Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2020:1371

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-04-2020
Datum publicatie
23-04-2020
Zaaknummer
200.247.375_01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Illegaal afgetapte elektriciteit ten behoeve van hennepplantage. Civiele rechter is met betrekking tot oordeel over onrechtmatigheid niet gebonden aan vrijspraak van diefstal van elektriciteit in strafzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer gerechtshof 200.247.375/01

(zaaknummer rechtbank Limburg, kantonrechter, zittingsplaats Maastricht 6239908 CV EXPL 17-6347)

arrest van 21 april 2020

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant in het hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: [appellant] ,

advocaat: mr. W.G.M.M. van Montfort,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Enexis B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in het hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Enexis,

advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 11 april 2018 dat de kantonrechter (rechtbank Limburg, sector burgerlijk recht, zittingsplaats Maastricht) heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 10 juli 2018,

- de memorie van grieven, met producties,

- de memorie van antwoord.

2.2.

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2.3.

[appellant] vordert in het hoger beroep – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren arrest het vonnis van de kantonrechter te vernietigen, met veroordeling van Enexis in de kosten van beide instanties

3 De vaststaande feiten

3.1.

De kantonrechter heeft feiten vastgesteld. Daartegen is geen grief gericht of anderszins bezwaar gemaakt. Die feiten gelden daarom ook in hoger beroep als uitgangspunt. Samengevat en aangevuld met de feiten zoals die in hoger beroep zijn gesteld en niet voldoende zijn weersproken, gaat het in deze zaak om het volgende. [appellant] huurde van [de verhuurder] een woning aan de [adres] te [plaats] . [appellant] heeft in die woning illegaal een kelder aangelegd en heeft daarin een hennepplantage geëxploiteerd. Deze hennepplantage is op 17 september 2013 ontdekt. Bij de exploitatie van de hennepplantage is illegaal elektriciteit afgetapt, buiten de kWh-meter om. [appellant] had de stroomvoorziening voor de hennepplantage aangesloten op een in de kelder aanwezige kabel met een kroonsteentje; een stopcontact was daar niet aanwezig. Zijn meterkast bevond zich niet in zijn appartement, maar in een algemene ruimte van de woning. Het elektriciteitsverbruik van de hennepplantage werd niet geregistreerd. Enexis heeft als gevolg daarvan als netbeheerder van het elektriciteitsnetwerk schade geleden die zij heeft begroot op een bedrag van € 1.766,13. In het bestreden vonnis van de kantonrechter zijn [de verhuurder] en [appellant] hoofdelijk veroordeeld deze schade aan Enexis te vergoeden. [de verhuurder] op grond van schending van de zorgplicht die zij op grond van de met Enexis gesloten overeenkomst had en [appellant] op grond van onrechtmatige daad. [de verhuurder] is niet in hoger beroep gekomen van dit vonnis. [appellant] is door de politierechter strafrechtelijk veroordeeld voor het telen van hennepplanten en voor diefstal van elektriciteit. [appellant] is van dat vonnis in hoger beroep gekomen, alleen wat betreft de veroordeling wegens diefstal. Bij arrest van dit hof, afdeling strafrecht, van 5 april 2017, is [appellant] vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal. Hiertoe is door het hof overwogen, samengevat, dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat het [appellant] was die de elektriciteitsaansluiting in de meterkast van de woning heeft gemanipuleerd, waardoor de elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen en ook om te kunnen vaststellen dat [appellant] wist dat de elektriciteitskabel in de kelder, waarop hij de stroom voor de plantage had aangesloten, op illegale wijze in de meterkast was verbonden met het elektriciteitsnetwerk.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1.

Enexis heeft in eerste aanleg – samengevat – gevorderd [de verhuurder] en [appellant] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.766,13, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 september 2013, met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure. [appellant] is in die procedure wel verschenen bij gemachtigde, maar heeft verder - anders dan [de verhuurder] - geen proceshandelingen verricht.

4.2.

De rechtbank heeft bij vonnis van 11 april 2018 de vorderingen tegen zowel [de verhuurder] als [appellant] toegewezen.

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

5.1.

