Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:4838

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-02-2019
Datum publicatie
16-06-2020
Zaaknummer
20-000506-17
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:698
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 20-000506-17

Uitspraak : 26 februari 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 2 februari 2017 in de strafzaak met parketnummer 01-865053-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het ten laste gelegde bewezen zal verklaren voor zover deze ziet op de belaging van [slachtoffer 1] , en verdachte te dien aanzien zal veroordelen tot een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden een contactverbod ten aanzien van [slachtoffer 1] , [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en de broertje(s)/zusje(s) van [slachtoffer 1] en de verplichting tot het inleveren van beeldmateriaal, en dat hof zal bevelen dat deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de in beslag genomen voorwerpen verbeurd zal verklaren.

De verdachte heeft, zo begrijpt het hof, bepleit dat het hof hem zal vrijspreken van het ten laste gelegde.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van de ten laste gelegde belaging van [betrokkene 1] . Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open van een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit hiertegen is gericht.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2012 tot en met 2 april 2015 te Someren en/of Helmond, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 1998), in elk geval van een ander of anderen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] , in elk geval die ander(en), te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar:

 vele malen, althans meermalen, zich opgehouden in de (directe) omgeving van die [slachtoffer 1] (te weten op de schaatsbaan en/of bij het evenement Bouwdorp en/of in het zwembad en/of op de kermis en/of bij het evenement Midzomeravond en/of op/rond het voetbalveld) en/of

 meermalen, althans eenmaal, foto's en/of filmpjes gemaakt van die [slachtoffer 1] en/of

 vele malen, althans meermalen, WhatsApp-berichten gestuurd naar (een) vriendin(nen) van die [slachtoffer 1] (te weten [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] ) en/of

 meermalen, althans eenmaal, (een) cadeautje(s) aan de deur en/of de fiets van die [slachtoffer 1] gehangen en/of

 vele malen, althans meermalen, naar binnen gekeken bij de woning(en) van [slachtoffer 1] en/of

 enkele malen gebeld naar de vaste lijn van (de ouders van) [slachtoffer 1] .

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 juli 2013 tot en met 2 april 2015 te Someren en Helmond, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag] 1998), met het oogmerk die [slachtoffer 1] te dwingen iets te dulden, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar:

 meermalen zich opgehouden in de directe omgeving van die [slachtoffer 1] (te weten bij het evenement Bouwdorp en in het zwembad en op de kermis en bij het evenement Midzomeravond en rond het voetbalveld) en

 meermalen foto's gemaakt van die [slachtoffer 1] en

 WhatsApp-berichten gestuurd naar vriendinnen van die [slachtoffer 1] (te weten [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ) en

 een cadeautje aan de deur en de fiets van die [slachtoffer 1] gehangen en

 meermalen naar binnen gekeken bij de woning van [slachtoffer 1] en

 enkele malen gebeld naar de vaste lijn van (de ouders van) [slachtoffer 1] .

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat hij meent dat aangeefster [slachtoffer 1] contact met hem heeft gezocht door onder andere bij hem belletje te lellen, op zijn raam te bonzen en door voor zijn huis te voetballen. Dat laatste heeft verdachte geïnterpreteerd als dat [slachtoffer 1] wilde laten zien dat zij op voetbal zat.

Het hof overweegt het volgende.

Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in art. 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht verschillende factoren van belang zijn, te weten de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

Met de rechtbank overweegt het hof dat de aard en indringendheid van de gedragingen van verdachte – zoals deze blijken uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen – mede gelet op het grote leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer 1] , en het amoureuze karakter van verdachtes belangstelling voor [slachtoffer 1] , maken dat het hof tot de conclusie komt dat verdachte in de bewezen verklaarde periode stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] . Uit het dossier komt duidelijk naar voren dat [slachtoffer 1] van het persisterende gedrag van verdachte niet gediend was en dit had voor verdachte ook duidelijk moeten zijn. Het hof is van oordeel dat verdachte door zijn handelen de grenzen van het maatschappelijk betamelijke in aanzienlijke mate heeft overschreden. De bewezen verklaarde inbreuken op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] waren dan ook wederrechtelijk.

Verdachte heeft aldus gehandeld met het oogmerk om [slachtoffer 1] te dwingen zijn, verdachtes, aanhoudende blijken van belangstelling voor haar en daarmee inbreuken op haar persoonlijke levenssfeer te dulden.

