Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:2350

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-07-2020
Datum publicatie
06-08-2020
Zaaknummer
200.275.748_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gezagsbeëindiging o.g.v. 1:266 BW. Het hof benadrukt dat het einde van het gezag niet betekent dat het ouderschap eindigt: uit wat de kinderen hebben gezegd blijkt dat de vader voor de kinderen een belangrijke functie vervult. Naast het belang van goed contact heeft de vader ook een rol bij het intact laten van de band tussen de kinderen en het land van herkomst van de vader en de moeders: Polen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1 266
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak : 23 juli 2020

Zaaknummer : 200.275.748/01

Zaaknummer 1e aanleg : C/03/271087 / FA RK 19-4144

in de zaak in hoger beroep van:

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. K.C.M. Schreurs,

tegen

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,

verweerder,

hierna te noemen: de raad.

Deze zaak gaat over de minderjarigen: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , Polen, [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , Polen en [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI);

- de familie [de pleegouders] , hierna te noemen: de pleegouders.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 27 februari 2020.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 18 maart 2020, heeft de vader verzocht voormelde beschikking te vernietigen en het verzoek van de raad tot beëindiging van zijn gezag over de kinderen en tot benoeming van de GI tot voogd, alsnog af te wijzen.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 14 mei 2020, heeft de GI verzocht het hoger beroep van de vader als ongegrond en/of onbewezen af te wijzen en de beschikking waarvan beroep, te bekrachtigen eventueel onder aanvulling en/of verbetering van gronden.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- namens de vader mr. Schreurs;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;

- de pleegouders.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter mondelinge behandeling verschenen.

2.3.1.

Het hof heeft de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.

Zij hebben hiervan gebruik gemaakt en hebben voorafgaand aan de mondelinge behandeling buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden met de voorzitter gesproken. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van dit gesprek zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 10 februari 2020;

  • -

    productie 2 bij het beroepschrift, ingekomen ter griffie op 24 maart 2020;

  • -

    productie 3 bij het beroepschrift, ingekomen ter griffie op 6 april 2020;

  • -

    het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader van 26 juni 2020.

3 De beoordeling

3.1.

De kinderen hebben de Poolse nationaliteit. Op grond van artikel 8 Verordening Brussel II-bis heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht. Op grond van artikel 15 lid 1 Haags Kinderbeschermingsverdrag is Nederlands intern recht van toepassing.

3.2.

Uit de relatie van de vader en mevrouw [de moeder van minderjarige 1 en minderjarige 2] zijn geboren:

- [minderjarige 1] (hierna te noemen: [minderjarige 1] ), op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] , Polen;

- [minderjarige 2] (hierna te noemen: [minderjarige 2] ), op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , Polen.

De moeder van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is in 2008 overleden. De vader was belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

3.3.

Uit de relatie van de vader en mevrouw [de moeder van minderjarige 3] is geboren:

- [minderjarige 3] (hierna te noemen: [minderjarige 3] ), op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] .

De vader oefende het eenhoofdig gezag over [minderjarige 3] uit. De moeder van [minderjarige 3] woont, voor zover op dit moment bekend, waarschijnlijk in Polen.

3.4.

De kinderen hebben van 13 juni 2013 tot 13 juni 2014 onder toezicht gestaan van de GI. De kinderen hebben daarna vanaf 14 juli 2016 tot 27 februari 2020 onder toezicht van de GI gestaan.

3.5.

De kinderen zijn op grond van een daartoe strekkende machtiging sinds augustus 2017 uit huis geplaatst. Aanvankelijk verbleven zij in een accommodatie van een zorgaanbieder. Sinds 18 augustus 2018 verblijven de kinderen gezamenlijk in hetzelfde huidige perspectief biedende pleeggezin.

3.6.

Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank het gezag van de vader over de kinderen beëindigd en de GI tot voogdes over de kinderen benoemd.

3.7.

De vader kan zich met deze beschikking niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.

Standpunten

3.8.

De vader voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling, - kort samengevat - het volgende aan.

De vader wil op termijn met zijn partner voor de kinderen gaan zorgen. De kinderen moeten dan wel eerst kennis hebben gemaakt met de partner en tussen de kinderen en de partner moet een band zijn gegroeid. De kinderen zouden vervolgens gefaseerd bij de vader kunnen worden teruggeplaatst.

De vader heeft wel degelijk zelfinzicht. Hij heeft er spijt van door emoties rondom de uithuisplaatsing niet altijd goed met de GI te hebben samengewerkt. Ook de taalbarrière heeft invloed gehad.

De vader heeft inmiddels positieve stappen gezet. Zo heeft hij een destructieve relatie verbroken, geïnvesteerd in een nieuwe, stabiele relatie, hulp gezocht en een hechte band met de kinderen opgebouwd. De vader heeft zijn leven nu veel meer op orde.