[appellant] heeft één grief geformuleerd tegen het bestreden vonnis. Hij voert aan dat hij niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens Enexis en dus niet aansprakelijk is voor de door Enexis geleden schade. Hij stelt dat hij de illegale aftakking van de elektriciteit niet heeft aangelegd en ook niet wist dat die illegale aftakking bestond en dat er illegaal stroom werd afgetapt. [appellant] verwijst naar het arrest van dit hof in de strafzaak, waarin hij is vrijgesproken van diefstal van elektriciteit.

5.2.

Het hof stelt voorop dat aan een (strafrechtelijke) vrijspraak in een civiele procedure geen dwingende bewijskracht toekomt (artikel 161 Rv). Het oordeel van de strafrechter dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat het [appellant] was die de elektriciteitsaansluiting in de meterkast heeft gemanipuleerd en dat hij wist dat de elektriciteitskabel in de kelder op illegale wijze in de meterkast was verbonden met het elektriciteitsnetwerk, staat niet in de weg aan een andersluidend oordeel van de civiele rechter. De civiele rechter maakt een eigen afweging op basis van het in de civiele procedure vastgestelde feitencomplex, dat overigens anders en/of uitgebreider kan zijn dan het aan de strafrechter bekende bewijsmateriaal.

5.3.

Vaststaat dat [appellant] de kelder illegaal heeft aangelegd en dat hij de hennepplantage heeft geëxploiteerd. Voor die hennepteelt is hij ook strafrechtelijk veroordeeld. Ook staat vast dat er elektriciteit buiten de kWh-meter om is afgetapt, via een illegaal aangelegde aftakking. Het betoog van [appellant] komt er op neer dat de onrechtmatige daad hem niet kan worden toegerekend, omdat hij niet wist dat er een illegale stroomaftakking was. Hij heeft slechts de stroomvoorziening voor de plantage aangesloten op een kabel met kroonsteentje dat in de kelder aanwezig was, aldus [appellant] .

5.4.

[appellant] had als exploitant en als kennelijke aanlegger van de hennepplantage zelf moeten verifiëren hoe de stroomvoorziening van de kelder was aangelegd. Juist nu er alleen een draad met een kroonsteentje aanwezig was en geen stopcontact, zoals hij stelt, had hij daarop extra alert moeten zijn. [appellant] heeft daarmee het risico geaccepteerd dat de stroom illegaal werd afgetapt. Dat geldt eens te meer omdat de meterkast niet in zijn appartement gelegen was, maar kennelijk op een voor derden toegankelijke plaats in een gemeenschappelijke ruimte. Overigens komt het verhaal van de kabel met het kroonsteentje niet erg geloofwaardig voor, omdat [appellant] zelf die kelder illegaal heeft aangelegd. Het ligt niet voor de hand dat daar dan zomaar een stroomkabel hing. Dat een derde, want dat suggereert het betoog van [appellant] , een illegale stroomaftakking van de meterkast naar de door [appellant] aangelegde kelder heeft gemaakt, komt evenmin geloofwaardig voor. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt immers niet in te zien waarom en hoe een derde dit zou doen, zonder medeweten en instemming van [appellant] .

5.5.

Uit het voorgaande volgt dat [appellant] zich er niet met succes op kan beroepen dat hij niet wist dat er illegaal stroom werd afgetapt. De onrechtmatige daad van het illegaal aftappen van stroom ten nadele van Enexis is te wijten aan zijn schuld. Dat aan de overige vereisten voor aansprakelijkheid voor schade uit hoofde van onrechtmatige daad is voldaan staat niet ter discussie. [appellant] is daarom gehouden de door Enexis als gevolg van die onrechtmatige daad geleden schade te betalen. Tegen de vaststelling van de hoogte van de schade is niet gegriefd, zodat dat in hoger beroep niet hoeft te worden besproken.

6 De slotsom

6.1.

De grief faalt. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

6.2.

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Enexis zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 726,00

- salaris advocaat € 759,00 (1 punt x tarief I).

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 11 april 2018;

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Enexis vastgesteld op € 726,00 voor verschotten en op € 759,00 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.M. Vaessen, O.G.H. Milar en G.M. Menon, is ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 april 2020.

griffier rolraadsheer