Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:1600

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-05-2020
Datum publicatie
26-05-2020
Zaaknummer
200.250.863_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2017:6455
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2018:4850
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

geen bestuurdersaansprakelijkheid voor onbetaalde rekeningen door later failliet gegane start-up; geen onrechtmatige selectieve betalingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2020-0150
OR-Updates.nl 2020-0217
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.250.863/01

arrest van 19 mei 2020

in de zaak van

Pay For People B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als Pay for People,

advocaat: mr. A.L. Stegeman te Heerlen,

tegen

1 [Beheer] Beheer B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [Holding] Holding B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

3. [geïntimeerde 3] ,
wonende te [woonplaats] ,

4. [geïntimeerde 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

hierna gezamenlijk aan te duiden als [geintimeerden c.s] en ieder voor zich als [Beheer] , [Holding] , [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] ,

advocaat: mr. J.O. de Wilde te 's-Hertogenbosch,

op het bij exploot van dagvaarding van 20 november 2018 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 29 november 2017 en 19 september 2018, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen Pay for People als eiseres en [geintimeerden c.s] als gedaagden.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/324130 / HA ZA 17-515)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met producties;

  • -

    de memorie van antwoord met producties;

  • -

    de akte uitlaten van Pay for People;

  • -

    de akte uitlaten met producties van [geintimeerden c.s]

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende, in hoger beroep niet (meer) betwiste, feiten.

a. a) Smart Business 4 Business B.V. (hierna: Smart B4B) is opgericht op 4 januari 2016. Smart B4B was een start-up: zij hield zich bezig met het ontwikkelen van een nieuw digitaal inkoopplatform voor horecaondernemers, genaamd Wigi. De bestuurder en enig aandeelhouder van Smart B4B is Smart Business 4 Business Licenses International B.V.(hierna: SB4B Licenses). Bestuurder en aandeelhouder (ieder voor 50%) hiervan zijn [Beheer] en [Holding] , waarvan de bestuurder en enig aandeelhouder zijn [geïntimeerde 3] ( [Beheer] ) respectievelijk [geïntimeerde 4] ( [Holding] ).

b) Op 28 november 2016 is Smart B4B een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met de besloten vennootschap Sales Supply B.V.(hierna: Sales Supply). Op grond van die overeenkomst heeft Smart B4B het recht verkregen om werknemers op detacheringsbasis in te lenen van Pay for People. De contractadministratie, verloning en facturatie is door Sales Supply ondergebracht bij Pay for People.

c) De samenwerkingsovereenkomst tussen Sales Supply en Smart B4B hield onder meer in dat wederzijds geen minimale contractduur en geen opzeggingstermijn gold, en een betalingstermijn van 30 dagen. Van toepassing verklaard waren zowel de algemene voorwaarden van Sales Supply, als die van Pay for People (de laatste met uitzondering van artikel 17 (over de beëindiging) en artikel 21d).

d) Smart B4B heeft vervolgens met Sales Supply e-mailcontact gehad over de aan te houden betalingstermijn, omdat Pay for People volgens haar algemene voorwaarden - anders dan Sales Supply - een betalingstermijn van 14 dagen aanhield. Op 28 november 2016 berichtte Sales Supply aan Smart B4B desgevraagd dat hij in de samenwerkingsovereenkomst de betalingstermijn had “gezet op” 30 dagen (prod. 4 cva).

e) Op 2 januari 2017 is door Pay for People aan Smart B4B een werknemer (hierna: de gedetacheerde werknemer) ter beschikking gesteld om onder leiding en toezicht van Smart B4B werkzaamheden te verrichten.

f) De gedetacheerde werknemer heeft werkzaamheden verricht voor Smart B4B in de periode van 2 januari 2017 tot en met 1 mei 2017. Pay for People heeft aan Smart B4B hiervoor facturen gestuurd op 21 februari 2017 (€ 7.396,12), 16 maart 2017 (€ 5.172,75), 11 april 2017 (€ 6.080,25) en 10 mei 2017 (€ 5.445,00). De facturen zijn door Smart B4B niet betaald.

g) Na de verzending van de eerste factuur met daarop een betalingstermijn van 14 dagen heeft Pay for People deze termijn desgevraagd gewijzigd in 30 dagen (prod. 7 cva).