Het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft gedurende bijna twee jaren stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , een meisje dat, toen een en ander begon, nog maar 14 jaar oud was. Niet alleen heeft verdachte zich in die periode herhaaldelijk opgehouden in de directe omgeving van [slachtoffer 1] en foto’s van haar gemaakt, maar ook heeft hij contact gezocht met (eveneens minderjarige) vriendinnen van haar. Ondanks de signalen die hij via deze vriendinnen en ook van de vader en moeder van [slachtoffer 1] , op verschillende momenten heeft gekregen, is verdachte doorgegaan met het benaderen van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van die [slachtoffer 1] . Belaging is een delict dat rechtstreeks raakt aan de privacy en het welbevinden van de belaagde. Voor de belaagde levert het daardoor een forse psychische belasting op. Dit geldt te meer nu het hier gaat om een jong meisje dat belaagd is door een 53-jarige man.

Gelet op het vorenstaande acht het hof de straffen zoals deze zijn gevorderd door de advocaat-generaal, zowel wat strafsoort als strafmaat betreft, het meest passend bij de persoon van verdachte en de ernst van en de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal verdachte dientengevolge veroordelen tot een taakstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Met de oplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf beoogt het hof enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking te brengen en anderzijds de strafoplegging dienstbaar te maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Het hof zal aan de voorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk de vordering van de advocaat-generaal, als bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte alle afbeeldingen/filmopnames zal inleveren die hij van het slachtoffer [slachtoffer 1] in zijn bezit heeft. Het hof zal bepalen dat verdachte de gegevensdragers met daarop deze afbeeldingen/filmopnames binnen 4 weken na het onherroepelijk worden van dit arrest zal inleveren bij de advocaat-generaal mr. E.A.M. Verheijen, dan wel een nader door haar aan te wijzen persoon of instantie.

Blijkens diens verklaring bij de politie en ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft verdachte blijk gegeven dat hij het kwalijke van zijn handelen niet of nauwelijks inziet. Gelet hierop, en aldus ter voorkoming van strafbare feiten, acht het hof het aangewezen om het contactverbod (direct of indirect) ten behoeve van [slachtoffer 1] niet als bijzondere voorwaarde op te leggen, zoals dit is beslist door de rechtbank en is gevorderd door de advocaat-generaal, doch als maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht en wel voor de duur van 2 jaren. Het hof zal daarbij bepalen dat, indien dit verbod wordt overtreden, per overtreding 1 week hechtenis zal worden toegepast, met een totale duur van ten hoogste zes maanden. Ambtshalve beveelt het hof voorts dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw zich belastend zal gedragen jegens het slachtoffer [slachtoffer 1] , omdat verdachte zoals hiervoor overwogen, blijk heeft gegeven dat hij het kwalijke en strafbare van zijn handelen niet of nauwelijks inziet.

Nu het contactverbod inhoudt dat verdachte, kort gezegd, op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , ziet het hof geen aanleiding om ook een contactverbod op te leggen ten aanzien van de andere personen als genoemd door de advocaat-generaal.

Beslag

De hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het ten laste gelegde en bewezen verklaarde is begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraak van de ten laste gelegde belaging van [betrokkene 1] .

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde binnen 4 weken na het onherroepelijk worden van dit arrest de gegevensdragers met daarop alle afbeeldingen/filmopnames van het slachtoffer zal inleveren bij de advocaat-generaal mr. E.A.M. Verheijen dan wel een nader door haar aan te wijzen persoon of instantie.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Legt ter voorkoming van strafbare feiten op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren op geen enkele wijze

– direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op

[geboortedag] 1998.

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan voornoemde maatregel wordt voldaan en bepaalt dat de duur van deze vervangende hechtenis 1 (één) week bedraagt voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste zes maanden.

Bepaalt dat toepassing van deze vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

 een PC (goednr. 781650);

 een harddisk, harde schijf inclusief adapter (goednr. 781652);

 een computer/laptop Dell portable (goednr. 781699);

 een harddisk, Verbatim sd-kaart/geheugenkaart (goednr. 781636);

 een telefoontoestel Samsung (goednr. 781646);

 een fototoestel camera (goednr. 781662);

 een zwarte computer/laptop Dell (in beslaggenomen ter terechtzitting in eerste aanleg);

 twee CD-roms (in beslaggenomen ter terechtzitting in eerste aanleg).

Aldus gewezen door:

mr. G.J. Schiffers, voorzitter,

mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. S. Riemens, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. Tatters, griffier,

en op 26 februari 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.