Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:1983

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-06-2020
Datum publicatie
02-07-2020
Zaaknummer
200.263.728_01
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 4 juni 2015 strandt een bedrijfswagen door een vastgelopen automatische versnellingsbak. Volgens de eigenaar is bij de 100.000 kilometerbeurt van 4 oktober 2013 onvoldoende olie in de automatische versnellingsbak gedaan en heeft dat het vastlopen veroorzaakt. Deze stelling is door de garage bestreden en niet komen vast te staan. De eigenaar moet de factuur voor het vervangen van de versnellingsbak dus voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.263.728/01

arrest van 30 juni 2020

in de zaak van

Automotions [Automotions] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

appellante,

hierna aan te duiden als Automotions,

advocaat: mr. S.B.A. Lhachmi te Terneuzen,

tegen

[Inkoopcentrum voor Beeldende Kunstenaars] , Inkoopcentrum voor Beeldende Kunstenaars B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. W.G.M. Vos te Breda,

op het bij exploot van dagvaarding van 26 juli 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 15 mei 2019, door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Bergen op Zoom, gewezen tussen Automotions als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7335813 CV EXPL 18-4945)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 9 januari 2019.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met één productie;

  • -

    de memorie van antwoord met zeven producties.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

De vaststaande feiten

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

  • -

    Automotions exploiteert een garagebedrijf en legt zich toe op de handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s. Zij is in de rechten en verplichtingen getreden van haar rechtsvoorganger [Auto] Auto B.V. Automotions is onder meer officieel dealer van Mercedes Benz. Het hof zal hierna telkens spreken van Automotions, ook als het de periode vóór de rechtsopvolging betreft.

  • -

    [geïntimeerde] drijft een groothandel in materialen en gereedschappen. Zij beschikt ten behoeve van haar bedrijfsactiviteiten over enkele bedrijfsauto’s van het merk Mercedes Benz, type Sprinter.

  • -

    Dit hoger beroep heeft betrekking op een Mercedes Benz Sprinter met kenteken [kenteken] (hierna: de auto). [geïntimeerde] heeft de auto bij Automotions gekocht. Het kenteken deel 1 van de auto is (volgens de als productie 2 bij de inleidende dagvaarding overgelegde facturen van onderhoudswerkzaamheden) afgegeven op 9 mei 2011.

  • -

    [geïntimeerde] heeft het onderhoud aan de auto door Automotions laten uitvoeren.

  • -

    Op 20 juli 2012 heeft Automotions de eerste 50.000-kilometerbeurt aan de auto uitgevoerd. De kilometerstand was toen 49.892. Automotions heeft deze beurt bij factuur van 15 augustus 2012 in rekening gebracht aan [geïntimeerde] .

  • -

    Op 4 oktober 2013 heeft Automotions de 100.000-kilometerbeurt aan de auto uitgevoerd. De kilometerstand was toen 99.770. Volgens de onderhoudsinstructies van de Mercedes Benz Sprinter moeten bij iedere 100.000 kilometer werkzaamheden worden verricht aan de automatische versnellingsbak, waaronder het verversen van de automaatbakolie. Volgens het gestelde op de tweede bladzijde van de ter zake deze onderhoudsbeurt opgemaakte factuur van 22 oktober 2013 is de versnellingsbak bij de beurt van 4 oktober 2013, na het aftappen van de daarin aanwezige olie, gevuld met 7 liter automaatbakolie. Ook op het werkorder-formulier van deze onderhoudsbeurt is ingevuld dat de versnellingsbak is gevuld met 7 liter olie en op de kopie van de daarbij gevoegde checklist is aangekruist dat een olie- en filterwisseling is uitgevoerd.

  • -

    De automatische versnellingsbak betreft een gesloten systeem, waarin normaal gesproken geen sprake is van verbruik van olie dat tussentijds moet worden aangevuld. De automatische versnellingsbak van de auto bevat, als zij volledig is gevuld, 7 liter olie, verspreid over het carter, de koppelvormer, de kanalen, de oliekoeler en het filter. Bij het gewoon aftappen van de olie blijft olie achter in de koppelomvormer, de kanalen, de oliekoeler en het filter.

  • -

    Op 19 september 2014 heeft Automotions de auto een 50.000-kilometerbeurt gegeven. De kilometerstand was toen 150.337. Automotions heeft deze beurt bij factuur van 30 september 2014 in rekening gebracht aan [geïntimeerde] .

