Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:2721

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-09-2020
Datum publicatie
08-09-2020
Zaaknummer
200.264.020_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

ambtshalve benoeming mede bijzondere curator

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 3 september 2020

zaaknummer: 200.264.020/01

zaaknummer rechtbank: C/03/256607 / FA RK 18-4074

in de zaak in hoger beroep van

[de moeder] ,

wonende op een geheim adres,
verzoekster in principaal hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. P.C. Smit te Utrecht;

en

[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in principaal hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. G. Hagens;

en

mr. [bijzondere curator], in zijn hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] ,

kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

verweerder in principaal hoger beroep,

verzoeker in incidenteel hoger beroep,

hierna te noemen: de bijzondere curator.

Deze zaak gaat over [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , in rechte vertegenwoordigd door voornoemde bijzondere curator.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 20 november 2018 en 7 mei 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties van de moeder, ingekomen op 7 augustus 2019;

- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroepschrift van de bijzondere curator, ingekomen op 23 september 2019;

- het verweerschrift in principaal hoger beroep van de man, ingekomen op 28 oktober 2020;

- het V6-formulier van de advocaat van de moeder d.d. 6 augustus 2020 met een bijlage;

- het V6-formulier van mr. [kantoorgenoot] , kantoorgenoot van de bijzondere curator, d.d. 24 augustus 2020 met een brief.

2.2.

De mondelinge behandeling zal op 7 september 2020 plaatsvinden.

3 De motivering van de beslissing

3.1.

Uit voormeld bericht van mr. [kantoorgenoot] van 24 augustus 2020 blijkt dat de bijzondere curator onverwacht een operatie heeft moeten ondergaan en naar verwachting niet hersteld zal zijn op het moment dat de mondelinge behandeling zal plaatsvinden. Tevens blijkt uit dat bericht dat mr. [kantoorgenoot] bereid is om als waarnemend bijzondere curator op te treden.

3.2.

Bij beschikking van 20 november 2018 is mr. [bijzondere curator] tot bijzondere curator benoemd voor [minderjarige] , teneinde [minderjarige] te vertegenwoordigen ter zake het verzoek van de man tot het verlenen van vervangende toestemming tot erkenning. Gelet op de mededeling dat de bijzondere curator om gezondheidsredenen tijdelijk niet als bijzondere curator voor [minderjarige] kan optreden, ziet het hof aanleiding ambtshalve mr. [kantoorgenoot] mede tot bijzondere curator ex. artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek te benoemen om de belangen van [minderjarige] in onderhavige procedure te behartigen voor zover het betreft de vervangende toestemming tot erkenning van [minderjarige] door de man. Mr. [kantoorgenoot] heeft zich daartoe bereid verklaard. Nu mr. [kantoorgenoot] op hetzelfde kantoor werkzaam is als mr. [bijzondere curator] gaat het hof er van uit dat mr. [kantoorgenoot] reeds de beschikking heeft over alle relevante stukken van de onderhavige zaak.

3.3.

Mr. [kantoorgenoot] wordt in haar hoedanigheid van (mede) bijzondere curator over [minderjarige] verzocht, zo nodig na nader onderzoek, haar visie aangaande het hoger beroep kenbaar te maken, ofwel schriftelijk, dan wel op de geplande mondelinge behandeling op 7 september 2020 waarvoor mr. [bijzondere curator] reeds een uitnodiging heeft ontvangen.

3.4.

Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof:

benoemt mr. [kantoorgenoot] , advocaat te [kantoorplaats] , mede tot bijzondere curator over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] ,

om in deze procedure de belangen van [minderjarige] te behartigen met de taakomschrijving als hiervoor beschreven onder 3.2. en 3.3.;

houdt in afwachting van de mondelinge behandeling op 7 september 2020 iedere overige beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, C.D.M. Lamers en M.L.F.J. Schyns, in tegenwoordigheid van de griffier, en is op 3 september 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.