Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:4772

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-12-2019
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
20-002764-18
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:724
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte is in hoger beroep ter zake van belaging veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken, waarvan 10 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts is door het gerechtshof een contactverbod opgelegd en beslist dat een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken ten uitvoer zal worden gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002764-18

Uitspraak : 24 december 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 23 augustus 2018, in de strafzaak met parketnummer 02-079154-18 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf met parketnummer 02-665508-15, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1986,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van belaging van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vrijgesproken, en is de verdachte ter zake van belaging van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met oplegging als bijzondere voorwaarden – kort gezegd – een contactverbod en een locatieverbod. Voorts heeft de politierechter ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging, met parketnummer 02-665508-15, gelast dat de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken ten uitvoer zal worden gelegd.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.

Door de verdediging is primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging dient te worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken en meer subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de politierechter vrijgesproken van de (impliciet cumulatief) ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep voor zover dit hiertegen is gerecht.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging van de verdachte dient te worden verklaard. Hiertoe heeft de raadsvrouw ten eerste bepleit dat de aangifte door [aangever] wel namens [instantie] , maar niet namens de in de ten laste gelegde vermelde slachtoffers is gedaan. Daarbij heeft de raadsvrouw aangevoerd dat [aangever] niet gemachtigd was om namens hen aangifte te doen en dat het strafdossier overigens geen schriftelijke volmacht bevat, die het gebrek in de aangifte wellicht had kunnen herstellen. Als tweede punt heeft de raadsvrouw betoogd dat de klacht niet namens [instantie] , dan wel namens de ten laste gelegde slachtoffers, is ingesteld. De raadsvrouw heeft hierbij nog specifiek benadrukt dat iemand niet namens anderen een klacht kan indienen.

Het hof overweegt als volgt.

Op 20 december 2017 is er aangifte gedaan door [aangever] (adviseur beveiliging), namens [instantie] , wegens belaging door de verdachte. In de aangifte staat vermeld dat [aangever] gerechtigd is om namens de benadeelde aangifte te doen en dat benadeelde een verzameling van personen is, bestaande uit onder andere [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] . Voorts bevindt zich in het strafdossier een klacht van [aangever] van 20 december 2017, ontvangen door de hulpofficier van justitie, waarin uitdrukkelijk wordt verzocht om tot vervolging van de verdachte over te gaan.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft [aangever] , als getuige onder ede, verklaard dat hij volgens vooraf binnen [instantie] gemaakte afspraken, namens de – in de aangifte opgesomde – benadeelden (waaronder [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ) aangifte heeft gedaan tegen de verdachte. [aangever] heeft contact gehad met hen en zij hebben aan hem kenbaar gemaakt dat er door het handelen van de verdachte bij hen angstgevoelens waren ontstaan en dat zij wilden dat de verdachte zou stoppen met het stelselmatig lastigvallen. De benadeelden wisten dat er namens hen aangifte tegen de verdachte zou worden gedaan, en hebben zich hiertegen niet verzet. Voorts heeft [aangever] ter terechtzitting naar voren gebracht dat hij de klacht, namens de personen die zijn opgesomd in de aangifte (onder wie [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] ), heeft ingesteld.

Gelet op de hiervoor beschreven feiten en omstandigheden, in het bijzonder gelet op de verklaring van [aangever] , is het hof van oordeel dat voldoende duidelijk is geworden dat de benadeelden de wens hadden dat namens hen, niet alleen aangifte tegen de verdachte werd gedaan, maar ook dat er vervolging tegen de verdachte werd ingesteld. Zodoende stelt het hof vast dat [aangever] gemachtigd was tot het doen van aangifte en tot het instellen van een klacht, en is het hof van oordeel dat er geen gebreken aan de aangifte en de klacht kleven die dienen te leiden tot een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, zodat het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – ten laste gelegd dat:

zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 24 november 2017 tot en met 20 december 2017 te [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , althans een of meerdere medewerker(s) van [instantie] door hen/hem/haar meermalen, althans eenmaal telefonisch te benaderen en/of hen/hem/haar (via WhatsApp) meerdere, althans (een) bericht(en) toe te sturen met het oogmerk die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , althans een of meerdere medewerker(s) van [instantie] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Partiele vrijspraak

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat – kort gezegd – het strafdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor de ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 4] , zodat de verdachte hiervoor dient te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt als volgt.

