Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:2819

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-09-2020
Datum publicatie
05-03-2021
Zaaknummer
200.223.176_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2021:648
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Complexe omgangskwestie, zie de andere uitspraken in deze zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 10 september 2020

Zaaknummer: 200.223.176/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/010/318316 / FA RK 17-1025

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te

[woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. R.A.H. Vullings,

tegen

[de vader] ,

wonende te

[woonplaats],

verweerder,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. I.E. Nonnemaker.

13 De beschikking d.d. 19 december 2019

Bij die beschikking heeft het hof mr. drs. Ingeborg Sandig benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] ([minderjarige]), geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats], om in deze procedure de belangen van [minderjarige] te behartigen, met name om na te gaan hoe [minderjarige] in deze kwestie staat, waarbij (indien mogelijk) de volgende vragen dienen te worden beantwoord:

  • -

    hoe verhoudt [minderjarige] zich ten opzichte van haar vader en hoe verhoudt zij zich tot haar moeder en waar komt deze houding ten opzichte van haar vader en ten opzichte van haar moeder vandaan?

  • -

    wat maakt, behoudens de strijd tussen haar ouders, dat het zo moeilijk is contact tussen [minderjarige] en haar vader tot stand te brengen?

  • -

    vloeien uit hetgeen de bijzondere curator omtrent het voorgaande gaat rapporteren nog belangrijke aspecten voort die gevolgen hebben voor het ouderlijk gezag over [minderjarige] en de contactregeling tussen de vader en [minderjarige]?

De gesprekken tussen [minderjarige] en de bijzondere curator dienen buiten aanwezigheid van de ouders plaats te vinden.

Het hof hecht er ook aan dat de ouders zich zullen inspannen het brengen en halen van [minderjarige] op neutrale wijze te laten verlopen. Het hof laat de bijzondere curator de vrijheid om de ouders instructies te geven op dit punt. De inrichting van gesprekken die de bijzondere curator met [minderjarige], ouders, of derden voert is voor het overige geheel ter bepaling aan de bijzondere curator.

Het hof heeft iedere verdere beslissing aangehouden.

14 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

14.1.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 mei 2020. Vanwege de maatregelen in verband met het corona-virus (COVID-19) heeft de mondelinge behandeling digitaal plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de moeder door middel van verbinding met videobeeld, bijgestaan door mr. Vullings door middel van verbinding met videobeeld;

- de vader door middel van telefonische verbinding, bijgestaan door mr. Nonnemaker door middel van verbinding met videobeeld;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad], door middel van verbinding met videobeeld;

- mr. drs. I. Sandig, in haar hoedanigheid van bijzondere curator, door middel van verbinding met videobeeld.

14.1.1.

Voorts heeft op 30 juli 2020 een nadere mondelinge behandeling plaatsgevonden aangaande de vakantieregeling, aan de orde gesteld bij brief van de bijzondere curator aan het hof van 28 juli 2020, ingekomen op 28 juli 2020. [minderjarige] wilde met de moeder naar Texel (hof: en deels naar [plaats]) van donderdag 30 juli 2020 tot en met dinsdag 18 augustus 2020. Onduidelijk was of de vader hier (onvoorwaardelijk) mee kon instemmen.

Het hof heeft de ouders en de raad uitgenodigd hierover ter zitting nader te spreken. Aan de uitnodiging is gehoor gegeven.

Er is een onderscheid tussen de lopende hoofdzaak en deze kwestie: voor deze (vakantie)kwestie is een bijzondere kamer samengesteld.

Verschenen zijn daar:

  • -

    de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

  • -

    de man, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    de heer [vertegenwoordiger van de raad], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad).

De bijzondere curator I. Sandig van de minderjarige [minderjarige] heeft het hof schriftelijk bericht dat zij wegens vakantie verhinderd is ter mondelinge behandeling te verschijnen.

