Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:578

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-02-2019
Datum publicatie
29-05-2019
Zaaknummer
200.213.207_01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:4888
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1997
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hennepknipperij aangetroffen in bouwkeet op standplaats woonwagen

Bewindvoering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.213.207/01

arrest van 19 februari 2019

in de zaak van

[de bewindvoerder 2] ,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

verder: de bewindvoerder,

advocaat: mr. M.A. Buntsma te Breda,

tegen:

Woonstichting ‘thuis,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

verder: ‘Thuis,

advocaat: mr. C.G. Bunge te Eindhoven,

als vervolg op het tussenarrest van dit hof van 27 november 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, Eindhoven, onder zaaknummer 5226523/rolnummer 16/8035 tussen partijen gewezen vonnis van 23 februari 2017.

5 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 27 november 2018;

- de akte van de bewindvoerder van 8 januari 2019 met een productie.

Partijen hebben arrest gevraagd.

6 De verdere beoordeling

In het principaal appel en in het incidenteel appel

6.1

Bij tussenarrest van 27 november 2018 heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld bij akte in te gaan op de kwestie van het bewind en de door ‘Thuis bij akte overgelegde producties (r.o. 3.6). Tevens kon [appellant] uitsluitsel geven over de vraag welke opstallen zich precies op 5 maart 2016 op de gehuurde standplaats bevonden (r.o. 3.7).

6.2

Uit de hierop gevolgde akte blijkt dat het bewind voortduurt, dat mevrouw [de bewindvoerder 2] ook thans nog zijn bewindvoerder is en dat zij als formele procespartij aangemerkt dient te worden. Hierbij aansluitend heeft het hof de aanduiding van de procespartij aangepast.

6.3

Met betrekking tot de kwestie van de opstallen biedt de akte geen uitsluitsel maar een bewijsaanbod. Daarmee is geen antwoord gegeven op de vraag die in het tussenarrest van 27 november 2018 is gesteld. Het hof zal de bewindvoerder in de gelegenheid stellen de vraag welke opstallen zich precies op 5 maart 2016 op de gehuurde standplaats bevonden alsnog bij akte te beantwoorden, waarna ‘Thuis desgewenst een antwoordakte kan nemen. Voor enig ander doel is deze aktewisseling niet bestemd.

6.4

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

7 De uitspraak

Het hof:

in het principaal appel en in het incidenteel appel

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 19 maart 2019 voor akte aan de zijde van de bewindvoerder met het hiervoor onder 6.3 vermelde doel (waarna antwoordakte);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, M.G.W.M. Stienissen en L.S. Frakes en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 februari 2019.

griffier rolraadsheer