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht is van belang wat de bewijsmiddelen inhouden met betrekking tot de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

Het hof stelt op grond van het strafdossier vast dat [slachtoffer 4] , op 7 december 2017, 8 keer is gebeld door een anoniem telefoonnummer. [slachtoffer 4] heeft toen één keer de telefoon opgenomen en heeft direct de verbinding verbroken toen hij de verdachte herkende aan haar manier van praten en haar stem.

Gelet op de hiervoor overwogen feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat het contact tussen de verdachte en [slachtoffer 4] dermate beperkt is gebleven, dat niet bewezen kan worden dat de gedragingen van de verdachte van een zodanige aard, duur, frequentie en intensiteit zijn, dat kan worden gesproken van een strafbaar stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 285b Sr.

Naar het oordeel van het hof is derhalve de aan de verdachte (impliciet cumulatief) ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 4] niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op meerdere tijdstippen in de periode van 24 november 2017 tot en met 20 december 2017 in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 3] , door haar meermalen telefonisch te benaderen en haar (via WhatsApp) meerdere berichten toe te sturen met het oogmerk [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

In de volgende bewijsmiddelen wordt verwezen naar dossierpagina’s van het doorgenummerde dossier van de Politie Eenheid [plaats] , proces-verbaalnummer PL2000-2018035956, sluitingsdatum 27 maart 2018, pagina’s 1 t/m 70.

Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.

Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

1.

Een proces-verbaal aangifte, d.d. 20 december 2017, p. 3 t/m 6, voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] :

Ik ben namens het slachtoffer, [instantie] , gerechtigd tot het doen van aangifte. Ik ben als adviseur beveiliging werkzaam bij de [instantie] en als zodanig bevoegd tot het doen van deze aangifte namens genoemde benadeelde. Ik wens aangifte te doen van stalking. Ik kan u het volgende verklaren. Tegen [verdachte] lopen al sinds 2013 verschillende aangiftes, zowel strafrechtelijk als civiel. In de civiele zaken zijn op 12 juni 2014 (rechtbank Amsterdam) en 10 september 2015 (rechtbank ’s-Hertogenbosch) uitspraken gedaan. Een strafrechtelijk onherroepelijke uitspraak is er geweest op 7 april 2016. Dit vonnis hield in een werkstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken binnen een proeftijd van 2 jaar.

Het blijkt nu dus dat verdachte zich binnen deze termijn wederom schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Op 24 november 2017 omstreeks 16.30 uur werd een sectorleidster van de [instantie] te [plaats] , mevrouw [slachtoffer 3] , gebeld door een anoniem nummer. De beller sprak de voicemail niet in. Even later werd de sectorleidster wederom gebeld door een anoniem nummer en maakte de belster zich bekend als de ons bekende [verdachte] . Ze zei de volgende woorden: "zo mevrouw [slachtoffer 3] , dat is lang geleden. Wanneer gaan we het nu eens eindelijk oplossen." Hierop heeft mevrouw [slachtoffer 3] , gezien de voorgeschiedenis, de verbinding gelijk verbroken.

Direct daarna is ze nog 2 keer gebeld door een anoniemnummer, dit was 16.36 en 16.40 uur.

Zo ook op maandag 27 november 2017. Om 11.11 uur, 11.12 uur en 11.21 uur.

Ook 29 november 2017 vanaf 08.04 uur tot 08.44 uur, 4 keer.

(…)

Op maandag 11 december 2017 werd mevrouw [slachtoffer 3] , 15 keer gebeld. Mevrouw [slachtoffer 3] heeft maar 1 keer opgenomen en het bleek wederom [verdachte] te zijn.

Ze belde 8 keer met een anoniem nummer en 7 keer met het nummer: [telefoonnummer] . Dit nummer is bij ons bekend, als zijnde het telefoonnummer van [verdachte] .

(…)

Op donderdag 14 december 2017 ontvangt mevouw [slachtoffer 3] , 27 WhatsApp

berichten van [verdachte] , afkomstig van het nummer [telefoonnummer] . (zie bijlage 8)

Vanaf 2015 heb ik zelf alle contactmoment verzameld. (zie bijlage 9)

Genoemde benadeelde is een verzameling van mensen bestaande uit:

- mevrouw [slachtoffer 3]

(...)

2.

