerder niet heeft betaald. De bewindvoerder had ook de kwestie van het beslag op de pensioenuitkering van [verzoeker] moeten oplossen. Voor het overige lopen de contacten met de bewindvoerder via medewerkers van [instelling 2] .

Het is van belang om met [verzoeker] op een heldere manier te communiceren. Duidelijke afspraken over de hoogte van het leef- en kleedgeld zijn belangrijk. De huidige bewindvoerder zorgt voor teveel onduidelijkheid. Dit leidt tot onbegrip bij [verzoeker] .

De voorgestelde opvolgend bewindvoerder heeft een kleinschalig kantoor.

3.6.

Het hof komt tot de volgende beoordeling.

3.7.

Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de bewindvoerder door de kantonrechter ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve.

3.8.

Op grond van de overgelegde stukken en het besprokene tijdens de mondelinge behandeling is het hof van oordeel dat er sprake is van een gewichtige reden om de taak van de huidige bewindvoerder te beëindigen, nu het veronderstelde en noodzakelijke minimum aan vertrouwen tussen [verzoeker] en de bewindvoerder ontbreekt. Als uitvloeisel hiervan communiceren [verzoeker] en de bewindvoerder niet rechtstreeks meer met elkaar. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken verklaard dat de bewindvoerder het telefoonnummer van [verzoeker] heeft geblokkeerd. De communicatie met de bewindvoerder loopt via de medewerkers van [instelling 2] of de persoonlijk begeleider van [verzoeker] . Daarnaast heeft [verzoeker] onweersproken verklaard dat hij weliswaar tegendraads is, maar dat de huidige bewindvoerder te weinig tijd voor hem neemt. Naar zeggen van [verzoeker] en zijn persoonlijk begeleider heeft de voorgestelde opvolgend bewindvoerder [opvolgend bewindvoerder] een kleinschalig kantoor en steken de medewerkers van dat kantoor meer tijd in het omgaan met “moeilijke” cliënten. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het aanstellen van [opvolgend bewindvoerder] als bewindvoerder, in plaats van de huidige bewindvoerder, meer recht doet aan de situatie van [verzoeker] en in zijn belang is.

[opvolgend bewindvoerder] is nog steeds bereid de taak als bewindvoerder op zich te nemen, zo hebben [verzoeker] en zijn persoonlijk begeleider onweersproken verklaard.

Het hof zal dan ook [opvolgend bewindvoerder] tot bewindvoerder over [verzoeker] benoemen.

Bij deze stand van zaken hoeven de overige grieven en bezwaren van [verzoeker] niet te worden besproken.

3.9.

Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen.

3.10.

Gezien de aard van de procedure zal het hof de proceskosten in hoger beroep compenseren.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van

13 september 2019,

en opnieuw rechtdoende:

verleent met ingang van 1 december 2020, aan [bewindvoerder] voornoemd, ontslag als bewindvoerder over de goederen van [verzoeker] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ;

benoemt met ingang van 1 december 2020 [opvolgend bewindvoerder] h.o.d.n. [kantoor] , correspondentieadres: [adres] , [postcode] [kantoorplaats] tot opvolgend bewindvoerder;

bepaalt dat de bewindvoerder binnen twee maanden na de datum van deze uitspraak de eindrekening en -verantwoording aflegt aan de betrokkene en de opvolgend bewindvoerder en een - zo mogelijk door hen voor akkoord ondertekend - exemplaar ervan aan het Bewindsbureau van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, overlegt;

bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder binnen drie maanden na aanvang van het bewind een beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen dient op te maken en een afschrift daarvan dient in te leveren ter griffie (het Bewindsbureau) van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht;

stelt de jaarbeloning van de opvolgend bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;

stelt de beloning voor de aanvangswerkzaamheden van de opvolgend bewindvoerder vast overeenkomstig de in artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren opgenomen lage beloning;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, in verband met aantekening in het Centraal curatele- en bewindregister.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, H. van Winkel en

A.M. van Riemsdijk en is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2020 door mr. E.A.M. Scheij in tegenwoordigheid van de griffier.