Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:4013

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-10-2019
Datum publicatie
04-11-2019
Zaaknummer
200.252.699_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek wijziging bewindvoerder toegewezen in hoger beroep. Bewind veroorzaakt veel spanning, onrust en stress bij rechthebbende met kwetsbare gezondheid. Geen objectief verwijt aan huidige bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 31 oktober 2019

Zaaknummer: 200.252.699/01

Zaaknummer eerste aanleg: 7092146 BM VERZ 18-610, BM-nummer 6109

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te

[woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: [appellante] ,

advocaat: mr. L.E.I.K. Jaminon.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

in zijn hoedanigheid van huidige bewindvoerder van [appellante] ,

vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger huidige bewindvoerder] ;

hierna te noemen: [huidige bewindvoerder] .

Als informant wordt aangemerkt:

[opvolgend bewindvoerder] , h.o.d.n. [handelsnaam] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

in zijn hoedanigheid als de door [appellante] beoogd opvolgend bewindvoerder,

hierna te noemen: [opvolgend bewindvoerder] .

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg (Roermond) van 31 oktober 2018.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 10 januari 2019, heeft [appellante] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, [huidige bewindvoerder] als bewindvoerder te ontslaan en [opvolgend bewindvoerder] als opvolgend bewindvoerder te benoemen.

2.2.

Er is geen verweerschrift ingekomen.

2.3.1.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 september 2019. Bij die gelegenheid is [appellante] , bijgestaan door haar advocaat, gehoord. Het hof heeft aan de heer [de zoon van appellante 1] , de zoon van [appellante] , bijzondere toegang tot de mondelinge behandeling verleend. De heer [de zoon van appellante 1] is als toehoorder bij de behandeling aanwezig geweest.

2.3.2.

Door een misverstand binnen het Paleis van Justitie is de heer [vertegenwoordiger huidige bewindvoerder] ( [huidige bewindvoerder] ) naar de verkeerde zittingszaal gestuurd. Nadat de mondelinge behandeling was afgerond, heeft hij zich alsnog gemeld bij de juiste zaal. Het hof heeft de mondelinge behandeling toen heropend en de voorzitter heeft de heer [vertegenwoordiger huidige bewindvoerder] – zakelijk weergegeven – ingelicht over de inhoud van de verklaring van [appellante] . Voorts is de heer [vertegenwoordiger huidige bewindvoerder] in de gelegenheid gesteld zijn standpunt toe te lichten.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 25 oktober 2018;

  • -

    het V-formulier van 25 januari 2019 met bijlagen van de advocaat van [appellante] .

3 De beoordeling

3.1.

Het hof begrijpt uit de inhoud van het dossier dat de goederen die (zullen) toebehoren aan [appellante] bij beschikking van 15 november 2006 onder bewind zijn gesteld. [huidige bewindvoerder] is benoemd tot bewindvoerder.

3.2.

Het hof maakt voorts uit het dossier op, dat de goederen van de ex-echtgenoot van [appellante] eveneens onder bewind staan met [opvolgend bewindvoerder] als bewindvoerder. De zoon van [appellante] , de heer [de zoon van appellante 2] , onderhoudt voor zijn beide ouders alle contacten met de bewindvoerders: met [opvolgend bewindvoerder] voor zijn vader en met [huidige bewindvoerder] voor zijn moeder.

3.3.

[appellante] heeft de kantonrechter verzocht om [huidige bewindvoerder] te ontslaan als haar bewindvoerder en vervolgens [opvolgend bewindvoerder] te benoemen tot bewindvoerder. Bij de bestreden beschikking is dit verzoek afgewezen.

3.4.1.

[appellante] kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen. In haar beroepschrift voert ze, kort samengevat, het volgende aan.

[appellante] is vanwege haar leeftijd en gezondheidstoestand niet in staat haar eigen belangen te behartigen. Alle financiële zaken roepen stress en hectiek bij haar op.

