Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:4366

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-11-2019
Datum publicatie
05-03-2021
Zaaknummer
200.223.176_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2021:648
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Complexe omgangskwestie, zie de andere uitspraken in deze zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 28 november 2019

Zaaknummer: 200.223.176/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/010/318316 / FA RK 17-1025

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te

[woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. R.S. Knegtmans,

tegen

[de vader] ,

wonende te

[woonplaats] ,

verweerder,

hierna te noemen: de man,

advocaat: voorheen mr. I.K. Kolev, thans mr. I.E. Nonnemaker.

5 De beschikking d.d. 19 juli 2018

Bij die beschikking heeft het hof een deskundigenonderzoek (ouderschapsonderzoek) gelast en iedere verdere beslissing aangehouden in afwachting van dit onderzoek.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2019. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Knegtmans;

- de vader, bijgestaan door mr. Nonnemaker;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;

-drs. E. Klaver, een van de door het hof benoemde deskundigen.

Ter zitting van het hof heeft de advocaat van de man pleitaantekeningen overgelegd en deze voorgedragen.

6.2.

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:

- de brief van de advocaat van de moeder van 13 februari 2019;

- het eindrapport ouderschapsonderzoek, ingekomen op 5 maart 2019;

- het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de vader van 6 maart 2019, ingekomen op 8 maart 2019;

- het verzoek tot wraking tevens aanvullend verzoek van de advocaat van de vader, met bijlagen, ingekomen op 24 juni 2019;

- de brief met bijlagen van de advocaat van de moeder van 18 juli 2019, ingekomen op 19 juli 2019;

- het V-formulier van de advocaat van de vader met bijlagen van 25 juli 2019, ingekomen op 26 juli 2019;

- het V-formulier van de advocaat van de vader met bijlagen van 8 oktober 2019, ingekomen op 9 oktober 2019;

- het V-formulier van de advocaat van de moeder met bijlagen van 10 oktober 2019, ingekomen op 11 oktober 2019.

7 De verdere beoordeling

7.1.

Door zowel de vader als de moeder zijn na de tussenbeschikking van 19 juli 2018 nog aanvullende verzoeken gedaan. Deze aanvullende verzoeken zal het hof in het navolgende eerst bespreken.

Onderzoek naar ouderschapsonderzoek

7.2.

Bij brief van 20 juni 2019 heeft de advocaat van de vader een aanvullend verzoek gedaan om een extern onderzoek te gelasten naar de kwaliteit van het ouderschapsonderzoek. De vader heeft twijfels over de kwaliteit van het onderzoek omdat, anders dan op voorhand was afgesproken, op verzoek van de vrouw het gesprek met [minderjarige] is gevoerd door deskundige E. Klaver in plaats van deskundige R. van Beijsterveldt.

Ook heeft het gesprek tussen [minderjarige] en de deskundige, anders dan op voorhand was afgesproken, niet één op één plaatsgevonden, maar in aanwezigheid van de moeder, waarbij [minderjarige] zelfs bij de moeder op schoot zat.

7.2.1.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

7.2.2.

Het hof constateert dat er kennelijk vrijwel vanaf de start van het ouderschapsonderzoek problemen zijn ontstaan in de nakoming van de contactregeling. Het hof acht het spijtig en onbegrijpelijk dat noch de ouderschapsonderzoekers, noch de advocaat van de vader of de moeder zich met dit gegeven tot de raadsheer-commissaris hebben gewend.

7.2.3.

Het hof constateert verder dat de ouderschapsonderzoekers zich op diepgravende wijze in de zaak hebben verdiept en een uitvoerige analyse hebben gemaakt van de dynamiek tussen de ouders onderling en de dynamiek tussen ouder(s) en kind. De onderzoekers zijn uitgebreid met beide ouders in gesprek gegaan en hebben mogelijke interventies voorgesteld.

Het hof constateert dat door de deskundigen is afgeweken van het met partijen besproken voornemen om [minderjarige] in gesprek de laten gaan met deskundige Van Beijsterveldt. Dit gesprek heeft met deskundige Klaver plaatsgevonden en zij heeft het goed gevonden dat de moeder bij dit gesprek aanwezig is geweest. Dit staat op gespannen voet met het beginsel van hoor- en wederhoor, zeker gezien de positie die beide ouders ten opzichte van [minderjarige] innemen.

