Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:4137

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-09-2019
Datum publicatie
03-06-2020
Zaaknummer
20-001290-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 20-001290-18

Uitspraak: 16 september 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant van 3 april 2018 in de strafzaak met het parketnummer

01-019700-17 tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] .

Hoger beroep

Bij voormeld vonnis heeft de politierechter de verdachte ter zake van poging tot oplichting veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis.

Van de zijde van de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het gerechtshof het vonnis van de politierechter zal aanvullen door opneming van de kwalificatie van het bewezen verklaarde en voor al het overige zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf.

Door de raadsvrouw van de verdachte is allereerst vrijspraak bepleit. Voor het geval het hof tot een bewezenverklaring komt is een strafmaatverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter. Het hof merkt hierbij op dat het, met de advocaat-generaal, heeft geconstateerd dat niet is voldaan aan het met nietigheid bedreigde voorschrift om de kwalificatie van het bewezen verklaarde op te nemen in de aantekening van het mondelinge vonnis in het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter van 3 april 2018.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

dat hij in of omstreeks de periode van 4 januari 2016 tot en met 7 januari 2016 te

's-Hertogenbosch, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om, met het oogmerk zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Laser Nederland BV te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het verstrekken van een (doorlopend) krediet, althans een geldbedrag, (ter hoogte van € 10.000,00), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgedaan als een bonafide aanvrager bij de aanvraag voor een (doorlopend) krediet en/of

- bij die (doorlopend) kredietaanvraag een valse/vervalste werkgeversverklaring en/of een valse/vervalste arbeidsovereenkomst (van werkgever [werkgever van verdachte] ) en/of een of meer valse/vervalste salarisspecificatie(s) (van voornoemde werkgever) en/of een of meer valse/vervalste (bank)rekeningafschriften (van de ABN-AMRO bank) heeft overgelegd (teneinde een (doorlopend) krediet te verkrijgen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat hij in of omstreeks de periode van 4 januari 2016 tot en met 7 januari 2016 te

's-Hertogenbosch, althans in Nederland, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, Laser Nederland BV te bewegen tot de afgifte van enig goed en/of het aangaan van een schuld, te weten het verstrekken van een (doorlopend) krediet, althans een geldbedrag, ter hoogte van € 10.000,00), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgedaan als een bonafide aanvrager bij de aanvraag voor een (doorlopend) krediet en

- bij die (doorlopend) kredietaanvraag een vervalst (bank)rekeningafschrift (van de ABN-AMRO bank) heeft overgelegd (teneinde een (doorlopend) krediet te verkrijgen),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verdachte heeft verklaard dat de door hem bij de kredietaanvraag ingediende salaris-specificaties in verband daarmee op zijn verzoek door (de boekhouder van) zijn toenmalige werkgever [werkgever van verdachte] zijn opgesteld en aangeleverd. Het hof ziet geen aanleiding om aan die verklaring te twijfelen en het is met de verdachte van oordeel dat hij in beginsel op de juistheid van de inhoud van de hem verstrekte salarisspecificaties mocht vertrouwen.

De verdachte heeft voorts verklaard dat hij de bij de kredietaanvraag overgelegde werkgeversverklaring niet kent en dat hij niet heeft gezien dat deze werkgeversverklaring zich bevond in het pakket stukken dat hij van zijn werkgever had ontvangen en door hem, verdachte, bij de kredietaanvraag is ingediend. De conclusie van de verdachte is dat deze verklaring eveneens door zijn toenmalige werkgever aan hem ter hand moet zijn gesteld.

Het hof is het met de raadsvrouw van de verdachte eens dat de verdachte de stukken die hij van zijn werkgever had ontvangen, grondig had moeten bestuderen voordat hij deze bij de kredietverstrekker indiende – als aanvrager van een krediet is hij immers verantwoordelijk voor de stukken die hij in het kader daarvan indient, maar het gegeven dat hij dat kennelijk heeft nagelaten brengt niet zonder meer met zich dat hij daarbij het oogmerk had zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen.

