Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:3913

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-10-2019
Datum publicatie
25-10-2019
Zaaknummer
20-002397-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In eerste aanleg is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden voor het medeplegen van valsheid in geschrifte en voor het medeplegen van gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen, waarmee onder meer de bouw van een (luxe) woning en garage, de aanschaf van inboedel, apparatuur, speelgoed en (luxe) auto's en reizen naar het buitenland zouden zijn betaald. In hoger beroep veroordeelt het hof de verdachte opnieuw voor het medeplegen van valsheid in geschrifte, maar spreekt het hof de verdachte vrij van het medeplegen van (gewoonte)witwassen.

Het hof is van oordeel dat de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven dat de goederen/gelden niet van misdrijf afkomstig zijn en dat het openbaar ministerie nader onderzoek naar die verklaring had kunnen verrichten. Nu in hoger beroep een nader onderzoek naar de verklaring van de verdachte door het openbaar ministerie achterwege is gebleven, kan niet worden geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat het ten laste gelegde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 420ter
Wetboek van Strafrecht 420bis
Wetboek van Strafrecht 225
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer : 20-002397-17

Uitspraak : 25 oktober 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 25 juli 2017 in de strafzaak met parketnummer 01-879404-14 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is bewezen verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan

  1. medeplegen van gewoontewitwassen (kort gezegd van: A. geldbedragen waarmee de bouw van een woning gelegen aan de [adres] te 's-Hertogenbosch werd betaald, B. een contant geldbedrag van € 35.000,00, C. (contante) geldbedragen waarmee voorwerpen, te weten meubels, inboedel, huisraad, stoffering, audioapparatuur, televisieapparatuur, kleding, schoeisel, speelgoed, cosmetica en auto's (een BMW X5 en een Porsche Cayenne) werden betaald en D. (contante geldbedragen waarmee reizen naar Spanje, Dubai, Zuid-Afrika, Londen en Oostenrijk werden betaald);

  2. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

  3. medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

De verdachte is daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden.

De rechtbank heeft de woning aan de [adres] te 's-Hertogenbosch, waarop geen beslag was gelegd, op grond van artikel 34 van het Wetboek van Strafvordering verbeurd verklaard, onder de bepaling dat de verdachte de woning dient uit te leveren of de geschatte waarde te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 365 dagen hechtenis. De rechtbank heeft daarnaast een DVD recorder van het merk Samsung verbeurd verklaard op grond van artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank heeft van de overige in beslag genomen voorwerpen de teruggave aan de verdachte gelast.

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen, opnieuw rechtdoende het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de woning aan de [adres] te 's-Hertogenbosch op de voet van artikel 34 van het Wetboek van Strafrecht verbeurd zal verklaren.

Van de zijde van de verdediging is primair vrijspraak bepleit en is subsidiair een verweer met betrekking tot de straf gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:

1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 1 november 2013, te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, in elk geval zich een of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, althans aan schuldwitwassen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

A.

(van) een perceel en/of een woning (gelegen op/aan de [adres] te

's-Hertogenbosch) en/of (van) een of meer geldbedragen waarmee dit perceel en/of (de bouw van en/of bouwwerkzaamheden aan) die woning werd(en) betaald, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat perceel en/of die woning en/of die/dat geldbedrag(en) was/waren en/of voorhanden had(den), en/of verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit perceel en/of die woning en/of die/dat geldbedrag(en) –onmiddellijk en/of middellijk – uit enig misdrijf afkomstig was/waren,

EN/OF

B.

een of meermalen (van) een (contant) geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van euro 35.000,-), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) was/waren en/of voorhanden had(den), en/of verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die/dat geldbedrag(en) – onmiddellijk en/of middellijk – uit enig misdrijf afkomstig was/waren,

EN/OF

C.

(van) een of meer voorwerpen, te weten meubels en/of inboedel en/of huisraad en/of stoffering en/of audioapparatuur en/of televisieapparatuur en/of kleding en/of schoeisel en/of speelgoed en/of cosmetica en/of stoffering en/of een of meer auto's, te weten een BMW X5 met (Duits) [kenteken] en/of een Porsche Cayenne D met (Duits) [kenteken] , en/of (van) een of meer (contante) geldbedragen waarmee al deze voornoemde voorwerpen werd(en) betaald, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op al die voornoemde voorwerpen en/of op die/dat geldbedrag(en) was/waren en/of voorhanden had(den), en/of verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die/dat voorwerp(en) en/of die/dat geldbedrag(en) –

onmiddellijk en/of middellijk – uit enig misdrijf afkomstig was/waren,

EN/OF

D.