Een proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie, d.d. 20 december 2017, p. 7 t/m 8, voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] :

De klager, [aangever] , verzocht uitdrukkelijk om tot vervolging van de mogelijke dader(s) over te gaan. De klager verklaarde tegenover mij het volgende: Het telefonisch en via sociale media lastigvallen door [verdachte] , zie bijgevoegde aangifte.

3.

Een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 20 december 2017, p. 52, voor zover inhoudende het relaas van [verbalisant] :

Op het proces-verbaal, ontvangst klacht door hulpofficier van justitie staat

abusievelijk de datum en het tijdstip vrijdag 24 november 2017 om 16.30 uur vermeld. Dit moet echter zijn: woensdag 20 december 2017 om 09.00 uur.

4.

Een schriftelijk bescheid, genaamd “Contactmomentlijst: donderdag 14 dec 17, regel 39, bijlage 8”, dat als bijlage bij de aangifte van [aangever] is opgenomen, p. 48:

WhatsAppberichten naar [slachtoffer 3] ( [telefoonnummer] );

14-12-17 09:40:10: [naam] : [website]

14-12-17 09:41:48: [naam] : Een blanke man die zich voordeed als 'hiphop' = oplichting. Een blanke man die ik wekelijks kon opbellen omdat meneer nog in bed lag, een blanke man van in de 40 met Eem verstandsvermogen van een kind van 15 jaar. Qua inhoud??? Hiphop technieken/stijlen ??

14-12-17 09:42:10: [naam] : Poppin/lockin!?? Floorwork, breakin' ??

14-12-17 09:42:52: [naam] : Naar 2 jaar volgt deze man een interne opleiding... kortom ik had jaren les van een amateur. Hij is GEEN danser. Ik als zwarte vrouw

14-12-17 09:44:58: [naam] : behoor nu erkenning te krijgen. Geadopteerd met trots!!!! Woonachtig in het prachtig land met alle mogelijkheden helaas kwam ik terecht in een school/sekte met onderontwikkelde docenten/directie. Blanke conservatieven, mensen afkomstig uit de kerk zoals [naam] .

14-12-17 09:46:22: [naam] : Dit is ernstig dat dit in NL aan de hand is. De moslims

zijn niet het probleem, u [slachtoffer 3] , [naam] , [slachtoffer 4] de oplichter. [naam] , [naam] en [naam] . Dat deze vrouw nog werkzaam is is een schande.

14-12-17 09:47:20: [naam] : [website]

14-12-17 09:48:57: [naam] : Aangenomen door [naam] met trots maar ik kwam tussen een Afrikaanse Boer. Indiaase boer, verschrikkelijk!!!

14-12-17 09:50:00: [naam] : Hoe kan je DAT naar NL halen. [naam] die als zwarte man, als allochtoon [naam] uitlachte toen zij uit de auto werd gegooid snachts. Wat zou u doen als dat uw dochter overkomt?!

14-12-17 09:51:16: [naam] : Beste [slachtoffer 3] , zoals ik aangaf, 10 jaar heeft de staat NODIG om in te zien dat ik door een homofiel een zieke borderliner en een directrice die in echtscheiding lag de lui ben!

14-12-17 09:51:59: [naam] : Of beter gezegd, jullie maken mijn carrière! Ik dank u vriendelijk!! Time has come !!! TRUTH !!!

14-12-17 09:59:44: [naam] : [website]

14-12-17 09:59:56: [naam] : Gewoon een 'down met [naam] '

14-12-17 10:01:43: [naam] : Mijn leven krijg jij niet kapot Mevrouw Trump uh sorry [slachtoffer 3] !

14-12-17 10:02:32: [naam] : Dan de rechtsongelijkheid omtrent mijn richting! Ik liep al voor vanaf het begin!!

14-12-17 10:02:42: [naam] : Jullie 1e hiphopper

14-12-17 10:03:25: [naam] : Zo werd k neergezet maar ik ben meer dan dat!!

Verschrikkelijk, poging tot moord zou opgelegd worden de tijd zal leren!!

14-12-17 10:03:50: [naam] : Een succesvol persoon ben ik altijd geweest, geliefd en gerespecteerd!