h) Op 16 maart 2017 schreef Sales Supply bv aan [geïntimeerde 4] :

“[Smart B4B] heeft bij onze payroller Pay for People na de creditcheck een kredietlimiet van € 10.000,- gekregen. Echter dat is nu niet voldoende om de 2 openstaande facturen te dekken. Ze kunnen de limiet verhogen als [Holding] Holding B.V. mee wil tekenen. Zou je deze willen ondertekenen? Dan kan de limiet worden verhoogd.” (prod. 8 cva). Bijgevoegde “meeteken verklaring” vermeldde dat [Holding] Holding/ [geïntimeerde 4] persoonlijk hoofdelijk mede-aansprakelijk was voor schulden van Smart B4B aan Pay for People (en haar zusterbedrijven).

[geïntimeerde 4] heeft deze verklaring niet getekend.

i. i) Op 4 april 2017 schreef [geïntimeerde 4] aan Pay for People:

Natuurlijk is het niet correct dat wij de factuur niet op tijd hebben betaald, maar de reden hiervan is, dat wij op dit moment druk bezig [zijn] met gesprekken met investeerders om financieel alles te regelen.

(..) wij hebben met hun ook afgesproken dat wij eind april alles financieel rond willen hebben (..)

Dus hopelijk heb jij/jullie hier begrip voor en zullen wij de openstaande factuur z.s.m. betalen zodra wij alles hebben geregeld en tevens willen wij jou wekelijks op de hoogte houden van de ontwikkelingen.” (prod. 9 cva).

In reactie hierop schreef Pay for People er begrip voor te hebben dat men niet altijd conform de inleenovereenkomst kan betalen. Wel ontving zij graag informatie over de komende investeringen en over de inschatting wanneer de factuurbedragen voldaan zouden worden. (prod. 10 cva). [geïntimeerde 4] antwoordde daarop dat hij er nog steeds vanuit ging dat het moest lukken om eind april alles geregeld te hebben (prod. 11 cva).

j) Op 2 mei 2017 schreef [geïntimeerde 4] aan Sales Supply dat de dag daarvoor afscheid genomen was van de gedetacheerde werknemer “omdat de aansluitingen achterwege blijven en dat wij de organisatie dusdanig moeten reorganiseren…” en dat aan alle relaties was bericht dat de investeringen nog niet rond waren.

k) Pay for People heeft desgevraagd op 12 juni 2017 de kolommenbalans 2016 alsmede een kolommenbalans over de eerste vijf maanden van 2017 van het bestuur van Smart B4B ontvangen.

l) Smart B4B is op 1 augustus 2017 op aanvraag van twee werknemers in staat van faillissement verklaard.

m) SB4B Licenses is op 8 augustus 2017 op eigen aangifte eveneens in staat van faillissement verklaard.

n) De curator heeft in zijn eerste verslag van 15 september 2017 vermeld:

Omzetgegevens

2017 tot 1 augustus 2017: nihil

2016: nihil (..)”

In zijn eindverslag van 20 augustus 2018 heeft de curator onder meer het volgende genoteerd:

“Winst en verlies

2017 tot 1 augustus 2017: € - 41.017 (conceptcijfers)

2016: € -391.370 (resultaat na belastingen)

(..)

1.5

Oorzaak faillissement

(..) Deze problemen [o.a. met inconsistenties in de software, hof] bleken in maart 2017 ook nog te spelen. Hierdoor zou Wigi nog steeds niet geschikt zijn voor gebruik door klanten (..) De verkoopmedewerkers van gefailleerde waren daarom niet in staat Wigi aan klanten te verkopen. (..) Na 1,5 jaar ontwikkelen en vele investeringen verder had Gefailleerde nog altijd geen omzet gerealiseerd, terwijl zij vele verplichtingen was aangegaan en schuldeisers onbetaald liet.

(..)

7.5.

Onbehoorlijk bestuur

Nee

(..)

De curator heeft zijn onderzoek afgerond. De curator heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

7.6.

Paulianeus handelen

Nee

(..)

De curator heeft niet geconstateerd dat sprake is geweest van paulianeus handelen.

(..)”.

