Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2019:3169

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-08-2019
Datum publicatie
26-08-2019
Zaaknummer
20-000000-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Raadkamer
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift opheffing c.q. schorsing voorlopige hechtenis voor aanvang van het hoger beroep.

Voor wat betreft opheffing: het veroordelend vonnis is een zelfstandige grond voor voorlopige hechtenis zodat reeds daarom het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis vanwege het ontbreken van een grond moet worden afgewezen.

Voor wat betreft schorsing: Door het veroordelend vonnis is de vrijheidsbeneming komen te rusten op artikel 5, eerste lid onder a van het EVRM. Dat betekent onder meer dat de verdachte niet zonder meer het recht toekomt zijn berechting in vrijheid af te wachten, nu er sprake is van een veroordeling door een daartoe bevoegde rechterlijke instantie. Bij de vraag of de voorlopige hechtenis dient te worden geschorst is sprake van een nieuwe belangenafweging waarbij gelet op het veroordelend vonnis, waarbij aan verdachte voor ernstige feiten een langdurige gevangenisstraf is opgelegd, er in beginsel sprake moet zijn van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden, op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis, dient te wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 69
Wetboek van Strafvordering 80
Wetboek van Strafvordering 75
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Hofnummer: [Ressortsparketnummer]

Parketnummer 1e aanleg: [Arrondissementsparketnummer]

Het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft gezien het verzoekschrift d.d. [datum 2] ingediend namens:

naam

[Achternaam]

voornamen

[Voornamen]

geboren

[Geboortedatum, -plaats & -land]

wonende te

[Woonplaats]

adres

[Woonplaats]

thans verblijvende

in [Detentieplaats]

waarbij primair wordt verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen, subsidiair de voorlopige hechtenis te schorsen.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. W.A.J.A. Welten.

Het hof heeft kennis genomen van het dossier.

Uit het dossier blijkt dat verdachte bij vonnis van de [rechtbank] van [datum 1] is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 50 maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Bij dat vonnis is tevens de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven. Daartoe heeft de rechtbank overwogen:

‘‘De rechtbank is van oordeel dat gelet op de aard, de ernst en de omvang van de bewezenverklaarde feiten en de strafoplegging, de persoonlijke belangen die verdachte heeft bij het voortduren van de schorsing ondergeschikt zijn aan de strafvorderlijke belangen en het belang dat de samenleving heeft bij het hervatten van de voorlopige hechtenis. De rechtbank wijst het verzoek van de officier van justitie daarom toe en heft de schorsing van de voorlopige hechtenis op.

Gelet op het bepaalde in artikel 75, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering vormt het vonnis van [datum 1] een zelfstandige grond voor voorlopige hechtenis zodat reeds daarom het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis vanwege het ontbreken van een grond moet worden afgewezen.

Wat betreft het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt het hof als volgt.

Door het veroordelend vonnis is de vrijheidsbeneming komen te rusten op artikel 5, eerste lid onder a van het EVRM. Dat betekent onder meer dat de verdachte niet zonder meer het recht toekomt zijn berechting in vrijheid af te wachten, nu er sprake is van een veroordeling door een daartoe bevoegde rechterlijke instantie. Bij de vraag of de voorlopige hechtenis dient te worden geschorst is sprake van een nieuwe belangenafweging waarbij gelet op het veroordelend vonnis, waarbij aan verdachte voor ernstige feiten een langdurige gevangenisstraf is opgelegd, er in beginsel sprake moet zijn van bijzondere zwaarwichtige, de persoon van de verdachte betreffende omstandigheden, op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis, dient te wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte.

Dergelijke omstandigheden zijn niet aangevoerd, noch is het hof anderszins van het bestaan ervan gebleken.

Een en ander betekent dat het hof ook het subsidiaire verzoek, namelijk het verzoek tot schorsing, zal afwijzen.

Het hof wijst af het verzoek.

BESCHIKKENDE

Wijst af het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis;

Wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op 1 augustus 2019

door mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter, mr. J.P.F. Rijken en mr. G.P.M.F. Mols, in tegenwoordigheid van mr. R. van Maaren, griffier.

Fiat betekening en tenuitvoerlegging:

's-Hertogenbosch,

De advocaat-generaal,

Gezien d.d.

De directeur van [Detentieplaats]