14-12-17 10:29:04: [naam] : De foto die werd gebruikt om reclame te maken voor nieuwe studenten aan te trekken!! De 1e foto in hiphoppositie

14-12-17 10:30:05: [naam] : 1e danseres die knowledge had over hiphoptechniek, de le die Scapino Ballet benaderde maar 2006 was te vroeg waarom wel

limon/graham/cunningham

14-12-17 10:30:56: [naam] : En jazz?? Modern jazz/lyrical OLD skool?? Het verviel en afro en indiaase dans werd 'urban'. Stijlen waar je niets aan hebt!!!

14-12-17 10:31:01: [naam] : Niets!!

14-12-17 10:34:37: [naam] : Geachte Vrouw [slachtoffer 3] , dank voor de mooie reis. PI ter Peel was mij een waar genoegen, een plek waar ik niet hoor, wel heb ik geconstateerd dat ik uit een TBS kliniek ben gevlucht net personen als [naam] , [naam] , [naam] Drugsverslaafde, [naam] , Drugsverslaafde, [naam] zat aan de pillen, [naam] allochtoon zei nog 'die boek'. Stedelijk College tuig. [naam] , iedere donkere man is gewoon voor haar geweldig. [naam] mag kinderen niet zien, waardeloze zwarte vent. Is dat een voorbeeldfunctie !? Hiphop moet ERUIT!

14-12-17 10:34:59: [naam] : Zodat het echt blijft, nu teveel Fakers! FHK Oplichters.

14-12-17 12:11:57: [naam] : Kreeg ik nog te horen [naam] jij met je 'zwarte mannen' 14-12-17 12:13:45: [naam] : Zo ontzettend triest, [naam] , erg oppervlakkig!! Zorgwekkend dat DAT binnen het onderwijs zit!

14-12-17 12:14:08: [naam] : [naam] GEEN dAnSER

5.

Een schriftelijk bescheid, genaamd “Bel- & contactmomenten [verdachte] . Bijgewerkt door [aangever] op 19 december 2017, bijlage 9”, dat als bijlage bij de aangifte van [aangever] is opgenomen, p. 49 t/m 51, voor zover betrekking hebbende op de contactmomenten met [slachtoffer 3] :

(…)

2017

(…)

32. Vrijdag 24 november [slachtoffer 3] (sectorleidster [instantie] Dans) wordt gebeld door een anoniem nummer. De beller spreekt geen boodschap in. Vandaag werd duidelijk toen [slachtoffer 3] opnam dat zij met [verdachte] te maken had. (Ik nam op met mijn naam en [verdachte] antwoordde met 'zo mevrouw [slachtoffer 3] dat is lang geleden, wanneer gaan wij het nu eens eindelijk oplossen'. Ik heb zonder iets te zeggen op gehangen. Daarna werd ik nog 2 x gebeld. Hieronder de belmomenten per dag en tijdstip.

Vrijdag 24 november: 16.36 uur en 16.40 uur

Maandag 27 november: 11.11 uur, 11.12 uur en 11.21 uur

Woensdag 29 november: 8.04 uur, 8.36 uur, 8.36 uur en 8.44 uur

(…)

37. maandag 11 december 2017; [verdachte] belt 15 keer naar [slachtoffer 3] waarbij [slachtoffer 3] één keer [verdachte] gesproken heeft. (7 keer met een 06-nummer [telefoonnummer] )

(…)

39. donderdag 14 december 2017; [slachtoffer 3] ontvang 27 Whatsapp bericht van [verdachte]

6.

Een proces-verbaal van verhoor getuige, d.d. 21 maart 2018, p. 57 t/m 59, voor zover inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] :

Op 24 november 2017, omstreeks 16:30 uur, heb ik contact met [verdachte] gehad. Het is begonnen met telefoontjes van haar. Ik heb toen opgenomen en zij vroeg toen direct iets in de zin van: "wanneer gaan we nu iets regelen?". Ik heb toen direct opgehangen. Op 27 november 2017 ben ik ook gebeld, maar ik heb toen niet opgenomen. Ik werd gebeld door een anoniem nummer. Ik werd meerdere keren gebeld. Op 29 november 2017 ben ik ook gebeld, maar ik heb toen niet opgenomen. Op 11 december 2017 ben ik ook gebeld. Zij belt meerdere keren op een dag. Op 14 december 2017 heb ik meerdere WhatsApp-berichten ontvangen. Ik reageer helemaal nergens meer op. [verdachte] heeft ergens in december (het hof begrijpt december 2017) voor het laatst contact met mij opgezocht. Ik wordt van dit alles heel moe. Het speelt al meerdere jaren. Er zijn momenten dat je er meer last van hebt dan andere momenten.