(van) een of meer reizen (naar Spanje en/of Dubai en/of Zuid-Afrika en/of Londen en/of Oostenrijk en/of een of meer andere bestemmingen) en/of (van) een of meer (contante) geldbedragen waarmee deze reis/reizen werd(en) betaald, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die/dat geldbedrag(en) was/waren en/of voorhanden had(den), en/of verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wisten, althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die/dat geldbedrag(en) – onmiddellijk en/of middellijk – uit enig misdrijf afkomstig was/waren;

2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot en met 17 april 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een (in de Duitse taal gestelde) koopovereenkomst (tussen [naam bedrijf] te [plaats] en hem, verdachte,) betreffende een auto, merk BMW X5 diesel met (Duits) [kenteken] , en/of 7, in elk geval een aantal, (in de Duitse taal gestelde) huurovereenkomsten (tussen [naam bedrijf] te [plaats] en hem, verdachte,) betreffende een auto, merk BMW X5 diesel met (Duits) [kenteken] , zijnde die koopovereenkomst en/of die huurovereenkomsten (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt, althans heeft/hebben vervalst hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid

 in die (in de Duitse taal gestelde) koopovereenkomst vermeld – zakelijk weergegeven – dat [naam bedrijf] te [plaats] van [verdachte] , [adres] , koopt een BMW X5 diesel (met [chassisnummer] ) voor een bedrag van euro 20.000,- en/of die koopovereenkomst voorzien van zijn, verdachtes, handtekening, althans van een handtekening die moest doorgaan voor zijn, verdachtes, handtekening, en/of voorzien van de handtekening van [betrokkene] (namens [naam bedrijf] ), althans van een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [betrokkene] , en/of

 in die (in de Duitse taal gestelde) huurovereenkomsten vermeld – zakelijk weergegeven – dat [verdachte] , [adres] een auto, merk BMW X5 met (Duits) [kenteken] (met [chassisnummer] ) huurt van [naam bedrijf] te [plaats] (telkens) voor de in die onderscheiden huurovereenkomsten vermelde huurperiode en/of die huurovereenkomsten voorzien van zijn, verdachtes, handtekening, althans van een handtekening die moest doorgaan voor zijn, verdachtes, handtekening, en/of voorzien van een handtekening van [betrokkene] , althans van een handtekening die moest doorgaan voor een handtekening namens [naam bedrijf] te [plaats] , (telkens) met het oogmerk om voormelde koopovereenkomst en/of huurovereenkomsten als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken;

3.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot en met 17 april 2014 in de gemeente 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een (in de Duitse taal gestelde) koopovereenkomst (tussen [naam bedrijf] te [plaats] en [naam bedrijf verdachte] , [adres] ) betreffende een auto, merk Porsche Cayenne diesel (met [chassisnummer] ) en/of 7, in elk geval een aantal, (in de Duitse taal gestelde) huurovereenkomsten (tussen [naam bedrijf] te [plaats] en [naam bedrijf verdachte] , [adres] betreffende een auto, merk Porsche Cayenne D met (Duits) [kenteken] (met [chassisnummer] ), zijnde die koopovereenkomst en/of die huurovereenkomsten (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt, althans heeft/hebben vervalst hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen daar (telkens) opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid

 in die (in de Duitse taal gestelde) koopovereenkomst vermeld – zakelijk weergegeven – dat [naam bedrijf] te [plaats] van [naam bedrijf verdachte] , [adres] , koopt een Porsche Cayenne diesel (met [chassisnummer] ) voor een bedrag van euro 60.000,- en/of die koopovereenkomst voorzien van zijn, verdachtes, handtekening, althans van een handtekening die moest doorgaan voor zijn, verdachtes, handtekening, en/of voorzien van de handtekening van [betrokkene] (namens [naam bedrijf] ), althans van een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [betrokkene] , en/of

 in die (in de Duitse taal gestelde) huurovereenkomsten vermeld – zakelijk weergegeven – dat [naam bedrijf verdachte] , [adres] Deutschland een auto, merk Porsche Cayenne D met (Duits) [kenteken] (met [chassisnummer] ) huurt van [naam bedrijf] te [plaats] (telkens) voor de in die onderscheiden huurovereenkomsten vermelde huurperiode en/of die huurovereenkomsten voorzien van zijn, verdachtes, handtekening, althans van een handtekening die moest doorgaan voor zijn, verdachtes, handtekening, en/of voorzien van een handtekening van [betrokkene] , althans van een handtekening die moest doorgaan voor een handtekening namens [naam bedrijf] te [plaats] , (telkens) met het oogmerk om voormelde koopovereenkomst en/of huurovereenkomsten als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde

1.

Het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt, komt er – kort gezegd – op neer dat hij zich in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 1 november 2013 samen met zijn partner [medeverdachte] (hierna aangeduid als [medeverdachte] ) schuldig heeft gemaakt aan het (gewoonte)witwassen van

  1. een contant geldbedrag van in totaal € 35.000,00 (onder B. in de tenlastelegging) en

  2. geldbedragen waarmee de volgende goederen zijn betaald:

 een perceel grond met een woning aan de [adres] te

's-Hertogenbosch (onder A. in de tenlastelegging);

 meubels, inboedel, huisraad, stoffering, apparatuur, kleding, schoeisel, speelgoed, cosmetica en één of meer auto's (onder C. in de tenlastelegging) en

 reizen/vakanties (onder D. in de tenlastelegging).

