Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:2575

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-08-2020
Datum publicatie
14-08-2020
Zaaknummer
200.266.813_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep tegen bewind en mentorschap afgewezen wegens ontbreken van belang, nu rechthebbende inmiddels onder curatele is gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak : 13 augustus 2020

Zaaknummer : 200.266.813/01

Zaaknummers eerste aanleg : 7480604 OV VERZ 19-329 en 7480605 OV VERZ 19-330

in de zaak in hoger beroep van:

[de rechthebbende] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de rechthebbende,

advocaat: voorheen mr. M.V.C. van Sambeek, thans zonder advocaat.

tegen

de advocaat-generaal bij het ressortsparket te [plaats],

verweerder,

hierna te noemen: de advocaat-generaal.

Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:

- [Bewindvoering BV] Bewindvoering BV, de huidige bewindvoerder en mentor, hierna te noemen: [Bewindvoering BV] , advocaat mr. P.A. Schippers;

- [de broer] , hierna te noemen: de broer;

- Veilig Thuis, kantoorhoudende te [kantoorplaats] .

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 27 juni 2019.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 25 september 2019, heeft [de rechthebbende] verzocht voormelde beschikking te vernietigen in die zin dat:

Primair:

I. tot bewindvoerder wordt benoemd: de heer [de broer] ;

II. tot mentor wordt benoemd: de heer [naam 1] ;

Subsidiair:

I. tot bewindvoerder wordt benoemd: mevrouw [naam 2] ;

II. tot mentor wordt benoemd: de heer [naam 3] ;

Meer subsidiair bij wege van eiswijziging:

[Bewindvoering BV] Bewindvoering BV te ontslaan als bewindvoerder en mentor en de heer [de broer] te benoemen tot bewindvoerder en de heer [naam 1] te benoemen tot mentor dan wel mevrouw [naam 2] te benoemen tot bewindvoerder en de heer [naam 3] te benoemen tot mentor, althans een beslissing te nemen die het gerechtshof juist acht, kosten rechtens.

2.2.

Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie op 30 oktober 2019, heeft de advocaat-generaal verzocht de beschikking waarvan beroep in stand te laten.

2.3.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 27 november 2019, heeft [Bewindvoering BV] verzocht [de rechthebbende] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken dan wel deze hem te ontzeggen, met veroordeling van [de rechthebbende] en [naam 1] in de kosten van het geding.

2.4.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    mr. Schippers;

  • -

    de broer en [naam 1] , bijgestaan door mr. R. Joosen;

  • -

    Veilig Thuis, vertegenwoordigd door mw. [vertegenwoordiger van Veilig Thuis] .

2.4.1.

De rechthebbende is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet naar de mondelinge behandeling gekomen.

2.4.2.

[Bewindvoering BV] is, met kennisgeving, niet naar de mondelinge behandeling gekomen.

2.4.3.

De advocaat-generaal is, met kennisgeving, niet naar de mondelinge behandeling gekomen.

2.5.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    de producties 11 en 12, toegezonden door de voormalige advocaat van rechthebbende en ingekomen ter griffie op 16 oktober 2019;

  • -

    de brief van 15 november 2019 van [naam 1] aan het hof, ingekomen ter griffie op 19 november 2019;

  • -

    de brief van 16 november 2019 van de broer aan het hof, ingekomen ter griffie op 19 november 2019;

  • -

    de brief van [naam 1] aan de voormalige advocaat van [de rechthebbende] van 25 november 2019, ingekomen ter griffie op 4 december 2019;

  • -

    de brief van [de broer] en [naam 1] aan het hof van 29 december 2019;

  • -

    het V2-formulier (onttrekking) van de advocaat van de rechthebbende, mr. M.V.C. van Sambeek, d.d. 16 april 2020;

  • -

    de brief, met bijlage, van mr. Van Sambeek d.d. 17 april 2020, ingekomen ter griffie op 20 april 2020;

  • -

    het V6-formulier met bijlagen van mr. Schippers d.d. 29 mei 2020;

  • -

    het V2-formulier (stellen) van de advocaat van de broer en [naam 1] , mr. J. H. Rodenburg, d.d. 8 juni 2020;

  • -

    het V2-formulier (onttrekking) van de advocaat van de broer en [naam 1] , mr. J. H. Rodenburg, d.d. 8 juli 2020;

  • -

    het V2-formulier (stellen en indiening producties 13 tot en met 18) van de advocaat van de broer en [naam 1] , mr. Joosen, d.d. 8 juli 2020;

  • -

    het V5-formulier (uitstelverzoek en indiening producties) van mr. Schippers d.d. 8 juli 2020;

  • -

    het V8-formulier (reactie op uitstelverzoek) van mr. Joosen d.d. 10 juli 2020.

3 De beoordeling

3.1.

Bij verzoekschrift van 22 januari 2019 heeft de officier van justitie de kantonrechter verzocht tot instelling van een bewind over de (toekomstige) goederen van de rechthebbende en tot instelling van een mentorschap ten behoeve van de rechthebbende.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter met ingang van 29 juni 2019 een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende en een mentorschap over de rechthebbende ingesteld, met benoeming van [Bewindvoering BV] Bewindvoering BV tot bewindvoerder en mentor.

3.3.

De rechthebbende kan zich met deze beschikking niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

Het hof komt aan een inhoudelijke behandeling en beoordeling van het hoger beroep niet toe. Bij beschikking van 16 juni 2020 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, Cluster III Insolventie en kanton beheerszaken, is de rechthebbende op verzoek van [Bewindvoering BV] onder curatele gesteld. Als gevolg van die beschikking is op grond van artikel 1:449 lid 1 BW het bewind geƫindigd. Op grond van artikel 1:462 lid 1 BW is tevens het mentorschap geƫindigd.

3.5.

Nu er aldus geen sprake meer is van bewind en mentorschap, stelt het hof vast dat de rechthebbende geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij het hoger beroep. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling bij het hof is ook geen belang naar voren gebracht of gekomen.

3.6.

Het hof zal het verzoek in hoger beroep daarom afwijzen.

4 De beslissing

Het hof:

wijst het verzoek in hoger beroep af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, H. van Winkel

en H.M.A.W. Erven, en is in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.