  • -

    Op 4 juni 2015 is de auto bij een rit in Frankrijk met pech tot stilstand gekomen. De kilometerstand was toen 180.939.

  • -

    De Mercedes Benz garage in [vestigingsplaats 2] heeft, na een daartoe verkregen opdracht, een reparatie aan de auto uitgevoerd. Daarbij is de automatische versnellingsbak vervangen. Zij heeft hiervoor op 2 juli 2015 een aan Automotions gerichte “FACTURE” opgesteld waarop de kosten van de reparatie zijn gespecificeerd en waarin een totaalbedrag inclusief btw is vermeld van € 6.544,21. Blijkens dit stuk brengt het bedrijf tevens 7 liter olie (‘HUILE ATF’) in rekening.

  • -

    Bij e-mail en brief van 16 juni 2015 heeft [geïntimeerde] aan Automotions meegedeeld, kort samengevat, dat de versnellingsbak van de auto op 4 juni 2015 is vastgelopen en daardoor onherstelbaar is beschadigd, dat deze schade volgens de garage in [vestigingsplaats 2] is veroorzaakt door een te laag olieniveau in de versnellingsbak, dat er geen olielekkage is geweest, dat het niet anders kan dan dat de auto na de 100.000-kilometerbeurt is afgeleverd met onvoldoende olie in de versnellingsbak om daarmee de volgende 100.000 kilometer te kunnen rijden en dat Automotions voor de schade verantwoordelijk is.

  • -

    Op grond van een serviceregeling van Mercedes Benz heeft de garage in [vestigingsplaats 2] de factuur voor haar werkzaamheden ingediend bij een aan Mercedes Benz gelieerde organisatie, te weten Union Tank [Union Tank] GmbH & Co. KG (hierna: [Union Tank] ). [Union Tank] heeft het gefactureerde bedrag van € 6.544,21 vervolgens op 4 augustus 2015 afgeboekt van het rekening-courantsaldo van Automotions. Het daarop betrekking hebbende overzicht van [Union Tank] is in het geding gebracht. In de stellingen van partijen ligt besloten dat [Union Tank] het bedrag aan de garage in [vestigingsplaats 2] heeft voldaan of in elk geval ten gunste van die garage heeft geboekt.

  • -

    Automotions heeft het bedrag van € 6.544,21 vervolgens bij factuur van 7 september 2015 in rekening gebracht aan [geïntimeerde] en daarop vervolgens bij creditfactuur van 9 november 2015 € 1.090,70 in mindering gebracht, zodat Automotions aan [geïntimeerde] ter zake de vervanging van de versnellingsbak per saldo € 5.453,51 in rekening heeft gebracht. De creditfactuur heeft betrekking op teruggave van de btw.

  • -

    De garage in [vestigingsplaats 2] heeft een verklaring van 7 september 2015 opgesteld over de door haar op 4 juni 2015 aan de auto uitgevoerde werkzaamheden. In deze verklaring staat dat tijdens de werkzaamheden tussen de twee en tweeëneenhalve liter olie is afgetapt uit de versnellingsbak en dat er geen enkel spoor is aangetroffen van een lekkage van olie onder het voertuig.

  • -

    Er heeft geen technisch onderzoek plaatsgevonden aan de defecte versnellingsbak. Dit is nu ook niet meer mogelijk omdat de versnellingsbak niet meer beschikbaar is.

Vordering, verweer en beslissing kantonrechter

3.2.1.

In de onderhavige procedure vordert Automotions veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van € 7.563,48 vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, zijnde 2 november 2018, en met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten. Het bedrag van € 7.563,48 is opgebouwd uit de volgende drie posten:

  • -

    een hoofdsom van € 5.453,51;

  • -

    € 647,68 aan buitengerechtelijke kosten;

  • -

    € 1.462,29 aan rente berekend over de periode tot de dag van de inleidende dagvaarding, zijnde 2 november 2018.

3.2.2.

Aan deze vordering heeft Automotions, kort samengevat, het volgende ten grondslag gelegd.