2.

De advocaat-generaal heeft naar voren gebracht dat hij zich kan vinden in de overwegingen van de rechtbank over de waardebepaling van de verschillende posten in het dossier en over de stelling van de verdediging dat er sprake was van een startkapitaal op 1 januari 2008 van € 501.000,00 (dan wel € 300.000,00). De verdachte heeft geen concrete, verifieerbare en op voorhand niet hoogst onwaarschijnlijke verklaring gegeven over de herkomst van de voorwerpen (geldbedragen) in de tenlastelegging, zodat een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is.

3.

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte van het haar ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte en zijn partner [medeverdachte] , ieder zowel in zijn of haar eigen zaak als in de zaak van de ander, hebben verklaard dat zij inkomsten hebben gehad uit venten (de verkoop van keukenbenodigdheden) in het buitenland. Met deze werkzaamheden en door spaarzaam te leven, hebben zij een vermogen/startkapitaal weten op te bouwen dat op 1 januari 2008

€ 500.000,00 bedroeg. Daarnaast was sprake van een giraal beginvermogen van

€ 70.639,00. De verklaringen van de verdachte en [medeverdachte] over het venten en wat zij daarmee verdienden, worden ondersteund door meerdere getuigen. Er is geen sprake van onverklaarbaar of illegaal vermogen. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder A. tot en met D. vermelde geldbedragen, goederen en diensten kunnen worden verklaard uit het bekende legale inkomen van de verdachte en [medeverdachte] . Het openbaar ministerie heeft naar aanleiding van de afgelegde verklaringen in hoger beroep geen nader onderzoek verricht naar de (on)mogelijkheid van de opbouw van het startkapitaal.

4.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, onder a/b van het Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Indien door het openbaar ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Indien de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het openbaar ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.

Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat [het niet anders kan zijn dan dat] het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen (vgl. HR 18-12-2018, ECLI:NL:HR:2018:2352, r.o. 2.3.1.-2.4. en HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1137).

5.

Het hof leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden af.

Op 5 september 2013 is onder gezag van de officier van justitie een opsporingsonderzoek onder de naam ' [naam onderzoek] ' gestart, omdat er een verdenking was gerezen dat (een aantal) bewoners van het woonwagencentrum aan de [adres] te 's-Hertogenbosch zich zouden bezighouden met de handel in verdovende middelen en dat alle bewoners illegale inkomsten zouden hebben.

Op 31 oktober en 1 november 2013 zijn doorzoekingen verricht in alle woningen op het woonwagencentrum aan de [adres] te 's-Hertogenbosch. In de woning met [huisnummer] , die feitelijk werd bewoond door de verdachte, zijn partner [medeverdachte] en hun twee kinderen, werden geen verdovende middelen of daarmee verband houdende voorwerpen aangetroffen. In een loze ruimte onder de trap op de ouderslaapkamer werd wel een contant geldbedrag van € 35.000,00 gevonden.

Binnen het strafrechtelijk onderzoek is met betrekking tot de financiële aspecten een afzonderlijk onderzoek gedaan naar witwassen. In dat kader is financieel onderzoek gedaan naar de inkomensvermogenspositie van de verdachte en zijn partner [medeverdachte] en er is een kasopstelling gemaakt, waarin hun contante uitgaven en de legale contante inkomsten, voor zover die uit het onderzoek bekend zijn geworden, in kaart zijn gebracht over de onderzoeksperiode van 1 januari 2007 tot en met 1 november 2013 (bijlage 30 bij het delictproces-verbaal witwassen en/of heling van de politie eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, proces-verbaalnummer 21T213005-3126). Tijdens het onderzoek is de verdenking gerezen dat de verdachte zich samen met zijn partner schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte)witwassen, omdat zij gezien hun uitgavenpatroon meer geld hebben uitgegeven dan te verklaren valt, volgens de politie, uit bekende legale bronnen van inkomsten.

Op grond daarvan is sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.

6.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij en zijn partner [medeverdachte] inkomsten hebben gehad uit de verkoop van pannen, bestek en messensets (venten) in het buitenland. Zij deden dit al jaren en verbleven ieder jaar voor langere tijd in het buitenland en hebben in totaal een bedrag van ruim € 500.000,00 bij elkaar gespaard. Ter terechtzitting in hoger beroep is de verdachte bij deze verklaring gebleven. De verdediging heeft in eerste aanleg stukken overgelegd om die verklaring te onderbouwen. Daarnaast zijn getuigen gehoord door de rechter-commissaris. Deze getuigen hebben bevestigd dat de verdachte en haar partner hun geld in het buitenland verdienden.

Het openbaar ministerie heeft nader onderzoek verricht naar de verklaring van de verdachte, in de vorm van onderzoek door de inspecteur van de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft zich gericht op een onderzoek van de aangeleverde stukken, waaronder belastingaanslagen uit Duitsland.

