Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:3173

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-08-2019
Datum publicatie
03-09-2019
Zaaknummer
200.164.767_01
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2014:6240
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2019:3172
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Dit betreft een vrijwaringszaak, die samenhangt met de hoofdzaak 200.152.774/01

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.164.767/01

arrest van 27 augustus 2019

in de zaak van

1 [appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

verder te noemen: [appellanten c.s.] ,

advocaat: mr. J.F. Bienfait te Rotterdam,

tegen

[makelaardij] Makelaardij O.G. Hypotheken en Verzekeringen B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

verder te noemen: de Makelaardij,

advocaat: mr. R.G. Degenaar te Gorinchem,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 15 november 2016 in het hoger beroep van de door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/246586/HA ZA 12-167 gewezen vonnissen van 19 december 2012 en 3 september 2014.

6 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van getuigenverhoor op 13 februari 2017;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 4 juli 2017;

- het proces-verbaal van de contra-enquête van 10 november 2017;

- de memorie na getuigenverhoren van [appellanten c.s.] tevens akte houdende reactie op productie van de Makelaardij;

- de antwoordmemorie na enquetes tevens akte tot in het geding brengen van een productie van de Makelaardij;

- de pleitnotities van de advocaten van partijen voor de pleitzitting op 10 juli 2019.

Door ziekte heeft de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie de getuigenverhoren hebben plaatsgevonden, mr. Y.L.L.A.M. Delfos-Roy, niet aan de verdere behandeling en beslissing van de zaak deelgenomen.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

7 De verdere beoordeling

7.1.

In tussenarrest heeft het hof, in het kader van de beoordeling van vordering 2 zoals weergegeven in rov. 4.2 van het tussenarrest, [appellanten c.s.] in staat gesteld te bewijzen dat de tussen hem en mevrouw [verkoper] in november 2010 gesloten koopovereenkomst betreffende de woning van mevrouw [verkoper] aan de [adres 1] te [plaats 1] is gesloten onder de opschortende voorwaarde van verkoop van de woning van [appellanten c.s.] aan de [adres 2] te [plaats 2] .

7.2.

Op verzoek van [appellanten c.s.] zijn als getuigen gehoord mevrouw [getuige 1] , mevrouw [appellante] , appellante, [appellant] , appellant, mevrouw [getuige 2] en [getuige 3] . Op verzoek van de Makelaardij zijn als getuigen gehoord [getuige 4] en [getuige 5] .

7.3.

Het bewijs is niet geleverd. Het hof neemt de motivering van dit oordeel uit het arrest in de hoofdzaak, dat aan dit arrest wordt gehecht, hier over. Dit betekent dat de vordering 2 niet wordt toegewezen op de gronden, zoals vermeld in rov. 4.6. van het tussenarrest. Gelet op de uitkomst van de hoofdzaak moet er ook in deze zaak van worden uitgegaan dat tussen [verkoper] en [appellanten c.s.] geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Naar het oordeel van het hof doet in deze situatie evenzeer opgeld hetgeen het hof heeft overwogen voor de situatie dat sprake zou zijn van een tussen mevr. [verkoper] en [appellanten c.s.] gesloten overeenkomst zonder opschortende voorwaarde in rov. 4.5.3. van het tussenarrest, namelijk dat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende is toegelicht op grond waarvan de Makelaardij jegens [appellanten c.s.] tekortgeschoten is in haar zorgplicht of anderszins wanprestatie heeft gepleegd. Hetgeen [appellanten c.s.] in hun pleitnota hebben betoogd maakt dat niet anders. Vordering 2 moet dus worden afgewezen.

7.4.

De uitkomst van het arrest in de hoofdzaak is dat ook in hoger beroep de vorderingen van mevr. [verkoper] in de hoofdzaak zijn afgewezen. Vordering 1 van [appellanten c.s.] komt daarom ook in hoger beroep niet voor toewijzing in aanmerking en grief 2 kan dus niet tot vernietiging van de beroepen vonnissen leiden.

7.5.

Omdat grief 1 van [appellanten c.s.] slaagt (zie rov. 4.4. van het tussenarrest) zal het hof de vonnissen van de rechtbank gedeeltelijk vernietigen voor zover [appellanten c.s.] daarbij niet-ontvankelijk zijn verklaard in vordering 2 en, opnieuw rechtdoende, deze vordering afwijzen. Voor het overige zullen de vonnissen worden bekrachtigd. Het hof zal [appellanten c.s.] , als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van het geding in hoger beroep veroordelen. Het hof zal, net als de rechtbank, voor het tarief aansluiten bij de vordering in de hoofdzaak. De voor de getuigenverhoren gemaakte kosten beschouwt het hof als overwegend ten behoeve van de hoofdzaak gemaakt, zodat het hof deze in dit arrest niet zal begroten.

8 De uitspraak

Het hof:

8.1.

Vernietigt de vonnissen van 19 december 2012 en 3 september 2014, voor zover [appellanten c.s.] daarbij niet-ontvankelijk zijn verklaard in vordering 2 dat wordt verklaard voor recht dat de Makelaardij wanprestatie heeft gepleegd en wordt veroordeeld tot het vergoeden van schade, op te maken bij staat (punt 3.2. van het dictum van het vonnis van 3 september 2014); en opnieuw rechtdoende:

8.2.

Wijst vordering 2 af;

8.3.

Bekrachtigt de vonnissen van 19 december 2012 en 3 september 2014 voor het overige;

8.4.

Veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, [appellanten c.s.] in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van de Makelaardij op

€ 5.114,00 aan griffierecht en op € 15.676,00 aan salaris advocaat en wat betreft de nakosten op € 131,00 indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,00 vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.J. Henzen, H.AE. Uniken Venema en G. Megchelsen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 augustus 2019.

griffier rolraadsheer