7.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 27 maart 2018, p. 62 t/m 68, voor zover inhoudende de verklaring van de verdachte:

V: Wat is jouw telefoonnummer?

A: [telefoonnummer] .

8.

Een proces-verbaal van de terechtzitting van dit Gerechtshof van 12 december 2019, voor zover inhoudende de verklaring van [aangever] :

Door de voorgeschiedenis die tussen [instantie] en de verdachte bestaat, zijn er intern afspraken gemaakt indien de verdachte contact zou opnemen met één van onze medewerkers. Op het moment dat er iemand door de verdachte wordt benaderd, dient dit aan mij te worden gemeld. Hiervoor hebben wij een lijstje bijgehouden waarin is opgenomen op welk moment en met wie de verdachte contact heeft gehad. Wij hebben deze afspraken gemaakt omdat mensen dreigden uit te vallen wegens het stelselmatig lastigvallen door de verdachte. Men had zowel beroepsmatig als privé erg veel last hiervan. Mensen kwamen naar mij toe om dit opgelost te hebben. Zij wilden dat het stelselmatig lastigvallen door de verdachte stopte. Zo ook mevrouw [slachtoffer 3] . Ik heb zowel telefonisch als via de e-mail contact gehad met mevrouw [slachtoffer 3] . Zij heeft niet alleen contact met mij opgenomen omdat dit de afspraak was, maar ook omdat zij vond dat er iets moest gebeuren tegen het handelen van de verdachte. Door het handelen van de verdachte ontstonden er angstgevoelens bij de benadeelden, zo ook bij mevrouw [slachtoffer 3] . Zij kreeg het gevoel dat zij weer terug in de tijd werd geworpen. Ik heb namens de – in de aangifte opgesomde – benadeelden (waaronder [slachtoffer 3] ) aangifte gedaan tegen de verdachte. Zij wisten dat ik aangifte ging doen en hebben zich hiertegen niet verzet. Ook heb ik de klacht namens de – in de aangifte opgesomde – benadeelden (waaronder [slachtoffer 3] ) ingesteld.

Nadere bewijsoverweging

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het strafdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor de ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 3] , zodat de verdachte hiervoor dient te worden vrijgesproken. Hiertoe heeft de raadsvrouw als eerst aangevoerd dat uit de verklaring van [slachtoffer 3] niet blijkt dat zij de stem van de verdachte heeft herkend toen zij de telefoon op nam en wijst de raadsvrouw op de omstandigheid dat er voor een groot deel gebeld is door een anoniem telefoonnummer, hetgeen dus niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Daarnaast heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de zich in het strafdossier bevindende bijlage met betrekking tot de WhatsApp-berichten geen bewijswaarde kan worden toegekend, nu er van deze berichten geen screenshots zijn gemaakt en deze berichten slechts als tekst zijn opgenomen. Tot slot heeft de raadsvrouw jurisprudentie aangehaald waarmee zij benadrukt dat de gedragingen in dit geval geen stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 3] opleveren.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Voor een bewezenverklaring van belaging, op grond artikel 285b, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, moeten de door de verdachte verrichte handelingen aangemerkt kunnen worden als een wederrechtelijke, stelselmatige en opzettelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Voor de beoordeling van het bestanddeel ‘stelselmatig’ zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen volgt dat in een periode van ongeveer een maand herhaaldelijk contact is gezocht met [slachtoffer 3] . Zo is er niet alleen meermalen contact gezocht met een anoniem telefoonnummer (op 24, 27 en 29 november 2017 en op 11 december 2017), maar is er ook meerdere keren gebeld door het telefoonnummer ‘ [telefoonnummer] ’ (op 11 december 2017) en heeft [slachtoffer 3] van ditzelfde telefoonnummer veelvuldig WhatsApp-berichten ontvangen (op 14 december 2017). De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het telefoonnummer ‘ [telefoonnummer] ’ aan haar toebehoort. Bovendien blijkt uit het strafdossier dat [slachtoffer 3] op 24 november 2017 de telefoon heeft opgenomen en dat zij de verdachte aan de lijn heeft gehad, die vervolgens zei: “zo mevrouw [slachtoffer 3] , dat is lang geleden. Wanneer gaan we het nu eens eindelijk oplossen”, of woorden van gelijke strekking. Mede gelet hierop heeft het hof geen reden om aan te nemen dat een ander dan de verdachte contact heeft gezocht met [slachtoffer 3] , en is het hof dan ook van oordeel dat het de verdachte zelf is geweest die contact met [slachtoffer 3] heeft gezocht. Dat een deel van de telefooncontacten is gepleegd met gebruikmaking van een anoniem telefoonnummer, maakt dit oordeel niet anders want het leggen van die telefooncontacten sluit juist aan bij de handelswijze van de verdachte. Voorts stelt het hof op grond van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting vast dat [slachtoffer 3] , niet alleen hinder ondervond, maar ook angstgevoelens kreeg, door de gedragingen van de verdachte.