De kosten van de vervanging van de automatische versnellingsbak van de auto van [geïntimeerde] ten bedrage van € 5.453,51 komen voor rekening van [geïntimeerde] als opdrachtgever van de vervanging. Automotions heeft de kosten op grond van de serviceregeling van Mercedes Benz voldaan aan de garage in [vestigingsplaats 2] . Automotions mag het bedrag nu bij [geïntimeerde] (de opdrachtgever van de vervanging van de versnellingsbak) in rekening brengen.

3.2.3.

[geïntimeerde] heeft als verweer aangevoerd, kort samengevat, dat Automotions bij de 100.000-kilometerbeurt van 4 oktober 2013 onvoldoende olie in de automatische versnellingsbak heeft gedaan en dat de automatische versnellingsbak daardoor op 4 juni 2015 is vastgelopen. Volgens [geïntimeerde] is de reparatie dus noodzakelijk geworden door een tekortkoming van Automotions in de nakoming van de overeenkomst ter zake de onderhoudsbeurt van 4 oktober 2013, en hoeft [geïntimeerde] daarom de reparatiekosten niet aan Automotions te betalen.

3.2.4.

In het tussenvonnis van 9 januari 2019 heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Die comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 18 maart 2019.

3.2.5.

In het eindvonnis van 15 mei 2019 heeft de kantonrechter, samengevat, als volgt geoordeeld.

  • -

    [geïntimeerde] is in beginsel gehouden de kosten voor het vervangen van de versnellingsbak aan Automotions te betalen, tenzij [geïntimeerde] bewijst dat de schade aan de versnellingsbak is ontstaan door een tekortkoming van Automotions (rov. 3.5).

  • -

    Bij de reparatie in [vestigingsplaats 2] is gebleken dat er te weinig olie in de versnellingsbak zat, terwijl er geen lekkage is geconstateerd. Omdat normaalgespoken nagenoeg geen olieverbruik plaatsvindt in de versnellingsbak, is bepaald niet uitgesloten dat tijdens de 100.000-kilometerbeurt van 4 oktober 2013 te weinig olie is toegevoegd (rov. 3.7.1).

  • -

    Op de factuur van de beurt van 4 oktober 2013 staat dat de versnellingsbak is gevuld met 7 liter olie. Die hoeveelheid kan niet juist zijn omdat er ook na het aftappen van de koppelvormer 1,5 liter olie in de versnellingsbak achterblijft. Omdat in ieder geval 1,5 liter olie minder is toegevoegd dan de op de factuur vermelde 7 liter, is niet uitgesloten dat nog minder dan 5,5 liter olie is toegevoegd (rov. 3.7.2).

  • -

    Automotions heeft niet aangetoond dat een te laag oliepeil in de versnellingsbak en een daardoor mogelijk optredende slip bij de vijfde versnelling direct bij het rijden te merken zou zijn voor een chauffeur die daarop niet gespitst is (rov. 3.7.3 en 3.7.4).

  • -

    Daarom is voorshands aannemelijk dat de schade aan de versnellingsbak is ontstaan door een tekortkoming van Automotions (rov. 3.8).

  • -

    Automotions heeft niet aannemelijk gemaakt dat de schade een andere oorzaak heeft dan een aan haar toe te rekenen olietekort (rov. 3.10.2).

  • -

    Het had op de weg van Automotions gelegen om in elk geval na ontvangst van de aansprakelijkstelling van 16 juni 2015 de defecte versnellingsbak beschikbaar te houden/krijgen voor technisch onderzoek. Automotions heeft dat niet gedaan, waardoor onderzoek aan de versnellingsbak niet meer mogelijk is (rov. 3.10.3).

  • -

    Gelet op hetgeen onder 3.10 is overwogen, is er geen aanleiding aanwezig om Automotions toe te laten tot het leveren van tegenbewijs (rov. 3.11).

  • -

    De vordering van Automotions moet daarom worden afgewezen (rov. 3.12).

Op grond daarvan heeft de kantonrechter de vordering van Automotions afgewezen en Automotions in de proceskosten veroordeeld, waarbij de kantonrechter die kosten aan de zijde van [geïntimeerde] heeft begroot op nihil.

Vooropstelling in hoger beroep, bewijslastverdeling

3.3.1.

Automotions heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd. Automotions heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog toewijzen van haar vordering. [geïntimeerde] heeft de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis.

3.3.2.

Alvorens de grieven te behandelen, stelt het hof het volgende voorop.