Met betrekking tot de door de verdachte bij de kredietaanvraag overgelegde arbeids-overeenkomst heeft de verdachte verklaard dat hij zeker weet dat hij destijds een over-eenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan met zijn toenmalige werkgever, [werkgever van verdachte] . Tegenover deze stellige verklaring van de verdachte staat dat [de directeur van de werkgever van verdachte] als getuige bij zijn verhoor door de politie onder meer heeft verklaard dat hij nooit arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd aanging en dat de hem bij gelegenheid van zijn verhoor getoonde fotokopie van de arbeidsovereenkomst die de verdachte bij de kredietaanvraag had overgelegd vals of vervalst was. Nu beide verklaringen lijnrecht tegenover elkaar staan en voor geen van beide verklaringen steunbewijs aanwezig is, ziet het hof geen mogelijkheid om vast te stellen welke van beide verklaringen op waarheid berust. Dit betekent dat naar het oordeel van het hof niet kan worden bewezen dat de verdachte bij het aanvragen van het doorlopend krediet gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste arbeidsovereenkomst.

Dat ligt anders, zoals hierna zal worden overwogen, voor het bij de kredietaanvraag overgelegde bankafschrift.

Bewijsmiddelen

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen1 die redengevend zijn voor de bewezenverklaring zijn:

1. een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5º, van het Wetboek van Strafvordering, te weten de schriftelijke aangifte2, opgemaakt en ondertekend op 29 januari 2016 door [aangever] , inhoudende, als diens verklaring:

Ik ben werkzaam als Fraude Expert op de afdeling veiligheidszaken van LaSer Nederland B.V. (hierna te noemen LaSer Nederland of LSN) en bevoegd tot het doen van aangifte van tegen LaSer Nederland gepleegde strafbare feiten.

Inleiding:

LaSer Nederland is een financieringsmaatschappijen die consumptief krediet verstrekt. Deze kredietverstrekking vindt plaats via het intermediairs kanaal waarbij het contact met de klant loopt via tussenpersonen en via het internet via het label Directa.nl.

Ik wens aangifte te doen tegen een persoon die op gaf te zijn:

Naam : [verdachte]

Voorletters: [voornamen van verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Op 7 januari 2016 is er via DMF Krediet een kredietaanvraag voor een Doorlopend Krediet bij LaSer Nederland binnengekomen. Het betrof hier een kredietaanvraag van €10.000,- voor een persoon die opgaf te zijn de heer [verdachte] .

Door LaSer Nederland wordt eerst een aantal standaardcontroles uitgevoerd. Er wordt een inkomsten/uitgavenplaatje opgemaakt, een toetsing bij het Bureau krediet Registratie gedaan en er wordt een EVR controle uitgevoerd. EVR is een landelijk systeem waarin personen worden opgenomen die een bedreiging vormen voor het financiële stelsel. Indien deze controles akkoord zijn dan wordt er door LSN een voorlopige goedkeuring gegeven. Voorlopig omdat LSN eerst nog de stukken zoals legitimatie, inkomsten- en uitgavegegevens moet hebben gezien.

Na enige tijd ontving LaSer een origineel door de klant getekend contract en de bijbehorende stukken. Omdat een medewerker van LaSer Nederland de stukken niet vertrouwde is deze naar mij toegekomen en heeft men mij verzocht een onderzoek in

te stellen.

Uit dit onderzoek is het volgende gebleken:

Ter onderbouwing van de financieringsaanvraag hebben we een aantal stukken ontvangen zoals een kopie arbeidsovereenkomst, loonstroken, een rekeningafschrift ABN AMRO en een kopie identiteitskaart.

Op de afschriften van ABN AMRO staat een loonstorting voor een bedrag van €1.727,48. Hierbij ontbreekt het puntje tussen duizend- en honderdtal, voor ons een bekende indicator voor fraude.

