Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:490

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-02-2019
Datum publicatie
15-02-2019
Zaaknummer
200.199.302_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2016:3194, Overig
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

ladingdiefstallen, onvoldoende onderbouwd dat appellant kennis heeft van informatie die op straffe van een dwangsom moet worden verstrekt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.199.302/01

arrest van 12 februari 2019

in de zaak van

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat mr. M.N. van Geenen te Venlo,

tegen

  1. mr. [curator 1] , in de hoedanigheid van curator in het faillissement van [de vennootschap 1] ,
    gevestigd te [vestigingsplaats] ,
    niet verschenen,

  2. mr. [curator 2] , in de hoedanigheid van curator in het faillissement van [de vennootschap 2]
    gevestigd te [vestigingsplaats] ,
    niet verschenen,

en

3. [de vennootschap 3],

gevestigd te [vestigingsplaats] (UK),

4. [de vennootschap 4]
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

5. [de vennootschap 5] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

6. [de vennootschap 6] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

7. [de vennootschap 7],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

8. [de vennootschap 8],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

9. [de vennootschap 9],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

10. [de vennootschap 10],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

11. [de vennootschap 11],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

12. [de vennootschap 12],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

13. [de vennootschap 13],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

14. [de vennootschap 14] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

15. [de vennootschap 15],
gevestigd te [vestigingsplaats] ;

16. [de vennootschap 16] , h.o.d.n. [naam 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Frankrijk en kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

17. [de vennootschap 17] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] , USA,

geïntimeerden 3 t/m 17 hierna aan te duiden als [de vennootschap 14] c.s., verschenen bij

advocaat: mr. J.M. Wolfs, kantoorhoudende te Maastricht;

op het bij exploot van dagvaarding van 10 mei 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 10 februari 2016, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellant] als (een van de) gedaagde(n) en geïntimeerden 1 t/m 15 als eiseressen en geïntimeerden 16 en 17 als tussenkomende partijen.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/143914/HAZA 09-1129)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, het daaraan voorafgegane vonnis van 8 september 2010 in het incident tot tussenkomst en het tussenvonnis van 24 april 2013.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    het verleende verstek tegen geïntimeerden 1 en 2;

  • -

    de memorie van grieven;

  • -

    de memorie van antwoord met productie 208 aan de zijde van [de vennootschap 14] c.s..

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van het volgende.

a. a) [appellant] is, met een aantal andere verdachten, strafrechtelijk vervolgd voor (deelname aan) criminele activiteiten, onder meer bestaande uit een 18-tal delicten oplichting, ladingdiefstallen, heling, en verboden wapenbezit, gepleegd in de jaren 2006 – 2008.

b) [appellant] is bij onherroepelijk arrest van dit hof veroordeeld voor het een gewoonte maken van het plegen van opzetheling bij een aantal van genoemde delicten. [appellant] is vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie of leiding geven aan zodanige organisatie.

3.2.

Geïntimeerden hebben een negental van de verdachten van voornoemde criminele activiteiten, waaronder [appellant] , in onderhavige civiele procedure betrokken en op de grondslag onrechtmatige daad gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad:

- gedaagden te veroordelen tot vergoeding van de schade geleden als gevolg van (een of meer van) de 18 delicten, althans tot in goede justitie te bepalen bedragen, te vermeerderen met wettelijke rente, hoofdelijk, aldus dat zover één betaalt, alle anderen zullen zijn bevrijd, in het geval meerdere gedaagden aansprakelijk zijn voor dezelfde schade;

- gedaagden, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om binnen twee dagen aan eiseressen mee te delen voor elk van de in het tussenvonnis genoemde delicten van wie de gestolen zaken in ontvangst zijn genomen en aan wie deze zaken zijn afgegeven, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,= per dag of gedeelte daarvan wanneer gedaagden in gebreke blijven aan die veroordeling te voldoen, met een maximum van € 2.000.000,=; waarbij de veroordeling de gedaagden zal verplichten van de bekend te maken personen de voornaam, de achternaam en het adres op te geven, alsmede – in het geval van een onderneming – het BTW-nummer;

- gedaagden betrokken bij de Teleroute-zaken te veroordelen om binnen twee dagen aan eiseressen mee te delen wie aan gedaagden de door de gedaagden gebruikte inlogcode van [de vennootschap 18] heeft verstrekt, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag of gedeelte daarvan wanneer gedaagden in gebreke blijven aan die veroordeling te voldoen, met een maximum van € 2.000.000,=;

- veroordeling van gedaagden tot betaling van € 3.780,= wegens buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de gehele voldoening, evenals in de proceskosten, daaronder kosten van beslag en nakosten ad € 131,= van elke gedaagde respectievelijk € 199,= indien betekening van het vonnis plaats zal vinden, als ook tot betaling van de proceskosten binnen veertien dagen althans tot betaling daarvan vermeerderd met de wettelijke rente indien aan de veroordeling niet binnen deze termijn wordt voldaan, waarbij de kosten advocaat te begroten zijn op basis van werkelijke kosten.
[naam 2] heeft verweer gevoerd.

3.4.

In het bestreden tussenvonnis is de rechtbank ten aanzien van [appellant] gekomen tot het oordeel dat [appellant] onrechtmatig betrokken is geweest bij negen van de genoemde delicten. Het verwijt dat [appellant] ook onrechtmatig betrokken zou zijn geweest bij een van de overige delicten, heeft de rechtbank - kort gezegd - als onvoldoende onderbouwd verworpen.

