Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:3210

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-08-2019
Datum publicatie
03-09-2019
Zaaknummer
200.246.794_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLIM:2018:6079, Overig
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Gezag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 29 augustus 2019

Zaaknummer: 200.246.794/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/246717 / FA RK 18-642

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. I.J.L. Daemen-Demarteau,

tegen

[verweerder] ,

zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,

verweerder,

hierna te noemen: de vader,

zonder advocaat.

Deze beschikking gaat over [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2014.

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 juni 2018.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 september 2019, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het inleidend verzoek van de moeder, inhoudende dat het gezag over [minderjarige] wordt gewijzigd in die zin dat de moeder met uitsluiting van de vader belast zal zijn met het gezag over [minderjarige] , alsnog toe te wijzen.

2.2.

Er is geen verweerschrift ingekomen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2019. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Daemen-Demarteau;

- de raad, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van de raad] .

2.3.1.

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 12 juni 2018.

3 De beoordeling

3.1.

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit het inmiddels ontbonden huwelijk van partijen is [minderjarige] geboren. [minderjarige] verblijft bij de moeder.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de moeder, om het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige] te beëindigen en de moeder voortaan alleen met het gezag over [minderjarige] te belasten, afgewezen.

3.3.

De moeder kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

De moeder voert - kort samengevat - het volgende aan.

De vader is twee dagen na de bestreden beschikking opgepakt en hij zit, voor zover bij de moeder bekend, op dit moment nog gedetineerd in Denemarken. Hij weet dat de moeder in appel is gegaan van de bestreden beschikking, maar hij heeft hier verder niet meer naar geïnformeerd en ook niet naar [minderjarige] . De moeder heeft geen contact meer met de vader. Zij weet niet waar de vader op dit moment verblijft en of hij naar Nederland komt zodra hij vrij komt.

Er is voldaan aan het klemcriterium doordat overleg tussen de ouders niet mogelijk is indien de vader in aanraking komt met drugs of met de politie. De moeder heeft tot nu altijd alles wel kunnen regelen, maar dat wil niet zeggen dat het in de toekomst niet tot problemen zal leiden. De afgelopen jaren heeft de vader een steeds herhalend patroon laten zien van terugvallen en opkrabbelen. Ook anderszins is gezagsbeëindiging in het belang van [minderjarige] noodzakelijk, omdat de moeder zich ernstige zorgen maakt over wat er met [minderjarige] gebeurt als haar iets overkomt. De moeder heeft via het gezagsregister een voogd aangewezen, maar zij vreest dat daaraan niet wordt toegekomen als er een vader met gezag is. De moeder heeft geen vertrouwen in de vader. Zodra de vader drugs gebruikt, komt hij afspraken niet meer na en heeft hij nog amper oog voor [minderjarige] . De vader is ook akkoord met eenoudergezag.

3.5.

De raad brengt ter zitting, kort samengevat, het volgende naar voren.

Weliswaar ondervinden de moeder en [minderjarige] nauwelijks problemen van het gezamenlijk gezag, maar eenhoofdig gezag doet wel meer recht aan de situatie en is ook meer in het belang van [minderjarige] . De raad verwacht niet dat de moeder contact tussen de vader en [minderjarige] in de weg zal staan in geval van eenhoofdig gezag, maar zij kan zaken rond [minderjarige] dan wel makkelijker regelen. De moeder en [minderjarige] wonen dichtbij de Duitse en Belgische grens. Als de moeder met [minderjarige] naar België of Duitsland gaat, begaat zij eigenlijk steeds een overtreding. Met name in België heeft de moeder dan een probleem als ze de verkeerde beambte tegenkomt. Nu de vader niet vrij is van onbesproken gedrag is ook van belang wat er met [minderjarige] gebeurt indien de moeder iets overkomt.

3.6.

Het hof overweegt het volgende.

3.6.1.

Het hof stelt vast dat de moeder en de vader na de echtscheiding gezamenlijk het ouderlijk gezag over [minderjarige] zijn blijven uitoefenen.

3.6.2.

Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

De rechter bepaalt dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien:

a. er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of

b. wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

3.6.3.

Het hof stelt vast dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden op dezelfde gronden die de rechtbank heeft gehanteerd en die het hof na eigen weging en waardering overneemt en tot de zijne maakt.

Naar het oordeel van het hof is wijziging van het gezag anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk. De vader is in het verleden al meerdere malen gedetineerd geweest en thans is hij – voor zover bekend – gedetineerd in Denemarken. Het betreft steeds druggerelateerde zaken. Gelet op de voorgeschiedenis vormt de vader geen stabiele factor in het leven van de moeder en [minderjarige] . De vader heeft wel steeds zijn toestemming gegeven indien daarom werd gevraagd en de moeder heeft tot nu toe ook alles kunnen regelen, al dan niet met de toestemming van de vader. Dit is echter wel lastig en het verkrijgen van de toestemming van de vader verloopt ook moeizaam doordat hij nauwelijks bereikbaar is. Op dit moment weet de moeder niet waar de vader verblijft, tot wanneer en wat hij gaat doen na zijn vrijlating. Zij heeft al geruime tijd geen rechtstreeks contact met hem. Via de advocaat van de vader in Denemarken heeft de moeder de toestemming van de vader verkregen voor het aanvragen van een nieuw paspoort voor [minderjarige] . De procedure in Denemarken is echter afgelopen, zodat het contact niet meer via zijn advocaat kan plaatsvinden. De vader neemt ook geen contact met de moeder op. De moeder en [minderjarige] wonen niet ver van de Duitse en Belgische grens en zij gaan hier ook naartoe voor dagelijkse zaken, zoals een bibliotheekbezoek. In geval van gezamenlijk gezag heeft de moeder hiervoor steeds de toestemming van de vader nodig, hetgeen gelet op het voorgaande niet houdbaar is. In het ouderschapsplan zijn de ouders ook overeengekomen dat de moeder alleen wordt belast met het gezag over [minderjarige] en ter zitting in eerste aanleg heeft de vader verklaard dat hij akkoord gaat met het verzoek van de moeder. Het hof merkt nog op dat de moeder ter zitting van het hof heeft aangegeven contact tussen de vader en [minderjarige] niet in de weg te hebben gestaan en niet in de weg te zullen staan.

3.7.

Op grond van het vorenstaande zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en het inleidend verzoek van de moeder alsnog toewijzen.

4 De beslissing

Het hof:

vernietigt de tussen partijen gegeven beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 juni 2018;

en opnieuw rechtdoende:

beëindigt het gezamenlijk ouderlijk gezag van de vader en de moeder over [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2014, en bepaalt dat het ouderlijk gezag over [minderjarige] aan de moeder alleen toekomt;

verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in het Besluit Gezagsregisters een afschrift van

deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Oost-Brabant, team familie- en jeugdrecht, ter attentie van het centraal gezagsregister;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, C.N.M. Antens en J.W.P.N. Hermans en is door mr. J.C.E. Ackermans-Wijn op 29 augustus 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.