Uit het financiële verslag van de curator blijkt dat het tekort in het faillissement op 16 augustus 2018 € 927.131,77 bedroeg (prod 5 mvg).

3.2.1.

Pay for People heeft in eerste aanleg geïntimeerden (samen met Smart B4B en SMB4B Licenses) in rechte betrokken en gevorderd, samengevat, veroordeling uitvoerbaar bij voorraad van [geintimeerden c.s] tot betaling van € 29.274,36, te vermeerderen met de contractuele rente over € 24.094,12 vanaf 15 juli 2017 en de wettelijke rente over de incassokosten van

€ 3.614,12 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, alsmede de proceskosten, rente en nakosten. De procedure tegen Smart B4B en SB4B Licenses is vervolgens geschorst op de voet van artikel 29 Fw.

3.2.2.

Pay for People heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [Beheer] , [Holding] , [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] ieder voor zich onrechtmatig hebben gehandeld door als indirect bestuurders namens Smart B4B financiële verplichtingen aan te gaan door het inlenen van de gedetacheerde werknemer bij Pay for People, terwijl zij wisten of behoorden te begrijpen dat deze verplichtingen door Smart B4B niet konden worden nagekomen en Smart B4B ook geen verhaal zou bieden.

3.2.3.

[geintimeerden c.s] hebben gemotiveerd verweer gevoerd.

3.2.4.

De rechtbank heeft allereerst opgemerkt dat zij de vordering aldus heeft begrepen dat op grond van artikel 2:11 BW de aansprakelijkheid van SB4B Licenses als bestuurder van Smart B4B tevens hoofdelijk rust op ieder van [geintimeerden c.s] omdat [Beheer] , [Holding] , [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van Smart B4B daarvan (indirect) bestuurders waren. Hiertegen is niet gegriefd. Evenmin is kenbaar gegriefd tegen het oordeel van de rechtbank in rov 4.5. dat uit de mantelovereenkomst van 28 november 2016 voor Smart B4B nog geen betalingsverplichtingen ontstonden en voor Pay for People nog geen schade is ontstaan, zodat toen nog geen sprake kon zijn van enige aansprakelijkheid. Voor zover in hoger beroep van belang heeft de rechtbank vervolgens de vorderingen niet toewijsbaar geoordeeld omdat noch op 2 januari 2017 (toen de deelovereenkomst ten aanzien van de gedetacheerde werknemer werd aangegaan), noch op enige andere datum vóór 1 mei 2017 (toen die deelovereenkomst door Smart B4B werd beëindigd) [geintimeerden c.s] wisten of behoorden te begrijpen dat Smart B4B haar verplichtingen jegens Pay for People niet zou kunnen nakomen, en evenmin blijkt van onrechtmatige onttrekkingen door [geintimeerden c.s]

3.2.5.

Pay for People is tegen dit oordeel opgekomen met zes grieven.

3.3.1.

De eerste grief is onder meer gericht tegen de vaststelling door de rechtbank dat Smart B4B via de geplaatste crowdfunding op 4 januari een bedrag van € 374.300,00 zou hebben ontvangen. In haar toelichting op deze grief schrijft Pay for People dat door haar “nadrukkelijk en met kracht van argumenten en bewijsstukken wordt ontkend en betwist dat Smart B4B begin januari 2017 enig bedrag, laat staan € 374.300,00 uit crowdfunding, of uit andere hoofde, heeft ontvangen”.

Deze krachtige betwisting door Pay for People in dit hoger beroep is in tegenspraak met de door haar advocaat bij de comparitie van partijen voor de rechtbank afgelegde - ondertekende - verklaring: “Ik merk op dat cliënt niets heeft ontvangen van de 375.000 euro die uit de crowdfunding is opgehaald.” Mede gezien deze erkenning heeft de rechtbank de feiten kunnen vaststellen zoals zij heeft gedaan.

3.3.2.

Met Pay for People vindt het hof wel dat [geintimeerden c.s] niet erg scheutig zijn (geweest) met informatie over de crowdfunding. De aanvraag voor de crowdfunding uit november 2016 - met de bijbehorende voorwaarden - is door Pay for People overgelegd bij akte overlegging producties (en niet door [geintimeerden c.s] ). Bij memorie van antwoord (prod. 18 en 19) hebben [geintimeerden c.s] een bankafschrift en een debiteurenkaart van Geld voor Elkaar overgelegd en een bankafschrift van Smart B4B. Hieruit blijkt dat Smart B4B op 4 januari 2017 van [internetsite] een bedrag van

€ 351.842,00 heeft ontvangen. Dit bedrag is op de debiteurenkaart van Geld voor Elkaar geboekt onder het kopje “uitkering leenbedrag”.