Omdat we het redelijke vermoeden hadden dat stukken vervalst waren, hebben we het rekeningoverzicht van ABN rekening [rekeningnummer] direct doorgezet naar Security.and.Intelligence.Management@,nl.abnamro.com ter verificatie. We hebben vanuit ABN de bevestiging ontvangen dat het overzicht vervalst is. Betrokkene ontving in werkelijkheid geen € 1.727,48 maar € 920,34. ABN gaf verder aan dat de rekening wel op naam staat van de heer [verdachte] , echter is er bij hen een ander adres bekend: [adres] .

We hebben de heer [verdachte] telefonisch benaderd voor een verklaring. De heer [verdachte] gaf herhaaldelijk aan dat hij het genoemde salaris wel degelijk zou verdienen. Ook nadat we meneer hadden gewezen op onze bevindingen bleef hij volhouden en gaf aan dat we het maar moesten navragen bij zijn werkgever.

Door het overleggen van valse/vervalste bescheiden met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken, door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels en het aannemen van een valse hoedanigheid is gepoogd het personeel van LaSer Nederland te bewegen tot afgifte van € 10.000,-.

2. een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5º, van het Wetboek van Strafvordering, te weten een als bijlage bij voormelde schriftelijke aangifte gevoegd geschrift (kopie) met het opschrift Overeenkomst Doorlopend Krediet3 d.d. 4 januari 2016 ten name van [verdachte] , inhoudende:

Acceptatienummer: [nummer]

Deze overeenkomst is via DMF Krediet (…) aangevraagd. Controleer uw gegevens goed. Als alles in orde is, ondertekent u deze overeenkomst. In de Algemene Voorwaarden vindt u een lijst met definities van in deze overeenkomst gebruikte begrippen. De contactpersoon van DMF Krediet legt u uit hoe het verder gaat.

Onze gegevens

Naam: LaSer Nederland B.V.

Adres: Larenweg 78-96

5234 KC 's-Hertogenbosch

hierna ook wel Sygma Finance of Kredietgever te noemen.

Uw gegevens

Naam: [verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]

Adres: [woonplaats met onjuiste spelling adres]

E-mailadres: (…)

IBAN: [rekeningnummer]

hierna Kredietnemer te noemen.

Het Doorlopend Krediet

U hebt gekozen voor een Doorlopend Krediet. Dit is een lening waarbij u geld kunt opnemen tot een maximaal afgesproken kredietlimiet. U lost maandelijks een bedrag af en u betaalt alleen rente over het bedrag dat u hebt opgenomen.

• Kredietlimiet: € 10.000,00 (Zegge: tienduizend Euro 00/100)

• Rente: 7,5 %. Deze rente kan door de Kredietgever altijd worden gewijzigd.

• Jaarlijkse kostenpercentage: 7,5 %

• Totaal te betalen bedrag inclusief kredietvergoeding: € 12.838,55. Dit bedrag is gebaseerd op het rentepercentage in deze overeenkomst, onmiddellijke opname van het totale kredietbedrag en terugbetaling in dezelfde maandelijkse termijnen.

• Theoretische looptijd: 86 maanden. Dit is een variabele looptijd.

• Het maandbedrag is 1,50 % van de kredietlimiet, € 150,00.

Door ondertekening van dit document verklaart u het volgende:

• Ik heb de juiste gegevens bij aanvraag van deze overeenkomst ingevuld.

(…)

Deze overeenkomst is pas definitief als u alle documenten hebt opgestuurd en Sygma Finance alle documenten heeft beoordeeld en goedgekeurd.

Handtekening

Datum: 04-01-2016

Handtekening Kredietnemer

[verdachte]

3. de verklaring van de verdachte, afgelegd op 2 september 2019 ter terechtzitting van het hof, inhoudende:

U, voorzitter, toont mij het geschrift met het opschrift ‘Overeenkomst Doorlopend Krediet’ d.d. 4 januari 2016 dat deel uitmaakt van het dossier van de politie. Ik herken dit geschrift als het formulier dat ik op een gegeven moment heb ontvangen nadat ik via het internet contact had opgenomen met GeldShop.nl in verband met het aanvragen van een doorlopend krediet. Ik ontving toen een offerte en de daarbij behorende formulieren om het krediet daadwerkelijk aan te vragen. Ik heb het mij getoonde formulier ingevuld en ondertekend en bij de kredietverstrekker of de tussenpersoon ingediend. Ik meen dat ik ook de gevraagde bijlagen heb toegestuurd, maar ik weet niet meer op welke wijze: fysiek of digitaal.