[geïntimeerde] heeft aan het garagebedrijf in [vestigingsplaats 2] opgedragen om het gebrek aan de auto dat op 4 juni 2015 aan het licht is getreden, te herstellen. Het garagebedrijf heeft die opdracht aanvaard. Daardoor is een overeenkomst tot stand gekomen. Ter uitvoering van die overeenkomst heeft het garagebedrijf de automatische versnellingsbak in de auto van [geïntimeerde] vervangen. Uit de gesloten overeenkomst vloeit voor [geïntimeerde] in beginsel de verbintenis voort om voor de levering en installatie van de nieuwe automatische versnellingsbak in haar auto te betalen.

3.3.3.

In het kader van de zogeheten serviceregeling van Meredes Benz, waar [geïntimeerde] en de garage in [vestigingsplaats 2] gebruik van hebben gemaakt, heeft de garage in [vestigingsplaats 2] een prijsopgave gedaan aan Automotions waar Automotions haar akkoord op heeft gegeven. Vervolgens heeft Automotions via [Union Tank] de vergoeding voor de werkzaamheden aan het Franse garagebedrijf voldaan. In deze gang van zaken ligt een overeenkomst besloten tussen Automotions en [geïntimeerde] in de zin van artikel 6:150 aanhef en sub d BW, inhoudende dat Automotions de vordering van Franse garage op [geïntimeerde] zou voldoen zodat die vordering niet rechtstreeks tussen de Franse garage en [geïntimeerde] hoefde te worden afgewikkeld. Voor een dergelijke overeenkomst gelden geen vormvereisten, zodat die ook in gedragingen besloten kan liggen (art. 3:37 BW). De vordering van het Franse garagebedrijf op [geïntimeerde] is hierdoor op de voet van artikel 6:150 BW bij wijze van subrogatie overgegaan op Automotions. Automotions heeft dus in beginsel het recht gekregen om – in plaats van het Franse garagebedrijf – [geïntimeerde] aan te spreken tot betaling van de factuur voor de vervanging van de automatische versnellingsbak. [geïntimeerde] heeft overigens ook niet gemotiveerd betwist dat als uitgangspunt heeft te gelden dat zij de factuur van Automotions voor de werkzaamheden aan haar auto moet voldoen.

3.3.3.

In overeenstemming hiermee heeft de kantonrechter geoordeeld dat op [geïntimeerde] de bewijslast rust van haar stelling dat zij het voor de vervanging van de automatische versnellingsbak in rekening gebrachte bedrag desondanks niet hoeft te voldoen omdat die vervanging noodzakelijk is geworden door een tekortkoming van Automotions in de nakoming van haar werkzaamheden bij de 100.000-kilometerbeurt, bestaande uit het in onvoldoende mate vullen van de automatische versnellingsbak met olie. Het hof acht die bewijslastverdeling juist. Het verweer van [geïntimeerde] is een zogeheten bevrijdend verweer waarvan zij de bewijslast draagt. Voor zover [geïntimeerde] in de punten 11 en 12 van haar memorie van antwoord heeft willen betogen dat op Automotions de bewijslast rust van haar stelling dat zij bij het uitvoeren van de 100.000 km-beurt niet tekortgeschoten is, verwerpt het hof dat betoog. Omdat [geïntimeerde] zich beroept op de rechtsgevolgen van haar stelling dat Automotions de 100.000 km-beurt op 4 oktober 2013 niet goed heeft uitgevoerd en de versnellingsbak daardoor op 4 juni 2015 is vastgelopen, draagt [geïntimeerde] de bewijslast van die stelling. Dat de versnellingsbak niet meer beschikbaar is voor onderzoek, breng het hof niet tot een ander oordeel over de bewijslastverdeling. [geïntimeerde] heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de oorzaak van het opgetreden gebrek onomstotelijk had kunnen worden vastgesteld als de oude versnellingsbak wel beschikbaar was gebleven voor onderzoek.

Met betrekking tot de grieven 1 en 2: is [geïntimeerde] voorshands geslaagd in de bewijslevering?

3.4.1.

De kantonrechter heeft in de overwegingen 3.7.1 tot en met 3.8 van het vonnis geoordeeld, zakelijk weergegeven, dat [geïntimeerde] voorshands (behoudens eventueel tegenbewijs) heeft bewezen dat de schade aan de automatische versnellingsbak is ontstaan doordat Automotions bij de 100.000 km-beurt onvoldoende olie in de automatische versnellingsbak heeft gedaan. De grieven 1 en 2 zijn tegen dat oordeel gericht. Het hof zal deze grieven gezamenlijk behandelen.