3.3.3.

Tezamen met de eerder genoemde erkenning door de advocaat van Pay for People is dit afdoende om vast te kunnen stellen dat Smart B4B een bedrag van € 351.842,00 uit crowdfunding heeft ontvangen, niet bij wijze van schenking, maar als lening. Het is daarbij niet relevant hoe een en ander in de kolommenbalansen is verantwoord.

In zoverre slaagt de grief, omdat de vaststelling van de rechtbank, naar nu is gebleken, niet geheel correct was. Dit leidt op zichzelf evenwel niet tot vernietiging van het vonnis.

3.4.1.

Het hof zal de rest van grief 1 en de overige grieven gezamenlijk bespreken. Deze komen erop neer dat Pay for People stelt dat [geintimeerden c.s] als (indirect) bestuurders van Smart B4B onrechtmatig jegens Pay for People hebben gehandeld door een werknemer in te lenen en te blijven inlenen tot 1 mei 2017, terwijl zij wisten, althans redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat de door hen bestuurde vennootschap de verplichtingen hieruit voortvloeiend niet zou kunnen nakomen. Dit is een schending van de Beklamel-norm, zo voert Pay for People aan. Het eigen vermogen was eind 2016 negatief, mede door grote exploitatieverliezen geleden in 2016. De kortlopende schulden zijn in 2017 alleen maar verder opgelopen. De bestuurders hebben daarbij Pay for People onjuist geïnformeerd over de financiële stand van zaken bij Smart B4B en zijn ten onrechte doorgegaan met de inlening tot 1 mei 2017, in plaats van die eerder te beëindigen.

De liquiditeit van de Smart B4B was in november 2016 onvoldoende om de mantelovereenkomst te sluiten en in januari 2017 was deze, ook na de ontvangst van het geld (de lening) uit de crowdfunding nog steeds onvoldoende om zelfs maar de kortlopende verplichtingen te voldoen. Uit de overgelegde kolommenbalans blijkt ook niet duidelijk waar het geld aan is besteed, en nu dat in ieder geval niet aan Pay for People is besteed, is hiermee ook al gegeven dat onrechtmatig is gehandeld. Hierbij wijst Pay for People nog op uit die kolommenbalansen gebleken betalingen aan SB4B Licenses van € 156.528,00, wat als onttrekkingen moet worden gekarakteriseerd.

In ieder geval is er sprake van onrechtmatige selectieve betaling doordat het (volgens Pay for People: gesteld) uit crowdfunding ontvangen bedrag in strijd met goed bestuurderschap niet is gebruikt om de rekeningen van Pay for People te betalen. Het optimisme van de bestuurders en het feit dat zij zelf hebben geïnvesteerd in Smart B4B moet bij de beoordeling buiten beschouwing blijven. Het gaat erom, aldus Pay for People, dat geen redelijk bekwaam en redelijk handelend bestuurder in de gegeven omstandigheden in januari 2017, althans in de periode januari-1 mei 2017 nog verplichtingen zou zijn aangegaan, omdat de situatie van het bedrijf hopeloos was.

3.4.2.

Naar het oordeel van het hof falen de grieven. Tot dat oordeel komt het hof op grond van het volgende.