3.5.

In het bestreden eindvonnis is [appellant] :

- met [derde 1] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 15] van een bedrag van € 330.000,= te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- met [derde 1] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 15] van een bedrag van € 2.056,88 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- met [derde 2] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 1] van een bedrag van € 90.895,95 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- met [derde 2] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 14] van een bedrag van € 13.709,96 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- met [derde 3] en [derde 4] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 14] van een bedrag van € 38.433,30 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 19] (thans [de vennootschap 3] ) van een bedrag van € 68.423,= te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- met [derde 4] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 19] (thans [de vennootschap 3] ) van een bedrag van € 4.701,61 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- met [derde 4] hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan [de vennootschap 20] van een bedrag van € 36.400,= te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

- met [derde 1] hoofdelijk tot betaling aan [de vennootschap 19] (thans [de vennootschap 3] ) van een bedrag van € 1.529,03 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank heeft verder overwogen dat de dwangsomvorderingen niet zijn weersproken. [appellant] is, samen met andere gedaagden, veroordeeld om binnen twee dagen na datum vonnis aan eiseressen per delict mee te delen van wie de gestolen zaken in ontvangst zijn genomen en aan wie de gestolen zaken zijn afgegeven, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,= per dag of gedeelte daarvan wanneer zij in gebreke blijven aan die veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 2.000.000,=, als ook om binnen twee dagen na datum vonnis aan [de vennootschap 14] c.s. mee te delen wie aan hen de door hen gebruikte codes, althans één van beide codes van [de vennootschap 18] voor het inloggen op Teleroute heeft verstrekt, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,= per dag of gedeelte daarvan wanneer zij in gebreke blijven aan die veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 2.000.000,=.

[appellant] is naast andere gedaagden hoofdelijk in de proceskosten en de nakosten veroordeeld.

3.6.

[appellant] heeft één grief aangevoerd tegen het bestreden vonnis. Die grief richt zich uitsluitend tegen de veroordeling om aan eiseressen mee te delen wie de gebruikte code van [de vennootschap 18] voor het inloggen op Teleroute heeft verstrekt op straffe van een dwangsom. [appellant] concludeert tot vernietiging van het bestreden vonnis op dat punt en tot het alsnog afwijzen van die vordering, als ook tot terugbetaling van al wat hij ter uitvoering van het bestreden vonnis heeft voldaan.

3.7.

[appellant] klaagt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij deze vordering niet heeft weersproken en verwijst naar zijn conclusie van antwoord in eerste aanleg, waarin [appellant] (kort samengevat in de woorden van het hof) heeft aangevoerd dat de vorderingen ter zake van de wegwijsplicht ten aanzien van hem moeten worden afgewezen omdat hij niets weet en ook omdat gesteld noch gebleken is dat hij de gevorderde informatie heeft. Daarbij voert hij in hoger beroep aan dat hij niet behoorde tot de groep [derde 2] die de zogenaamde Teleroute delicten pleegde en met [derde 2] slechts contacten heeft gehad over (gestolen) goederen die verhandeld konden worden.

3.8.

[de vennootschap 14] c.s. weerspreken in hoger beroep niet dat [appellant] niet tot de [derde 2] groep behoorde, maar zij stellen dat het aannemelijk is dat [appellant] op enig moment kennis zal hebben genomen van de codes die werden gebruikt voor het inloggen op Teleroute gezien de vele contact die er zijn geweest tussen [derde 2] en [appellant] in de Teleroute zaken.

3.9.

Naar het oordeel van het hof is de grief terecht voorgesteld. [de vennootschap 14] c.s. hebben geen concrete feiten aangevoerd op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat [appellant] betrokken is geweest bij meer dan de verhandeling van de (gestolen) zaken en op grond waarvan hij geacht kan worden wetenschap te hebben van de op straffe van een dwangsom gevorderde informatie. De enkele stelling dat [appellant] en [derde 2] veel contact hebben gehad, is daarvoor onvoldoende.

3.10.

Het voorgaande betekent dat het vonnis waarvan beroep op dit punt vernietigd zal worden. Opnieuw rechtdoende zal het hof de vordering van geïntimeerden op [appellant] op dit punt alsnog als onvoldoende onderbouwd afwijzen. [de vennootschap 14] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld. Nu niet is gebleken dat [appellant] iets ter uitvoering van het bestreden vonnis op dit punt heeft voldaan, zal de vordering tot terugbetaling worden afgewezen.

4 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis beroep voor zover [appellant] daarin onder 3.15 van het dictum is veroordeeld tot het verstrekken van de daar genoemde inlichtingen op straffe van een dwangsom, en opnieuw rechtdoende:

wijst die vordering tegen [appellant] alsnog af;

bekrachtigt het vonnis voor het overige;

veroordeelt [de vennootschap 14] c.s. in de proceskosten van [appellant] in hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [appellant] op € 186,81 aan kosten exploot, € 5.213,= aan griffierecht en op (1 pnt tarief II) € 1.074,= aan salaris advocaat;

verklaart dit arrest in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.G. Fikkers, J.C.J. van Craaikamp en T. van der Valk en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 februari 2019.

griffier rolraadsheer