3.4.2.

De grieven zijn terecht voorgedragen. Naar het oordeel van het hof kan, mede gelet op het rapport van [de deskundige aan de zijde van appellante] van 10 september 2019 dat Automotions als productie 1 bij de memorie van grieven heeft overgelegd, niet voorshands bewezen worden geacht dat Automotions bij de 100.000 km-beurt van 4 oktober 2013 onvoldoende olie in de automatische versnellingsbak heeft gedaan en dat daardoor de automatische versnellingsbak op 4 juni 2015 defect is geraakt. Het hof overweegt daartoe het volgende.

3.4.3.

In het rapport van [de deskundige aan de zijde van appellante] is onder verwijzing naar bijlagen, waaronder technische tekeningen en foto’s, uiteengezet dat het enkele feit dat de garage in [vestigingsplaats 2] ongeveer twee tot tweeëneenhalve liter olie heeft afgetapt uit de versnellingsbak, niet meebrengt dat Automotions op 4 oktober 2013 onvoldoende olie in de versnellingsbak heeft gedaan, aangezien:

  • -

    de koppelomvormer 1.6 liter olie bevat, en die bij demontage van de versnellingsbak niet wordt afgetapt;

  • -

    er bij het aftappen van de olie uit de versnellingsbak restanten achterblijven in onder meer de kanalen, de oliekoeler en het filter, en dat deze restanten minimaal 1 liter belopen;

  • -

    er na verloop van tijd altijd sprake is van een lichte daling in de oliehoeveelheid, waarbij uitgegaan kan worden van een halve tot anderhalve liter omdat al 80.000 kilometer was gereden sinds de beurt van 4 oktober 2013, althans dat sprake is van minimaal een halve liter verbrande olie;

  • -

    dat bij het aftappen van olie de versnellingsbak op bedrijfstemperatuur moet zijn en dat in dit geval, waarin de auto met pech was gestrand, de olie in koude toestand en dus met minder viscositeit (in minder vloeibare toestand) is afgetapt, waardoor meer olie in de versnellingsbak zal zijn achtergebleven.

In het rapport is voorts uiteengezet dat [de deskundige aan de zijde van appellante] bij een proefneming bij een identiek voertuig waarin voldoende olie in de versnellingsbak aanwezig was, bij het aftappen van olie uit de versnellingsbak tweeëneenhalve liter olie verkreeg. Gelet op de inhoud van dit rapport kan aan het enkele feit dat het garagebedrijf in [vestigingsplaats 2] op 4 juni 2015 bij het aftappen van de olie uit de (niet op bedrijfstemperatuur verkerende) versnellingsbak ongeveer twee tot tweeëneenhalve liter olie verkreeg, niet de conclusie worden verbonden dat Automotions de versnellingsbak bij de 100.000-kilometerbeurt van 4 oktober 2013 met onvoldoende olie heeft gevuld.

3.4.4.

Het hof tekent hier ook bij aan dat sinds de 100.000-kilometerbeurt van 4 oktober 2013 nog ruim anderhalf haar met de auto is gereden en 80.000 kilometer is afgelegd. In de tussenliggende periode heeft de auto ook nog op 19 september 2014 (ongeveer een jaar na de 100.000-kilomterbeurt) een 50.000-kilometerbeurt gekregen. Uit de daarvan beschikbare werkplaatsfactuur blijkt niet dat er toen enige klacht is geuit over de automatische versnellingsbak. Onderhoud aan de versnellingsbak was op dat moment ook niet voorgeschreven, dat zou immers in beginsel pas weer bij een kilometerstand van 200.000 aan de orde komen. Uit de door [geïntimeerde] overgelegde verklaringen van enkele van haar chauffeurs blijkt ook dat zij in de periode van oktober 2013 tot mei 2015 geen problemen hebben ondervonden met de versnellingsbak van de auto. Dit alles wijst er niet op dat Automotions bij de 100.000-kilometerbeurt van 4 oktober 2013 te weinig olie in de versnellingsbak heeft gedaan. [geïntimeerde] heeft ook geen enkele reden genoemd waarom een monteur van Automotions een dergelijke fout zou maken.

3.4.5.