14.2.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- de brief van de raad van 24 februari 2020;

- de brief met bijlage van de bijzondere curator van 26 maart 2020;

- de brief met bijlage van de bijzondere curator van 8 april 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 20 april 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de moeder van 22 april 2020;

- de brief van de raad van 29 april 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 12 mei 2020;

- de brief van de bijzondere curator van 22 juni 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 13 juli 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de moeder van 20 juli 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de moeder van 21 juli 2020;

- de brief met bijlage van de bijzondere curator van 28 juli 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 28 juli 2020;

- de brief met bijlage van de bijzondere curator van 29 juli 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 29 juli 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 30 juli 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 20 augustus 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 20 augustus 2020;

- het journaalbericht met bijlagen van de zijde van de vader van 21 augustus 2020.

15. De verdere beoordeling

15.1.

Tijdens de mondelinge op 30 juli 2020 hebben partijen overeenstemming bereikt over de vakantiekwestie, welke afspraken zijn opgenomen in het proces-verbaal van deze mondelinge behandeling.

15.2.

De voorzitter heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 30 juli 2020, met instemming van partijen, van de mogelijkheid gebruik gemaakt om met partijen de regie in de hoofdzaak – die door het hof in een andere (de onderhavige) kamersamenstelling wordt behandeld en beslist – te bespreken.

Met partijen zijn in dit kader de volgende afspraken gemaakt:

- partijen berichten het hof uiterlijk eind augustus 2020 hoe het rooster van [minderjarige] er met ingang van het nieuwe schooljaar op de middelbare school uitziet;

- het hof zal aansluitend, met instemming van de ouders, zonder nadere tussenstappen, zo spoedig als mogelijk een beslissing geven over een voorlopige omgangsregeling van [minderjarige] met de vader, welke regeling dan zal gelden totdat het hof een vervolg- of eindbeschikking in de hoofdzaak zal geven;

- partijen zenden het hof zo snel mogelijk na deze mondelinge behandeling hun verhinderdata voor de maanden september (althans na 18 september 2020), oktober en november 2020, waarna het hof in de hoofdzaak een mondelinge behandeling zal bepalen

Gelet op de regels van de goede procesorde geeft het hof de vader in de hoofdzaak de

gelegenheid uiterlijk binnen veertien dagen voor de (te bepalen) mondelinge behandeling

te reageren op de brief van de advocaat van de moeder aan het hof van 20 juli 2020, in welke

brief de moeder haar verzoek heeft aangevuld.

15.3.

De bijzondere curator heeft ten aanzien van deze voorlopige regeling geen advies meer

gegeven.

15.4.

Het hof stelt, rekening houdend met het rooster van [minderjarige], de volgende voorlopige

regeling vast:

  • -

    de ene week zal [minderjarige] op vrijdag na school lunchen bij de vader;

  • -

    de andere week zal [minderjarige] van vrijdag na school tot zaterdagochtend 10:00 uur bij haar vader doorbrengen.

Het hof merkt daarbij op dat dit betekent dat [minderjarige] de dingen die zij normaal gesproken op vrijdagmiddag bij de moeder zou doen, nu bij de vader zal doen. Het hof denkt daarbij aan leuke dingen, maar bijvoorbeeld ook het maken van huiswerk.

15.4.1.

De eerste lunch op vrijdagmiddag zal plaatsvinden op 11 september 2020 na school.

Op vrijdag 17 september zal [minderjarige] na school bij haar vader verblijven tot zaterdagochtend 10:00 uur.

15.5.

Deze voorlopige regeling zal in ieder geval lopen tot de volgende mondelinge behandeling die is bepaald op 26 oktober 2020 te 09:00 uur.

15.6.

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

16 De beslissing

Het hof:

stelt een voorlopige omgangsregeling vast tussen [minderjarige] en de vader, waarbij:

  • -

    [minderjarige] de ene week op vrijdag na school zal lunchen bij de vader;

  • -

    de andere week verblijft [minderjarige] bij de vader van vrijdag na school tot zaterdagochtend 10:00 uur,

waarbij het eerste lunchcontact zal plaatvinden op 11 september 2020 en het eerste verblijf van vrijdag na school tot zaterdagochtend 10:00 uur zal plaatsvinden op vrijdag 17 september 2020 en zo voorts;

het hof houdt iedere verdere beslissing aan tot 26 oktober 2020.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, H. van Winkel en J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.