Het hof heeft bovendien in het bijzonder in aanmerking genomen dat er tussen de verdachte en de medewerkers van [instantie] al een voorgeschiedenis bestond, mede door twee civiele zaken die tussen de verdachte en [instantie] hebben plaatsgevonden en door een eerdere strafrechtelijke veroordeling van de verdachte voor belaging van medewerkers van [instantie] . Gelet hierop en de omstandigheid dat de verdachte al eerder een contactverbod heeft opgelegd gekregen, stelt het hof vast dat de verdachte had moeten inzien dat de medewerkers van [instantie] absoluut geen contact met de verdachte wensten en dat bij herhaling van contact opnemen door de verdachte er sneller een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zou worden gemaakt.

Gelet op de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden is de het hof van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer 3] – naar objectieve maatstaven bezien – zodanig zijn geweest, dat deze een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer hebben opgeleverd.

Mede gelet op al het voorgaande, is het hof van oordeel dat de namens de verdachte bepleite vrijspraak van de ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 3] voldoende wordt weerlegd door de bewijsmiddelen, en heeft het hof geen enkel reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich aan te ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 3] schuldig heeft gemaakt, zodat het verweer van de raadsvrouw – in al haar onderdelen – wordt verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

belaging.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Het hof neemt bij het bepalen van de straf in het bijzonder het navolgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer een maand schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer 3] door haar meermalen telefonisch te benaderen en haar via WhatsApp meerdere berichten toe te sturen. De verdachte heeft zodoende ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Feiten als het onderhavige worden door slachtoffers doorgaans bovendien als beangstigend en bedreigend ervaren.

Bij de straftoemeting heeft het hof in het nadeel van de verdachte rekening gehouden met de omstandigheid dat zij blijkens het haar betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 17 oktober 2019 eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van belaging, hetgeen haar er kennelijk niet van heeft kunnen weerhouden om opnieuw een dergelijk feit te begaan.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat het momenteel goed met haar gaat, dat zij in de catering werkt en dat zij voornemens is om haar schulden af te lossen.

Alles afwegende, en gelet op de omstandigheid dat het hof minder bewezen heeft verklaard dan de politierechter, komt het hof tot een lagere straf dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, en is het hof van oordeel dat oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken, waarvan 10 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden is.

Het hof ziet in de aard, intensiteit en de duur van de belaging aanleiding om aan de voorwaardelijke straf, naast de algemene voorwaarden, de bijzondere voorwaarde van een contactverbod te verbinden. Het hof zal bepalen dat het de verdachte gedurende de proeftijd van 2 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met medewerkers van [instantie] .

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant heeft bij vordering van 24 april 2018, de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, met een proeftijd van 2 jaren, opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 11 maart 2016 met parketnummer 02-665508-15. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Het hof is – net zoals de politierechter – van oordeel dat, nu is gebleken dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt, de gehele tenuitvoerlegging van de genoemde gevangenisstraf straf op zijn plaats is, en ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen enkel reden om deze vordering om te zetten in een taakstraf, zoals door de verdediging is verzocht. Het hof zal daarom – zoals door de advocaat-generaal is gevorderd – de vordering tot tenuitvoerlegging geheel toewijzen, te weten gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d en 285b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de ten laste gelegde belaging van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) weken.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

de veroordeelde gedurende de proeftijd van 2 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met medewerkers van [instantie] .

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 1 maart 2016 met parketnummer 02-665508-15, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Aldus gewezen door:

mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen, voorzitter,

mr. W.E.C.A. Valkenburg en mr. A.C. van der Schans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. C. Schenker, griffier,

en op 24 december 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. A.C. van der Schans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.