Aan het enkele feit dat de versnellingsbak op 4 juni 2015 defect is geraakt, kan tegen de achtergrond van het bovenstaande niet de conclusie worden verbonden dat Automotions de versnellingsbak op 4 oktober 2013 met onvoldoende olie heeft gevuld. In het rapport van [de deskundige aan de zijde van appellante] is uiteengezet dat een combinatie van (andere) omstandigheden het defect kan hebben veroorzaakt, waarbij betekenis kan toekomen aan de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de auto ten tijde van het ontstaan van het gebrek en in de periode kort daarvoor is gebruikt en de mate waarin het voertuig daarbij is belast, waarbij niet uit te sluiten valt dat een oververhitting van de olie is ontstaan.

3.4.6.

Hetgeen [geïntimeerde] in dit geding – meer in het bijzonder in haar conclusie van antwoord en memorie van antwoord – heeft aangevoerd, brengt het hof niet tot een ander oordeel. Het betoog van [geïntimeerde] laat onverlet dat Automotions op gemotiveerde wijze en onderbouw met producties heeft betwist dat zij de versnellingsbak bij de 100.000-kilometerbeurt van 4 oktober 2013 met onvoldoende olie heeft gevuld. Het hof tekent hier ook bij aan dat in het kader van een 100.000 kilometerbeurt kennelijk ook de olie uit de koppelomvormer wordt afgetapt en ook de andere onderdelen van de versnellingsbak worden gereinigd (waarin op 4 juni 2015 wel olie is achtergebleven), zodat de vermelding dat bij de 100.000-kilometerbeurt 7 liter olie in de versnellingsbak is gedaan niet onjuist kan worden geacht. Gelet op de gemotiveerde en met producties onderbouwde betwisting door Automotions van de stelling dat zij te weinig olie in de versnellingsbak heeft gedaan, acht het hof – anders dan de kantonrechter – niet voorshands bewezen dat Automotions op 4 oktober 2013 tekortgeschoten is in de nakoming van haar verbintenis om een goede 100.000-kilometerbeurt uit te voeren. De door [geïntimeerde] bij de memorie van antwoord overgelegde verklaring van een Mercedes Benz-dealer uit [vestigingsplaats 3] acht het hof in dit verband onvoldoende, omdat die verklaring de mogelijkheid open laat dat het gebrek aan de versnellingsbak is ontstaan door een onjuist gebruik van de auto en niet door onjuist onderhoud. Ook de door [geïntimeerde] overgelegde verklaring van de garage in [vestigingsplaats 2] van 30 oktober 2019 acht het hof onvoldoende, tegenover het in het bovenstaande besproken rapport van [de deskundige aan de zijde van appellante] . Het hof merkt daarbij op dat deze verklaring (vertaald) luidt “dat wij tijdens het aftappen van de automatische versnellingsbak, uitgevoerd in onze werkplaats op 4 juni 2015, tussen 2 en 2,5 liter olie hebben opgevangen en dat geen spoor van lekkage van olie onder het voertuig aanwezig was.” Gelet op de inhoud van deze verklaring is niet uitgesloten dat bij het opstellen van deze verklaring geen acht is geslagen op olie die nog in de koppelomvormer en elders in het systeem aanwezig was. De slotsom is dat [geïntimeerde] het van haar te verlangen bewijs nog niet voorshands heeft geleverd. De grieven 1 en 2 slagen dus.

De verdere behandeling van het geschil

3.5.1.