De rechtbank achtte de resultaten van het door het openbaar ministerie verrichte nadere onderzoek van dien aard dat mede op basis daarvan geen andere conclusie mogelijk is dan dat de ten laste gelegde voorwerpen (geldbedragen) onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig waren.

7.

Tijdens de procedure in hoger beroep is op verzoek van de verdediging een aantal getuigen gehoord door de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij dit hof. De getuige [getuige 1] heeft bij de raadsheer-commissaris onder meer verklaard dat [verdachte] [de roepnaam van de verdachte; hof] en [medeverdachte] hun geld in een kluis in de caravan bewaarden. Als [verdachte] zegt dat hij in 10 jaar tijd € 500.000,00 heeft verdiend met venten, dan gaat hij er vanuit dat dat klopt. De getuige heeft ook wel eens € 100.000,00 of € 200.000,00 in bewaring gehad voor [verdachte] en [medeverdachte] . Het ging ook wel eens om kleine bedragen. In hun cultuur wordt geld niet op de bank gezet. De getuige [getuige 2] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat de meeste venters hun geld in de caravan bewaren, al dan niet in een kluis. In 2006 of 2007 heeft de getuige in Duitsland een keer geld in bewaring genomen voor [verdachte] en [medeverdachte] , omdat zij plotseling naar huis moesten. Het ging om € 500.000,00. Hij heeft dat nageteld. De getuige neemt aan dat [verdachte] en [medeverdachte] dat geld bij elkaar hadden gespaard met venten. Hij vindt het niet vreemd dat zij in tien jaar tijd € 500.000,00 hebben verdiend, want in de periode van 1997-2007 kon er goed geld verdiend worden.

De getuige [getuige 3] heeft in een schriftelijke verklaring onder meer verklaard dat de gemiddelde verdiensten per dag zo'n 1.000-2.000 gulden of € 1.000,00 konden zijn. Precieze bedragen kan hij niet noemen, want er werd niet gewerkt met bonnetjes. Je kreeg cash geld en dat werd bewaard in de caravan in een kluis. Er werd niets op de bank gezet. Als [verdachte] en [medeverdachte] naar Nederland gingen, namen ze het geld dat ze nodig hadden mee en de rest lieten ze in de caravan of bij familie die het voor hun bewaarde. Het zou goed kunnen dat zij in tien jaar tijd ongeveer € 500.000,00 hebben verdiend. De getuige weet dat er bij zijn vader een paar ton van [verdachte] en [medeverdachte] lag. Dat heeft hij zelf gezien en ook gehoord van zijn vader.

Het hof overweegt dat de verdachte en zijn partner, [medeverdachte] , met een concrete verwijzing naar hun inkomsten uit venten hebben gesteld dat de geldbedragen die in de tenlastelegging zijn opgenomen een legale herkomst hadden. De omstandigheid dat er geen stukken zijn ter verdere onderbouwing kan de verdachte niet worden aangerekend nu het om een periode ging die inmiddels enige tijd in het verleden ligt en er sprake is geweest van een wijze van handelen in een cultuur waar geen sprake was contracten, bonnen of andere papieren bewijsstukken.

Dat er inderdaad in de voorgaande jaren gevent is en daarmee gelden zijn verdiend, is naar het oordeel van het hof voldoende vast komen te staan. Dat het inderdaad gaat om zodanige bedragen dat daarmee na een groot aantal jaren nog zeer luxe auto’s kunnen worden gekocht, daar heeft het hof zijn twijfels over. Echter, nu er legale bronnen zijn aangetoond waarvan de aard en de omvang niet meer vastgesteld kunnen worden, zou het eventuele oordeel over het vaststellen van het legale deel volstrekt arbitrair zijn.

Het hof is van oordeel dat de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven dat de goederen/gelden niet van misdrijf afkomstig zijn en dat het openbaar ministerie nader onderzoek naar die verklaring had kunnen verrichten.

Echter, nu in hoger beroep een nader onderzoek naar de verklaring van de verdachte door het openbaar ministerie achterwege is gebleven, kan niet worden geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat het ten laste gelegde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Dit betekent dat niet is bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde voorwerpen heeft witgewassen, zodat hij van het onder 1 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

2.
hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 17 april 2014 in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een in de Duitse taal gestelde koopovereenkomst tussen [naam bedrijf] te [plaats] en hem, verdachte, betreffende een auto, merk BMW X5 diesel met Duits [kenteken] , en 7 in de Duitse taal gestelde huurovereenkomsten tussen [naam bedrijf] te [plaats] en hem, verdachte betreffende een auto, merk BMW X5 diesel met Duits [kenteken] , zijnde die koopovereenkomst en die huurovereenkomsten telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte, en zijn mededader toen daar telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid

 in die in de Duitse taal gestelde koopovereenkomst vermeld – zakelijk weergegeven – dat [naam bedrijf] te [plaats] van [verdachte] , [adres] , koopt een BMW X5 diesel (met [chassisnummer] ) voor een bedrag van euro 20.000,- en

 in die in de Duitse taal gestelde huurovereenkomsten vermeld – zakelijk weergegeven – dat [verdachte] , [adres] Deutschland een auto, merk BMW X5 met Duits [kenteken] (met [chassisnummer] ) huurt van [naam bedrijf] te [plaats] telkens voor de in die onderscheiden huurovereenkomsten vermelde huurperiode,

telkens met het oogmerk om voormelde koopovereenkomst en huurovereenkomsten als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken;