4. een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5º, van het Wetboek van Strafvordering, te weten een als bijlage bij voormelde schriftelijke aangifte gevoegd rekeningafschrift (kopie) betreffende de ABN AMRO-rekening met IBAN [rekeningnummer] ten name van [verdachte]4 [verdachte], inhoudende:

[dossierpagina 19] De heer [verdachte]

[woonplaats met onjuiste spelling adres]

Soort rekening (in EUR)

Privérekening

Rekeningnummer

[rekeningnummer]

Datum afschrift

31-12-2015

Aantal bladen

11

Blad

001

Volgnr

12

Vorig saldo

0,96 -/DEBET

Nieuw saldo

808,88 -/DEBET

Totaal afgeschreven

2.033,26

Totaal bijgeschreven

2.839,34

[dossierpagina 29]

Soort rekening (in EUR)

Privérekening

Rekeningnummer

[rekeningnummer]

Datum afschrift

31-12-2015

Aantal bladen

11

Blad

011

Volgnr

12

Boekdatum

Rentedatum

03-12

Omschrijving

SEPA Overboeking

IBAN: NL66RABO014(…)794

Naam: [werkgever van verdachte]

Omschrijving: salaris november

Bedrag af (debet)

Bedrag bij (credit)

1727,48

5. een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5º, van het Wetboek van Strafvordering, te weten het door ABN AMRO verstrekte rekeningafschrift (kopie) betreffende de ABN AMRO-rekening met IBAN [rekeningnummer] ten name van [verdachte]5 [verdachte], inhoudende:

[dossierpagina 40] De heer [verdachte]

[adres]

Soort rekening (in EUR)

Privérekening

Rekeningnummer

[rekeningnummer]

Datum afschrift

31-12-2015

Aantal bladen

11

Blad

001

Volgnr

12

Vorig saldo

0,96 -/DEBET

Nieuw saldo

1,88 -/DEBET

Totaal afgeschreven

2.033,26

Totaal bijgeschreven

2.032,34

[dossierpagina 50]

Soort rekening (in EUR)

Privérekening

Rekeningnummer

[rekeningnummer]

Datum afschrift

31-12-2015

Aantal bladen

11

Blad

011

Volgnr

12

Boekdatum

Rentedatum

03-12

Omschrijving

SEPA Overboeking

IBAN: NL66RABO014(…)794

Naam: [werkgever van verdachte]

Omschrijving: salaris november

Bedrag af (debet)

Bedrag bij (credit)

920,34

6. een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5º, van het Wetboek van Strafvordering, te weten de als bijlage bij voormelde schriftelijke aangifte gevoegde afdrukken van de op 28 januari 2016 tussen [aangever] voornoemd en [naam medewerker ] namens de ABN AMRO Bank gevoerde e-mail-correspondentie,6 inhoudende:

[dossierpagina’s 31 onderaan-32]

Beste collega.

Bijgevoegde stukken ontvingen [wij] op naam van de heer [verdachte] […] bij een aanvraag voor een DK € 10.000,-. Op laatste pagina staat een loonstorting vanuit [werkgever van verdachte] voor

€ 1.727,48, hierbij ontbreekt het puntje tussen duizend- en honderdtal! Wellicht zijn er nog meer dingen aangepast. Kunnen jullie voor onze dossiervorming bevestigen dat stukken vervalst zijn? Kunnen jullie daarnaast aangeven of de NAW gegeven overeenkomen met jullie administratie?

Met vriendelijke groet

[aangever]

LaSer Nederland B.V.

Fraud Department

[dossierpagina 31 bovenaan]

Beste Collega,

Zojuist uw document met dat uit onze administratie vergeleken. Het vermoeden van fraude klopt, het afschrift is (deels) vervalst. Ook de loonbijschrijving klopt niet, volgens onze administratie ontving klant op die datum EUR 920,34 salaris vanuit [werkgever van verdachte] , ipv de aan jullie opgegeven EUR 1.724,48.