Het hof is echter van oordeel dat deze tekortkomingen niet van zodanige aard zijn dat daarmee het gehele ouderschapsonderzoek verworpen zou moeten worden, of de kwaliteit daarvan door een onafhankelijke deskundige onderzocht zou moeten worden. Het ouderschapsonderzoek is een onderzoek naar de wijze waarop de ouders invulling geven aan hun ouderschap. Het hof is van oordeel dat het onderzoek hiervan een scherpe analyse heeft gegeven. Daarnaast worden tijdens het onderzoek mediation- of coachingstechnieken ingezet teneinde te bezien of een positief verloop van de zaak kan worden bewerkstelligd. De ouderschapsonderzoekers hebben dat gedaan, gezien de ondernomen poging om tussen de vader en [minderjarige] een contactherstel te bewerkstelligen en hun voornemen dit spoor, met de voorgenomen inschakeling van de raadsheer-commissaris, verder te vervolgen. De vader heeft, om hem moverende redenen, besloten geen verdere medewerking meer te verlenen aan de door de ouderschapsonderzoekers voorgestelde interventie.

Het hof zal het verzoek van de vader tot het laten verrichten van een extern onderzoek naar de kwaliteit van het ouderschapsonderzoek afwijzen.

Stopzetten van de omgangsregeling

7.3.

Bij brief van 18 juli 2019 heeft de advocaat van de moeder verzocht bij tussenbeschikking te bepalen dat thans geen contact kan plaatsvinden tussen [minderjarige] en de vader, althans dat aan de uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2019 geen uitvoering behoeft te worden gegeven totdat in hoger beroep door het hof definitief uitspraak is gedaan.

7.3.1.

Het hof oordeelt ten aanzien van dit verzoek als volgt.

De door de vrouw geschetste problemen ten aanzien van de uitvoering van de omgangsregeling maken niet dat de uitspraak van de voorzieningenrechter niet behoeft te worden nageleefd, zolang onduidelijk is waar deze problemen vandaan komen.

Het hof zal het verzoek van de vrouw tot het in dit stadium stopzetten van de omgangsregeling dan ook afwijzen.

Benoeming bijzondere curator

7.4.

Ter zitting van het hof heeft de raad aangekaart dat het ouderschapsonderzoek en wat er tot op heden over en weer is gesteld vooral betrekking heeft op de (dynamiek tussen) ouders en de (dynamiek tussen) de ouder(s) en [minderjarige] . Wat ontbreekt is informatie over hoe het nu met [minderjarige] gaat, de knelpositie waarin zij zich mogelijk bevindt, hetgeen daaraan ten grondslag ligt en haar behoeften of belangen hierin. De raad heeft onvoldoende zicht op de huidige situatie van [minderjarige] om hierover te adviseren en vreest dat nader onderzoek door de raad de strijd tussen de ouders alleen maar zal voeden.

7.4.1.

De moeder heeft ter zitting van het hof aangegeven vooruit te willen en dat zij mogelijkheden wil bespreken om de zaak vlot te trekken.

7.4.2.

De vader heeft ter zitting van het hof aangegeven dat partijen alleen verder kunnen komen als de moeder alle beschuldigingen jegens hem ter zake van seksueel misbruik intrekt.

7.4.3.

Het hof heeft ter zitting met de ouders de mogelijkheid van parallel ouderschap annex schottenaanpak binnen een ondertoezichtstelling besproken. Bij de schottenaanpak wordt tussen de ouders wordt een denkbeeldig schot geplaatst. Er is een absoluut verbod om contact met elkaar te hebben. Al het benodigde contact over [minderjarige] loopt via de gezinsvoogdijmedewerker(s). Dezen krijgen dan de mogelijkheid om te zien hoe het echt met [minderjarige] gaat, zowel bij de moeder als bij de vader. Voor inzet van de schottenaanpak is instemming van beide ouders een vereiste.

