Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:3860

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-08-2019
Datum publicatie
22-10-2019
Zaaknummer
200.255.198_01
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3814
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

Uitspraak : 15 augustus 2019

Zaaknummer : 200.255.198/01

Zaaknummer eerste aanleg : 7315168 \ AZ VERZ 18-172

in de zaak in hoger beroep van:

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als [appellante] ,

advocaat: mr. A.W.M. Roozeboom te Vlaardingen,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

hierna aan te duiden als [verweerder] ,

advocaat: mr. E.E.P. Gosling-Verheijen te Utrecht.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 3 januari 2019.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties 18 tot en 21, ingekomen ter griffie op 25 februari 2019;

  • -

    het verweerschrift met producties 49 tot en met 77, ingekomen ter griffie op 24 april 2019;

  • -

    een V6-formulier van [appellante] met producties 22 tot en met 32, ingekomen ter griffie op 31 mei 2019;

  • -

    een V6-formulier van [verweerder] met producties 78 tot en met 83, ingekomen ter griffie op 5 juni 2019;

  • -

    een V6-formulier van [appellante] met productie 33, ingekomen ter griffie op 11 juni 2019;

  • -

    een V6-formulier van [verweerder] met productie 84, ingekomen ter griffie op 12 juni 2019;

- de op 13 juni 2019 gehouden mondelinge behandeling, waarbij zijn gehoord:

- [appellante] , vertegenwoordigd door [manager] , [officemanager] en [business manager] , bijgestaan door mr. Roozeboom;

- [verweerder] , bijgestaan door mr. Gosling-Verheijen,

en waarbij de advocaten pleitaantekeningen hebben overgelegd;

  • -

    het ter zitting overgelegde proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg;

  • -

    de brief d.d. 1 juli 2019 van mr. Gosling-Verheijen, met twee bijlagen;

  • -

    de brief d.d. 9 juli 2019 van mr. Roozeboom, met vijf bijlagen;

  • -

    de brief d.d. 12 juli 2019 van mr. Gosling-Verheijen, met twee bijlagen;

  • -

    de brief d.d. 18 juli 2019 van mr. Roozeboom.

2.2.

Na afloop van de zitting is de zaak in overleg met partijen verwezen naar mediation via het mediationbureau van het hof. Het hof heeft bericht gehad van het mediationbureau en partijen dat de mediation niet is geslaagd. Daarna is beschikking bepaald op heden.

3 De beoordeling

3.1.

Zoals uit het hiervoor weergegeven procesverloop blijkt, heeft [appellante] voorafgaand aan de mondelinge behandeling producties 22 tot en met 32 aan het hof doen toekomen. Mr. Gosling-Verheijen heeft tijdens de zitting gesteld dat zij deze producties niet heeft ontvangen. Bij de genoemde brief d.d. 1 juli 2019 heeft zij verzocht die producties buiten beschouwing te laten. Mr. Roozeboom heeft hierop gereageerd, laatstelijk bij de brief d.d. 18 juli 2019. Zij heeft toegelicht dat de producties 22 tot en met 32 aan mr. Gosling-Verheijen zijn toegestuurd.

3.2.

Het hof verzoekt mr. Gosling-Verheijen zich er namens [verweerder] over uit te laten of zij bij haar verzoek blijft dat de producties 22 tot en met 32 buiten beschouwing dienen te blijven. Voorts zal [verweerder] in de gelegenheid worden gesteld om zich ook inhoudelijk over deze producties uit te laten. Het hof gaat ervan uit dat voor zover [verweerder] niet over die producties beschikt, [appellante] die [verweerder] alsnog/opnieuw zal doen toekomen.

3.3.

Iedere verdere beslissing, waaronder de beslissing of de producties 22 tot en met 32 in de beoordeling zullen worden betrokken, zal worden aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

stelt [verweerder] in de gelegenheid zich binnen vier weken na heden schriftelijk uit te laten uitsluitend voor de onder rov. 3.2 vermelde doeleinden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.P. de Haan, C.E.L.M. Smeenk-van der Weijden en A.J. van de Rakt en is in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2019.