De communicatie met [huidige bewindvoerder] verloopt niet naar behoren. De contacten met [opvolgend bewindvoerder] verlopen prettig; er wordt op iedere e-mail gereageerd, de telefonische bereikbaarheid is goed, verzoeken (bijvoorbeeld om extra geld) worden serieus bekeken en waar mogelijk toegewezen of afgewezen met een toelichting. [huidige bewindvoerder] beantwoordt e-mail doorgaans niet of eerst dagen of weken na verzending; vaak pas na een herinnering. Berichten van derden worden niet of pas laat doorgeleid, waardoor hachelijke situaties ontstaan. Verzoeken om geld worden altijd afgewezen. Er zijn onnodig betalingsachterstanden ontstaan in de periode dat de twee dochters van [appellante] nog op haar woonadres stonden ingeschreven. De toeslagen voor [appellante] zijn te laat en in eerste instantie op onjuiste wijze aangevraagd. Dit terwijl de zoon van [appellante] alle benodigde gegevens en voorbereidingen aangereikt en getroffen had. [huidige bewindvoerder] beslist zonder overleg over zaken zoals ziektekostenverzekering. [appellante] heeft vanwege haar gezondheidsproblemen behoefte aan een aanvullende verzekering. [huidige bewindvoerder] verlengt echter steeds de basisverzekering zonder overleg. [appellante] blijft verstoken van de juiste zorg en begrijpt deze beslissing niet.

De kantonrechter is voorbij gegaan aan artikel 1:435 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook gedurende het bewind moet de rechthebbende zijn belangen kunnen toevertrouwen aan een bewindvoerder van voorkeur. Wanneer de voorkeur van een rechthebbende voor een andere bewindvoerder dusdanig sterk is, vanwege bijvoorbeeld de wijze van aanpak of communicatie van die andere bewindvoerder, dat dit ervoor zorgt dat alle handelen en nalaten van de huidige bewindvoerder in twijfel wordt getrokken en tot onrust leidt, is er ook sprake van gewichtige redenen als gevolg waarvan de huidige bewindvoerder niet kan aanblijven.

3.4.2.

Ter zitting van het hof heeft [appellante] hieraan, kort gezegd, toegevoegd dat het vertrouwen in [huidige bewindvoerder] er niet meer is. [appellante] wil liever niet zelf met [huidige bewindvoerder] communiceren, dat heeft zij uitbesteed aan haar zoon. [huidige bewindvoerder] is alleen bereid om met de zoon te praten als [appellante] zelf er ook bij aanwezig is. Het laatste gesprek met [huidige bewindvoerder] heeft in 2015 plaatsgevonden. [appellante] heeft al jaren last van de wijze waarop het bewind verloopt. Als [opvolgend bewindvoerder] de bewindvoering overneemt, verwacht [appellante] dat zij daar rustiger van wordt.

3.5.

[huidige bewindvoerder] heeft ter zitting, kort gezegd, het volgende verklaard.

De complicerende factoren die eerder in de weg stonden voor het slagen van een schuldhulpverleningstraject (thuiswonende dochters en de tienjaarstermijn) zijn verdwenen sinds oktober 2018. Het is in het belang van [appellante] als het schuldhulpverleningstraject wordt opgestart. Dit is nog niet gebeurd. Het leek [huidige bewindvoerder] verstandiger om het hoger beroep af te wachten voordat hij dit in werking zou zetten. Bovendien wil [huidige bewindvoerder] eerst een goed gesprek met [appellante] . De schulden zijn al wel geïnventariseerd.

[huidige bewindvoerder] heeft al meerdere malen gesproken met [appellante] over haar ziektekostenverzekering. [appellante] heeft in het verleden in een buitenlands ziekenhuis verbleven. Dat heeft geresulteerd in hoge facturen en schulden bij de ziektekostenverzekeraar. Het is daarom niet mogelijk om een aanvullende verzekering af te sluiten. [huidige bewindvoerder] probeert wel te communiceren met de zoon van [appellante] , maar dit is lastig omdat de zoon niet te horen krijgt wat hij wil horen. Als [appellante] er rustiger van wordt als [opvolgend bewindvoerder] de bewindvoering overneemt, dan moet dat maar zo gebeuren, al vindt [huidige bewindvoerder] het wel vreemd omdat de zaken goed lopen nu.

Het hof overweegt als volgt.