Het hof heeft de mondelinge behandeling geschorst zodat de advocaten de optie van parallel ouderschap en schottenaanpak met hun cliënten konden bespreken.

7.4.4.

Na de schorsing hebben partijen het hof medegedeeld dat zij parallel ouderschap een kans willen geven, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

De moeder stelt de volgende voorwaarden:

1. er moet aandacht zijn voor de behoefte van [minderjarige] en er moet rekening worden gehouden met haar positie;

2. er moet een rustpauze worden ingelast in de (nakoming) van de omgang totdat met het parallel ouderschap kan worden gestart.

De vader stelt de volgende voorwaarden:

1. de moeder moet afstand nemen van alle beschuldigingen van seksueel misbruik;

2. er moet een psychologisch onderzoek bij de moeder plaatsvinden;

3. benoeming van ouderverstotingsspecialist [ouderverstotingsspecialist] ;

4. de financiële problematiek tussen partijen moet opgelost worden.

7.4.5.

Het hof overweegt als volgt.

De voorwaarden die worden gesteld brengen mee dat niet kan worden gesproken van een dergelijke mate van overeenstemming tussen de ouders, dat met de schottenaanpak aan de slag kan worden gegaan.

Zowel de raad als de ouders hebben ter zitting (ook) naar voren gebracht dat het belangrijk is dat er zicht komt op hoe het nu met [minderjarige] gaat en wat haar behoefte is, voordat in deze zaak verdere stappen kunnen worden genomen.

Ook het hof is van mening dat in deze procedure de stem van [minderjarige] nog niet op duidelijke wijze is vertolkt. Behoudens de strijd tussen de ouders is het voor het hof niet duidelijk wat het zo moeilijk maakt het contact tussen de vader en [minderjarige] tot stand te brengen en gaande te houden. Het hof acht het van belang hier zicht op te krijgen.

Het belang van [minderjarige] in deze kwestie vraagt om de benoeming van een bijzondere curator teneinde haar in deze procedure te vertegenwoordigen.

De taak van de bijzondere curator in dezen is met name om na te gaan hoe [minderjarige] zelf in deze kwestie staat, waarbij (indien mogelijk) de volgende vragen dienen te worden beantwoord:

- hoe verhoudt [minderjarige] zich tot haar vader en hoe verhoudt zij zich tot haar moeder en waar komt deze houding van [minderjarige] ten opzichte van haar vader en ten opzichte van haar moeder vandaan?

- wat maakt, behoudens de strijd tussen de ouders, dat het zo moeilijk is contact tussen [minderjarige] en haar vader tot stand te brengen?

- vloeien uit hetgeen de bijzondere curator omtrent het voorgaande gaat rapporteren nog belangrijke aspecten voort die gevolgen hebben voor het ouderlijk gezag over [minderjarige] en de contactregeling tussen de vader en [minderjarige] ?

7.4.6.

Het hof is voornemens als bijzondere curator te benoemen:

Mr. drs. Ingeborg Sandig

Psycholoog Family Mediator NIP

[adres]

[postcode] [plaats]

[telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2]

[internetsite]

7.4.7.

Het hof stelt partijen in de gelegenheid op de voorgenomen benoeming van een bijzondere curator, in dit geval mr. drs. Ingeborg Sandig, te reageren binnen tien dagen na de datum van deze beschikking.

8 De beslissing

Het hof:

wijst af het verzoek van de vader tot het laten verrichten van een extern onderzoek naar de kwaliteit van het ouderschapsonderzoek;

wijst af het verzoek van de moeder tot onmiddellijke stopzetting van de omgangsregeling, althans bepaling dat aan de uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2019 geen uitvoering behoeft te worden gegeven totdat in hoger beroep door het hof definitief uitspraak is gedaan;

stelt partijen in de gelegenheid binnen 10 dagen na de datum van deze beschikking te reageren op de voorgenomen benoeming van een bijzondere curator, in dit geval

drs. I. Sandig;

houdt iedere verdere beslissing aan;

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.A.R.M. van Leuven, J.F.A.M. Graafland-Verhaegen en E.M.C. Dumoulin en is in het openbaar uitgesproken door E.M.C. Dumoulin op 28 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.