3.
hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 17 april 2014 in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een in de Duitse taal gestelde koopovereenkomst tussen [naam bedrijf] te [plaats] en [naam bedrijf verdachte] , [adres] betreffende een auto, merk Porsche Cayenne diesel (met [chassisnummer] ) en 7 in de Duitse taal gestelde huurovereenkomsten tussen [naam bedrijf] te [plaats] en [naam bedrijf verdachte] , [adres] Deutschland betreffende een auto, merk Porsche Cayenne D met Duits [kenteken] (met [chassisnummer] ), zijnde die koopovereenkomst en die huurovereenkomsten telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt, hebbende hij, verdachte en zijn mededader toen daar telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid

 in die in de Duitse taal gestelde koopovereenkomst vermeld – zakelijk weergegeven – dat [naam bedrijf] te [plaats] van [naam bedrijf verdachte] , [adres] , koopt een Porsche Cayenne diesel (met [chassisnummer] ) voor een bedrag van euro 60.000,- en

 in die in de Duitse taal gestelde huurovereenkomsten vermeld – zakelijk weergegeven – dat [naam bedrijf verdachte] , [adres] Deutschland een auto, merk Porsche Cayenne D met Duits [kenteken] (met [chassisnummer] ) huurt van [naam bedrijf] te [plaats] telkens voor de in die onderscheiden huurovereenkomsten vermelde huurperiode,

telkens met het oogmerk om voormelde koopovereenkomst en huurovereenkomsten als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het hof ontleent aan de inhoud van de navolgende bewijsmiddelen het bewijs dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Tijdens de doorzoeking op 31 oktober 2013 werd in de nabijheid van de woning aan de [adres] te 's-Hertogenbosch een zwarte Porsche Cayenne aangetroffen, voorzien van het Duitse [kenteken] , op naam van [naam bedrijf] . Op de oprit voor die woning werd voor de garage een grijze BMW X5 aangetroffen, voorzien van het Duitse [kenteken] , eveneens op naam van [naam bedrijf] .1

Tijdens de doorzoeking werd vastgesteld dat de woning [adres] te 's-Hertogenbosch was voorzien van een beveiligingssysteem waarop meerdere buitencamera's waren aangesloten. De opgeslagen beelden beslaan de periode van 22 augustus 2013 tot en met 30 oktober 2013 en laten zien dat [verdachte] hoofdzakelijk gebruik maakt van een Porsche Cayenne en dat [medeverdachte] hoofdzakelijk gebruik maakt van een grijze BMW.2

In het onderzoek is ook [betrokkene] als verdachte aangemerkt. [betrokkene] heeft op 3 juni 2013 bij de politie in Breda, in het kader van een ander onderzoek ( [naam onderzoek] ) een verklaring afgelegd. Deze verklaring is in het dossier [naam onderzoek] gevoegd. [betrokkene] heeft – zakelijk weergegeven – onder meer verklaard dat3:

 hij op het moment van verhoor, 3 juni 2013, geen vermogen had, ook niet in het buitenland;

 hij directeur is van [naam bedrijf 1] en per maand € 2.000,00 verdient;

 hij geen andere inkomsten heeft. Dat hij zo'n twintig jaar geleden wel eens geld heeft geleend, maar op dit moment niet;

 zijn bedrijf [naam bedrijf 1] voor klanten auto's op naam van [naam bedrijf 1] laat zetten omdat die klanten de betreffende auto niet zelf op naam willen hebben;

 [naam bedrijf 1] de betreffende auto's niet zelf koopt, maar alleen op naam laat stellen. De Nederlander betaalt de auto, de klant geeft het geld, de auto blijft hun eigendom, maar ze rijden op naam van [naam bedrijf 1] .

Op 17 maart 2015 is [betrokkene] in onderhavige zaak gehoord. Hij heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat4:

 hij in juli of augustus 2013 het bedrijf [naam bedrijf] heeft opgericht;

 [naam bedrijf] geen auto's bezat, dat de auto's alleen op naam van [naam bedrijf] stonden en dat [naam bedrijf] alleen kentekenhouder en geen eigenaar was;

 hij de koop- en huurovereenkomsten van de BMW X5 en Porsche Cayenne heeft opgemaakt en dat deze contracten door [verdachte] en hem zijn ondertekend;

 hij de BMW en Porsche nooit in zijn bezit heeft gehad en dat die alleen op papier van eigenaar zijn veranderd, dat de feitelijke eigendom bij [verdachte] bleef en dat [betrokkene] nooit de autosleutels of kentekenbewijzen heeft gehad;

 het klaagschrift d.d. 16 april 2014 ref.nr [nummer] hem bekend is en dat hij de documenten met betrekking tot de BMW X5 en de Porsche Cayenne – in de Duitse taal gestelde koopovereenkomsten, huurcontracten ('Mietvertrag') en facturen voor betaling van de huurprijs per maand per auto – aan de advocaat heef gegeven.