Ook de NAW gegevens verschillen. De bij ons bekende gegevens zijn [verdachte]

[adres]

Met vriendelijke groet

[naam medewerker ]

ABN AMRO | Security & Intelligence Management

[dossierpagina 30 onderaan]

Beste collega,

Kunnen jullie nog aangeven of betrokkene periodiek salaris ontvangt vanuit [werkgever van verdachte] of dat het een eenmalige loonstorting is geweest?

Met vriendelijke groet

[aangever]

LaSer Nederland B.V.

Fraud Department

[dossierpagina 30 bovenaan]

Beste Collega,

Natuurlijk! Ik heb even voor je gekeken;

klant heeft tot nu toe 3x loon ontvangen van [werkgever van verdachte] .

Slechts de laatste 2x zijn bedragen van rond 900 euro. Daarvoor was het 300,-.

Met vriendelijke groet

[naam medewerker ]

ABN AMRO | Security & Intelligence Management

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

De raadsvrouw van de verdachte heeft ook ten aanzien van het bij de kredietaanvraag overgelegde afschrift van de bankrekening van de verdachte betoogd dat de verdachte niet bekend was met de falsificatie van het op die rekening bijgeschreven bedrag inzake het door de verdachte van zijn toenmalige werkgever ontvangen salaris.

De verdachte heeft in dit verband verklaard dat hij thuis geen printer had en dat hij zijn werkgever heeft gevraagd het bij de kredietaanvraag te voegen bankafschrift af te drukken, hetgeen de werkgever volgens de verdachte ook heeft gedaan.

Het hof stelt vast dat verdachte een bankafschrift heeft overgelegd waarop meerdere bedragen valselijk waren aangepast, te weten het bedrag van de storting van salaris door [werkgever van verdachte] op 3 december 2015, het totaal bijgeschreven bedrag en het nieuwe saldo. Deze bedragen waren ook nog eens niet in overeenstemming met elkaar. Zo was de storting van [werkgever van verdachte] aangepast van 920,34 naar 1727,48, een verschil van 807,14. Het totaal bijgeschreven bedrag was echter aangepast van 2032,34 naar 2839, 34, een verschil van 807,00. Het nieuw saldo was aangepast van 1,88 naar 808,88, eveneens een verschil van 807,00. Daarnaast stond op het afschrift een ander adres vermeld dan het adres dat bij de bank bekend was, waarbij dat aangepaste adres ook nog eens onjuist was gespeld.

Uit deze aanpassingen maakt het hof op dat het door verdachte overgelegde bankafschrift hoe dan ook niet rechtstreeks afkomstig kan zijn uit het digitale systeem van ABNAMRO en dat het handmatig is aangepast.

Het hof gaat niet mee in de door de verdediging geponeerde stelling dat de werkgever van de verdachte de bedragen en het adres heeft aangepast.

Het ontgaat het hof ten enenmale welk belang de werkgever van de verdachte daarbij gehad zou kunnen hebben, terwijl anderzijds de verdachte er met het oog op de kredietaanvraag juist alle belang bij had om een hoger inkomen te kunnen aantonen dan hij in werkelijkheid genoot. Dit leidt het hof tot de conclusie dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte zelf het bankafschrift heeft vervalst teneinde dit als echt en onvervalst bij de kredietaan-vraag over te leggen. Het is ook mogelijk dat de verdachte het bankafschrift met dat doel heeft doen vervalsen, maar in ieder geval staat naar het oordeel van het hof vast dat de verdachte ermee bekend dat hij bij de aanvraag van het doorlopend krediet een vervalst bankafschrift heeft overgelegd.

Het hof komt tot de slotsom dat de verdachte zich met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen bij het aanvragen van het doorlopend krediet heeft gepresenteerd als een bonafide kredietaanvrager en dat daarbij listiglijk gebruik heeft gemaakt van een vervalst bankafschrift.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. Het bewezen verklaarde feit is strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen sanctie

De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een taakstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen. Naar zijn oordeel kan gezien de doortrapte handelwijze van de verdachte en het nadeel dat had kunnen ontstaan niet worden volstaan met de in eerste aanleg opgelegde straf.