Naast de door de rechtbank in rov 4.3. en rov 4.4. gegeven uitgangspunten voor de beoordeling van de gestelde aansprakelijkheid van de (indirecte) bestuurders van Smart B4B, die het hof onderschrijft, heeft eveneens als uitgangspunt te gelden dat selectieve betalingen zijn toegestaan. Er bestaat geen algemene regel op grond waarvan een schuldenaar die niet in staat is al zijn schuldeisers volledig te betalen, steeds onrechtmatig handelt wanneer hij een schuldeiser voldoet vóór andere schuldeisers. Het staat een bestuurder van een vennootschap dan ook in beginsel vrij op grond van een eigen afweging te bepalen welke schuldeisers in de gegeven omstandigheden zullen worden voldaan. Het handelen van de bestuurder kan niettemin onrechtmatig zijn indien de selectieve betaling(en) ten opzichte van de onbetaald gebleven schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat de bestuurder daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien de bestuurder wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat de selectieve betalingen tot gevolg zouden hebben dat de andere schuldeisers onbetaald zouden blijven en de vennootschap geen verhaal zou bieden omdat besloten was de activiteiten te beëindigen of omdat het faillissement aanstaande was. Op dit punt heeft Pay for People evenwel niets gesteld. Het faillissement van Smart B4B is ook (pas) enige maanden na de beëindiging van de inlening (namelijk op 1 augustus 2017) gevolgd.

3.4.3.

Smart B4B was een startup, die pas op 4 januari 2016 was opgericht. Door Pay for People is het traject rondom de contractsluiting overgelaten aan Sales Supply (of eigenlijk andersom: Sales Supply heeft de facturering e.a. overgelaten aan Pay for People). Uit de overgelegde e-mailcorrespondentie tussen Sales Supply ( [betrokkene] ) en Smart B4B blijkt duidelijk dat Sales Supply bekend was met de aard van het bedrijf van Smart B4B. Zo schrijft [betrokkene] bijvoorbeeld op 17 november 2016: “Dank voor het prettige gesprek gisterochtend. Ik heb een goed beeld gekregen van het profiel van verkopers die jullie zoeken (..)”. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaarde [medewerker van Pay for People] van Pay for People dat zij niet rechtstreeks betrokken waren bij de totstandkoming van de mantelovereenkomst, maar dat die door een tussenpersoon was aangegaan. Verder verklaarde hij: “Er is wel een kredietcheck gedaan maar dit wordt gebaseerd op historische gegevens. Daarom is het voor een startup moeilijker een kredietcheck [te] doen. De tussenpersoon heeft mogelijk wel geweten dat het om een startup ging.”

Pay for People heeft in de procedure ontkend dat zij wist dat Smart B4B een startup was. Gezien de door Sales Supply en Pay for People gekozen werkwijze, waarbij de een de mantelovereenkomst sluit mede ten behoeve van de ander, en de ander de deelovereenkomst ter uitvoering van die mantelovereenkomst sluit, rekent het hof de kennis van Sales Supply omtrent Smart B4B toe aan Pay for People. Daarnaast blijkt uit de verklaring van [medewerker van Pay for People] dat Pay for People zelf in ieder geval wist dat Smart B4B een startup was (en wat haar financiële situatie was), nadat zij rondom of kort na het sluiten van de deelovereenkomst de kredietcheck had gedaan.

3.4.4.

Het product van Smart B4B was zowel ten tijde van het sluiten van de mantelovereenkomst als van de deelovereenkomst met betrekking tot de gedetacheerde werknemer nog in ontwikkeling. Gesteld noch gebleken is dat (Sales Supply en) Pay for People daarvan niet op de hoogte waren. Onbetwist is dat het product vanaf november 2016 nog aangepast moest worden aan de wensen van potentiele klanten, dat [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] in dat verband daarom nog een bedrag van € 78.000,00 extra hebben geïnvesteerd en dat er ook in 2017 nog pogingen liepen om extra financiering (naast de opbrengsten uit de crowdfundingsactie) te krijgen. Zo was er op 28 maart 2017 nog een presentatie voor potentiële “informal investors”. Dat het faillissement al werd voorzien is gesteld noch gebleken.

3.4.5.

Ook is gesteld noch gebleken dat er sprake was van betalingsonwil. De stellingen van [geintimeerden c.s] dat de bestuurders zelf geen geld aan Smart B4B onttrokken hebben (en zelfs geen managementfee hebben ontvangen), dat de betalingen aan SB4B Licenses alle gedaan zijn ter financiering van de productontwikkeling (zoals ook aangekondigd bij de crowdfunding) en dat alles erop was gericht enerzijds het product verder te ontwikkelen en anderzijds voldoende middelen daarvoor binnen te halen, zijn door Pay for People niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. Zo zijn de eerdere investeringen van [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 3] niet betwist, evenmin als het feit dat zij in mei 2017 nog een bedrag van € 39.276,00 hebben ingebracht om de salarissen van eigen personeel en enige belastingschulden te kunnen voldoen.