(ten aanzien van feit 2)

Het [kenteken] is op 8 augustus 2013 op naam gesteld van [naam bedrijf] , [adres] .

De betreffende BMW (met [chassisnummer] ) is op 16 mei 2008 voor het eerst geregistreerd met een Duits kenteken. Vanaf die datum zijn verschillende kentekens voor de betreffende BMW afgegeven, waaronder de navolgende:

 van 17 augustus 2009 tot 6 september 2010 kenteken [kenteken] op naam van [tenaamgestelde] , [plaats] ;

 van 27 januari 2012 tot 8 augustus 2013 kenteken [kenteken] op naam van [getuige 4] , [adres] .5

Op 3 februari 2010 was [verdachte] als benadeelde bestuurder van de BMW X5, kenteken [kenteken] betrokken bij een aanrijding nabij zijn woning.6

Op een iPhone die tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres] te 's-Hertogenbosch is aangetroffen in de ouderslaapkamer is een foto opgeslagen waarop een aanschrijving bekeuring van het CJIB is vastgelegd. Op 15 november 2012 is met de betreffende BMW een snelheidsovertreding begaan op de [adres] in 's-Hertogenbosch. De aanschrijving is gericht aan [getuige 4] , [adres] .7

De getuige [getuige 4] heeft op 2 april 2015 tegenover de politie onder meer – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard8:

'U vraagt mij wie in de periode van 27 januari 2012 tot 8 augustus 2013 de feitelijke eigenaar en gebruiker was van de BMW X5, toen voorzien van het kenteken [kenteken] . [verdachte] was de eigenaar en gebruiker van de auto. Ik heb hem met die auto zien rijden. Ik had de auto voor hem op mijn naam staan. Nadat ik die BMW op mijn naam gezet had, heb ik [verdachte] de kentekenbewijzen gegeven waarna hij die altijd bij zich heeft gehouden. Er was geen rechtsverhouding. Er was geen contract. Boetes en rekeningen zouden door [verdachte] betaald worden. U toont mij een koopovereenkomst op briefpapier van [naam bedrijf] . Er staat 'Steuernr', maar daar had 'Umsatz Steuer ident nr' moeten staan. Dat is een BTW-nummer. Steuernummer is een belastingnummer.'

Nadat de BMW in beslag was genomen, is namens [naam bedrijf] om teruggave verzocht in een klaagschrift met referentienummer [nummer] dat op 16 april 2014 bij de rechtbank Oost-Brabant is ingediend. Als producties bij het klaagschrift zijn onder meer bijgevoegd een koopovereenkomst van de BMW, gedateerd 1 augustus 2013, en zeven huurovereenkomsten.9

De koopovereenkomst betreft een door beide partijen ondertekende overeenkomst tussen [verdachte] als koper en [naam bedrijf] / [betrokkene] als verkoper, inzake de aankoop van een BMW X5 diesel met [chassisnummer] , voor een prijs van

€ 20.000,00. De overeenkomst is gedateerd op 1 augustus 2013. Op de koopovereenkomst staat vermeld dat op 8 augustus 2013 als eerste deel een bedrag van € 10.000,00 is betaald en op 15 januari 2014 het restbedrag van € 10.000,00 zal worden betaald. Tevens is vermeld dat [verdachte] de BMW X5 tot 15 januari 2014 huurt van [naam bedrijf] .10

De zeven door beide partijen ondertekende huurovereenkomsten zijn in de Duitse taal opgemaakt tussen [naam bedrijf] te [plaats] als verhuurder en [verdachte] als huurder en zien op de verhuur van de BMW X5 met het Duitse [kenteken] , met [chassisnummer] , voor de huurperiodes 8 augustus 2013 tot en met 15 augustus 2013, 16 augustus 2013 tot en met 31 augustus 2013, 1 september 2013 tot en met 15 september 2013, 16 september 2013 tot en met 30 september 2013, 1 oktober 2013 tot en met 15 oktober 2013, 16 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013 en 1 november 2013 tot en met 15 november 2013.11

(ten aanzien van feit 3)

Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres] te 's-Hertogenbosch is onder meer een factuur aangetroffen, waaruit blijkt dat het bedrijf van de verdachte, [naam bedrijf 2 verdachte] , op 20 februari 2012 een Porsche Cayenne met [chassisnummer] heeft aangekocht, voor een bedrag van € 83.492,00.12

Het [kenteken] is op 9 september 2013 op naam gesteld van [naam bedrijf] , [adres] . Voor de betreffende Porsche (met [chassisnummer] ) is in de periode vanaf 14 juni 2013 tot 9 september 2013 het kenteken [kenteken] afgegeven ten name van [naam bedrijf 1] , [adres] .13

