Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:3513

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-09-2019
Datum publicatie
02-10-2019
Zaaknummer
200.247.221_01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ontslag huidige bewindvoerder en benoeming opvolgend bewindvoerder. Gewichtige redenen voor ontslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 26 september 2019

Zaaknummer: 200.247.221/01

Zaaknummer eerste aanleg: 6822289 BM VERZ 18-2278

6822332 BM VERZ 18-2279

in de zaak in hoger beroep van:

[de rechthebbende] ,

wonende [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de rechthebbende,

advocaat: mr. R. Laatsman.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de Stichting [stichting],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verweerster,

hierna te noemen: de bewindvoerder,

advocaat: mr. P. Winkens

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 12 juli 2018.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift van 18 september 2018, met producties, ingekomen ter griffie op

3 oktober 2018, heeft de rechthebbende verzocht, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen uitsluitend voor zover het betreft de afwijzing van het verzoek tot wijziging van de bewindvoerder over de goederen die zullen toebehoren aan de rechthebbende, en, opnieuw rechtdoende, mevrouw [bewindvoerder] van Stichting [stichting] te ontslaan als bewindvoerster en de heer

[opvolgend bewindvoerder] van [bewindvoering] Bewindvoering te benoemen als opkomend bewindvoerder, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.

2.2.

Bij verweerschrift van 29 november 2018, met productie, ingekomen ter griffie op diezelfde datum, heeft de bewindvoerder verzocht de bestreden beschikking te bekrachtigen, zo nodig onder aanvulling en/of verbetering van de gronden waarop deze beschikking berust.

2.3.

Het hof heeft voorts kennis genomen van de inhoud van:

- het V6-formulier van 19 oktober 2018, met bijlagen, van de advocaat van de rechthebbende.

2.4.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2019. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • -

    de rechthebbende, vertegenwoordigd door haar advocaat;

  • -

    de bewindvoerder, vertegenwoordigd door haar advocaat;

2.4.1.

Tot de mondelinge behandeling is speciale toegang verleend aan [begeleidster] , de begeleidster van de rechthebbende vanuit [onderneming] .

3 De beoordeling

3.1.

Bij beschikking van 13 mei 2014 heeft de kantonrechter te Roermond de rechthebbende onder bewind gesteld met benoeming van de Stichting [stichting] als bewindvoerder.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, voor zover hier van belang, het verzoek tot wijziging van de bewindvoerder afgewezen. Wel is aan de Stichting [stichting] ontslag verleend als mentor en is

[mentor] , vennoot van [bewindvoering] Bewindvoering, tot mentor benoemd.

3.3.

De rechthebbende kan zich met deze beslissing ten aanzien van het benoemen van een opvolgend bewindvoerder niet verenigen en zij is hiervan in beroep gekomen.

3.3.1.

De rechthebbende voert hiertoe het volgende aan. De rechthebbende zou graag zien dat [bewindvoering] Bewindvoering – die ook tot mentor van de rechthebbende is benoemd – opvolgend bewindvoerder wordt. Op die manier kunnen alle zaken van de rechthebbende binnen één loket behandeld worden. Gelet op de beperking van de rechthebbende is het voor haar daarnaast van belang dat de bewindvoerder een voor haar vertrouwd persoon is. Bovendien woont de rechthebbende dichtbij het kantoor van [bewindvoering] Bewindvoering, in tegenstelling tot de huidige bewindvoerder die in [plaats] gevestigd is. Hoewel de huidige bewindvoerder goed werk verricht, heeft de rechthebbende veel last van spanningen die de huidige situatie oplevert.

3.4.

De bewindvoerder voert het volgende aan. Het bewind verloopt, ondanks de afstand, goed. De bewindvoerder heeft begrip voor de persoonlijke situatie van de rechthebbende en de spanningen die dit voor haar met zich meebrengt.

3.5.

Het hof overweegt als volgt.

3.5.1.

Op grond van artikel 1:431 lid 1 BW kan de kantonrechter een bewind instellen over één of meer van de goederen, die een meerderjarige als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren, indien de meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van:

a. zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel;

b. verkwisting of het hebben van problematische schulden.

3.5.2.

Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de bewindvoerder door de kantonrechter ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve.

3.5.3.

Ter zitting bij het hof is gebleken dat partijen het er over eens zijn dat het verzoek niet berust op enig verwijt richting de huidige bewindvoerder (dat is, zoals hierboven al bleek de Stichting [stichting] ). Het verzoek is gelegen in de persoon van de rechthebbende die de spanning niet meer aan kan. Vanuit praktisch oogpunt zou het voor de rechthebbende rust met zich meebrengen, indien zowel het mentorschap als de bewindvoering door dezelfde instantie wordt uitgeoefend. Gelet op hetgeen de rechthebbende thans ter zitting bij het hof heeft verklaard - uit welke verklaring duidelijk blijkt dat het verzoek enkel is gelegen in de persoon van de rechthebbende zelf - heeft de bewindvoerder op haar beurt aangegeven alsnog geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van het verzoek van de rechthebbende.

3.5.4.

Het hof ziet in de door de rechthebbende geschetste persoonlijke omstandigheden, die het hof op basis van de stukken zoals toegelicht ter zitting voldoende aannemelijk acht, voldoende gewichtige redenen om de huidige bewindvoerder te ontslaan, temeer omdat de voorgestelde opvolgend bewindvoerder, [bewindvoering] Bewindvoering, thans ook als mentor voor de rechthebbende fungeert. Met de benoeming van [bewindvoering] Bewindvoering tot opvolgend bewindvoerder komen het mentorschap en het bewindvoerderschap dus bij dezelfde instantie te liggen en dat op een, mede gelet op de geestelijke en lichamelijke gezondheidstoestand van rechthebbende, acceptabele reisafstand. Van beletselen om [bewindvoering] Bewindvoering tot opvolgend bewindvoerder te benoemen, is het hof niet gebleken. Het hof heeft verder kennis genomen van de bereidverklaring van [bewindvoering] Bewindvoering.

3.5.5.

Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en het verzoek van de rechthebbende alsnog toewijzen met ingang van de datum als in het dictum vermeld.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant, van 12 juli 2018, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

verleent met ingang van 1 november 2019 aan mevrouw [bewindvoerder] van Stichting [stichting] ontslag als bewindvoerder over de goederen van [de rechthebbende] , geboren te [geboorteplaats] (Nederlands Nieuw-Guinea) op [geboortedatum] 1957, wonende aan [adres] , [postcode] te [woonplaats] ;

benoemt met ingang van 1 november 2019 de heer [opvolgend bewindvoerder] van [bewindvoering] Bewindvoering, gevestigd te [vestigingsplaats] (Postbus [postbus] , [postcode] ) tot opvolgend bewindvoerder;

bepaalt dat de bewindvoerder binnen twee maanden na de datum van deze uitspraak de eindrekening en -verantwoording aflegt aan de betrokkene en de opvolgend bewindvoerder en een - zo mogelijk door hen voor akkoord ondertekend - exemplaar ervan aan het Bewindsbureau van de rechtbank Oost-Brabant overlegt;

bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder binnen drie maanden na aanvang van het bewind een beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen dient op te maken en een afschrift daarvan dient in te leveren ter griffie (het Bewindsbureau) van de rechtbank Oost-Brabant;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 BW een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank te Oost-Brabant, in verband met aantekening in het Curatele- en Bewindregister;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. L.Th.L.G. Pellis, C.D.M. Lamers en

C.A.R.M. van Leuven en is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.