3.4.6.

De inlening van de gedetacheerde werknemer heeft relatief kort geduurd. Het was ook niet Pay for People (wier facturen niet betaald werden en die de gevraagde “meeteken-verklaring” van [geïntimeerde 4] niet kreeg) maar Smart B4B zelf die de inlening op 1 mei heeft beëindigd omdat zij de extra financiering van de startup nog (steeds) niet voor elkaar had gekregen. De gesprekken met mogelijke investeerders liepen toen nog steeds door. Het uiteindelijke faillissement is pas op 1 augustus 2017 gevolgd (waarna een doorstart is gerealiseerd, zo blijkt uit het eindverslag van de curator).

3.5.1.

Beoordeeld tegen deze achtergrond is door Pay for People onvoldoende gesteld voor het aannemen van (hoofdelijke) aansprakelijkheid van [geintimeerden c.s] in hun hoedanigheid van indirect bestuurders van Smart B4B, wegens selectieve (wan)betaling van de schulden van Smart B4B of het anderszins persoonlijk onrechtmatig handelen. In het bijzonder heeft Pay for People niet gesteld waarom de keus van (de bestuurders van) Smart B4B om andere schuldeisers te betalen dan Pay for People jegens die laatste zodanig onzorgvuldig was dat aan die bestuurders daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. De stellingen van [geintimeerden c.s] komen erop neer dat zij alles in het werk hebben gesteld om de startup van Smart B4B tot een succes te maken en nergens blijkt uit dat zij zich realiseerden dat de vennootschap ten onder zou gaan. De e-mail van 4 april 2017 aan Pay for People was naar het oordeel van het hof niet misleidend, maar gaf uiting aan het (naar achteraf bleek: ten onrechte) gevoelde optimisme.

3.5.2.

Weliswaar heeft Pay for People uitvoerig aangegeven dat de financiële situatie van Smart B4B slecht was, zowel bij het aangaan van de overeenkomst(en) als daarna, maar dat is naar het oordeel van het hof onvoldoende om tot de slotsom te komen dat [geintimeerden c.s] in januari 2017 wisten of redelijkerwijs konden begrijpen dat zij hun verplichtingen aan Pay for People niet zouden kunnen nakomen. De situatie was feitelijk inherent aan het wezen van een startup. Daarbij komt dat de stelling van Pay for People dat Smart B4B haar onjuist heeft geïnformeerd omtrent haar financiële situatie in het geheel niet onderbouwd is. De inlening is door Smart B4B na een relatief korte tijd zelf beëindigd. Dat dit niet eerder/sneller is gedaan, valt haar bestuurders in de gegeven omstandigheden evenmin te verwijten. Het hof komt tot dit oordeel niet alleen omdat er begin januari nog een substantieel bedrag ter besteding binnen was gekomen, maar ook omdat gesteld noch gebleken is dat deze startup geen toekomstkansen had. Zij had meer tijd nodig en daarvoor had zij, naar achteraf is gebleken, te weinig liquide middelen.

Ook uit het faillissementsverslag van de curator blijkt niet van geconstateerde onregelmatigheden.

3.5.3.

Het hof passeert het bewijsaanbod van Pay for People, nu datgene wat zij te bewijzen aanbiedt niet tot een ander oordeel kan leiden.

3.6.1.

De grieven falen daarom en het eindvonnis van de rechtbank zal worden bekrachtigd. Het hoger beroep tegen het tussenvonnis zal niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat Pay for People hiertegen geen grieven heeft opgeworpen.

3.6.2.

Pay for People zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep met de wettelijke rente daarover als gevorderd.

4 De uitspraak

Het hof:

verklaart Pay for People niet ontvankelijk in het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 29 november 2017;

bekrachtigt het op 19 september 2018 tussen Pay for People en [geintimeerden c.s] gewezen vonnis;

veroordeelt Pay for People in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geintimeerden c.s] op € 1.978,00 aan griffierecht en op € 2.086,50 aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, J.C.J. van Craaikamp en C.W.T. Vriezen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 mei 2020.

griffier rolraadsheer