De vader doet er alles aan om de contacten met de kinderen goed te laten verlopen. De GI beaamt dat. De vader heeft verder een vervolgafspraak bij Kairos gemaakt en hij wil wel degelijk meewerken aan het aanvragen van nieuwe paspoorten voor de kinderen.

De aanvaardbare termijn is nog niet verstreken. De vader kan de kinderen binnen een afzienbare termijn opvoedperspectief bieden. Subsidiair dient daarnaar nader onafhankelijk onderzoek te worden gedaan.

3.9.

De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling bepleit dat de beschikking waarvan beroep dient te worden bekrachtigd.

3.10.

De GI heeft in het verweerschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - kort samengevat - het volgende naar voren gebracht.

De vader is niet in staat om binnen een aanvaardbare termijn weer voor de kinderen te zorgen, met name ook door zijn houding tegenover zijn persoonlijke hulpverlening. Begin maart 2020 was er nog een politiemelding over huiselijk geweld tussen de vader en zijn partner.

De hulpverlening voor de kinderen heeft vanaf december 2018 tot januari 2020 stilgelegen, omdat de vader geen toestemming gaf voor traumabehandeling.

De vader is wisselend over zijn toekomstplannen. Het lukt de vader nog steeds niet om af te stemmen op de kinderen, bij voorbeeld met zijn mededeling aan de twee oudste kinderen dat hij wil terugkeren naar Polen.

Sinds de bestreden beschikking is de samenwerking tussen de vader en de GI slechter geworden. De vader is verhard. Hij legt nog steeds veel buiten zichzelf.

De omgangscontacten tussen de vader en de kinderen verlopen wisselend. De laatste twee bezoeken heeft de vader op het laatste moment geannuleerd. Een van die bezoeken betrof de verjaardag van [minderjarige 2] . Er is bij de vader geen draagvlak voor een gesprek met de GI over het belang van voorspelbaarheid en betrouwbaarheid bij de omgang met de kinderen. De vader is belangrijk voor de kinderen, ook vanwege hun gezamenlijke nationaliteit en hun gezamenlijke voorgeschiedenis met veel verlieservaringen.

3.11.

De pleegvader heeft tijdens de mondelinge behandeling - in het kort - het volgende verklaard.

Het gaat goed met alle drie de kinderen, ook op school.

De kinderen vinden het jammer wanneer de omgangsmomenten met de vader niet doorgaan. Het is fijn dat de verjaardag van [minderjarige 2] op een later tijdstip met de vader erbij nog is ingehaald.

Overwegingen van het hof

3.12.1.

Ingevolge artikel 1:266 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan het gezag van een ouder over een of meer van zijn kinderen beëindigd worden indien

  1. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of

  2. de ouder het gezag misbruikt.

3.12.2.

Evenals de rechtbank en op dezelfde gronden als de rechtbank, die het hof na eigen onderzoek en waardering overneemt en tot de zijne maakt, is het hof van oordeel dat voldaan is aan de wettelijke gronden voor de beëindiging van het gezag van de vader. Met name door onmacht lukt het de vader niet om aan te sluiten bij wat de kinderen nodig hebben. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.

Het hof acht zich voldoende voorgelicht om tot een verantwoorde beslissing te komen. Het opvoedperspectief van de kinderen ligt inmiddels bij de pleegouders. Het hof ziet geen aanleiding voor een nader onderzoek zoals de vader heeft verzocht. Het zou de kinderen ernstig belasten, gelet op de stabiliteit die zij thans ervaren, afgezet tegen hun ervaringen in het verleden.

Het hof hecht er nog aan te benadrukken dat de vader voor de kinderen altijd hun vader zal blijven. Uit wat de kinderen bij het hof hebben gezegd en uit hetgeen besproken is op de mondelinge behandeling is voor het hof duidelijk geworden dat de vader voor de kinderen een belangrijke functie vervult. Zij vinden het fijn om met de vader contact te hebben. Het is belangrijk dat de omgang tussen de vader en de kinderen wordt gewaarborgd en op een onbelaste manier plaatsvindt. In het belang van de kinderen dient de vader zich wel betrouwbaar op te stellen en de omgangsafspraken stipt na te komen. Het doet de kinderen geen goed wanneer de vader zoals de laatste twee keer is gebeurd de omgangsmomenten op het laatste moment afzegt, zeker als er speciaal een verjaardagspartijtje voor een van de kinderen is georganiseerd. Verder heeft de vader een belangrijke rol bij het intact laten van de band tussen de kinderen en Polen. Ook kunnen de kinderen en de vader hun verlieservaringen met elkaar delen. De vader doet er dan ook niet verstandig aan om terug te keren naar Polen. De kinderen hebben hier veel moeite mee en het is ook niet in hun belang.

3.13.

Nu uit het voorgaande volgt dat de grieven van de vader niet slagen, zal het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van

27 februari 2020;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, afdeling civiel recht, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, E.A.M. Scheij en

M.J. van Laarhoven en is op 23 juli 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.