De raadsvrouw van de verdachte heeft bepleit dat het hof zal volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf dan wel een geldboete. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat een taakstraf de verdachte zou kunnen belemmeren in de uitvoering van zijn werk als beveiliger, waartoe hij vaak onverwacht wordt opgeroepen, dat de verdachte nog niet eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is vervolgd, dat het een oud feit betreft en dat de verdachte in de tussentijd niet opnieuw met politie en justitie in aanraking is gekomen. Ten slotte heeft de raadsvrouw gewezen op de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het LOVS, waarin voor oplichting een taakstraf van 25 uren wordt genoemd.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft geprobeerd zich wederrechtelijk te bevoordelen door bij het aanvragen van een doorlopend krediet gebruik te maken van een vervalst geschrift waarin een hoger inkomen was vermeld dan de verdachte in werkelijkheid genoot. Zou de vervalsing niet tijdig zijn onderkend dan zou de kredietverstrekker mogelijk zijn benadeeld doordat aan de verdachte een krediet was verstrekt tot een bedrag van € 10.000,- dat als zijn werkelijke inkomsten bekend waren geweest, waarschijnlijk niet zou worden verstrekt.

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het hof allereerst gelet op de aard en de

ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Voor de bepaling van de op te leggen straf zoekt het hof daarnaast aansluiting bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, en bij straffen die door dit hof in gevallen vergelijkbaar met het onderhavige worden opgelegd. Anders dan de raadsvrouw van de verdachte, die in haar pleidooi kennelijk abusievelijk heeft verwezen naar de oriëntatiepunten van het LOVS betreffende strafrechtelijk minderjarigen, stelt het hof vast dat voor frauduleuze gedragingen met een benadelingsbedrag tot € 10.000, begaan door een meerderjarige, doorgaans veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 week tot 2 maanden als uitgangspunt kan worden genomen.

Bij de straftoemeting in deze zaak zal het hof echter in het voordeel van de verdachte rekening houden met de betrekkelijke ouderdom van het thans bewezen verklaarde en de actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, daaronder begrepen het gegeven dat de verdachte, gezien het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 juni 2019, nog niet eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld en met het gegeven dat de verdachte, voor zover blijkt uit genoemd uittreksel, ook sedert het begaan van het bewezen verklaarde niet met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Bovendien houdt het hof bij de bepaling van de op te leggen straf rekening met het gegeven dat het hier niet gaat om een voltooid delict.

Op grond van het vorenstaande zal het hof, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte opleggen en, in afwijking van de vordering van de advocaat-generaal, volstaan met oplegging van een taakstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke taakstraf of een geldboete. Daarvoor is hetgeen de raadsvrouw van de verdachte in het kader van de straftoemeting nog te berde heeft gebracht, afgezet tegen de ernst van het bewezen verklaarde, van onvoldoende gewicht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 45 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht;

verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. B. Stapert, voorzitter,

mr. F.C.J.E. Meeuwis en mr. E.G.M. Smit, raadsheren,

in tegenwoordigheid van J.M.A.W. Koningstein, griffier,

en op 16 september 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Tenzij hierna anders vermeld, maken de door het hof gebruikte bewijsmiddelen deel uit van het dossier van de politie-eenheid Oost-Brabant met het registratienummer PL2100-2016027361. Dit dossier bevat een aantal door de daarin genoemde opsporingsambtenaren in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en andere bescheiden en bestaat uit 60 doorgenummerde dossierpagina’s. Voor de vindplaatsen van de bewijsmiddelen wordt hierna in voetnoten verwezen naar de desbetreffende paginanummers.

2 Dossierpagina’s 6 tot en met 8.

3 Dossierpagina 10.

4 Dossierpagina’s 19 tot en met 29.

5 Dossierpagina’s 40 tot en met 50.

6 Dossierpagina’s 30 tot en met 32.