Omdat de grieven 1 en 2 terecht zijn voorgedragen en dit ertoe kan leiden dat de vordering van Automotions alsnog moet worden toegewezen, moet het hof nader over die vordering oordelen. Zoals het hof in het voorgaande heeft vastgesteld, rust op [geïntimeerde] de bewijslast van de aan haar verweer ten grondslag gelegde stelling dat Automotions de versnellingsbak bij de 100.000-kilometerbeurt van 4 oktober 2013 met onvoldoende olie heeft gevuld en dat daardoor het defect aan de versnellingsbak is ontstaan. Het hof heeft naar aanleiding van de grieven 1 en 2 geoordeeld dat [geïntimeerde] het bewijs van die stelling nog niet heeft geleverd. Het hof ziet geen aanleiding om nog nadere bewijslevering te laten plaatsvinden. Voor zover [geïntimeerde] haar stelling nader had willen onderbouwen met een opinie van een deskundige, had zij een rapport van die deskundige in het geding kunnen en moeten brengen. Voor het ambtshalve gelasten van een deskundigenonderzoek ziet het hof in dit geval onvoldoende aanleiding. [geïntimeerde] heeft voorts slechts in algemene bewoordingen bewijs van haar stellingen aangeboden. [geïntimeerde] heeft geen gespecificeerd bewijsaanbod gedaan met betrekking tot concrete feiten of omstandigheden waaruit met voldoende zekerheid zou zijn af te leiden dat Automotions tijdens de 100.000-kilometerbeurt onvoldoende olie in de versnellingsbak heeft gedaan. De slotsom is dat de stelling die [geïntimeerde] aan haar verweer ten grondslag heeft gelegd, in dit hoger beroep niet is komen vast te staan. Ook uit het bepaalde in artikel 6:136 BW volgt overigens dat [geïntimeerde] niet tot het leveren van bewijs van haar stelling hoeft te worden toegelaten.

3.5.2.

Het voorgaande brengt mee dat de door Automotions gevorderde hoofdsom

van € 5.453,51 toewijsbaar is. Ook het ter zake buitengerechtelijke kosten gevorderde bedrag van € 647,68 is toewijsbaar. Op grond van de overgelegde producties staat vast dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag stemt overeen met hetgeen voortvloeit uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

3.5.3.

Over de buitengerechtelijke kosten is niet, zoals gevorderd, de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW maar slechts de wettelijke rente van artikel 6:119 BW toewijsbaar. Het hof zal die rente over de incassokosten toewijzen vanaf de dag van de inleidende dagvaarding.

3.5.4.

Over de hoofdsom is wel wettelijke handelsrente toewijsbaar. Het hof tekent daarbij aan dat subrogatie een wijze van overgang van een vordering op een derde is, en dat bij overgang van een vordering op een nieuwe schuldeiser deze de daarbij behorende nevenrechten verkrijgt, waaronder het recht op rente. In dit geval betrof dat over de hoofdsom het recht op wettelijke handelsrente. Het hof zal de wettelijke handelsrente over de hoofdsom op de voet van artikel 6:119a lid 2 sub a BW toewijzen vanaf 30 dagen na de dag waarop [geïntimeerde] de creditfactuur van 9 november 2015 heeft ontvangen, omdat pas na ontvangst van die creditfactuur de exacte omvang van de betalingsverplichting van [geïntimeerde] is komen vast te staan. Om deze reden zal het hof de wettelijke handelsrente over de hoofdsom toewijzen vanaf 10 december 2015. Het voorgaande brengt tevens mee dat het bedrag van € 1.462,29, dat Automotions heeft gevorderd als rente berekend over de periode tot de dag van de inleidende dagvaarding, welk bedrag zij overigens niet heeft gespecificeerd, niet afzonderlijk toewijsbaar is.

3.5.5.

Het hof zal [geïntimeerde] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter veroordelen. Het bestreden vonnis, waarbij de vordering van Automotions is afgewezen en Automotions in de proceskosten is veroordeeld, moet dus geheel worden vernietigd.

3.5.6.

Het voorgaande brengt mee dat de grieven 3 en 4 niet meer behandeld hoeven te worden.

3.5.7.

Omdat het hoger beroep doel heeft getroffen, zal het hof [geïntimeerde] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.

3.5.8.

Al het voorgaande voert tot de onderstaande uitspraak.

4 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis van 15 mei 2019;

opnieuw rechtdoende:

  • -

    veroordeelt [geïntimeerde] om aan Automotions een hoofdsom van € 5.453,51 te betalen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dat bedrag vanaf 10 december 2015;

  • -

    veroordeelt [geïntimeerde] om aan Automotions ter zake buitengerechtelijke kosten € 647,68 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, zijnde 2 november 2018;

  • -

    veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het geding bij de kantonrechter, en begroot die kosten aan de zijde van Automotions tot op heden op € 85,44 aan dagvaardingskosten, € 476,-- aan griffierecht en € 400,-- aan salaris gemachtigde;

veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten aan de zijde van Automotions tot op heden op € 86,40 aan dagvaardingskosten, € 741,-- aan griffierecht en € 759,-- aan salaris advocaat;

verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, R.J.M. Cremers en G.J.S. Bouwens en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 30 juni 2020.

griffier rolraadsheer