3.6.1.

Op grond van artikel 1:448, lid 1, aanhef en sub e en lid 2 BW wordt door de kantonrechter op verzoek van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken aan de bewindvoerder ontslag verleend wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden.

3.6.2.

Op grond van de inhoud van de stukken en de mondelinge behandeling acht het hof het niet langer in het belang van [appellante] om het bewind voort te zetten met [huidige bewindvoerder] als bewindvoerder. Gezien de zwaarte van de maatregel van onderbewindstelling, het gebrek aan vertrouwen van [appellante] in [huidige bewindvoerder] , de onrust en stress bij [appellante] hierover en tot slot haar uitdrukkelijke en gemotiveerde wens om van bewindvoerder te wisselen, is het hof van oordeel dat er sprake is van gewichtige redenen om aan de huidige bewindvoerder ontslag te verlenen onder gelijktijdige benoeming van [opvolgend bewindvoerder] tot opvolgend bewindvoerder. Hoewel [huidige bewindvoerder] objectief gezien geen verwijt valt te maken over de wijze waarop hij zijn taken als bewindvoerder uitvoert, is deze wisseling van bewindvoerder voor [appellante] ’s gemoedstoestand het beste. [appellante] is een kwetsbare vrouw met een fragiele fysieke gezondheid. Het staat voor het hof vast dat [appellante] veel last heeft van spanningen die het bewind door [huidige bewindvoerder] voor haar met zich brengt. Verder is gebleken dat de zoon van [appellante] een goede werkrelatie heeft met [opvolgend bewindvoerder] en dat [appellante] in [opvolgend bewindvoerder] meer vertrouwen heeft dan in [huidige bewindvoerder] . Nu tot slot [opvolgend bewindvoerder] zich bereid heeft verklaard om te worden benoemd tot opvolgend bewindvoerder, ligt het verzoek van [appellante] voor toewijzing gereed.

3.6.3.

Teneinde een goede overdracht te borgen, verleent het hof ontslag aan [huidige bewindvoerder] met ingang van twee weken: donderdag 14 november 2019. Het hof verwacht dat [opvolgend bewindvoerder] voortvarend te werk zal gaan in het aanvragen van een schuldhulpverleningstraject bij de gemeente, temeer nu ter zitting van het hof is gebleken dat [huidige bewindvoerder] dit traject niet heeft opgestart omdat hij de uitkomst van deze procedure in hoger beroep wilde afwachten.

3.6.4.

Beslist wordt als volgt.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de bestreden beschikking,

en opnieuw rechtdoende:

ontslaat met ingang van twee weken na heden – op 14 november 2019 – [huidige bewindvoerder] (postbus [postbus] , [postcode] [plaats] ) als bewindvoerder van [appellante] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1957 en wonende te [woonplaats] aan de [adres] ( [postcode] );

benoemt met ingang van twee weken na heden – op 14 november 2019 – [opvolgend bewindvoerder] , h.o.d.n. [handelsnaam] , (postbus [postbus] , [postcode] [plaats] ) tot opvolgend bewindvoerder over de huidige en toekomstige goederen van [appellante] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum] 1957 en wonende te [woonplaats] aan de [adres] ( [postcode] );

bepaalt dat [huidige bewindvoerder] als voormalig bewindvoerder binnen twee maanden na de datum van deze uitspraak de eindrekening en -verantwoording aflegt aan de opvolgend bewindvoerder en een – zo mogelijk door hen voor akkoord ondertekend – exemplaar ervan aan het Bewindsbureau van de rechtbank Limburg (Roermond) overlegt;

bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder [opvolgend bewindvoerder] binnen drie maanden na aanvang van het bewind een beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen dient op te maken en een afschrift daarvan dient in te leveren ter griffie (het Bewindsbureau) van de rechtbank Limburg (Roermond);

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Limburg (Roermond) in verband met aantekening in het Centraal Curatele- en Bewindregister;

stelt de beloning vast overeenkomstig het bepaalde in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A.M. Scheij, C.A.R.M. van Leuven en E.H. Schijven-Bours en is in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2019 in tegenwoordigheid van mr. D. van der Horst, griffier.