Nadat de Porsche Cayenne in beslag was genomen, is namens [naam bedrijf] om teruggave verzocht in een klaagschrift met referentienummer [nummer] dat op 16 april 2014 bij de rechtbank Oost-Brabant is ingediend. Als producties bij het klaagschrift zijn onder meer bijgevoegd een koopovereenkomst van de Porsche Cayenne, gedateerd 1 augustus 2013, en zeven huurovereenkomsten.14

De koopovereenkomst betreft een door beide partijen ondertekende overeenkomst tussen [verdachte] (BNK Kuchengerate) als koper en [naam bedrijf] / [betrokkene] als verkoper inzake de aankoop van een Porsche Cayenne met [chassisnummer] , voor een prijs van € 60.000,00. De overeenkomst is gedateerd op 1 augustus 2013. Op de koopovereenkomst is vermeld dat op 8 augustus 2013 als eerste deel een bedrag van

€ 35.000,00 is betaald en dat op 15 januari 2014 het restbedrag van € 25.000,00 zal worden betaald. Tevens is vermeld dat [verdachte] de kentekenbewijzen deel 1 en 2 als zekerheid houdt en dat hij de Porsche tot 15 januari 2014 huurt van [naam bedrijf] .15

De zeven huurovereenkomsten zijn in de Duitse taal opgemaakt tussen [naam bedrijf] te [plaats] als verhuurder en [naam bedrijf verdachte] als huurder, zijn ondertekend door [betrokkene] en [verdachte] en zien op een Porsche Cayenne diesel met het Duitse kenteken [kenteken] en met [chassisnummer] voor de huurperiodes 8 augustus 2013 tot en met 15 augustus 2013, 16 augustus 2013 tot en met 31 augustus 2013, 1 september 2013 tot en met 15 september 2013, 16 september 2013 tot en met 30 september 2013, 1 oktober 2013 tot en met 15 oktober 2013, 16 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013 en 1 november 2013 tot en met 15 november 2013.16

Tijdens de doorzoeking van de woning [adres] werd een document 'Mietvertrag PKW' aangetroffen. Het document komt qua lay-out overeen met de huurovereenkomst, zoals overgelegd bij het klaagschrift. Het betreft een door beide partijen ondertekende huurovereenkomst tussen [verdachte] als huurder en [naam bedrijf 2] als verhuurder inzake de Porsche Cayenne diesel met het Duitse kenteken [kenteken] en met [chassisnummer] , voor de huurperiode 1 augustus 2013 tot en met 15 augustus 2013.17

Bewijsoverwegingen

De verdediging heeft vrijspraak van het onder 2 en 3 ten laste gelegde bepleit. De verdediging heeft aangevoerd dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat sprake is geweest van een schijnconstructie en dus van het medeplegen van valsheid in geschrift. De gehanteerde sale en lease back-constructie is volstrekt normaal en veelvoorkomend.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt dat:

 de verdachte [verdachte] feitelijk al in februari 2010 (zie het aanrijdingsformulier), maar in ieder geval vanaf 27 januari 2012 (gelet op de verklaring van de getuige [getuige 4] ) tot en met de datum van de doorzoeking op 31 oktober 2013 de beschikking had over en gebruik maakte van de BMW X5;

 de verdachte [verdachte] vanaf de datum van aankoop van de Porsche op 20 februari 2012 tot en met de datum van de doorzoeking op 31 oktober 2013 de beschikking had over en gebruik maakte van de Porsche Cayenne;

 de verdachte [betrokkene] de bedrijven [naam bedrijf 1] en [naam bedrijf] runde; bedrijven die andermans auto's op naam laten zetten, terwijl de eigendom bij de klant blijft;

 [betrokkene] over een inkomen van € 2.000,00 beschikt en geen vermogen heeft.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de verklaring van de verdachte, ondersteund door die van [betrokkene] , dat in weerwil van de hiervoor gehanteerde constructie, bij de BMW X5 en de Porsche Cayenne wel sprake is geweest van een (voorgenomen) eigendomsoverdracht ongeloofwaardig. Niet aannemelijk is dat [betrokkene] respectievelijk de vennootschappen van [betrokkene] , die geen van allen over enig vermogen beschikten, voor een totaalbedrag van € 80.000,00 twee auto's koopt/kopen van de verdachte [verdachte] , terwijl [verdachte] deze auto's zelf blijft gebruiken.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met [betrokkene] de koopovereenkomsten en de huurovereenkomsten met betrekking tot de BMW X5 en de Porsche Cayenne valselijk hebben opgemaakt.

Het hof verwerpt het verweer.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 en 3 bewezen verklaarde levert telkens op:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee gevallen van medeplegen van valsheid in geschrift. Het hof overweegt dat in procedures moet kunnen worden vertrouwd op de juistheid en authenticiteit van de ingebrachte stukken. Door het handelen van de verdachte en zijn mededader is dat vertrouwen, een belangrijk uitgangspunt, geschonden.

