Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:3435

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-09-2019
Datum publicatie
18-09-2019
Zaaknummer
200.219.717_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2015:1813
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2017:1462
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:1343
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:2538
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:1432
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schadestaat.

Waardevermindering voertuigen gedurende 16 maanden.

Deskundigenbericht bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.219.717/01

arrest van 17 september 2019

in de zaak van

[automobielmaatschappij] Automobielmaatschappij B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

verder: [appellante] ,

advocaat: mr. G. te Biesebeek te Helmond,

tegen

1 [de vennootschap] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [geintimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden in het principaal appel,

appellanten in het incidenteel appel,

verder: gezamenlijk [geintimeerden c.s.] en afzonderlijk [de vennootschap] en [geintimeerde 2] ,

advocaat: mr. B.J. de Jong te Eindhoven,

als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 5 september 2017, 9 april 2019 en 16 juli 2019 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer/rolnummer C/01/309114 / HA ZA 16-406 tussen partijen gewezen vonnis van 1 maart 2017.

11 Het verdere verloop van het geding

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 16 juli 2019;

- de akte van [appellante] van 13 augustus 2019;

- het H-formulier van [geintimeerden c.s.] van 13 augustus 2019.

Partijen hebben arrest gevraagd.

12 De verdere beoordeling

In het principaal appel en in het incidenteel appel

12.1

Bij tussenarrest van 16 juli 2019 heeft het hof met het oog op een onderzoek door een deskundige partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de deskundigheid en de persoon van de te benoemen deskundige en over de aan deze voor te leggen vraagstelling.

12.2

Naar aanleiding hiervan heeft [appellante] het hof in overweging gegeven een deskundige te benoemen die staat ingeschreven in het Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen en zich wat betreft de naam van de deskundige gerefereerd. Ook [geintimeerden c.s.] refereren zich, waarbij zij in overweging geven de heer F.Th.M. Bolsenbroek, die in dat register staat ingeschreven, te benoemen. Partijen hebben geen aanvullingen/aanpassingen voor de vraagstelling die in het tussenarrest is opgenomen.

12.3

Het hof heeft de heer F.Th.M. Bolsenbroek bereid gevonden als deskundige op te treden. Het hof zal hem als deskundige benoemen ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. Welke uitgangspunten dienen gehanteerd te worden bij de vaststelling van de waardevermindering van de negen voertuigen in de periode van 16 maanden tussen november 2013 en maart 2015?

  2. Tot welk bedrag aan waardevermindering leidt toepassing van deze uitgangspunten, uitgaande van een beginwaarde van € 137.850,= in totaal?

  3. In hoeverre kunt u zich vinden in het rapport van NTAB van 31 maart 2015 en in de berekening van [appellante] op basis van de website van de ANWB?

  4. Wat acht u verder van belang om op te merken?

12.4

Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.

13 De uitspraak

Het hof:

in het principaal appel en in het incidenteel appel

13.1

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 12.3 van dit arrest geformuleerde vragen;

13.2

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

de heer F.Th.M. Bolsenbroek,

postbus [postbus] , [postcode] [kantoorplaats] ,

telefoon: [telefoonnummer] ,

e-mail: [e-mailadres]

13.3

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

13.4

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

13.5

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 1.500,= inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 1.500,= inclusief btw, derhalve € 750,= inclusief btw, zal voldoen na ontvangst van de nota met betaalinstructies die door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal worden verzonden;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

13.6

benoemt mr. E.H. Schulten tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier (het Bureau Deskundigen van dit hof) dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

13.7

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 14 januari 2020 in afwachting van het deskundigenbericht;

verstaat dat de zaak na ontvangst van het deskundigenbericht naar de rol wordt verwezen voor memorie na deskundigenbericht aan de zijde van [appellante] ;

13.8

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. I.B.N. Keizer, M.G.W.M. Stienissen en E.H. Schulten en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 september 2019.

griffier rolraadsheer