Het hof houdt er anderzijds rekening mee dat er geruime tijd is verstreken sinds het bewezen verklaarde feit heeft plaatsgevonden en dat de verdachte geen relevante antecedenten heeft.

Vanwege de ernst van het bewezen verklaarde feit ziet het hof geen ruimte voor een geheel voorwaardelijke taakstraf of geldboete, zoals de verdediging heeft bepleit.

Het hof zal aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis opleggen.

Beslag

Van hetgeen in beslag is genomen en nog niet is teruggegeven, zal de teruggave aan de verdachte worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

24. Acculader mobiel pinapparaat MUN.W11.kne.5678.3;

25. Administratie messenhandel MUN.W11.B.2.3;

26. Administratie diverse MUN.W11.B.2.6;

27. Administratie in schoenendozen MUN.W11.B.2.7;

28. Administratie MUN.W11.B.1.4;

29. Administratie diverse MUN.W11.B.1.5;

30. Administratie diverse binnen MUN.W11.B.1.6;

31. Grondkluis MUN.W11.BB.11.7;

32. Memoblaadjes met bedragen MUN.W11.E.8.3;

33. Gegevens verblijf Duitsland MUN.W11.E.8.5;

34. Bankafschrift afstorting contant geld € 35.000,00 MUN.W11.E.8.15;

35. Administratie + iPhone (zwart) met oplader MUN.W11.E.8.19;

36. Handleidingen/garantiebewijzen MUN.W11.Z.10.1;

37. Ordner ontwerpen 2005 MUN.W11.Z.10.2;

38. Koker PVC MUN.W11.Z.10.3;

39. Foto's, adresboekje, visitekaartjes, nota MUN.W11.Z.10.4;

40. USB stick MUN.W11.G.3.1;

41. Bon MUN.W11.G.3.2;

42. Papier waarde Porsche/ABN Amro/BS Cardservice/verzekering/stort MUN.W11.G.3.4;

43. Samsung DVD recorder MUN.W11.G.3.6;

44. Kentekenplaat [kenteken] , goednummer 596059, MUN.W11.G.3.8; 45. Kentekenplaat [kenteken] en [kenteken] , MUN.W11.G.3.8;

46. Geopende post, bonnetjes, Mc Donald's kaartjes, MUN.W11.BB.11.2;

47. Mobiele betaalautomaat MUN.W11.G.99.28.

Aldus gewezen door:

mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. A.R. Hartmann, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. S.J.F. Heirman, griffier,

en op 25 oktober 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. Van Krieken is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

1 Proces-verbaal van bevindingen woon- en verblijfplaats [verdachte] en [medeverdachte] , delictproces-verbaal witwassen, pg. 32-37.

2 Proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden, delictproces-verbaal witwassen, pg. 101-142.

3 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [betrokkene] d.d. 3 juni 2013, delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW X5, pg. 220-236.

4 Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [betrokkene] d.d. 17 maart 2015, delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW X5, pg. 308-326.

5 Geschriften, zijnde een Zulassungsbescheinigung Teil I en II, delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW, pg. 98-102.

6 Een geschrift, zijnde een kopie van een aanrijdingsformulier, delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW, pg. 17-18 jo. pg. 263-264.

7 Een afbeelding, te weten een foto van een aanschrijving van een bekeuring voor [kenteken] , delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW, pg. 15-16 jo. pg. 250.

8 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 2 april 2015, delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW, pg. 286-295.

9 Delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW, pg. 10 en het klaagschrift d.d. 16 april 2014 met referentienummer [nummer] , pg. 105-148.

10 Een geschrift, te weten een koopovereenkomst inzake de BMW met [chassisnummer] , delictproces-verbaal valsheid in geschrift BMW, pg. 240.

11 Zeven geschriften, te weten huurovereenkomsten, gevoegd als bijlagen bij het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend namens [naam bedrijf] d.d. 16 april 2014, pg. 109-115.

12 Een geschrift, te weten een factuur inzake de aankoop van een Porsche, delictproces-verbaal witwassen, pg. 1392-1394.

13 Geschriften, te weten een Zulassungsbescheinigung Teil I en II, delictproces-verbaal valsheid in geschrift Porsche, pg. 95-97.

14 Delictproces-verbaal valsheid in geschrift Porsche, pg. 8 en het klaagschrift d.d. 16 april 2014 met referentienummer 00005871, pg. 105-148.

15 Een geschrift, te weten een koopovereenkomst inzake de Porsche Cayenne met [chassisnummer] , delictproces-verbaal valsheid in geschrift Porsche, pg. 107.

16 Zeven geschriften, te weten huurovereenkomsten, gevoegd als bijlagen bij het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend namens [naam bedrijf] d.d. 16 april 2014, delictproces-verbaal valsheid in geschrift Porsche, pg. 122-128.

17 Delictproces-verbaal valsheid in geschrift Porsche, pg. 12 en een geschrift, te weten een Mietvertrag PKW, pg. 239.